zondag 4 februari 2018

Eloise jurk


Ik zag hier en daar de Eloise jurk van MinnieMie voorbij komen en besloot het er op te wagen. Ik was er namelijk niet helemaal zeker van of dochter het model zou zien zitten. 

Ik had nog een mooie lap zwart liggen en een zwart witte paspel. Daarmee scoorde ik want dochter is fan van zwart tegenwoordig. En nadat ik het geheel iets had ingenomen en het patroon had verlengd, was ook het model helemaal naar haar zin. 

Dus, een ver-over-de-knie zwarte Eloise met een zwart wit randje tussen boven- en onderstuk, aan de hals en aan de mouwen.





woensdag 24 januari 2018

Lang zal ze leven

Ze was de eerste die in mijn vrijgezellenleven kwam. Vóór de man, vóór de kinderen. Net een paar weken oud, een klein bolletje met donkere kraaloogjes en vol zwarte krulletjes. Het was nooit mijn droom om een hond te hebben. Ik was net verhuisd naar Ecuador waar ik net was begonnen aan een nieuwe baan waarvoor ik meer op reis dan thuis zou zijn. Maar dat kleine zwarte bolletje was onweerstaanbaar. Geen houden aan. Ze was een cadeautje en ik nam het cadeautje met beide handen aan. Sindsdien zijn we samen. Eerst met mij en later met ons reisde ze de wereld over en inmiddels woont ze in haar vijfde land.

Ze komt uit een nest van vijf. Haar vier broertjes en zusjes zijn niet ouder geworden dan vier. Voor wij Ecuador verlieten, hadden ze allevier het leven reeds gelaten. Geadopteerd als huisdier leefden ze het leven van een straathond. Een kort leven. Zo niet Sambo. Sambo. Ooit als kind was het één van mijn lievelingsboekjes. Toen al besloot ik dat als ik ooit een huisdier zou hebben, hij of zij Sambo zou heten. Van de ophef rondom dit kinderboekje was ik me niet bewust. Sambo dus. Iedere keer als wij van land veranderen, verandert ze mee. Vaccinaties, papierwerk, onderzoeken, de vaak lange reis in het bagageruim van een vliegtuig. Om het ons wat gemakkelijker te maken, heeft ze bij bijna elke verhuizing een paar maanden in Nederland bij mijn ouders gebivakeerd die haar liefdevol onder hun hoede namen terwijl wij woonruimte zochten. Als wij dan eenmaal geïnstalleerd waren, kwamen mijn ouders en later, na het overlijden van mijn vader, mijn dappere moeder ons nieuwe stekje bezoeken en Sambo weer thuisbrengen.

Een enerverend bestaan voor een hondje. Toch heeft haar gezondheid hier niet onder te lijden gehad. Behalve voor de jaarlijkse vaccinaties en de verhuisgerelateerde check-ups, heeft ze de dierenarts slechts zelden hoeven bezoeken. De eerste keer was zeven jaar geleden, daags na de geboorte van dochter. Het was zo'n tussen-twee-landen-in verhuisperiode waarin niet alleen Sambo maar ook wij bivakkeerden bij mijn ouders om net voor de verhuizing naar Venezuela van dochter te bevallen. Sambo lag bij mijn ouders op de waranda en ging als een dolle achter een duif aan, even vergetende dat er tussen haar en de duif een trapje zat. Pootje gebroken.

De tweede keer was wederom in Nederland, nu ná onze vijf jaar in Venezuela. Ze bezorgde mijn moeder een boel zorgen toen ze opeens niet meer liep, at of dronk en aan het einde van haar leventje scheen zijn te komen. Totdat een ernstige ooginfectie werd geconstateerd en ze na de juiste behandeling weer fris en fruitig op haar pootjes stond en zich weer bij ons kon voegen. Sambo's derde dierenarts bezoek vond plaats in ons huidige woonland, anderhalf jaar geleden. Terwijl wij genoten van onze zomervakantie in Nederland en Spanje, werd Sambo in de opvang gebeten door een teek. Elvira, haar verzorgster, zette alles op alles om Sambo, inmiddels meer dood dan levend, te redden en dat lukte tegen alle verwachtingen in wonderwel. Wederom knapte ze helemaal op en werd weer helemaal haar oude zelf.

