donderdag 9 november 2017

Niks doen

Vorige week waren we in één van onze buurlanden, net als ons woonland een '-stan' en net als ons woonland op papier een democratie, terwijl in werkelijkheid 'autoritair leiderschap' de lading een stuk beter dekt. We reisden een week door dit buurland. Een land met een rijke historie en cultuur en een aantal beroemde steden die in vroeger tijden een centrale rol speelden op de oude zijderoute. Er was veel te zien en de week was kort, dus we hadden een goed gevuld reisplan. Niks doen werd desalniettemin mijn thema van de week.

In de verschillende steden bezochten we schitterende madrassahs, moskeeën en mausolea, allemaal voorzien van een blauwe koepel en indrukwekkende mozaieken in prachtige patronen. Aan het einde van dag twee vroegen de kinderen zich af hoeveel blauwe koepels ze nog zouden moeten bekijken. Het waren er dan ook heel veel. Ik verbaas mij elke reis weer over de hoeveelheid cultuur en geschiedenis die de kinderen tot zich nemen, geduldig luisterend, rondkijkend en vragen stellend. Ze zijn er van jongs af aan aan gewend dat wij onze vakanties doorgaans niet doorbrengen op de camping of aan het zwembad, maar soms overstijgt hun uithoudingsvermogen het mijne.

Het is een kwestie van balans. Een dagdeel cultuur en geschiedenis en een dagdeel kindvriendelijker activiteiten zoals een park, een interactief museum, een zwembad of heel veel ijs. Het is ook een kwestie van slimme truukjes. Geef je kind een eigen fototoestel. Niet zo'n kindertoestelletje waar net twintig fotos van belabberde kwaliteit op bewaard kunnen worden, maar een eenvoudig digitaal cameraatje met extra geheugen voor heel veel fotos en filmpjes. Onze kinderen scheppen groot genoegen in het maken van filmpjes (met zoon achter en dochter voor de camera) waarin ze hun denkbeeldige achterban – bestaande uit duizenden trouwe subscribers van hun youtube kanaal – met verve op de hoogte brengen van, wel, van alles. Van de historische achtergrond van het bouwwerk dat ze bezichtigen, via het ontbijt in het hotel en de beschikbare televisie kanalen, tot het aantal minuten dat hun vader op het toilet doorbrengt.

Ze maken ook een dagboek van elke reis. Toegangskaartjes, treintickets, boardingpasses, kaartjes van de hotels, alles wordt er in geplakt en aangevuld met tekeningen. Ze schrijven over dat wat hun aandacht trekt, hoogtepunten, dieptepunten, de ene dag meer dan de andere dag. Thuis lezen ze vaak en graag hun dagboeken, geschreven op multomap blaadjes zodat er altijd nog wat kan worden bijgevoegd, er alleen een pakje papier in de rugzak mee op reis hoeft en alle dagboeken bij elkaar in een multomap bewaard worden, als een persoonlijk reisboek. Het maken van een dagboek houdt hun herinneringen levendig en vergroot het reisplezier.

Ik dwaal af. Niks doen dus. Op dag drie namen we de hoge snelheidstrein voor een reis van twee uur. De trein was snel, comfortabel en schoon. Ik ging zitten, keek een minuut of tien naar de voorbijrazende katoenvelden en werd vervolgens enigszins onrustig. Ik besefte namelijk dat ik zin had om niks te doen. Gewoon zitten en he-le-maal niks doen. Uiteraard had ik met niks doen geen rekening gehouden. Voor de drie treinreizen die we tijdens onze trip zouden maken, had ik mijn Russische huiswerk, een boek en mijn schrijfschrift meegenomen. Ik zou die treintijd namelijk uiterst nuttig besteden en op de hielen gezeten door mijn vermaledijde te-doen-lijst die dag en nacht in mijn nek hijgt en die naarmate ik meer afstreep alleen maar langer in plaats van korter lijkt te worden, was niks doen op vakantie duidelijk geen optie. Maar daar zat ik, met ineens een niet te negeren zin in niks doen. Niet lezen, niet schrijven, niet leren, zelfs niet naar buiten kijken. De ijzeren discipline die zich ooit, lang geleden, in mij nestelde, beschouwt niks doen doorgaans als ongewenste tijdverspilling en houdt me met vaste hand en strenge blik op de koers die de te-doen-lijst mij onverbiddelijk als door een megafoon onophoudelijk toeschreeuwt.

Hardnekkig proberend een nieuwe koers uit te stippelen, besloot ik mijn hakken in het zand te zetten en niks te doen. Eėn uur en vijftig minuten lang. Mijn voldoening was groot toen ik dit niet alleen voor elkaar kreeg, maar er bovendien oprecht van genoot. Zonder schuldgevoel stak ik een denkbeeldige tong uit naar mijn dwangmatige ik en vierde mijn succes met een triomfantelijk gevoel van innig welbehagen.

Voortaan bovenaan de te-doen-lijst: een kwartiertje niks doen.
November 2017

maandag 30 oktober 2017

pyjama


Zoon had een nieuwe pyjama nodig en afgelopen zomer spotte hij op de Nederlandse markt een skaters stofje. Het patroon tekende ik zelf, aan de hand van een reeds in gebruik zijnde pyjama broek en het raglanpatroon dat ik onlangs voor dochter tekende

Zoon, kan je misschien een keer op de foto zonder te d.... Nee dus, dat kon niet.


maandag 16 oktober 2017

Beter

“Ik denk dat ik gewoon beter ben, maar ik zal niet tegen papa zeggen dat ik van je heb gewonnen”, zei hij met een grijns. Het was nooit de bedoeling geweest om tegenover mijn zoon op de tennisbaan te eindigen en nog minder om vervolgens glansrijk ten onder te gaan en met grote cijfers te verliezen van mijn negenjarig kind. “Maar je tennist wel vrij slecht, mam”, voegde hij er nog aan toe, met een sussend klopje op mijn bezwete rug.

Onze kinderen zijn vrij om, binnen de grenzen van het mogelijke, hun eigen hobbies te kiezen. Zoon koos vorig jaar voor tennis, gewoon zomaar, uit het niets. Man noch ik zijn tennissers. Lang geleden, toen ik in Ecuador woonde, vrijgezel was en eindeloos lange dagen werkte, besloten een collega en ik iets aan sport te gaan doen. Het werd tennis, op het pleintje. Met onze werktijden was de enige optie half zes 's ochtends. Dat lukte ons welgeteld drie keer, toen gaven we er, overmand door slaapgebrek, de brui aan.

Een vriendin vertelde me onlangs dat iemand ooit ergens na een grootscheeps onderzoek tot de conclusie was gekomen dat muzikale kinderen vaak tennis als sport kiezen. Waar of niet, zoon is een muzikaal kind met aanleg en passie voor tennis. Dochter zag tennis ook wel zitten en uit praktisch oogpunt ben ik groot voorstander van synchroon lopende hobbies. Maar waar dochter voornamelijk met haar racket over de baan danst op de muziek die uit de kantine schalt en nog altijd zeker zoveel ballen mist als raak slaat, is zoon aan het tennissen. Snoeiharde strakke ballen, met preciezie geplaatst.

Er is meer dat zoon kan en ik niet. Gitaar spelen. Drummen. Maar omdat ik hem nog altijd kan helpen en bijsturen, voelt dat anders dan te worden ingemaakt op de tennisbaan. Of een sprintje niet meer vanzelfsprekend te winnen. Of tijdens een potje voetbal moeiteloos voorbij gepingeld te worden. De tijden van het kind laten winnen zijn voorbij. Met weemoed denk ik terug aan de jaren waarin we genoten van de opgetogen smoeltjes als ze hadden 'gewonnen'. Nu het voor het karakter best goed zou zijn als ze eens zouden verliezen, krijgen we het niet meer voor elkaar, hoe hard we ons best ook doen.

