zaterdag 3 november 2018

Hutkoffer XIV


Een success patroon wordt graag herhaald. Ik maakte nog een Nore jurk, simpele versie met een aanpassing aan de mouwen, uit een damesjurk  uit de hutkoffer. 





maandag 22 oktober 2018

Op Afrikaanse bodem

Ruim twee maanden zijn we nu in ons nieuwe woonland. Het lijkt eindeloos veel langer. Of dat komt doordat de tijd zo snel gaat of juist doordat de tijd tergend langzaam voortkruipt, weet ik niet. Ik weet wel dat als ik een maand geleden was gaan schrijven, dit een heel ander verhaal was geworden. Ik heb alle fasen met verve doorlopen. Ongeloof, woede, frustratie, berusting, acceptatie, af en toe aangevuld met momenten van eenzaamheid.

Inmiddels is de enige uitdaging die ons rest, het arriveren van de container met onze inboedel, die al zeven weken lang over twee weken geleverd zal worden. De container is inmiddels 4 maanden onderweg en daar kunnen nog een paar weken bijkomen, maar evengoed een paar maanden. Berusting. Als ik in onze korte tijd hier één ding heb geleerd, dan is het de ware betekenis van ‘geduld hebben’. Ik dacht na vele jaren Zuid-Amerika redelijk goed te zijn geworden in het hebben van geduld. Maar hier in Afrika heeft geduld een hele andere dimensie. Geduld is de basis van de aanpassing. En soms van de overleving.

Volgens het huurcontract zou het huis gerenoveerd zijn op het moment dat de kinderen en ik hier twee maanden geleden aankwamen. De renovatiewerkzaamheden bleken bij aankomst evenwel net te zijn begonnen. Wekenlang leefden we in een bouwput, dag na dag wachtend op werklui die doorgaans niet op kwamen dagen. Doorgaans zonder water en zonder elektriciteit. Het was kouder dan mijn kennelijk toch in stereotypen denkende brein had kunnen bevroeden. Ik wist dat het regentijd zou zijn en dat het niet warm zou zijn, maar dat ik zou snakken naar wintertruien en dikke sloffen had ik niet ingecalculeerd. In de koffers zaten slippers en een enkel vestje. Avond na avond, als de kinderen in bed lagen, zat ik met heel veel laagjes zomerkleding over elkaar, zonder boek, zonder internet en zonder licht, mezelf moederziel alleen voelend af te vragen waarom we ook weer hadden besloten dat de kinderen en ik niet in ons huis in Spanje zouden gaan wonen. Man woont en werkt weliswaar in hetzelfde land maar moet anderhalf uur vliegen om hier te komen. Bovendien, zo ontdekte hij twee maanden geleden, wordt hij geacht ook in de weekenden op zijn post te blijven. Acht weken weg, één week thuis. Onze intentie om zoveel mogelijk het gezinsleven in stand te houden, was daarmee grotendeels verkeken.

De huisbaas bleek na het tekenen van het huurcontract een onbeschofte, agressieve man te zijn die geen cent in het huis wil investeren en lak heeft aan de inhoud van het huurcontract. De door hem ingehuurde werklui bezaten een vergelijkbare werkethiek. Als wij ons ongenoegen kenbaar maakten, keek hij ons met een schampere glimlach aan om vervolgens mee te delen dat in zijn land de dingen anders gaan. Anders dan in Europa, anders dan elders in Afrika. Hier werkt men niet graag hard (zijn woorden) en boos worden heeft als enig resultaat dat men nog minder geneigd is de handen uit de mouwen te steken. Wen er maar aan, was de boodschap. Het wekt bij mij hetzelfde gevoel van woede op als wanneer man mij tijdens een discussie doodleuk voor de voeten werpt dat ‘hij nou eenmaal zo is en dat ik het er maar mee moet doen’. Witheet.