Hoewel ze inmiddels wat grijs om de snuit is geworden, lijkt ze in niks op een oude hond. Dik twaalf jaar oud maar kwiek en levendig. We wandelen uren in de bergen, ploeterend door de sneeuw en ze rent ze de hele dag de trappen op en af. Tot het een paar weken geleden helemaal mis leek. Ze zakte ineen en stond niet meer op. Met zielige blik keek ze me aan. Toen ik haar zachtjes aaide, grauwde ze van de pijn. Vreemd ruikende vloeistof lekte uit haar lijfje. Alle alarmbellen rinkelden. Ze trilde vreselijk en ademde moeizaam. Vier dagen lag ze in het dierenziekenhuis. Bloedonderzoeken, röntgenfoto's, echo's, talloze injecties met pijnstillers tot haar nekje zo beurs was dat ze al begon te huilen als je er maar naar wees. Elke ochtend konden we bellen om te horen hoe het met haar ging. Daar werden we nooit veel wijzer van, dierenartsentaal in het Russisch is te hoog gegrepen voor ons. Gelukkig mochten we elke avond op ziekenbezoek komen. Na vier dagen liep ze weer wat en at eens een brokje en dus mocht ze mee naar huis met een lange lijst medicijnen. Op het recept stond ook de 'voorlopige diagnose'. Ik zette mij thuis aan de keukentafel aan het vertalen en las tot mijn verbazing dat de dierenarts niet alleen dacht aan een intoxicatie, maar tevens aan ontstoken nieren, een onsteking van de lever, ontstoken maag en darmen en een ontsteking aan de galblaas. Hoewel ons dit ietwat te pessimistisch leek, gaven we haar de medicijnen die waren voorgeschreven in de hoop dat ze dat wat het dan ook werkelijk was weer te boven zou komen.

Twee weken lang was ze een hoopje ellende. Er was geen duidelijke diagnose. Eigenlijk had de dierenarts gewoon geen flauw idee wat er mis was. Voor het eerst besefte ik dat Sambo een oud hondje is. Dat ze niet het eeuwige leven heeft. Een oud hondje met oude-honden-problemen. Hoe moet dat straks, als we weer moeten verhuizen? Kan ze dat nog aan? En hoe moet dat dan straks, als ze er niet meer is? Inmiddels is ze wederom opgekrabbeld en staat ze weer fris en fruitig op haar pootjes. We struinen weer urenlang door de sneeuw, ze rent de trappen op en af en lijkt weer helemaal de oude. Bijna helemaal. De controle over haar darmen lijkt ze enigszins kwijt te zijn. Ze heeft het veel sneller koud en kan ineens echt huilen als ze naar binnen wil. Maar ze is er weer.

Vorige week was ze jarig. 13 jaar. Dat ze nog maar lang en in goede gezondheid bij ons mag blijven.
Januari 2018

maandag 8 januari 2018

De wafels zijn op


Nu we volop in de sneeuw zitten en de temperatuur de min 20 heeft bereikt, kan een jurk met lange mouwen niet ontbreken. Ik gebruikte het patroon van de cocoondress van Heidi & Finn maar zwakte de ballonvorm na een eerste pas-sessie drastisch af. Het kind leek elk moment op te kunnen stijgen.

Ik maakte dit patroon eerder naar volle tevredenheid. de stof die ik toen gebruikte was soepeler en viel daardoor beter. Maar kleine meisjes worden groot en snel ook, dus die jurk is inmiddels wat aan de korte kant. 

En nu is de wafelstof op. 







donderdag 14 december 2017

Frustratie

In dit land wonen ongetwijfeld ongelooflijk veel ongelooflijk aardige mensen. Achter de vaak norse, gesloten buitenkant huist doorgaans vast een heel vriendelijk, open persoon. Ik schijn ze de laatste tijd alleen niet tegen te komen. Met name achter het stuur lijkt vooral sprake te zijn van een egoïstische hufterigheid waar je broek van afzakt.

Vergeleken met ons vorige woonland Venezuela is het verkeer hier op zich goed te behappen. Zebrapaden en stoplichten worden over het algemeen gerespecteerd. Als het niet te druk is, worden zelfs de rijbanen in ere gehouden. Er zijn vrijwel geen motorrijders en de enkeling die zich hier op een motor waagt, doet dat doorgaans om zich naar de plaats van bestemming te begeven en niet om de automobilist met een pistool op het hoofd te beroven. In de wintermaanden als sneeuw en ijs regeren, is autorijden soms een uitdaging, maar één die te nemen is. De rijstijl van menig bestuurder is echter gekmakend. Letterlijk, denk ik soms wel eens. Met grote regelmaat betrap ik mijzelf op het uiten van zeer onbetamelijke taal die ik rood aangelopen met opeengeklemde kaken tussen mijn tanden door sis.