Taal, ook zo'n ding tegenwoordig. Met een Nederlandse moeder, een Spaanse vader en Engelstalig onderwijs, zijn onze kinderen drietalig. Bovendien leren ze nu Russisch ėn de lokale taal. Stug doorploeterend ga ik in het Russisch nog altijd aan de leiding, maar van de lokale taal heb ik geen kaas gegeten. In de wetenschap dat hier meer mensen Russisch dan de lokale taal spreken en me bewust van de moeilijkheidsgraad van het Russisch, hou ik het daarbij. Maar op school leren de kinderen dus beide talen. Gevolg: mijn kinderen spreken een taal die ik niet beheers. Dat is een zeer eigenaardige gewaarwording. Waren het eerst losse woordjes, inmiddels zijn het conversaties. En ik sta er bij en kijk er naar.

Het zal een nieuwe fase zijn. De fase die volgt op de 'ik heb kleine kinderen' fase. En die voorafgaat aan de fase van het loslaten en de fase van de puberteit die ongetwijfeld met rasse schreden nadert. Als ik daar aan denk, breekt het zweet me uit. Dan toch liever dat sussende klopje op mijn natte rug. “Je bakt er niks van, mama. Ik ben gewoon beter.”
October 2017

woensdag 4 oktober 2017

Raglan trui


Zoals gezegd, kocht ik wafelstof in meerdere kleuren. Na de Nore jurk maakte ik nu een trui. Het patroon nam ik over van een trui die al in dochter's kast ligt, ook geheel gemaakt uit niet-rekkende stof en daardoor met een iets wijdere hals. We zijn nog altijd fan van wafelstof en nog niet door alle kleurtjes heen!



zondag 24 september 2017

Ham

We zien elkaar als ik in Nederland ben. Doorgaans hooguit twee keer per jaar. Mijn allerliefste vriendin sinds we acht jaar jong waren. Deze zomer gingen we een dag naar het bos. Stokken slepen, hutten bouwen, pootje baden in het meer. De kinderen samen spelend alsof ze bij elkaar om de hoek wonen en elkaar wekelijks zien. Wij pratend, verdergaand waar we gebleven waren alsof we, net als vroeger, veelvuldig bij elkaar op de bank zitten, thee drinkend en chocolade etend. Vroeger vroegen de mensen vaak of we zussen zijn, al lijken we uiterlijk niet echt op elkaar. Innerlijk wel. Geen twee druppels water, maar overeenkomsten genoeg.

Het bos dus. Na een aangename middag keerden we terug naar haar huis voor een eenvoudig avondmaal voor we de trein terug zouden nemen. Terwijl wij in het bos waren, pratend en genietend, had haar man boodschappen gedaan. De tafel gedekt. Een salade gemaakt. Op het moment dat wij binnen kwamen, was hij tosti's aan het maken. Een flinke stapel, vier hongerige kinderen. Ik dacht: Wow, wat een man. Zij zei: Wat heb je nou voor ham gekocht, die smaakt naar niks! En daar was de spiegel. Levensgroot. Haarscherp. Ik hoorde mezelf. Niet, zoals zij, een losse opmerking die direct overwaaide, maar mezelf, dag in dag uit. Ik heb ook een wow-wat-een-man. Maar ik bekritiseer de ham die hij koopt elke dag. Wat mij niet bevalt, moet hij bezuren. De oorzaak ligt zelden bij hem, het probleem in kwestie is doorgaans een futiliteit. Maar mijn vinger wijst. Jij. Ik weet uiteraard heel goed dat die vinger naar mijzelf zou moeten wijzen. Ik zit niet goed in mijn vel? Dan zal ik daar ik daar iets aan moeten doen. De bal ligt bij mij.

Het ham-incident is bij mijn vriendin thuis allang vergeten. Hier niet. Het was een scherpe, glasheldere spiegel voor mij en meerdere keren per week snoer ik mezelf de mond, als een soort mantra herhalend, “Ham. Ham. Ham.” De bal ligt bij mij en ik zal hem aan het rollen krijgen. Het is geweldig om een wow-wat-een-man te hebben, maar het zou nog leuker zijn als die wow-man ook een wow-wat-een-vrouw zou hebben.

Laatst kwam een vriendin eten. Terwijl wij gezellig aan het bijpraten waren, nam man de taak op zich om de broccoli te koken. Die kwam uiteindelijk zachter op tafel dan mij lief is. Voordat ik mijzelf aan de ham kon herinneren, zei ik het. “De broccoli is te gaar gekookt. Alweer.” Vriendin reageerde sussend dat de kinderen er niet wakker van zouden liggen. Tijdens het eten bedankte ze man voor de heerlijke maaltijd die hij had gekookt terwijl wij aan het bijpraten waren.

Dat halflege glas van mij moet halfvol. De ham en de broccoli liggen op mijn bord. Ik zal kauwen en slikken tot alles op is. Vastbesloten.
September 2017

woensdag 13 september 2017

Nore dress


Ik ben fan van wafelstof. Ik had donkergrijs en lichtroze in de kast liggen, samen, alsof ze bij elkaar hoorden. Toen ik het patroon van de Nore dress onder ogen kreeg, was de optelsom snel gemaakt. Kopen, plakken, knippen. Ik knipte het patroon door daar waar ik de kleuren wilde laten samenkomen, recht toe recht aan. 






In de zomer kocht ik nog wat wafelstof in verschillende kleuren bij mijn favoriete stoffenkoopman op de markt. Ik zie hem twee keer per jaar als ik in Nederland ben, en altijd weet hij wie ik ben en in welk land we wonen. Altijd enthousiast. Hoe zou ik geen stof bij hem kunnen kopen? 

maandag 4 september 2017

Blote billen

Zevenentwintig uur. Het is half drie 's middags en de komende zevenentwintig uur zijn voor mij. Ik loop door de tuin naar de poort en draai die met een ferme zwaai op slot. Als ik me omdraai, glinstert het zwembad me tegemoet. Uit de keuken pak ik de dikste perzik die er ligt en verorber die in de schaduw op het terras. Zo zoet en sappig als de perzikken 's zomers op het eiland zijn, heb ik ze nooit elders geproefd. Ik eet er nog één. Het is drie uur en ik kijk om me heen. Platteland zover als mijn oog reikt. De kip van onze verre buur kakelt over ons terrein. Heel in de verte mekkert een schaap. Verder is het stil. En leeg. Het is allemaal helemaal voor mij, de komende zesentwintigeneenhalf uur.

Ik ga een boek lezen. Ik ga eindelijk een boek lezen. In de hektiek van het dagelijks leven kom ik daar zelden aan toe. In de hektiek van de zomermaanden evenmin. Maar nu ga ik een boek lezen. Ik smeer me van top tot teen in met zonnebrandcrème. De rug blijft gedeeltelijk onbesmeerd. Ik doe alsof ik er geen erg in heb en trek mijn bikini aan. Twee dagen eerder bleek mijn bikini 's ochtends ineens volstrekt elastiekloos te zijn geworden en kocht ik bij de buurtsuper zonder te passen een nieuwe. De borsten zijn driekwart bedekt, de billen nog niet voor de helft. Als ik loop heb ik het gevoel dat het bilvlees bij elke stap uitbundig onder het lapje bikini vandaan zwabbert. Vandaag geeft het niks, ik ben alleen. Ik duik met een zwierige boog het zwembad in. Als ik weer bovenkom gaan de handen uit gewoonte direct naar de borsten om te controleren of het bovenstukje nog enigszins op zijn plek zit. Ik kijk om me heen en trek dan resoluut het bovenstukje los. Vroeger liepen we altijd topless op het strand, iedereen liep vroeger topless op het strand. Ergens gedurende de afgelopen twintig jaar is de norm een stuk preutser geworden. Maar in mijn eigen tuin gelden mijn eigen normen. Ik smeer uit voorzorg nog een extra laag factor 50 op de witte huid en vlij me neer op de ligstoel. Boek in de hand, fles water naast me en niemand om me heen.