Maar na weken van woede en frustratie en het wentelen in zelfmedelijden, kwam dan toch het vermogen tot relativeren en gevoel voor humor weer bovendrijven. Er kwam ook schot in de zaak. De verplichte beveiligers arriveerden die het wachten op de werklui op zich konden nemen. De kinderen en ik konden daardoor de stad gaan verkennen. Na de culinair overdadige zomerweken in Spanje en Nederland voelden de eerste weken hier als een crashdieet. We vonden wat basis ingredienten in winkeltjes vlak bij huis en probeerden daar, doorgaans zonder water en elektriciteit, iets eetbaars van te brouwen met behulp van onze camping uitrusting, maar lekker eten was er niet echt bij. Nu we de stad in konden, konden we de innerlijke mens weer bijvoeden.

De watertank werd geplaatst en aangesloten. De waterpomp werd geïnstaleerd. De generator werd geplaatst. Twee weken later werd de generator aangesloten. Weer twee weken later werd er diesel gebracht. En vorige week werd er een werkende batterij in geplaatst. Er zit schot in de zaak. De school begon. Binnen een paar dagen hadden de kinderen hun draai gevonden en vriendjes gemaakt. Ook ik leerde leuke mensen kennen. Het lukte na heel veel keer in een hele lange rij te hebben gestaan om mijn telefoon werkend te krijgen. Sinds twee dagen hebben we zelfs internet.

Onze stad is met afstand de lelijkste stad waar ik ooit ben geweest. Maar we leren de plekjes kennen die het hier makkelijker maken. De Franse bakker. De Belgische slager. Het Italiaanse ijs. Het hotelzwembad. Het helpt ook dat je snel went aan wat is en wat niet is. De generator heeft een beperkte capaciteit en wordt lang niet altijd wekelijks bijgevuld. Douchen doen we dus niet wanneer we willen, maar wanneer we kunnen. Zo zitten de kinderen soms tussen de middag in bad. Powerbank, batterijlampen, laptop en telefoon opladen is een tweede natuur geworden. Zorgen dat altijd alles tenminste voor 50% is opgeladen. Vooral als het begint te regenen, treedt er een strak actieplan in werking. Douchen wie niet gedoucht heeft. Water koken en in de thermoskan doen. Batterijlampen vast klaar zetten. In de magnetron ontdooien en opwarmen wat we willen eten. Ook al is het geen etenstijd. Soms eet je wanneer je kan. Vrijwel dagelijks valt de elektriciteit uit, maar als het regent kan het soms lange dagen duren voor het weer terug komt.

Inmiddels hebben we het hier prima naar ons zin. Het zijn vooral de mensen die er voor zorgen dat we ons thuis voelen. De mensen lachen en heten ons welkom. Er is altijd een helpende hand. Er staat altijd wel ergens een kopje koffie klaar. Nu de container nog en we zijn geland. Met vaste voet op Afrikaanse bodem.
Oktober 2018

maandag 3 september 2018

Norino jurk


Het patroon voor de Norino sweater lag al even te wachten maar ik had de juiste stof niet. Ik was niet overtuigd van deze vogeltjes die ik ooit kocht op de markt maar aangezien eerst op moest wat ik had, werd het toch een vogeltjes jurk. Ik verlengde de sweater en versmalde hem aanzienlijk. Dochter houdt niet van te wijd. Paspel ertussen en het resultaat valt reuze mee.






woensdag 15 augustus 2018

Boren en vullen

Snoepjes waren allerminst aan de orde van de dag toen ik kind was. Toch had ik tot mijn grote frustratie regelmatig gaatjes. De vage herinnering aan het twee-jaarlijkse tandartsbezoek is niettemin op zich geen traumatische. Wat ik me vooral herinner is de smaak van fluor. Nadat de tandarts aandachtig met zijn haakje in alle tanden had geprikt, kwam de fluor behandeling. Zalig. Mijn kinderen liggen niet langer dan twintig seconden in de tandartsstoel. Zij sperren hun mond open, de tandarts kijkt er in, raakt bij hoge uitzondering iets aan en klaar zijn ze. De smaak van fluor is vervlogen. Rest de nostalgie.

