zaterdag 23 mei 2015

Op de planken

Sommige mensen voelen zich op de planken als een vis in het water. Anderen zouden het liefst gillend willen wegrennen, ver weg van de planken en de spotlights. In ons huis is deze tegenstelling in volle glorie aanwezig. Dochter is een podiumbeest. Zoon is een podiumhater. Ik weet niet wat ik aandoenlijker vind.

School heeft creativiteit en toneel hoog in het vaandel staan en elke woensdagochtend is een jaargroep aan de beurt om ouders en schoolgenoten een korte voorstelling te presenteren, met toneel, zang en dans, al dan niet verkleed als ter zake doende personages. Zoon studeert braaf zijn zinnen in, kan thuis uitbundig zingen en dansen, maar eenmaal op toneel staat hij houterig en enigszins schaapachtig te grijnzen. Hij zegt zijn tekst, weliswaar luid en duidelijk en zelfs met zekere intonatie, maar stapt snel weer naar achteren, met z´n armen stevig langs zijn lijf geklemd. Als er gedanst moet worden, is alle bravoure van thuis geheel verdwenen, en wordt er als een robot met bijna lege batterijen knullig wat heen en weer bewogen. Pas als de eindnoot heeft geklonken en het stuk wordt afgekondigd, begint hij te glunderen. Het is weer voorbij. Naarmate hij ouder wordt, wordt hij zich meer bewust van zichzelf en van het publiek. Zijn optreden wordt vloeiender en natuurlijker en als hij zijn danspassen “cool” vindt, komt het ook “cool” over. Maar waar hij zich vooral meer en meer bewust van wordt, zijn de reacties op zijn zusje die door de school gonzen.

De beste stimulans voor zoon´s artistieke expressievermogen op de planken, is het succes dat zijn zusje oogst. Dochter is dol op show. Ondanks haar jonge leeftijd is ze zich volledig bewust van hetgeen van haar wordt verwacht. Ze kent haar tekst, begrijpt de context, maakt contact met haar publiek. Terwijl het merendeel van haar klasgenootjes zodra ze op het podium staan en publiek zien, geheel dichtklappen en met een beetje geluk nog net schuchter wat onverstaanbare tekst mompelen, geeft dochter met rechte rug en fonkelende ogen een eerste klas voorstelling. En als er vervolgens gezongen en gedanst moet worden, komt het podiumbeest in haar geheel tot leven. Ze zingt vol enthousiasme en met luide stem. Hartstikke vals, maar dat mag op deze leeftijd nog. Sommige dingen die tenenkrommend zijn als je groot bent, zijn schattig als je nog klein bent. Dat geluk heeft ze. Maar waar dochter vooral naam mee heeft gemaakt, zijn haar dansmoves. De enigszins spottende opmerking “Dat heeft ze vast niet van jou”, heb ik al vaak moeten horen. Maar inderdaad, ze heeft het niet van mij. Ook niet van haar vader overigens. Officieel is dochter half Nederlands en half Spaans, maar niettemin lijkt er puur latinobloed door haar aderen te stromen. Met jaloersmakend gemak beweegt ze haar lijfje ritmisch en soepel op de muziek. Haar heupjes draaien sensueel in de rondte, haar armpjes bewegen mee en geven het geheel nog wat extra sjeu. Het gejoel van het publiek doet haar stralen en er nog een schepje bovenop gooien. Ze zwiept haar haar in de lucht en trekt een arrogante blik. Uitzinnig publiek. Ze weet het. Ze bespeelt ze. Na afloop neemt ze lief lachend alle complimentjes in ontvangst. Soms doet een overenthousiaste ouder een poging dochter´s dansmoves te imiteren. Dochter lacht lief maar ook een beetje meewarig terug. Hier en daar deelt ze een knuffel uit. Toeschouwers worden fans. 

Onlangs stonden we in een magisch mooi bos aan de rand van het wensmeer. Het was er koud. Zoon en dochter stonden naast elkaar, dikke jas aan, sjaal om, muts op, handschoenen aan. Zoon keek ernstig naar het water, keek toen op zei dat hij zijn wens had gedaan. Hij kon niet zeggen wat zijn wens was, want dan zou de wens niet uitkomen. Vervolgens deed dochter een stap naar voren richting het water. Ze vouwde zedig haar handjes, sloot haar oogjes en zei luid en duidelijk: “Wensmeer, ik zou zo heel, heel graag een echte danseres willen worden.”