Na een half uur lezen begin ik te dommelen. Ik besluit mijzelf een kort siesta te gunnen en draai me op mijn buik. Een dik uur later word ik wakker en probeer te doen alsof ik geen erg heb in het brandende gevoel op mijn rug, precies daar waar ik mezelf niet in heb kunnen smeren. Ik neem nog een verkoelende duik. Het is bijna vijf uur. Ik neem een flink stuk meloen. De meloen is 's zomers op het eiland al net zo zalig als de perzikken. Ik neem ook nog een perzik. Ik ga mijn kostbare uren niet besteden aan het koken van een éénpersoonsmaaltijd. De hangmat hangt inmiddels in de schaduw en mijn boek en ik nemen bezit van de kleurige lap die tussen de palmbomen hangt. Een uur of vier later begint het te schemeren. Mijn boek en ik verkassen naar het terras en voegen een glas wijn aan ons gezelschap toe. Ik drink zelden maar vandaag drink ik. Eén glaasje wijn. Ik neem nog een laatste duik, kleed me aan en eet nog een perzik. De vleermuizen zijn wakker en een grote uil strijkt op nog geen twee meter bij mij vandaan neer. Met grote ogen kijkt hij me aan en vliegt dan majestueus de duisternis weer in. Ik heb zo'n drievijfde van mijn boek gelezen.

Voldaan kruip ik mijn bed in. Het hele bed helemaal voor mijzelf. De dikke stenen muren van ons huisje heeft de slaapkamer koel gehouden. De houten luiken zorgen ervoor dat de slaapkamer pikdonker is. De afwezigheid van man en kinderen garanderen stilte. Ik word dan ook pas tegen tien uur de volgende ochtend wakker. Ik eet een stuk meloen en loop naar buiten. Het is al heet. De zon schijnt volop en het zwembad roept mijn naam. Ik smeer me weer in en doe mijn best zoveel mogelijk rug van een laag bescherming te voorzien. Ik pak mijn bikinibroekje van de lijn. Ik kijk naar het onooglijke lapje stof en de touwtjes die geacht worden de voor- en achterkant bij elkaar te houden. Ik draai mijn hoofd en probeer mijn billen in het vizier te krijgen. Ze zijn vooral erg wit. Ze steken groot af tegen mijn bruine rug en mijn bruine benen. Ik heb nog acht uur. Ik kijk om me heen. Platteland zover als mijn oog reikt. Geen mens te zien. Ik kijk nogmaals naar het bikinibroekje. Nogmaals naar mijn witte billen. Met een grijns zwaai ik het bikinibroekje weer over het wasrek. Met de billen bloot duik ik het zwembad in. Ik trek een paar baantjes en leg mijn blote billen vervolgens te bruinen op de ligstoel.

Als ik een half uurtje later de laatste perzik uit de keuken wil halen, sla ik een handdoek om. Ik sta even stil en leg de handdoek dan terug op het ligbed. Is het preutsheid? Schaamte? Gewoonte? Hoe dan ook, ik besluit dat vandaag mijn blote billen dag is. Ik nestel me in de schaduw en lees. Af en toe smeer ik mijn witste delen weer in, lig een half uurtje in de zon, neem een duik. Om drie uur heb ik mijn boek uit. Vijfhonderdachtendertig pagina's in het Spaans. Vijf maanden lang lag het boek 's avonds naast mijn bed en sleepte ik het overdag met me mee, hopend op een verloren uurtje. Innig tevreden berg ik het boek op en controleer in de spiegel of mijn billen al een beetje aan het bijkleuren zijn. Ik weet zeker dat ze minder wit zijn dan vanochtend. Deze constatering moedigt me aan om nog een half uurtje zon te pakken. Bovendien dobber ik daarna ook nog twintig minuten op mijn buik op het luchtbed in het zwembad rond.

Als ik merk dat het stukje rug waar ik ook vandaag niet bij kon, erg rood aan het worden is, hou ik het voor gezien. Nog twee uur. In mijn blootje loop ik een ronde door de tuin. Ik kijk of er al rijpe citroenen aan de bomen hangen. Ik bewonder de groeiende sinasappels die we helaas niet zelf zullen opeten. Tegen de tijd dat ze rijp zijn, zijn wij al lang en breed weer thuis. Naakt ronddrentelend op mijn slippertjes voel ik me, hoe alleen ook, ongemakkelijk. Sinds mijn kindertijd heb ik buiten de beschutting van mijn eigen huis niet meer naakt rondgelopen. Ik ga naar binnen en pak een zomerjurkje uit de kast. Voor ik het over mijn hoofd laat glijden, kijk ik nog één keer om naar mijn blote billen. Tevreden constateer ik dat ze een kleurtje hebben gekregen. Het is net alsof ze iets minder groot lijken.

Over een uurtje zijn man en kinderen er weer. Vergezeld van opa, oma en tante. Ik stuur man een berichtje met de vraag of hij onderweg alsjeblieft perzikken wil kopen. En een meloen. Zo lekker als op het eiland vind je ze nergens.
September 2017

zaterdag 19 augustus 2017

Stofjes uit het hart


Die fantastische mevrouw Khadetjes stuurde een hele doos restlapjes op voor de naaigroep van het weeshuis waar ik elke vrijdag mijn handen uit de mouwen steek. Ze waren zo blij met al die mooie kleuren, al die mooie katoentjes.... Er is al heel veel mee genaaid. Zelfs de kleinste lapjes worden gebruikt! Het patroontje kan vaak nog zo eenvoudig zijn, als het stofje mooi is, is het eindprodukt een lust voor het oog!


Het is nog even vakantie. Straks wordt er weer geschreven en genaaid!

woensdag 2 augustus 2017

maandag 17 juli 2017

Als de leraar treitert

“Ik heb best zin om straks na de vakantie weer naar school te gaan”, zegt zoon met een glimlach. Ik kijk hem aan. Als borrelende belletjes voel ik de opluchting zich door mijn lijf verspreiden. Achter mijn zonnebril wellen de tranen op in mijn ogen. Ik slik, geef zoon een aai over zijn bol en zeg met vaste stem dat het absoluut een fantastisch jaar zal worden. Lachend fietst hij ervandoor. 

Ik hoop dat het waar is. Dat kinderen veerkrachtig zijn. Zich snel herpakken. Vooralsnog lijkt het er op dat zoon in ieder geval sneller dan ik in staat is om dat wat was achter zich te laten. Wat gebeurd is, is gebeurd en nu gaan we verder.

Toen vorig jaar juni bekend werd wie de nieuwe leraar van zoon zou worden, rinkelden de alarmbellen. De leraar in kwestie had een reputatie die niet veel vertrouwen inboezemde. Een eigenzinnige stijl van lesgeven, waar een houten stok, luide stem, grove taal en doorgescheurde werkschriften deel van uitmaakten. Niettemin begon het jaar veelbelovend. Zoon vond zijn leraar cool’, met goede grappen en bergen beloftes. Al snel bleken de beloftes evenwel voornamelijk loos te zijn. Loze beloftes om de kinderen tevreden te houden en ter compensatie van alle grappen die niet zo ‘cool’ waren. De leraar bleek het namelijk buitengewoon geestig te vinden om zijn leerlingen te vernederen. Klopt je antwoord niet? Dan moet je gaan staan terwijl de leraar op zijn computer scheetgeluiden afspeelt. Een kind verplichten te springen op steeds sneller wordende muziek op straffe van nablijven, vond de leraar ook een bijzonder goede grap. De leerlingen aanspreken met donut. Zeggen hoe jammer het is dat leraren tegenwoordig hun leerlingen niet meer mogen slaan. Huiswerk stelselmatig niet nakijken. Huiswerk van leerlingen kwijtraken. De leraar en zijn houten stok, die hij veelvuldig hardhandig op tafels en kasten deed neerkomen, waanden zich de heersers in het rijk der machtigen.

Naarmate het jaar vorderde, werd het humeur van de leraar slechter. Het aantal dagen waarop hij goedgeluimd was, was veruit ondergeschikt aan het aantal dagen waarop hij met een gezicht als een oorwurm de dag door snauwde en geheel op basis van willekeur volstrekt ongeproportioneerde straffen uitdeelde. Meisjes hadden onder zijn grillen niet te lijden. Het was algemeen bekend dat meisjes doorgaans uitsluitend positief door de leraar werden bejegend en behandeld. Van de jongens in de klas kwam een aanzienlijk deel uit invloedrijke en/of steenrijke families. De invloedrijke families hadden vaak een flinke vinger in de schoolpap te brokkelen. De leraar moest hen niet tegen zich in het harnas jagen. De rijke families leverden meerdere keren per jaar (kerstmis, de dag van de leraar, einde van het schooljaar) opzienbarend dure cadeaus en waren dus de ook de moeite van het te vriend houden waard. Dat zoon en diens eveneens buitenlandse vriendje zijn voornaamste slachtoffers werden, was dan ook niet verwonderlijk. Een nachtmerrie was het wel.