Waarschijnlijk was op een gegeven moment alles wat gevuld kon worden, gevuld. Jarenlang lag ook ik slechts kort met opengesperde mond op de stoel van de tandarts. Tot een maand of twee geleden. De tandarts keek en vond. Ellende. Drie oude vullingen waren gaan barsten. Die dingen gaan geen leven lang mee, zo bleek. De drie vullingen zaten niet naast elkaar dus dat betekende drie keer terugkomen. Boren en vullen. De verdovingsspuit kwam er zonder vragen aan te pas. Godzijdank. Een jaar of vijfentwintig geleden had ik een tandartsafspraak tegelijk met mijn vader. Mijn vader was een harde. Verdoving kwam in zijn woordenboek niet voor. Ik moest destijds, uiteraard, geboord en gevuld worden en toen de tandarts vroeg of ik verdoofd wilde worden, keek mijn vader me opgewekt aan en zei dat ik als zijn nazaat dit klusje heus zonder dergelijke fratsen kon klaren. Met het angstzweet onder de oksels sperde ik mijn mond open. De boor ging naar binnen. Terwijl de tranen in mijn ogen sprongen, maaide ik de hand met boor uit mijn mond. Na drie pogingen kwam de spuit tevoorschijn. Ik zag vanuit mijn betraande ooghoek mijn vader hoofdschuddend grijnzen. De tandarts droeg zijn assistente op een aantekening te maken in mijn dossier. Mijn enige toch enigszins traumatische tandartservaring, in het geheugen gegrift.

Verdoving dus. Het zal elders ter wereld ongetwijfeld al lang gewoonte zijn, maar voor mij was het de eerste keer dat het niet voldoende was mijn mond open te sperren. Om de mond anderhalf uur lang goed wijd open te houden, werd er een hele grote plastic ring in mijn mond gestoken, snerpend vastgeklemd tussen lip en tandvlees. Ik zag mijzelf weerspiegeld in de lamp boven mijn hoofd, hilarisch en genant. Na een paar minuten wachten, begon het boren. Ik schoot omhoog. Dat deed pijn. Nog een spuit. Wachten. Boren. Pijn. Niet onder te krijgen. Na drie spuiten kon het boren dan toch beginnen. Na anderhalf uur deelde de tandarts mij mede dat de wanden van de tand te dun waren geworden waardoor er geen gewone vulling meer in kon. Porselein moest er in. Dus dat betekende terugkomen om de boel weer uit te boren, de maat te nemen en provisorisch op te vullen, om vervolgens nogmaals terug te komen om voor de derde keer dezelfde tand uit te boren en het porselein te plaatsen.

Tand twee bleek hetzelfde lot beschoren. Zeven woensdagochtenden lag ik anderhalf uur lang met een in mijn tandvlees snijdende plastic ring en ontzettend wijd opengesperde mond in de tandartsstoel. De tandarts bleef optimistisch proberen of één spuit voldoende zou zijn. Zeven keer hetzelfde ritueel. Spuiten, boren, pijn, spuiten, boren, pijn, spuiten, boren, vullen. Tot en met woensdagochtend nummer drie wachtte ik met strakgepoetste mond tot ik aan de beurt was. Vanaf nummer vier genoot ik in het café vijftig meter verderop van een kop thee met een chocolade croissant, of twee. Geboord moest er toch al worden.

Volgens de tandarts gaat het porselein de rest van mijn leven mee. Onverwoestbaar op weg naar Afrika.
Augustus 2018

zaterdag 21 juli 2018

De hutkoffer XIII



De verhuisdatum nadert met rasse schreden en de hutkoffer is nog altijd te vol. Vorig jaar bracht man dit geheel voor me mee uit ons buurland. Leuk, dacht hij. Clownspak, dacht ik. 