Iedere auto kan hier taxi zijn. Je steekt je hand op en iedereen die iets bij wil verdienen, stopt om je mee te nemen. Handig, want op elke straathoek heb je de taxi's voor het oprapen, maar ook levensgevaarlijk. Zonder waarschuwing stoppen de auto's voor hun potentiële klanten. Overal. Ook op de snelweg, want ook daar loopt men. Van 100 naar 0 in drie seconden. Je zal er maar achter rijden. Precies. Ik rij er vaak achter. Vloekend en sissend, met piepende remmen.

Ook telkens wanneer wordt ingevoegd of van rijbaan wordt gewisseld, piepen de remmen. In de spiegel kijken en een richtingaanwijzer gebruiken vindt men hier vaak namelijk helemaal niet nodig. Gewoon gaan. De oude, kleine, trage en vaak gedeukte autootjes lijken te denken dat er toch nog maar weinig te verliezen valt, terwijl de grote, dure, sjieke bakken zich de god van de weg wanen en verwachten dat het gepeupel in rook opgaat wanneer hen dat goed uitkomt.

Over grote, dure, sjieke bakken gesproken. De parkeerplaats van school staat er vol mee. De overgrote meerderheid van de kinderen op school groeit op in stinkend rijke families en wordt naar school gebracht in grote, dure, sjieke bakken door chauffeurs die zich de god van de weg wanen. Niet alleen vertoont het merendeel van hen buitengewoon egoïstisch en arrogant rijgedrag, hun parkeerstijl is al net zo verwerpelijk. Om hun ego te benadrukken parkeren ze doorgaans niet tussen de lijnen, maar precies op de lijn die twee parkeervakken scheidt. Liever nog gaan ze diagonaal op twee parkeervakken staan. Als de ene parkeerplaats vol is, gaan de braverikken keurig op parkeerplaats twee staan, maar de grote, dure, sjieke ego's parkeren haaks op de correct geparkeerde auto's. Blijven ze vervolgens in hun auto zitten om weg te rijden op het moment dat de braverikken naar huis willen, dan hoor je mij niet klagen. Maar uiteraard was de chauffeur die vorige week mijn auto blokkeerde in geen velden of wegen te bekennen. Vanzelfsprekend was het die dag nou net die ene dag in het jaar dat ik echt gloeiende haast had. Toen meneer uiteindelijk aan kwam lopen en ik nog redelijk beleefd maar duidelijk niet blij vroeg of deze auto soms van meneer was, werd ik hardhandig door zijn elleboog uit de weg gestoten en kreeg er bovendien nog een paar niet mis te verstane verwensingen achter aan geslingerd. Ik denk niet dat hij er rekening mee had gehouden dat ik het spuugzat was. Ik diende een klacht in bij de schoolleiding en tot mijn grote genoegen werden familie en chauffeur op het matje geroepen. Dat moet de held van de weg toch tenminste een beetje pijn hebben gedaan.

Dezelfde genoegdoening voelde ik helaas niet toen we een paar dagen laten gingen tanken. Het is hier niet toegestaan om eigenhandig de pomp te bedienen. De benzinepomp medewerker had dus net het vulpistool in onze benzinetank gehangen, toen er achter ons een groot, duur, sjiek, zwart gevaarte kwam staan. Er in een jongeman, vergezeld van petje en vriendin. Hij toeterde. Hij toeterde nog een keer. Vervolgens stapte hij uit, haalde het vulpistool uit onze auto, hing hem terug op de pomp, stapte zijn auto weer in en en toeterde nogmaals, hard en lang. Ik zat er bij en keek er naar, te verbijsterd om adequaat te reageren. Man, die binnen stond om te betalen, kwam evenwel direct naar buiten, keek de jongeman meewarig aan en verzocht de benzinepomp medewerker vriendelijk het vulpistool opnieuw aan te sluiten. Hij had om een volle tank gevraagd en de tank was nog lang niet vol. De stoïcijnse kalmte van man brak kennelijk de hufterigheid van de jongeman met petje die ophield met toeteren en zich naar een andere rij begaf. Dagen later, dromend van een flinke portie stoïcijnse kalmte, was ik mijn verontwaardiging nog altijd niet te boven.