Nadat ik twee keer een gesprek met de leraar had aangevraagd om op vriendelijke en volwassen wijze een aantal voorvallen te bespreken die zoon zeer hadden aangegrepen en zijn gevoel voor rechtvaardigheid ernstig geweld hadden aangedaan, ging het echt goed mis. De leraar had mij in deze gesprekken gezegd dat hij soms de grenzen van het betamelijke uit het oog verliest. Dat hij lui is en ongeorganiseerd. Dat hij nog een jaar les zou geven en er dan het bijltje bij neer zou gooien. Ik denk dat hij later spijt kreeg van zijn ongepaste openhartigheid en bang was dat ik hogerop mijn beklag zou gaan doen. Opeens begon hij idiote roddels over mij te verspreiden, ongetwijfeld in de hoop dat als ik zou gaan klagen, er gedacht zou worden, “Ah, dat is die ellendige vrouw waar we al voor gewaarschuwd waren.” Tegelijkertijd begon zijn hetze tegen zoon. Hij zat hem op de nek, pikte hem er constant uit. Overstelpte hem met dreigementen. “Waag het niet om je moeder weer te laten komen klagen!” Denigrerende opmerkingen tegen het kind, “Je moeder heeft het vast heel druk met op de bank liggen, drinken en televisie kijken.” Zoon werd steeds stiller, nog introverter dan hij al was. Hij wilde niet meer naar school. Maar ging toch.

We deden ons beklag niet hogerop. Ik vermeed elk contact met de leraar. Na lang wikken en wegen hadden we hiertoe besloten omdat we de man te zeer wantrouwden. Het merendeel van de collega’s van de leraar kon hem weliswaar niet luchten of zien, maar het was ons inmiddels bekend geworden dat hem van hogerhand de hand boven het hoofd werd gehouden op grond van persoonlijke relaties. Een officiële klacht zou tot niks leiden, maar zou het leven van zoon zo mogelijk nog ondraaglijker maken. Gelukkig had zoon naast de leraar in kwestie nog zes andere leraren en leraressen voor vakken als Russisch, muziek en art. Stuk voor stuk dol op zoon, gaven zij hem de steun en motivatie die hem op de been hielden.

Avond aan avond praatten we met zoon over het waarom. Over het wat nu. Zoon had inmiddels hopen vriendjes en wilde niet van school veranderen. Wetende wie zijn leraar het volgend jaar zou kunnen zijn, wilde hij zelfs graag op school blijven. We moesten dus door. Nog vier maanden. Nog drie maanden. Nog twee maanden. We belandden op het punt waarop we onze zoon een denkbeeldig harnas gaven. Elke ochtend deed hij het om, zich beschermend tegen het gepest en de intimidatie van zijn leraar. We gaven hem ook een denkbeeldig sleuteltje, waarmee hij de leraar kon buitensluiten op het moment dat hij een andere wereld binnenstapte, zoals zijn zo geliefde muziekwereld. Het hielp. Hij genoot met volle teugen van zijn drums en zijn gitaar en bleef zelfs academisch uitmuntend presteren. Maar de situatie was absurd en volstrekt onacceptabel. 

Wij voelden ons als ouders ernstig tekort schieten. Je kind elke dag naar school brengen en hem achterlaten op een plek waar hij zich niet veilig voelt, is onbeschrijflijk pijnlijk. Elke middag je kind ophalen met een knoop in je maag, hopend dat er niet weer van alles is voorgevallen, is slopend. Zijn bedrukte smoeltje, zijn gelaten schouderophalen, het gaat door merg en been. En toch zagen we geen uitweg. We wonnen advies in, bestudeerden minutieus alle mogelijkheden om binnen de schoolstructuur de kwestie aan de orde te stellen zonder het welzijn van zoon nog verder onder druk te zetten. Wat doe je? Wat is juist? Welke risico’s neem je? Hoe ver ga je? Hadden we niet toch...? De situatie drukte een grote stempel op ons jaar. En toch schreef ik er niet over. Het gevoel van onvermogen om ons eigen kind adequaat te kunnen beschermen, was te pijnlijk.

Met nog een paar weken te gaan, werd bekend welke leraar zoon volgend schooljaar zal krijgen. Een fantastische man, een kundig leraar en vooral een mens met normen en waarden die geeft om zijn leerlingen en hun onderwijs. We vroegen een gesprek aan met de onderdirecteur van de school en het hoofd van de onderbouw. Ik had van alles wat er gedurende het jaar was voorgevallen, gedetailleerde aantekeningen gemaakt. We maakten melding van elk detail. Ze waren geschokt maar tegelijkertijd niet verbaasd. Zoon was niet zijn enige slachtoffer geweest en de leraar had zich ook op andere vlakken in de vingers gesneden. Zijn reputatie en geloofwaardigheid waren reeds in ernstige mate aangetast. Uit dit gesprek werd duidelijk dat niet alleen voor ons de hand die van hogerop boven het hoofd van de leraar werd gehouden een grote belemmering was. Maar handen komen en gaan.

Volgend schooljaar zal er veel veranderen. Nieuwe bazen. Nieuw beleid. Zoon krabbelt op. Gebutst maar sterk. “Ik heb best zin om straks na de vakantie weer naar school te gaan”, zegt hij met een glimlach. Ik kijk hem aan. Als borrelende belletjes voel ik de opluchting zich door mijn lijf verspreiden. Achter mijn zonnebril wellen de tranen op in mijn ogen. Ik slik, geef zoon een aai over zijn bol en zeg met vaste stem dat het absoluut een fantastisch jaar zal worden. Lachend fietst hij ervandoor.  
Juli 2017     

zaterdag 8 juli 2017

Een clutch cadeau


Zomervakantie, dat betekent dat de produktie daalt. Snel en simpel lukt nog, maar het echte werk komt pas weer in september. Zomervakantie betekent ook dat veel lieve mensen vertrekken naar een nieuwe bestemming en dat betekent afscheid nemen en cadeautjes geven, zoals deze clutch. 
 
Patroon is een mengeling van eerder gemaakte tasjes en het stofje kocht ik ooit op de markt.


Ook dit ritszakje is een cadeautje, gemaakt naar de befaamde tutorial van Miss Stik.

zondag 25 juni 2017

Kleur



Nu buiten alles bloeit en in kleur staat, had ik ook binnen behoefte aan kleur. Vijf favoriete stofjes die soms al lang tot heel lang in de kast lagen, kregen een paspel en werden kussen. Kussens gaan doorgaans langer mee dan een jurkje dat na een paar maanden alweer te klein is :-)

Goede gelijkmatige vulling is nog een punt van aandacht. Ik heb nog niet ontdekt waar ik dat betaalbaar op de kop kan tikken, vandaar de ongelijkmatige dikte van de kussens.











zondag 11 juni 2017

De kokosnoot

Van het één kwam het ander. Na wat zoeken en klikken zat opeens dokter J. in mijn inbox. Dokter J. is hypnotherapeut en volgens hemzelf de aangewezen persoon om dolende zielen zoals ikzelf wijsheid en innerlijke rijkdom te helpen vinden. Het enige wat ik daarvoor zou moeten doen, is zoveel mogelijk van zijn hypnotiserende sessies kopen en beluisteren en al het goede zal tot mij komen. Om mij hiervan te overtuigen deed hij mij geheel gratis de sessie 'unlimited motivation' toekomen.

Een kat in het nauw maakt onverwachte sprongen en ik besloot dokter J. een kans te geven. Bovendien was ik nieuwsgierig. Het begeleidend schrijven gaf aan dat de sessie beluisterd moest worden voor het slapen gaan, wanneer de luisteraar zich in een veilige omgeving bevindt en door niets of niemand gestoord kan worden. Bovendien zou de sessie gedurende 21 opeenvolgende dagen beluisterd moeten worden voor optimaal resultaat. Ik hield mijzelf voor dat 21 dagen zo voorbij zijn en dat het resultaat groots zou zijn. Rome is tenslotte ook niet op één dag gebouwd.