Om ook dochter het clowns effect te besparen werd het niet meer dan een rimpelrokje. Vrolijk en zomers. Ben benieuwd wat man er van vindt.




zaterdag 30 juni 2018

Een gescheiden leven

Opwinding alom. De laatste schooldag is aangebroken. Beide kinderen hebben een bijzondere prijs gekregen, maar bovenal komt morgen man weer thuis. Hij verhuisde drie maanden geleden al naar Afrika. De kinderen en ik bleven hier om het schooljaar af te maken. Vóór man’s vertrek was het verdriet bij de kinderen groot en ik bereidde me voor op avonden vol bedroefde kinderen en tranen. Maar zodra man weg was, was ook het verdriet verdwenen. Dat hij weg was, was niet vreemd, hij reist veel. Het was vooral het idee dat hij drie maanden achter elkaar weg zou zijn dat de onrust veroorzaakte. Maar eenmaal weg, gingen de kinderen weer op in hun dagelijkse beslommeringen van school, sport, muziek en vriendjes. Het was een geruststellende gewaarwording. De komende twee jaar zullen we namelijk gescheiden leven. Weliswaar in hetzelfde land, maar man zal wonen en werken in het noorden, op anderhalf uur vliegen van de hoofdstad waar de kinderen en ik zullen vertoeven.

Toen we nog jong waren, beginnelingen vol idealen, hadden we ons voorgenomen dat wij nooit gescheiden zouden gaan leven. We ontmoetten vaak oudere collega’s die bitter verhaal deden van de ellende die het werken voor de organisatie had veroorzaakt voor hun gezinsleven. Velen waren gescheiden van hun partner of hadden kinderen elders op de wereld op kostschool zitten. Wij keken elkaar dan met betekenisvolle blik aan en beloofden elkaar dat ons dat nooit zou gebeuren. Maar naarmate je ouder wordt en begint te beseffen dat je heel veel kan willen maar niet alles altijd in de hand hebt, word je geconfronteerd met beslissingen die je eigenlijk niet wilt nemen. Baan opzeggen en hopen op werk op een vaste plek, of de consequenties aanvaarden van een baan waarmee we een steentje kunnen bijdragen aan een betere wereld maar tegelijkertijd concessies moeten doen op persoonlijk vlak.

De kinderen zijn inmiddels op een leeftijd gekomen waarop hun mening bijdraagt aan de discussie. Het vooruitzicht op safari’s en een school met aanzienlijk minder huiswerk gaven de doorslag. Dat hun vader naast zijn gewone vakantiedagen elke acht weken een week vrij is en er dan helemaal voor ze zal zijn, zorgde er voor dat ook het gescheiden leven acceptabel werd bevonden. Zo besloten we er en famille voor te gaan.

De uitdaging om de verhuizing dit keer in mijn eentje voor te bereiden, ging ik met opgeheven hoofd aan. Het uitmesten van de altijd weer op onverklaarbare wijze razendsnel gegroeide huisraad vind ik oprecht een heerlijke klus. Ik bracht mezelf in de juiste stemming met het kijken naar een documentaire over minimalisme en de zakken en dozen vlogen het huis uit naar velerlei bestemmingen. De hoeveelheid papierwerk en bijbehorende bureaucratische stappen bezorgden me diverse aanvallen van woede en frustratie. Zo absurd als hier had ik het nog niet meegemaakt. Maar je wilt gaan met je spullen en je hond, en dus slik je en wringt je gedwee in alle bochten die de regeltjes van je eisen.

Uiteraard heb ik man de afgelopen drie maanden gemist. Maar ik heb ook de voordelen omarmd. Dat wat vandaag gedaan moet worden, heb ik het liefst gisteren al gedaan. Man stelt dat wat vandaag gedaan moet worden het liefst tot overmorgen uit. Dat wil nog wel eens botsen. Ik kon nu zonder discussies drie maanden lang alles op mijn manier en in mijn tempo doen. Zalig. Het gevolg is wel dat ik lijkbleek, met zwarte wallen en volkomen uitgeput de eindstreep haal, want zonder de relativerende flexibiliteit van man dender ik als een dwangmatige maniak door mijn te-doen-lijst.