Dat magie moge bestaan en wensen mogen uitkomen.
Mei 2015

zondag 17 mei 2015

Zeg Roodkapje...


Op verzoek van mijn liefste vriendin maakte ik voor haar dochter een rode cape met rood wit geruite binnenkant en capuchon.


Het patroon haalde ik uit een oude Knippie, ik maakte het drie jaar geleden ook al eens, toen voor twee carnaval outfits.





Opgevallen dat niet alleen het meisje, maar het hele plaatje mooi is? Smaakt naar meer, toch? Instagram, ruth_ela.



donderdag 7 mei 2015

Het zal je maar gebeuren

Het gebeurde me. Alsof ik in een slechte dramafilm was beland, zomaar ineens, vanuit het niets. Als een misdadiger met vanalles op het geweten werd ik op het vliegveld bij de paspoortcontrole tegengehouden. U mag het land niet uit. Onverbiddelijk.

Maar laat ik bij het begin beginnen. Toen wij onze twee weken vakantie begonnen en in E. aankwamen, vroeg de jongeman bij de paspoortcontrole of ik in 2010 wellicht een probleem had gehad met mijn paspoort. Dat had ik niet. Ik was in 2008 uit E. vertrokken en was er sindsdien niet meer geweest. Mijn paspoort was twee jaar eerder gestolen in E., waarvan ik aangifte had gedaan. Kon dat er iets mee te maken hebben? De jongeman wist het niet. Zei hij. Op mijn aandringende vraag of er een probleem was, zei hij geruststellend dat dat niet het geval was en wenste ons een prettige vakantie. De vakantie verliep vervolgens inderdaad uiterst prettig, maar toen we aan het einde van de twee weken weer naar huis wilden gaan, bleek het probleem er wel degelijk te zijn. 

Ik schets de situatie. Onze vlucht ging om één uur ´s nachts. Tegen tien uur kwamen we bij de paspoortcontrole, na het inchecken, afgeven van de baggage en de veiligheidscontrole. Zoon slaapdronken met rode oogjes, dochter slapend op mijn arm. Paspoort van man bekeken en gestempeld. Paspoort van zoon, paspoort van dochter, goedbevonden en gestempeld. En toen was ik aan de beurt. De jongedame achter de balie kreeg een diepe frons in haar voorhoofd, keek ernstig naar het scherm, glimlachte toen naar me en vroeg of ik een momentje had. Ze moest even de baas raadplegen. Na een minuut of vijf keerde ze terug. Ik hoefde het niet te vragen. “Er is een probleem”, zei ze. Dochter nog altijd diep in slaap, zwaar wegend op mijn arm. De rood doorlopen oogjes van zoon sperden zich open, hij klampte zich aan mij vast en vroeg met onvaste stem wat er aan de hand was. En dat was nog maar het begin. 

In de loop van de 45 minuten die volgden, werden we naar een apart kamertje gebracht. Daar bleek dat ik een uitreisverbod had omdat het sociale verzekeringsinstituut een rechtszaak tegen mij had aangespannen omdat ik ze geld verschuldigd zou zijn. Het was zaterdagnacht, niks en niemand was bereikbaar, er was geen nadere uitleg voorhanden, alleen een onverbiddelijk uitreisverbod. Dochter nog altijd slapend, zoon inmiddels geheel over zijn toeren, hysterisch huilend op de grond, mijn ziel in duizend stukjes. Man moest weer werken, de kinderen naar school. We hadden geen idee wat er aan de hand was, over hoeveel geld het ging en hoeveel tijd dit zou kosten. Er zat maar één ding op. Man en kinderen het vliegtuig in, en ik niet. 

Dochter was inmiddels wakker geworden. Op dat moment, om elf uur ´s avonds in het hokje van de migratiepolitie op het vliegveld van Q., op dat moment dat ik afscheid moest nemen van man en kinderen zonder te weten waarom en voor hoe lang, leerde ik de alomvattende betekenis van het woord ´hartverscheurend´ kennen.