Op zondagavond leegde ik mijn blaas, nestelde mij op tijd in bed, pakte er een extra kussen bij, dimde het nachtlampje en drukte op start. De zwoele, zalvende stem van dokter J. verwelkomde mij en benadrukte nogmaals dat ik veilig en ongestoord in bed moest liggen. Ik hoorde dokter J. ook mededelen dat de sessie een uur zou gaan duren. Werd ik geacht een uur lang wakker te blijven, moe, veilig en ongestoord in mijn bed? Op dat moment schoot me te binnen dat dokter J. eerder al had vermeld dat het niet erg is als men tijdens een hypnose sessie in slaap valt, omdat we al slapend onbewust toch horen wat er gezegd wordt. Ik was er klaar voor.

Na een korte stilte hoorde ik het geluid van golven in de branding en een ontspannend muziekje begon te spelen. Ogen dicht. Gedachten loslaten. Drie keer langzaam en diep in- en uitademen. Ontspan. Ontspan. Ik bedacht me dat ik de gymspullen voor dochter nog niet had klaargelegd. Ik grijnsde verontschuldigend naar dokter J. Het is even inkomen. Man stootte mij aan en zei streng dat ik het wel serieus moest nemen. Ik deed mijn ogen weer dicht en luisterde verder. De stem van dokter J. nodigde mij uit op reis te gaan met al mijn zintuigen.

Ik ben op het strand. Ik ben op mijn eigen privé-eiland. Een klein eiland. Links en rechts: strand. Achter mij: de jungle. Een ontspannende, vredige jungle. Ik betrap mijzelf erop dat ik direct opstandig denk dat een jungle nou niet bepaald een plek is die ik zou omschrijven als ontspannend en vredig. Maar het gaat er niet om wat ik denk. Ik word geacht helemaal niet te denken op dit moment. Ik moet luisteren en ontspannen. Ik verman mijzelf, ga verliggen en luister verder. We gaan van de verschillende kleuren blauw en groen van het water naar de vorm van de wolken. Het geluid van de golven in de branding en het ontspannende muziekje begeleiden nog altijd de zalvende stem van dokter J. Ik kijk naar de wolken. Ik voel me veilig. Ik luister naar het kalmerende geluid van de golven die breken op de rotsen. Ik loop een klein stukje het water in. De temperatuur is aangenaam en het water om mijn voeten ontspant me. Ik ga het water uit en loop langzaam over het strand naar een paar palmbomen verderop, terwijl ik geniet van deze prachtige dag.

Dan zie ik een kokosnoot liggen. Ik raap de kokosnoot op. Ik tik de kokosnoot met gemak open op een rots. Dokter J. doet goed werk. Ik zie de kokosnoot voor me. Ik zie voor me hoe ik hem opentik. Maar dan zegt dokter J. me aan de kokosnoot te ruiken. Hij ruikt zoet en de geur kalmeert me. In mijn brein beginnen alarmbellen te rinkelen. Ik voel me ontwaken uit mijn bijna-in-slaap-stand. Ik wil niet ruiken aan de kokosnoot. Ik vind kokosnoot verschrikkelijk smerig. Niks kalmerend, niks ontspannend. Ik probeer voor me te zien hoe ik de kokosnoot met een elegante boog het blauwgroene water in gooi. Maar dokter J. praat onverbiddelijk door. Ik breng de kokosnoot naar mijn mond en drink de kokosmelk. Het smaakt verrukkelijk. Mijn mond vertrekt. Het smaakt smerig. Kokosmelk smaakt smerig. Ik ruk de oordopjes uit mijn oren en strompel naar de badkamer. Ik neem een flinke slok water en doe nog een plas. Terug in bed zie ik dat ik ben gekomen tot minuut 10. Nog 50 minuten te gaan. Geheel uit mijn ontspannen staat ontwaakt, besluit ik het bijltje er voor vandaag bij neer te gooien en het morgen nogmaals te proberen.

Voorbereid op de kokosnoot, installeer ik me de volgende avond opnieuw in mijn bed met extra kussen en gedimd nachtlampje. Ver vóór minuut 10 moet ik in slaap zijn gevallen want ik herinner me 's ochtends niets van een tweede confrontatie met de kokosnoot. Op de derde avond besluit ik de sessie te beginnen ná de kokosnoot. Ik spoel door naar minuut 11 en druk op start. Ik val middenin een hangmat. Een zacht wiegende hangmat. Ik merk dat zonder de zorgvuldig door dokter J. opgebouwde ontspanning het effect lang zo kalmerend niet is. Ik druk op stop, draai me om en val in slaap. Op de avonden drie, vier en vijf ben ik wederom diep in slaap voordat ik bij de palmbomen ben aanbeland. Mocht ik inderdaad al slapend alle informatie in mij opnemen, dan ben ik hoe dan ook al goed op weg naar de 'ultimate motivation'.

Op avond zes bereik ik de kokosnoot opnieuw bij volle bewustzijn. Ik voel dat ik in de eerste tien minuten niet wegzak in lome ontspanning, maar alert en met een zekere mate van voorpret lig te wachten op de kokosnoot. Ik heb me voorgenomen om me deze keer niet te laten kisten en probeer uit alle macht het beeld van de palmboom met kokosnoot te verdringen met de gedachte aan een grote boom vol sinasappels. Zoet en sappig. Het mag niet baten. Dokter J.'s kokosnoot dendert genadeloos door mijn sinasappelvisioen en ik ben opnieuw klaar wakker.

Gelaten wis ik dokter J.'s hypnose sessie van mijn telefoon en berg mijn oordopjes op. De hypnotiserende werking van dokter J.'s inspirerende woorden heb ik niet ervaren, de 'unlimited motivation' heb ik niet gevonden, maar ik heb het geprobeerd. Iedere stap is er één.
Juni 2017

woensdag 24 mei 2017

Bomber jacket


Kijk, hier wordt een mens blij van. Goed patroon, goede uitleg, goed stofje en een blij kind. De Ollie bomber jacket van Sew a Little Seam. Ik gebruikte een niet rekbare stof en dat ging prima. Na bestudering van de matentabel maakte ik maat 7 jaar en verlengde de mouwen en voor- en achterpand met 3 cm. 

De stof kocht ik hier in de plaatselijke stoffenwinkel, ecru met ingeweven gekleurde vierkantjes en een vleugje zilverdraad. De jas is gevoerd met geel katoen.

 


 

woensdag 17 mei 2017

Op weg

Een maand of wat geleden dacht ik dat ik mijn toekomst vóór de zomer wel op een rijtje zou hebben. Met nog slechts twee maanden te gaan valt de geboekte vooruitgang tegen en samen te vatten als het tot mij gekomen besef dat ik een middelmatig mens ben dat nergens echt daadwerkelijk goed in is en gefrustreerd rond blijft draven rondom dit toch enigszins deprimerende zelfbeeld. Niet bepaald opwekkend, inspirerend of zinvol. De 31 dagen schrijden voort en de coach doet haar best.

Opdracht vier. Verdoe geen tijd en energie met het strijden tegen permanente problemen die met de beste wil van de wereld niet kunnen worden opgelost. Zoals daar zijn: het aantal uren in een dag, je leeftijd, het karakter van je partner, al wat reeds gebeurd is... Richt je liever op tijdelijke problemen waar je wel invloed op uit kan oefenen. De opdracht was het maken van een lijst met alles waar je tegen aanloopt en dat alles vervolgens duiden als permanente of tijdelijke problemen. Of ik energie bleek te verspillen aan permanente problemen? En of.