En zo gaat het dus dag in dag uit. Frustratie alom. Maar mijn reactiesnelheid en incasseringsvermogen groeien met sprongen. Nog een jaartje en ik lach er om. Hoop ik.
December 2017

maandag 27 november 2017

Wederom wafels


Zoals al aangekondigd, was ik nog niet door m'n wafelstof heen. Dit keer twee tinten groen, samengebracht in een jurk waar dochter zot van is. Het bovenstukje baseerde ik op een patroon uit Stof Voor Durf Het Zelvers, de plooirok maakte ik aan de hand van wiskundige youtube tutorials. Het bovenstukje is gevoerd met een bloemetjes katoentje.



donderdag 9 november 2017

Niks doen

Vorige week waren we in één van onze buurlanden, net als ons woonland een '-stan' en net als ons woonland op papier een democratie, terwijl in werkelijkheid 'autoritair leiderschap' de lading een stuk beter dekt. We reisden een week door dit buurland. Een land met een rijke historie en cultuur en een aantal beroemde steden die in vroeger tijden een centrale rol speelden op de oude zijderoute. Er was veel te zien en de week was kort, dus we hadden een goed gevuld reisplan. Niks doen werd desalniettemin mijn thema van de week.

In de verschillende steden bezochten we schitterende madrassahs, moskeeën en mausolea, allemaal voorzien van een blauwe koepel en indrukwekkende mozaieken in prachtige patronen. Aan het einde van dag twee vroegen de kinderen zich af hoeveel blauwe koepels ze nog zouden moeten bekijken. Het waren er dan ook heel veel. Ik verbaas mij elke reis weer over de hoeveelheid cultuur en geschiedenis die de kinderen tot zich nemen, geduldig luisterend, rondkijkend en vragen stellend. Ze zijn er van jongs af aan aan gewend dat wij onze vakanties doorgaans niet doorbrengen op de camping of aan het zwembad, maar soms overstijgt hun uithoudingsvermogen het mijne.

Het is een kwestie van balans. Een dagdeel cultuur en geschiedenis en een dagdeel kindvriendelijker activiteiten zoals een park, een interactief museum, een zwembad of heel veel ijs. Het is ook een kwestie van slimme truukjes. Geef je kind een eigen fototoestel. Niet zo'n kindertoestelletje waar net twintig fotos van belabberde kwaliteit op bewaard kunnen worden, maar een eenvoudig digitaal cameraatje met extra geheugen voor heel veel fotos en filmpjes. Onze kinderen scheppen groot genoegen in het maken van filmpjes (met zoon achter en dochter voor de camera) waarin ze hun denkbeeldige achterban – bestaande uit duizenden trouwe subscribers van hun youtube kanaal – met verve op de hoogte brengen van, wel, van alles. Van de historische achtergrond van het bouwwerk dat ze bezichtigen, via het ontbijt in het hotel en de beschikbare televisie kanalen, tot het aantal minuten dat hun vader op het toilet doorbrengt.

Ze maken ook een dagboek van elke reis. Toegangskaartjes, treintickets, boardingpasses, kaartjes van de hotels, alles wordt er in geplakt en aangevuld met tekeningen. Ze schrijven over dat wat hun aandacht trekt, hoogtepunten, dieptepunten, de ene dag meer dan de andere dag. Thuis lezen ze vaak en graag hun dagboeken, geschreven op multomap blaadjes zodat er altijd nog wat kan worden bijgevoegd, er alleen een pakje papier in de rugzak mee op reis hoeft en alle dagboeken bij elkaar in een multomap bewaard worden, als een persoonlijk reisboek. Het maken van een dagboek houdt hun herinneringen levendig en vergroot het reisplezier.

Ik dwaal af. Niks doen dus. Op dag drie namen we de hoge snelheidstrein voor een reis van twee uur. De trein was snel, comfortabel en schoon. Ik ging zitten, keek een minuut of tien naar de voorbijrazende katoenvelden en werd vervolgens enigszins onrustig. Ik besefte namelijk dat ik zin had om niks te doen. Gewoon zitten en he-le-maal niks doen. Uiteraard had ik met niks doen geen rekening gehouden. Voor de drie treinreizen die we tijdens onze trip zouden maken, had ik mijn Russische huiswerk, een boek en mijn schrijfschrift meegenomen. Ik zou die treintijd namelijk uiterst nuttig besteden en op de hielen gezeten door mijn vermaledijde te-doen-lijst die dag en nacht in mijn nek hijgt en die naarmate ik meer afstreep alleen maar langer in plaats van korter lijkt te worden, was niks doen op vakantie duidelijk geen optie. Maar daar zat ik, met ineens een niet te negeren zin in niks doen. Niet lezen, niet schrijven, niet leren, zelfs niet naar buiten kijken. De ijzeren discipline die zich ooit, lang geleden, in mij nestelde, beschouwt niks doen doorgaans als ongewenste tijdverspilling en houdt me met vaste hand en strenge blik op de koers die de te-doen-lijst mij onverbiddelijk als door een megafoon onophoudelijk toeschreeuwt.