De baggage kon niet meer teruggehaald worden. Uit de handbaggage haalde ik een flinterdun plastic zakje van de supermarkt en stopte er mijn paspoort, portomonnee, vest, boek en appel in. Op mijn vraag waarom, waarom in hemelsnaam, de jongeman bij de paspoortcontrole twee weken eerder zei dat er geen probleem was, terwijl hij op zijn scherm kon zien dat ik wel degelijk een probleem zou hebben bij het uitreizen, zei de jongedame met tranen in haar ogen dat deze jongeman (ze kon zien in het systeem wie ons toen te woord stond) een nieuwe onervaren werknemer was. Waarvoor excuses. En zo stond ik om één uur ´s nachts met m´n plastic zakje en roodbehuilde ogen bij vriendin I. op de stoep, van wie we eerder die dag afscheid hadden genomen. Die nacht deed ik geen oog dicht. De zondag leek eindeloos te duren. Allerlei scenarios tolden door mijn hoofd, maar uiteindelijk kon ik niet anders dan gissen. Mijn geweten was schoon, maar mijn dossier niet. Een uitreisverbod moet een oorzaak hebben. Mijn vermeende schuld kon niet anders dan torenhoog zijn. Wat was er misgegaan, jaren geleden? Mijn relatie met het sociale verzekeringsinstituut bestond uit de maandelijkse premies die ik afdroeg voor Doña Digna die mijn huis op orde hield. Die premies droeg ik ook daadwerkelijk af, en toen ik vertrok, stopte ik het contract en hield me aan alle opzeggingsvoorwaarden. Ook zondagnacht kon ik de slaap niet vatten. 

Maar het werd uiteindelijk maandag. Bij het krieken van de dag gingen vriendin I. en ik op pad om het probleem bij de horens te vatten. Bij het sociale verzekeringsinstituut konden ze mijn dossier niet vinden. We werden naar de migratiepolitie gestuurd. Daar kwam mijn nummer boven water. Terug naar het verzekeringsinstituut. Dossier gevonden. De directeur keek me meewarig aan zei dat ik inderdaad een schuld had. Het speet hem voor mij, maar er zat niks anders op dan te betalen. Er stonden inmiddels plassen zweet in mijn handen, mijn keel was droog. Met enigszins bibberende stem vroeg ik de overigens uiterst vriendelijke directeur hoe hoog mijn vermeende schuld was. “Achtennegentig dollar, mevrouw…” Ik keek hem glazig aan. “Achtennegentig dollar, mevrouw”. I. en ik keken elkaar aan en konden niet anders dan in lachen uitbarsten. De opluchting won het van de verontwaardiging. Met de knip in de hand, klaar om te betalen en weer huiswaarts te keren, hoorde ik de directeur vervolgens zeggen dat ´mijn zaak´ tot een andere provincie behoorde en dat ik, “helaas mevrouw, het spijt ons”, terug naar mijn stadje zou moeten om daar 98 dollar te betalen en de papierwinkel af te handelen. 

Ik nam diezelfde middag de eerstvolgende bus naar mijn geliefde stadje. Drie uur later was ik bij het sociale verzekeringsinstituut. Wat bleek? Als je iemand uitschrijft, komt er altijd enige tijd later nog een naheffing. Aangezien ze pas twee jaar na de uitschrijving van doña Digna deze naheffing probeerden te innen, konden ze mij uiteraard niet meer vinden. Ik was inmiddels twee woonlanden verder. Op mijn vraag waarom ik destijds bij de uitschrijving niet op de hoogte was gebracht van deze naheffing, volgde slechts een verontschuldiging als antwoord. “Dat moet onze collega destijds zijn vergeten, het spijt ons.” De opluchting was nog steeds groter dan de verontwaardiging. Ik sliep die nacht bij vriendin A. Nu ik wist dat alles de volgende ochtend zou zijn opgelost, hadden we een heel gezellige avond. De kinderen waren inmiddels weer naar school en routine doet wonderen, evenals mijn belofte om cadeautjes voor ze mee te nemen. Wetende dat zij goed zouden slapen, sliep ook ik die nacht als een roos. 

De volgende ochtend werd mijn dossier bij de migratiepolitie opgeschoond. Als vrij vrouw reisde ik terug naar de hoofdstad waar ik diezelfde nacht op het vliegtuig naar huis stapte. 

Toen we die zaterdagnacht op het vliegveld afscheid namen, huilend, bezorgd, onwetend, zei mijn altijd optimistische man dat alles goed zou komen. Dat we er ooit om zouden kunnen lachen. Dat we er uiteindelijk een goed verhaal aan over zouden houden. 

Bij deze.
Mei 2015    

zaterdag 25 april 2015

De hutkoffer IX


Een bloes die ooit van oma was, werd een jurkje voor kleindochter.