Opdracht acht. Ban de snooze knop. De gedachte hierachter is dat je door het snoozen weer terugvalt in een slaapcyclus die vier uur duurt waardoor je dus een deel van de dag je niet optimaal voelt en minder productief bent. De nacht voor mijn snoozeloze ontwaken, sliep ik verbijsterend slecht. Door de bovengemiddelde vermoeidheid waar ik al sinds jaar en dag mee kamp, is opstaan voor mij een dagelijks terugkerend moment van wanhoop en frustratie. Mijn tien snoozeminuten bereiden me voor op het uit bed slepen van mijn onwillige lijf en de al even onwillige geest. Het idee dat ik bij het klinken van het alarm direct mijn bed uit zou moeten, bracht een niet voorzien gevoel van paniek teweeg. Ik schrok de hele nacht om de haverklap wakker om de tijd te checken en te berekenen of ik de vier uur durende slaapcyclus nog wel vol zou kunnen maken voor ik om kwart over zes mijn bed uit zou moeten springen. De ochtend van opdracht acht heb ik niet gesnoozed, maar productief voelde ik me die dag evenmin.

Opdracht negen. Neem vóór half acht 's ochtends een half uur tijd voor jezelf. De coach hoeft vast niet elke ochtend om kwart over zeven de deur uit om twee gevoede en aangeklede kinderen op tijd op school af te leveren.

Opdracht dertien. Bouw aan optimisme. Ga uit van andermans goede bedoelingen. Ook dit was weer een confronterende dag. Een app die wel werd gelezen, maar niet werd beantwoord. Een idioot in een auto die bijna een ongeluk veroorzaakte. De misprijzende blikken van de in Prada geklede moeder op het schoolplein. Een afspraak die schijnbaar zonder reden werd afgezegd. Het voelde volstrekt geforceerd om iedere keer met een positieve gedachte mijzelf er van te overtuigen dat de persoon in kwestie vast geen kwade bedoelingen had en dat er vast goede redenen waren voor de reactie van de ander. Maar het punt was gemaakt. Bouw aan optimisme.

Opdracht achttien. Als je gestresst bent, is jezelf isoleren het laaste wat je moet doen. En niettemin het eerste wat ook ik doorgaans doe. Lekker in mijn eentje zitten kniezen. De opdracht: De komende dagen tijd doorbrengen met drie mensen die je energie geven. Ik deed er tien dagen over maar bracht tijd door met drie dierbaren en inderdaad, dat resulteerde in goede gesprekken, groot plezier en een gedeelde traan.

Opdracht twintig. 'Success is a numbers game'. Success vergt heel veel keren proberen en heel veel keren falen. Ik knikte instemmend tegen de email die me deze wijsheid bracht. Tegelijkertijd besefte ik dat de boodschap direct een zekere mate van weerstand in mij oproepte. Tegen de tijd dat ik heel veel keren heb geprobeerd en heel veel keren heb gefaald, kan ik linea recta met pensioen. Maar dat is ten eerste klagen - niet toegestaan volgens de coach - en ten tweede klagen over twee permanente problemen - tijd en leeftijd - en dus verspilde energie, aldus de coach.

Opdracht tweeëntwintig. Ontdek waar je passie ligt. Stap één: maak een lijst met alles waar je een hekel aan hebt. Dus: maakt het moeten aandragen van vernieuwende ideeën je zenuwachtig en ben je liever degene die ideeën uitvoert? Of draag je graag vernieuwende ideeën aan maar vind je de uitvoering ervan ingewikkeld? Werk je graag alleen of in teamverband? Ben je graag de teamleider of juist de meest waardevolle speler in een team? Sta je graag in de belangstelling of liever op de achtergrond? Ik moet van deze opdracht nog werk maken. Vooralsnog staan er slechts twee dingen op mijn 'hekel aan' lijst: schoonmaken en werken voor of met incompetente betweters. Ik ben me er bewust van dat hier nog niet direct een duidelijke passie doorheen schemert.

Opdracht zevenentwintig. Motivatie is onzin. Als je wacht tot je je gemotiveerd voelt, zul je nooit veranderen. Verandering is moeilijk, eng en onzeker. Verandering eist dat je je buiten je comfortzone begeeft. Daar heeft een mens over het algemeen geen zin in. Verandering vereist actie, juist als je daar eigenlijk niks voor voelt. Kortom, stop met wachten tot je je gemotiveerd voelt. Je hebt zelf de controle over wat je denkt en de beslissingen die je neemt. Deze wijze woorden voelden als de zogenaamde schop onder de kont. Bouwend aan optimisme, bereid om te proberen en te falen en klaar om mijn nieuwe passie te ontdekken, besloot ik mijn zoektocht naar een nieuwe, overal uitvoerbare carrière met dubbele energie en snelheid te intensiveren.

En dus schafte ik het Handboek Voor Schrijvers aan. Dat doe ik immers echt heel graag, schrijven. Maar halverwege het boek zonk de moed me in de schoenen. Ik ben immers niet druk bezig met een fantastische literaire roman of een pakkende thriller. Ik schrijf huis-, tuin- en keukenstukjes waar de wereld niet op zit te wachten. Ik las het Handboek op zaterdagochtend in de auto, op weg naar 'the middle of nowhere', naar de zingende duin en de gekleurde bergen midden op de uitgestrekte steppe van ons enorme land waar zoveel te ontdekken valt. Geen schrijver dus. Een schaapsherder komt voorbij gegalopeerd. Zou dat iets zijn? Een beroep in de natuur, ver weg van alles en iedereen? Als we bij onze slaapplaats aankomen, blijken er niet genoeg bedden in de voor ons gereserveerde kamers aanwezig te zijn. Ik vraag me af hoe moeilijk het kan zijn om drie kamers klaar te hebben voor drie families, elk bestaande uit twee volwassenen en twee kinderen, precies zoals was doorgegeven en bevestigd. Receptioniste, zou dat iets zijn? Als ik de volgende dag foto's van de zingende duin en de gekleurde bergen naar de familie in Spanje stuur, jubelen ze dat ik altijd van die prachtige foto's maak. Landschapsfotograaf, zou dat iets zijn? 's Avonds schuif ik aan voor het traditionele rijstmaal op m'n sandaaltjes die van ellende uit elkaar vallen. Ik blijf ze dragen omdat ik nergens sandaaltjes kan vinden die voldoen aan al mijn eisen. Schoenenontwerpster, zou dat iets zijn?

Als ongeleide projectielen schieten mogelijkheden en onmogelijkheden door mijn hoofd. Van een gestructureerd plan van aanpak is na bijna 31 dagen vol wijsheid nog geen sprake. Gelukkig is het online aanbod aan inspirerende peptalks voor de dolende mens, cursussen voor vastgelopen carrièrewisselaars en handleidingen voor gefrustreerde expats groot. De meeste coaches raden op hun website, blog, facebookpagina of youtubekanaal aan vooral een professionele coach in de hand te nemen. Dat zou ik ook doen als ik coach was. Toch denk ik dat ik het zelf zou moeten kunnen. Hoe confronterend soms ook, de wijsheden die de afgelopen weken tot mij zijn gekomen, waren mij niet onbekend. Met nuchter verstand kom je een eind. Maar theorie is en blijft uiteindelijk theorie. Zeggen de coaches niet allemaal dat het uiteindelijk een kwestie is van 'mindset'? Van doen? Van actie? Die zal ik uiteindelijk toch zelf moeten ondernemen.

Vanmiddag had ik op het schoolplein een interessant gesprek met een leraar. We spraken over de wereld, over bijgedragen steentjes en druppels op de plaat. Ik voelde de passie in mij oplaaien. Hij vond mij een bevlogen 'mensen-mens'. Iemand die in de humanitaire hoek goed uit de verf zou komen. Maar laat die humanitaire carrière nou net hoog in de wilgen hangen...
Mei 2017

(@melrobbins, #5secondrule)

maandag 1 mei 2017

Gingerbread


Zoon moet elke dag in overhemd naar school, met pantalon, stropdas en blazer, maar in zijn vrije tijd draagt hij het liefste T-shirts. Jaren geleden maakte ik een gingerbread overhemd van Homemade Mini Couture voor hem en die droeg hij altijd met plezier. Het is een informeel hemd, heel basic en bovendien niet ingewikkeld om te maken. Kortom, perfect geschikt voor hem en mij.