Hardnekkig proberend een nieuwe koers uit te stippelen, besloot ik mijn hakken in het zand te zetten en niks te doen. Eėn uur en vijftig minuten lang. Mijn voldoening was groot toen ik dit niet alleen voor elkaar kreeg, maar er bovendien oprecht van genoot. Zonder schuldgevoel stak ik een denkbeeldige tong uit naar mijn dwangmatige ik en vierde mijn succes met een triomfantelijk gevoel van innig welbehagen.

Voortaan bovenaan de te-doen-lijst: een kwartiertje niks doen.
November 2017

maandag 30 oktober 2017

pyjama


Zoon had een nieuwe pyjama nodig en afgelopen zomer spotte hij op de Nederlandse markt een skaters stofje. Het patroon tekende ik zelf, aan de hand van een reeds in gebruik zijnde pyjama broek en het raglanpatroon dat ik onlangs voor dochter tekende

Zoon, kan je misschien een keer op de foto zonder te d.... Nee dus, dat kon niet.


maandag 16 oktober 2017

Beter

“Ik denk dat ik gewoon beter ben, maar ik zal niet tegen papa zeggen dat ik van je heb gewonnen”, zei hij met een grijns. Het was nooit de bedoeling geweest om tegenover mijn zoon op de tennisbaan te eindigen en nog minder om vervolgens glansrijk ten onder te gaan en met grote cijfers te verliezen van mijn negenjarig kind. “Maar je tennist wel vrij slecht, mam”, voegde hij er nog aan toe, met een sussend klopje op mijn bezwete rug.

Onze kinderen zijn vrij om, binnen de grenzen van het mogelijke, hun eigen hobbies te kiezen. Zoon koos vorig jaar voor tennis, gewoon zomaar, uit het niets. Man noch ik zijn tennissers. Lang geleden, toen ik in Ecuador woonde, vrijgezel was en eindeloos lange dagen werkte, besloten een collega en ik iets aan sport te gaan doen. Het werd tennis, op het pleintje. Met onze werktijden was de enige optie half zes 's ochtends. Dat lukte ons welgeteld drie keer, toen gaven we er, overmand door slaapgebrek, de brui aan.

Een vriendin vertelde me onlangs dat iemand ooit ergens na een grootscheeps onderzoek tot de conclusie was gekomen dat muzikale kinderen vaak tennis als sport kiezen. Waar of niet, zoon is een muzikaal kind met aanleg en passie voor tennis. Dochter zag tennis ook wel zitten en uit praktisch oogpunt ben ik groot voorstander van synchroon lopende hobbies. Maar waar dochter voornamelijk met haar racket over de baan danst op de muziek die uit de kantine schalt en nog altijd zeker zoveel ballen mist als raak slaat, is zoon aan het tennissen. Snoeiharde strakke ballen, met preciezie geplaatst.

Er is meer dat zoon kan en ik niet. Gitaar spelen. Drummen. Maar omdat ik hem nog altijd kan helpen en bijsturen, voelt dat anders dan te worden ingemaakt op de tennisbaan. Of een sprintje niet meer vanzelfsprekend te winnen. Of tijdens een potje voetbal moeiteloos voorbij gepingeld te worden. De tijden van het kind laten winnen zijn voorbij. Met weemoed denk ik terug aan de jaren waarin we genoten van de opgetogen smoeltjes als ze hadden 'gewonnen'. Nu het voor het karakter best goed zou zijn als ze eens zouden verliezen, krijgen we het niet meer voor elkaar, hoe hard we ons best ook doen.

Taal, ook zo'n ding tegenwoordig. Met een Nederlandse moeder, een Spaanse vader en Engelstalig onderwijs, zijn onze kinderen drietalig. Bovendien leren ze nu Russisch ėn de lokale taal. Stug doorploeterend ga ik in het Russisch nog altijd aan de leiding, maar van de lokale taal heb ik geen kaas gegeten. In de wetenschap dat hier meer mensen Russisch dan de lokale taal spreken en me bewust van de moeilijkheidsgraad van het Russisch, hou ik het daarbij. Maar op school leren de kinderen dus beide talen. Gevolg: mijn kinderen spreken een taal die ik niet beheers. Dat is een zeer eigenaardige gewaarwording. Waren het eerst losse woordjes, inmiddels zijn het conversaties. En ik sta er bij en kijk er naar.