Zwart wit trekt dochter uiteraard niet aan. Maar een vleugje fuchsia doet wonderen. Zij is bereid zwart wit te gaan, maar dan moet ik ook overstag en een strikje toevoegen. Een strikje, brrrr. 


zaterdag 18 april 2015

Op oefening

We zijn op oefening geweest. “Het is nu of nooit”, zei de dame van het reisbureau. Maandenlang waren we al op zoek naar een vliegticket naar willekeurig welk land in Zuid-Amerika. Nu we waarschijnlijk over een aantal maanden naar een ander deel van de wereld zullen verhuizen, wilden we graag de twee weken paasvakantie benutten om een ons nog onbekend land in de regio te bezoeken. Dat is vanuit V. makkelijker gezegd dan gedaan. Maar toen belde de dame van het reisbureau een week voor de vakantie zou beginnen en zei “Het is nu of nooit”. De prijs was hoog, de bestemming ons niet onbekend. De bestemming was E., het land waar we vijf jaar hebben gewoond. Aangezien het nu of nooit was, besloten we dat het nu moest zijn. De knoop doorgehakt, werden we met het uur enthousiaster. Twee weken reizen door het ons zo geliefde E., het land waar man en ik elkaar leerden kennen, waar we trouwden en waar onze zoon werd geboren. Zoon had al vaak gezegd dat hij ´zijn land´ graag wil leren kennen. Dit was de kans. We maakten een lijst van alle plekken die we onze kinderen graag wilden laten zien en die we zelf graag weer wilden zien. Veel te veel voor twee weken uiteraard, maar uiteindelijk maakten we een plan, een nostalgische tour vol herinneringen.

En zo gingen we gevieren op oefening. We gingen namelijk met de rugzak. Hoewel inmiddels lang geleden, gaan man en ik graag met de rugzak op de bonnefooi op vakantie om een land te ontdekken. Met jonge kinderen zonder enige rugzakervaring leek het ons evenwel een goed idee om eerst op oefening te gaan. Oefening in de ruime zin van het woord: behalve de aanwezigheid van twee grote rugzakken, kwam weinig aan onze reis in de buurt van het concept “backpacken”. En toch was het een goede oefening. We hebben veel geleerd.

Zoals gezegd, was onze baggage verdeeld over twee grote rugzakken. Hoewel voor de hand liggend, was ik toch ergens in de loop der jaren vergeten hoe onhandig die grote rugzakken zijn. Je hebt nooit iets bij de hand, hebt altijd net nodig wat onderop ligt (hoe slim en vooruitziend je de boel ook hebt ingepakt) en bent dus eindeloos aan het leeghalen en her-inpakken. 

Van een ons onbekend land ontdekken was geen sprake. Sterker nog, het land voelt als een thuis. Het was een feest van herkenning en herinnering. En toch ontdekten we vanalles. Niet alleen bezochten we een aantal plaatsen die we nog niet kenden, ook zagen we dat wat we al kenden, met een nieuwe blik. De blik en beleving van de kinderen. Zij zagen dingen die wij nooit eerder zagen en maakten dat de vakantie voor ons evengoed een ontdekkingsreis was als voor hen. 

Teruggaan naar een land waar je jarenlang woonde en werkte, betekent ook een weerzien met vrienden en oud-collega´s. Als één van die fantastische mensen je vervolgens hun auto aanbiedt voor een dag of tien, dan accepteer je dat dankbaar. Een echte backpacker verplaatst zich niet per auto. Een backpacker op oefening wel. We doorkruisten een deel van het land ook per bus. Dat ging prima. Maar het voordeel van de auto is dat op het moment dat ineens een kinderblaasje op knappen staat, er direct gestopt kan worden voor een plaspauze. Hadden we ons uitsluitend per openbaar vervoer verplaatst, dan hadden we op de lange trajecten ongetwijfed een spoor van bussen met natte stoelen achtergelaten.

Het concept “op de bonnefooi” hebben we ook grof geweld aangedaan. Het leek ons geen aangenaam plan om elke avond na aankomst op de plaats van bestemming met twee vermoeide kinderen op zoek te moeten gaan naar een slaapplaats, zeker in een algemene vakantieweek. Ik regelde dus voor vertrek onze slaapplaatsen. Zo sliepen we een paar nachten bij verschillende vrienden, verbleven we in een simpele hosteria, in een klein hotel, in een een strandcabaña zonder muren maar met muggennet aan de warme kust, in een knusse kamer met openhaard en elektrische dekens op de koude hoogvlakte, en in een knalroze zigeunerwagen in de vallei van de kolibris. We kenden het land, de afstanden, de routes en zodoende liep het allemaal gesmeerd en hebben we uiteindelijk meer kunnen doen en zien dan wanneer we op de bonnefooi waren gegaan. 