Als ik de komende twee jaren gezond wil doorkomen, zal ik mijzelf moeten dwingen tot een bescheiden compromis, al is het maar om na die twee jaar weer vredelievend samen onder een dak verder te gaan. Want dat is natuurlijk ons streven. Onze belofte om nooit gescheiden te leven, hebben we gebroken, maar bitter zullen we niet worden. En die beslissing hebben we gelukkig te allen tijde zelf in de hand.
Juni 2018

zondag 10 juni 2018

De hutkoffer XII meets Tinny


Een aankoop uit India die eigenlijk direct in de hutkoffer belandde, werd een jurk voor dochter. Eindelijk een Tinny, met cirkelrok.







maandag 28 mei 2018

Op dieet

Ik staar naar de grijs-bruine homp deeg. Met mijn handen nog in de ovenwanten gestoken, voel ik de wanhoop opkomen. Dit gaat niet lukken. De aanmoedigingen van vele bloggende baksters ten spijt, gaat dat glutenvrije brood hier niet eetbaar uit de oven komen.

Na urenlang met vertaalapp verschillende supermarkten te hebben doorzocht, was ik uiteindelijk thuis gekomen met boekweitmeel en rijstmeel. Euforisch haast, dat ik ‘m dat had geflikt in het Russisch. Maar het recept ‘dat niet kan mislukken’, mislukte. De grijs-bruine homp deeg heeft een korstje maar lijkt van binnen op nat zand. Het ruikt bijzonder onaantrekkelijk. Ik denk aan de Nederlandse supermarkt waar een keur aan glutenvrije produkten wordt aangeboden, eenvoudig te herkennen en dagelijks aangevuld. Hier moet ik de ingrediënten bestuderen. In het Russisch. De vertaalapp maakt er een potje van en als ik mijn leesbril niet bij me heb, kan ik direct rechtsomkeer maken. De geneugten van het ouder worden.

Terwijl ik me afvraag hoe de glutenvrije afdeling er in het gemiddelde Afrikaanse winkeltje uit zal zien, gooi ik de deegklomp in de vuilnisbak. Over op plan B, want het kind moet de volgende dag hoe dan ook haar glutenvrije ontbijt, lunch en tussendoortje mee naar school. Rijstwafel, fruit, rijst met kip en groente en een bakje yoghurt. Dat vond ze gisteren lekker. Eergisteren ook. En de dag daarvoor. Morgen vindt ze het vast ook weer lekker.

Ik mag eigenlijk helemaal niet klagen. Het gaat goed met dochter. Maandenlang had ze te pas en te onpas vreselijke buikpijn. Er vloeiden tranen, ze liep te zwalken door de schoolgangen en viel flauw van de pijn. Kortom, er moest iets worden gedaan. Buikpijn bij kinderen is een lastige kwaal waar vaak geen oorzaak voor gevonden wordt, maar de dokter ging de uitdaging aan. Ze bleek ontstoken lymfeklieren in de maag te hebben en de helicobacter bacterie huist in haar, maar dat zou niet genoeg oorzaak voor de klachten zijn, aldus de dokter. We moesten het eliminatie dieet maar proberen. Drie weken lactosevrij en drie weken glutenvrij.

Dochter zag het helemaal zitten aangezien dit betekende dat er een briefje zou komen van de dokter voor de school. Vrijstelling van het verplichte kantinevoer. Zowel smaak als kwaliteit van het eten dat op school wordt geserveerd, is benedenmaats. Vet, ongezond en ongebalanceerd. Vol goede moed begonnen we aan de lactosevrije weken. Dat viel alles mee. Dochter knapte zienderogen op. Ze viel niet verder af, had weer eetlust en nog slechts sporadisch buikpijn.

Toen de glutenvrije weken aan de beurt waren, bleef het goed gaan met dochter. Drie maaltijden per dag verzinnen zonder de optie boterham was evenwel een uitdaging. Het geluk was echter aan mijn zijde. Nadat drie pogingen tot het bakken van glutenvrij brood jammerlijk waren mislukt en eindigden met een deeg homp in de vuilnisbak, vond ik aan het einde van de eerste week in een supermarkt met Duitse import een hoekje vol dieetprodukten. Glutenvrije pasta! Glutenvrije koekjes! Glutenvrij broodmix! Het leed was geleden. Op onze sloffen kwamen we de rest van de glutenvrije weken door.