Het zal een nieuwe fase zijn. De fase die volgt op de 'ik heb kleine kinderen' fase. En die voorafgaat aan de fase van het loslaten en de fase van de puberteit die ongetwijfeld met rasse schreden nadert. Als ik daar aan denk, breekt het zweet me uit. Dan toch liever dat sussende klopje op mijn natte rug. “Je bakt er niks van, mama. Ik ben gewoon beter.”
October 2017

woensdag 4 oktober 2017

Raglan trui


Zoals gezegd, kocht ik wafelstof in meerdere kleuren. Na de Nore jurk maakte ik nu een trui. Het patroon nam ik over van een trui die al in dochter's kast ligt, ook geheel gemaakt uit niet-rekkende stof en daardoor met een iets wijdere hals. We zijn nog altijd fan van wafelstof en nog niet door alle kleurtjes heen!



zondag 24 september 2017

Ham

We zien elkaar als ik in Nederland ben. Doorgaans hooguit twee keer per jaar. Mijn allerliefste vriendin sinds we acht jaar jong waren. Deze zomer gingen we een dag naar het bos. Stokken slepen, hutten bouwen, pootje baden in het meer. De kinderen samen spelend alsof ze bij elkaar om de hoek wonen en elkaar wekelijks zien. Wij pratend, verdergaand waar we gebleven waren alsof we, net als vroeger, veelvuldig bij elkaar op de bank zitten, thee drinkend en chocolade etend. Vroeger vroegen de mensen vaak of we zussen zijn, al lijken we uiterlijk niet echt op elkaar. Innerlijk wel. Geen twee druppels water, maar overeenkomsten genoeg.

Het bos dus. Na een aangename middag keerden we terug naar haar huis voor een eenvoudig avondmaal voor we de trein terug zouden nemen. Terwijl wij in het bos waren, pratend en genietend, had haar man boodschappen gedaan. De tafel gedekt. Een salade gemaakt. Op het moment dat wij binnen kwamen, was hij tosti's aan het maken. Een flinke stapel, vier hongerige kinderen. Ik dacht: Wow, wat een man. Zij zei: Wat heb je nou voor ham gekocht, die smaakt naar niks! En daar was de spiegel. Levensgroot. Haarscherp. Ik hoorde mezelf. Niet, zoals zij, een losse opmerking die direct overwaaide, maar mezelf, dag in dag uit. Ik heb ook een wow-wat-een-man. Maar ik bekritiseer de ham die hij koopt elke dag. Wat mij niet bevalt, moet hij bezuren. De oorzaak ligt zelden bij hem, het probleem in kwestie is doorgaans een futiliteit. Maar mijn vinger wijst. Jij. Ik weet uiteraard heel goed dat die vinger naar mijzelf zou moeten wijzen. Ik zit niet goed in mijn vel? Dan zal ik daar ik daar iets aan moeten doen. De bal ligt bij mij.

Het ham-incident is bij mijn vriendin thuis allang vergeten. Hier niet. Het was een scherpe, glasheldere spiegel voor mij en meerdere keren per week snoer ik mezelf de mond, als een soort mantra herhalend, “Ham. Ham. Ham.” De bal ligt bij mij en ik zal hem aan het rollen krijgen. Het is geweldig om een wow-wat-een-man te hebben, maar het zou nog leuker zijn als die wow-man ook een wow-wat-een-vrouw zou hebben.

Laatst kwam een vriendin eten. Terwijl wij gezellig aan het bijpraten waren, nam man de taak op zich om de broccoli te koken. Die kwam uiteindelijk zachter op tafel dan mij lief is. Voordat ik mijzelf aan de ham kon herinneren, zei ik het. “De broccoli is te gaar gekookt. Alweer.” Vriendin reageerde sussend dat de kinderen er niet wakker van zouden liggen. Tijdens het eten bedankte ze man voor de heerlijke maaltijd die hij had gekookt terwijl wij aan het bijpraten waren.

Dat halflege glas van mij moet halfvol. De ham en de broccoli liggen op mijn bord. Ik zal kauwen en slikken tot alles op is. Vastbesloten.
September 2017