  

 
 


maandag 24 april 2017

Klaagzang

M. en ik leerden elkaar een half jaar geleden bij toeval kennen. Ze is acht jaar ouder dan ik en heeft twee kinderen die de universiteit hebben afgerond en elders op de wereld wonen. M. is Engelse en wisselt al twintig jaar lang om de zoveel jaar van woonland. M. en ik lijken veel op elkaar. We denken hetzelfde en staan op dezelfde manier in het leven. Ook delen we onze sores. Onze carrières zijn aan de wilgen gehangen en nu lopen we met onze ziel onder de arm. Op zoek naar een nieuwe richting, een nieuw doel, een nieuwe project. In dit land waarvan we de taal niet voldoende beheersen, blijkt dit veel moeilijker dan we voor mogelijk hadden gehouden. We hebben beide een specifiek profiel waardoor we niet eenvoudig onze carrière een duw in een geheel andere richting kunnen geven. Bovendien zoeken we een richting die we niet alleen nu, maar ook straks in een volgend land en het land daarna kunnen blijven volgen. Kortom, we hebben het gevoel dat we vast zitten. Van een afstand lijkt het alsof ons leventje op rolletjes loopt en we alle vrijheid hebben. “Jullie hebben gewoon altijd vakantie, zou ik ook wel willen”. Het fijne van onze vriendschap is, dat we in hetzelfde schuitje zitten. We weten dat de rolletjes niet altijd soepel lopen. Van een afstand valt dat wellicht moeilijk te begrijpen, maar omdat wij er allebei middenin zitten, begrijpen we elkaar, zonder vooroordelen en venijn.

In de zoektocht naar mogelijkheden, inzicht en motivatie, liep M. aan tegen een coach die je gedurende een maand elke dag een korte video stuurt met daaraan gekoppeld een opdracht. Moest ik ook proberen, zei ze. De theorie was weliswaar niet nieuw en eigenlijk weten we het allemaal al, maar de opdrachten maken dat je het kwartje niet alleen ziet, maar ook daadwerkelijk voelt vallen. Ik registreerde me en ontving diezelfde dag de eerste video met de eerste opdracht. Kort door de bocht gezegd, de eerste opdracht luidde 24 uur lang geen geklaag. Niet hardop, niet in je hoofd. Geen geklaag. Vanaf het moment van wakker worden tot aan het weer in slaap vallen, geen geklaag.

De wekker gaat om zes uur. Zoals iedere ochtend begroet mijn gezicht het gepiep met een van wanhoop vertrokken grimas. Niet nu al... Ik ben moe... Ik heb hoofdpijn... Dan schiet me mijn opdracht te binnen. In nog geen tien seconden al drie keer geklaagd. Goed begin. Ik probeer, met mijn ogen nog dicht, te glimlachen. Het lijkt alsof mijn huid strak op stand ontevreden staat, het voelt alsof ik die glimlach er op moet beitelen. Na een minuut of tien, sleep ik mijzelf naar de badkamer. Ik heb echt hoofdpijn, al een week of twee. Is dat klagen of is dat het constateren van een feit? Ik hou het op het laatste om de moed er in te houden. Het ontbijt verloopt gemoedelijk, en zonder al te veel gemopper lukt het me de kinderen op tijd op school af te leveren. Thuis wacht de hond me enthousiast op. Ik loop met haar de tuin in en zie al direct twee hondendrollen liggen. Gisteren was man aan de beurt om de tuin te checken en waar nodig te ontdoen van hondenpoep. Geniepig snel hoor ik mezelf klagen dat man eens moet gaan doen wat hij belooft. Ik probeer het goed te maken door er heel snel achteraan te denken dat hij heus zijn best doet en dat ik niet kan verwachten dat mijn wil altijd wet is, maar klacht nummer vier is niettemin genoteerd.

Als ik later achter de computer zit en probeer foto's te ordenen, emails te beantwoorden, mijn CV te actualizeren en blogs te lezen, vertel ik mezelf heel bewust dat ik blij mag zijn dat onze oude computer dit allemaal nog kan. Ik glimlach. Ga naar het toilet. Neem een slok thee. Eet een koekje. En sla dan met mijn vuisten op tafel en bijt de computer toe dat hij zo traag als dikke stront is en dat een beetje computer toch vier dingen tegelijk zou moeten kunnen doen. Ik herpak mezelf en doe de rest van de ochtend nog meer mijn best om niet te klagen. Maar als ik langs de koelkast loop, moet ik de neiging onderdrukken om chagerijnig te verzuchten dat ik natuurlijk ook weer moet koken vandaag. Als ik per ongeluk in de spiegel kijk, wil ik het liefst mijn tong uisteken. Als de (zwarte) hond tegen de (crèmekleurige) bank staat te schuren, voel ik weer een klaagzang omhoog borrelen.

's Middags belt M. Hoe het gaat vandaag. Ik mag niet klagen, antwoord ik. Ik hoor haar lachen. Valt niet mee hè? Nee, het valt niet mee. Het is een brute confrontatie met mijn negatieve ik. Ik heb de hele dag nog geen mens gezien, maar ik klaag lustig door. De hoeveelheid negatieve gedachten wint het van de hoeveelheid positieve gedachten. Ik blijk er verdraaid goed in te zijn om overal een negatieve draai aan te geven. Ik wist natuurlijk wel dat ik de laatste tijd niet onverdeeld positief door het leven huppel, maar terwijl ik gisteravond nog dacht dat een dag zonder klagen geen probleem zou zijn, weet ik nu dat mijn dag in werkelijkheid van geklaag aan elkaar hangt. Confronterend. Nu ik me er bewust van ben, is er werk aan de winkel, dat de 24 uur ver overstijgt.

's Avonds vindt man me aan de keukentafel. Uitgeput staar ik voor me uit. Als hij vraagt hoe mijn dag was, begin ik direct te klagen over hoe moeilijk het is om niet te klagen. Hij grijnst. Hij was vanochtend enthousiast vertrokken en nu ik mezelf de hele dag heb horen klagen, kan ik me voorstellen dat het vooruizicht van een niet-klagende echtgenote hem wel aanstaat. Hou vol, is dan ook zijn boodschap. Morgen is er weer een dag.

Ik besluit de risico's voor de laatste uren van deze dag tot een minimum te beperken en nestel me in bed met een boek. Vroeger dan gebruikelijk doe ik het licht uit en mijn ogen dicht. Nog 30 dagen te gaan.
April 2017

maandag 17 april 2017

Paspelrokje


Van de stof van de rits-capuchon trui was nog precies een stukje over dat genoeg was voor nog een rokje voor dochter. Gevoerd en al is het inmiddels al bijna te winters, maar gelukkig heeft ze hem al regelmatig gedragen. Patroon uit Allemaal Rokjes.

Het kind heeft geen zin in foto's op de momenten dat het zou kunnen, maar dit stuk lijf op een stok is geduldig en meegaand.

Het naaien staat wat op een laag pitje. De handen en het hoofd zijn momenteel te druk om rust te vinden. Alles op zijn tijd, hoop ik dan maar.
 





donderdag 16 maart 2017

Visumvreugde

Als West-Europeanen hebben we het visum-technisch niet slecht. We kunnen een aardig deel van de wereld bereizen zonder daarvoor een visum nodig te hebben. Als ik om me heen kijk, een groot voorrecht. Maar sinds we in centraal-Azië wonen, hebben ook wij te maken met de noodzaak tot het bemachtigen van visa, willen we ook in dit deel van de wereld nieuwe, interessante landen ontdekken. En dat is nou precies ons plan voor de aankomende voorjaarsvakantie. Velen brengen vanuit hier hun vakantie door aan de Thaise stranden, maar wij wilden wat meer actie. Bovendien ligt Thailand dan wel op hetzelfde continent, maar toch bepaald niet naast de deur. Wat wel naast de deur ligt, is ons buurland China. Een wereld op zich, die de kinderen al tijden tot de verbeelding spreekt en ook ons intrigeert. Een rechtstreekse betaalbare vlucht van vier uur en vanalles te zien en te doen. De beslissing was snel gemaakt: China zou het worden. Onmiddellijk kregen we van alle kanten adviezen, aanbevelingen en vooral ontmoedigingen. De luchtvervuiling, het weer, de mensen, de hoeveelheid mensen, maar vooral: het visum. Het verkrijgen van een visum voor China had menigeen kopzorgen bezorgd en velen doen afzien van een reisje naar China. Maar wij lieten ons nergens door afschrikken. Wij zouden het visum aanvragen, het visum krijgen en naar China gaan.