Sinds een paar dagen eet dochter weer lactose en gluten. De buikpijn is niet teruggekomen. Over een week hebben we weer een afspraak bij de dokter, maar ik weet het al. Zo klaar als een klontje. Er is geen sprake van een lactose- of glutenintolerantie. Het kind kan gewoon niet tegen vet kantinevoer dat doorgekookt of drijvend in ondefinieerbare sauzen met overmatige hoeveelheden pasta aan de schoolgaande jeugd wordt opgedrongen. Wij zeggen niks. We doen alsof dochter’s dieet nog doorloopt. Er is vast niemand die in haar lunchdoos gluurt of gaat nakijken of het briefje van de dokter nog geldig is. Als dochter me ‘s ochtends een samenzweerderige blik toewerpt als ze haar rugzakje met ontbijt, lunch en tussendoortje omhangt en vervolgens huppelend aan haar schooldag begint, kan ik niet anders dan blij aan mijn eigen dag beginnen, dankbaar dat we voorlopig niet op dieet hoeven.
Mei 2018


woensdag 9 mei 2018

Cirkelrok


Een prachtig stofje, gekocht in India, en elastiek met een vleugje glim, meer heeft een cirkelrok voor een klein en toch ook groot meisje niet nodig. En zon, natuurlijk. Die schijnt volop.



Patroon komt uit "Allemaal Rokjes".  

 


dinsdag 24 april 2018

Tijd om te gaan

Na viereneenhalf uur in een oud busje, ingeklemd tussen zwijgende passagiers en proberend vooral niet misselijk te worden van de slingerende bergweg vol gaten, voelde het als een bevrijding toen we bij de grens uit moesten stappen voor de paspoortcontrole. Met enige weemoed keken we nog een keer om naar de Armeense bergen. Na acht jaar waren we weer even terug in het land waar zoon zijn eerste jaren doorbracht en waar dochter werd verwekt. We waren weer even terug in de stad waar we slechts een kleine twee jaar woonden maar die niettemin onze favoriet is, waar oud en nieuw naadloos in elkaar overlopen, waar alles te voet te doen is en vooral waar de mensen zo vreselijk vriendelijk zijn. We zagen onze oude vrienden weer terug, ons huisje, onze Russische lerares. In een paar dagen tijd werden we met zoveel genegenheid weer in zoveel oude bekende armen gesloten dat een gelukzalig gevoel van nostalgie bezit van ons nam. Ooit, zeiden we tegen elkaar, zullen we weer in Yerevan wonen.

Maar nu riep de plicht en moesten we weer naar huis. Het oude busje stond al klaar aan de Georgische kant van de grens waar we onze reis zouden voortzetten. Een gangetje, twee hokjes met ieder twee douanebeambten en geen rij. De zon scheen en we waren er bijna. Een stempel in man’s paspoort, een stempel in zoon’s paspoort, in dochter’s paspoort, loopt u maar door. Mijn beurt. De douanebeambte keek naar mijn paspoort, keek toen naar mij en vervolgens naar zijn collega. Samen keken ze naar iets dat in hun hokje hing maar dat ik niet kon zien. Ze stelden me een vraag in het Armeens. Vriendelijk antwoordde ik in het Russisch dat ik geen Armeens spreek. Bladzijde voor bladzijde bladerden de mannen tergend langzaam door mijn paspoort heen. Man zond me vragende blikken toe vanaf de andere kant van het klapdeurtje. Ik beantwoordde met een al even vragende blik. De twee beambten in het andere hokje werden er bij gehaald. Vier paar ogen keken me bestuderend aan en keken vervolgens weer naar het iets in hun hokje.

Tot mijn grote ergernis begon ik het warm te krijgen. Nonchalant trok ik mijn vest uit en glimlachte vriendelijk. De mannen praatten nauwelijks maar keken des te meer. Ik dacht terug aan de eerste keer dat we terug gingen naar een land waar we eerder woonden. Zeven jaar na dato reisden we met de kinderen naar het land waar zoon ter wereld kwam, Ecuador. Ook dat was een reis vol herkenning, weemoed en nostalgie. Toen we na twee weken terug wilden vliegen naar Venezuela, werd ik bij de paspoortcontrole tegen gehouden en mocht het land niet uit. Ik kwam terecht in een slechte B-film die drie dagen duurde. In mijn hoofd begonnen alarmbellen te rinkelen. Het zou me toch niet nog een keer gebeuren? Ik had het inmiddels bloedheet. Mijn wangen begonnen te gloeien en waren ongetwijfeld net zo rood als ze aanvoelden.

Aan de andere kant van het klapdeurtje begonnen de kinderen ongeduldig te worden. Ik zag man verwoede pogingen doen om zicht te krijgen op het iets dat de douanebeambten zo zorgvuldig bestudeerden en kennelijk met mij in verband brachten. Hij tuurde het hokje in en ik zag ineens zijn ogen groter worden. Hij keek naar het iets, toen naar mij, weer naar het iets en begon toen te grijnzen. Hoewel dat op zich een geruststellend effect had, waren de mannen in het hokje allerminst aan het grijnzen. Er waren hooguit vier minuten verstreken, maar ik had het gevoel alsof ik daar al urenlang stond, wachtend op de formulering van de aanklacht, met rode wangen en klamme handen die reeds ‘schuldig’ leken te roepen nog voor het proces was begonnen.

Terwijl ze vier man sterk met strenge blik naar mij keken, werd mij wederom in het Armeens een vraag gesteld. Zo vriendelijk en ontspannen mogelijk antwoordde ik nogmaals dat ik geen Armeens spreek. De douanebeambten overlegden met elkaar. Hun blikken gingen nog eenmaal naar mij, mijn paspoort en het iets in het hokje. Toen vertrokken twee van de vier mannen weer naar hun eigen hokje, werd er met ferme druk een stempel in mijn paspoort gezet en ging het klapdeurtje open.

Terwijl we Georgië binnenliepen, sloeg man zijn arm om me heen en lachtte. In het hokje hing een vel papier met daarop vier foto’s van Armeense vrouwen die werden gezocht voor ongetwijfeld ernstige misdrijven. Eén van die vrouwen leek op mij. Of ik op haar. Volgens man was de gelijkenis verbluffend en moest hij zelfs twee keer kijken om zich er van te overtuigen dat de vrouw op de foto de zijne niet was. Lachend hesen we ons in het oude busje, opgelucht onze weg vervolgend.

Inmiddels zijn we weer thuis. Als een bezetene ben ik onze administratieve papierwinkel aan het uitmesten. Mijn grensperikelen hebben er voor gezorgd dat ik zo zeker mogelijk wil zijn dat alles op orde is. Alle rekeningen betaald, geen openstaande parkeerboetes, een lijst met automatische betalingen en abonnementen die opgezegd moeten worden voor we het land verlaten. Ik probeer te achterhalen welke niet-bestaande regeltjes ons in de toekomst zouden kunnen dwarsbomen en hoe ik de lokale instanties kan overhalen om ons op tijd te informeren over op ons van toepassing zijnde regels. Ooit zullen we ook naar ons huidige woonland willen terugkeren om alle plekken te bezoeken waar zoveel dierbare herinneringen liggen.

Ik heb nog twee maanden de tijd om onze drie jaar in Kazakhstan administratief waterdicht af te sluiten. Het is tijd. Tijd om dit prachtige land te verlaten en afscheid te nemen van de seizoenen en de bergen. Een nieuwe bestemming wacht op ons. De komende twee jaar gaan we het Afrikaanse continent ontdekken vanuit Ethiopië om een steentje bij te dragen aan de bescherming en het welzijn van de vele duizenden vluchtelingen. Het is tijd om de koffers weer te pakken.
April 2018