Mijn eerste bevindingen waren hoopvol. Het consulaat bleek op nog geen tien minuten lopen van ons huis te zijn gevestigd. Op internet had ik gelezen dat met grote regelmaat voor langere periodes geen visa worden verstrekt aan buitenlanders. Zij die de nationaliteit van ons woonland hebben, kunnen in die periodes wel een visum bemachtigen, maar een ieder ander valt buiten de boot. Mijn eerste telefoontje met het consulaat bevestigde tot mijn genoegen dat ze Engels sprekende medewerkers hebben en momenteel visa verstrekken aan buitenlanders. De vereisten bleken alleszins redelijk. Ik zag het zonnig in. Twee weken na mijn eerste contact, belde ik nogmaals om wat nadere opheldering te vragen over met name het aanvraagformulier dat slechts in het Russisch en het Chinees verkrijgbaar was. Dit keer werden mij aanzienlijk verdergaande vereisten medegedeeld. Een papierwinkel waar je U tegen zegt, waarvan een deel schier onmogelijk leek. Inmiddels hadden we onze vluchten reeds geboekt en de hotels gereserveerd, want zonder geboekte vlucht en gereserveerde hotels wordt je visumaanvraag subiet afgewezen. We begonnen hem dus enigszins te knijpen. Gelukkig werd ik in mijn derde telefoongesprek met het consulaat weer gerustgesteld: de vereisten die mij in eerste instantie waren medegedeeld waren de juiste.

We gingen over tot de volgende stap. Het maken van de pasfoto's. We waren al gewaarschuwd dat het met de foto's heel erg nauw kwam. Ik kan me herinneren dat dat ook het geval was toen we voor onze Nederlandse paspoorten foto's moesten laten maken, dus voorbereid gingen we op pad. Het winkeltje waar we doorgaans onze foto's laten maken, kende de Chinese vereisten wel en verzekerde ons dat het goed zou komen. Dochter op de foto, haren in een vlecht, oren vrij, witte achtergrond, niet lachen. “Ik zal weer als een crimineel-in-de-gevangenis kijken, mama, ok?” Klik, dochter's boeventronie vastgelegd. Zoon op de foto. Zijn oren zijn altijd vrij en het zou slechts moeite kosten om hem wel glimlachend op de foto te krijgen, dus dat was snel gepiept. Toen ik op de foto. Haren achter de oren, niet lachen, klik. De dame van het winkeltje werkte de foto's van de kinderen iets bij, totdat alles precies op de juiste plek zat en er geen haartje meer piekte. Vervolgens ging ze met mijn foto aan de slag. De kinderen stonden er geinteresseerd naar te kijken. “O kijk mama, ze haalt al je haren weg! En je wallen! En je kleren!” Ik was kennelijk allesbehalve China-proof. In nog geen vijf minuten tijd was ik geheel getransformeerd. Van mijn toch al niet overdadige haardos was vrijwel niets meer over. Mijn wallen waren weggepoetst. De trui die ik aanhad was vervangen door een bruin mannenoverhemd. Ik zag er streng uit, als een soldaat strak in het gelid. Tevreden drukte de mevrouw van het winkeltje onze foto's af. Zo was het goed. Met afgrijzen naar mijn nieuwe ik starend, nam ik de foto's in ontvangst. Op hoop van zegen.

Met het Chinese nieuwjaar op komst, belde ik nogmaals naar het consulaat om te vragen wanneer ze dicht zouden zijn. De mevrouw deelde mij de data mede en vroeg of we alle papieren hadden verzameld, waaronder de uitnodiging van Chinese zijde, bankafschriften, verklaring van goed gedrag en gegevens van familieleden die in het woonland achterbleven. Ik begon te zweten. Nee, dat hadden we allemaal niet, want dat was toch niet nodig. We hadden het aanvraagformulier, foto's, kopieën van paspoorten, vliegtickets, hotelreserveringen, geboortecertificaten, trouwcertificaat en kopieën van onze diplomatieke passen. Bij het horen van het woord diplomatiek veranderde de toon en deelde mevrouw ons mede dat het dan waarschijnlijk wel in orde zou zijn. Maar 'waarschijnlijk' garandeerde mij geen goede nachtrust. Ik vroeg mijn man de volgende dag om ook het consulaat te bellen om te vragen wat de visumvereisten zijn. Ik raadde hem aan er niet bij te vermelden dat zijn vrouw al eerder had gebeld: we wilden een onafhankelijk antwoord. Het eerste wat de mevrouw van het consulaat hem vroeg was of zijn vrouw uit Nederland wellicht al eerder had gebeld. Op heterdaad betrapt. Vriendelijk bevestigde de mevrouw dat dankzij onze diplomatieke status in ons woonland de basisvereisten op ons van toepassing waren. Ik hoefde nog slechts op maandagochtend in de rij te gaan staan om de aanvraag af te geven en op de daarop volgende maandag in de rij te gaan staan om de visa op te halen. Soms is het diplomatieke hokje handig. Het zou gaan lukken.

De laatste hobbel lag voor me, klaar om genomen de worden. De rij. Ik had van verschillende kanten gehoord dat het consulaat open is voor publiek van negen tot twaalf. Wie om twaalf uur niet binnen is, kan onverrichterzake weer naar huis. Je moet dus zorgen dat je vroeg in de rij staat. Negen uur is te laat: uiterlijk om acht uur aanschuiven, verzekert je van een plaats aan de juiste kant van de deur. We hadden weinig speling omdat zowel mijn man als ik nog op reis moesten en ons paspoort dus nodig zouden hebben. Die maandag zou het moeten lukken. De weersvoorspelling gaf aan dat het min 19 graden zou zijn om acht uur 's ochtends. Ik zou waarschijnlijk een uur of drie in de rij moeten staan. Voor geen kleintje te vangen, vulde ik mijn rugzak met een thermoskan hete thee, handen en voetenwarmers voor in de wanten en laarzen en een boek. Ik trok twee thermoshirts met lange mouwen aan, twee thermobroeken en daaroverheen mijn skibroek en -jas. Sjaal, muts, wanten, sneeuwlaarzen. Klaar om te gaan. Er stond al een aardige rij toen ik aankwam, maar ik schatte in dat het me zou lukken om voor twaalf uur binnen te zijn. Tot mijn verbijstering was ik de enige plofkip in de rij. De enige buitenlander ook. Iedereen om mij heen had een spijkerbroek aan, of een nette pantalon. Schoenen, een gewone winterjas, een enkeling had een muts op. Ze wreven hun handen warm, hupten wat op en neer, maakten een praatje met hun buurman of -vrouw en wachtten geduldig. Ik las stoicijns mijn boek maar bibberde van binnen van de kou. De thee durfde ik uiteindelijk niet te drinken, want stel dat ik naar de WC zou moeten.

Na slechts twee uur wachten mocht ik naar binnen. Ietwat nerveus gaf ik alle documenten aan de dienstdoende dame. Die glimlachte mij minzaam toe en wist uiteraard precies wie ik was. Na een minuut of tien kwam het verlossende woord: alles was in orde, ik kon de volgende maandag de paspoorten met visa komen ophalen. Eenmaal buiten en het hoekje om verscheen er een belachelijke grijns op mijn gezicht. Gelukt! Het feit dat ik nog naar de andere kant van de stad moest om de visa bij de Chinese bank te gaan betalen – iets dat mij normaal gesproken niet heel blij zou maken – kon me niets schelen. Ik sprong in een taxi, betaalde de visa en sprong in een taxi terug naar huis. Het voelde als een overwinning, als een ongelooflijke prestatie. We zijn verwend. Terugkijkend kostte het een paar telefoontjes, een slapeloze nacht, een paar sessies met een Russisch sprekende vriendin om het aanvraagformulier juist ingevuld te krijgen, een interessante fotosessie, wat kopieerwerk, een koude ochtend en een taxiritje naar de bank. De paspoorten met visa liggen klaar. Morgen vertrekken we. Op naar China.
Maart 2017