We hebben veel geleerd. Onze kinderen zijn makkelijke reizigers. Zolang we altijd iets te eten en te drinken, wc papier en een vest bij ons hebben, kunnen ze de wereld aan. Zoalng ze genoeg nachtrust krijgen, genieten ze met volle teugen. We hebben ook geleerd dat we geen twintig meer zijn. Sliepen we ooit zonder problemen wekenlang op een krakkemikkig bedje met doorgezakt matras en her en der een verdwaalde kakkerlak, de veertig gepasseerd wil het lijf na een nacht of vijf heel erg graag een schoon en stevig bed, een eigen badkamer en een goede douche. Op slippertjes rondbanjeren met een grote zware rugzak op de rug gaat ook niet meer. Stevig schoeisel heeft het lijf nodig. 

En zo was deze oefening een uitstekende voorbereiding op het ´echte werk´. Dat we met onze kinderen nog veel meer van de wereld zullen gaan zien, staat als een paal boven water. Het rondtrekken vonden ze geweldig. Elke dag was het weer spannend wat ze zouden gaan zien, wat ze zouden beleven. Elke keer als we op een nieuwe bestemming aankwamen, juichten ze dat ze het er zo geweldig vonden, dat ze er voor altijd zouden willen blijven. Een betere uiting van genoegen konden we ons niet bedenken. Elk jaar worden wij een jaartje ouder, maar zij een jaartje sterker. Nog even, en ze hebben volledige controle over hun blaas en zijn hun rugjes sterk genoeg om hun eigen rugzak te dragen. 

We zijn op oefening geweest, maar gaan binnenkort voor het echte werk. We zijn er bijna klaar voor.
April 2015

woensdag 8 april 2015

Op vakantie



Pink Stitches Boxy Pouch, uit soepel tafelzeil met bloemen. 
Momenteel voor twee weken mee op vakantie in de rugzak als toilettas!



zaterdag 28 maart 2015

Blussen zonder water

De mensen zijn een nummer geworden. Het laatste cijfer van het nummer op je identiteitskaart bepaalt op welke dag jij boodschappen mag doen in de staats-supermarkten. De prijzen zijn er over het algemeen lager dan in de supermarkten die niet van de overheid zijn. En soms vind je er produkten die al heel lang heel erg schaars zijn. Olie, meel, suiker, boter, melk, toiletpapier, waspoeder, deodorant, shampoo, luiers. Zomaar een greep uit de lijst schaarse produkten. Je moet dan echter wel bereid zijn om op de dag dat jij boodschappen mag doen, heel lang in een hele lange rij te staan. Denk aan vier, vijf uur lang in de brandende zon in de rij om een gereguleerde, beperkte hoeveelheid basisprodukten te kunnen kopen. Flink inslaan om een maand vooruit te kunnen, is er niet bij. 

Je kan ook naar de supermarkten die niet van de staat zijn. Produkten zijn er duurder en de schaarse produkten zijn er vrijwel nooit te vinden. Mocht er toevallig een pallet luiers of melk zijn aangeleverd, dan zijn ook daar de rijen belachelijk lang. Optie drie is de markt. Hier vind je als je geluk hebt, al dan niet onder de toonbank, een pak toiletpapier of een liter melk voor het driedubbele van de normale prijs. Ook bij de straatverkopers vind je een ruimer aanbod dan in de supermarkt, eveneens voor een verveelvoudiging van de officieel toegestane prijs. Deze straatverkopers staan overal urenlang in de rij, kopen overal de maximaal toegestane hoeveelheid, en verkopen dat vervolgens duur door, al dan niet over de landsgrenzen heen. Het probleem houdt zichzelf mede in stand.

Twee jaar geleden was de schaarste nieuw. Ik maakte mij er toen druk om dat ik mijn weekmenu niet meer kon plannen, aangezien je nooit wist wat je zou kunnen kopen. Inmiddels kijken we met zekere nostalgie terug op de situatie zoals die twee jaar geleden was. Het is snel bergafwaarts gegaan. De inflatie is onwerkelijk hoog. Wekelijks gaan de prijzen omhoog, economisten schatten in dat de jaarlijkse inflatie van voedsel meer dan 100% zal zijn. Vaccinaties en medicijnen zijn grotendeels niet meer verkrijgbaar. Mensen met kanker kunnen niet behandeld worden, kinderen worden niet ingeënt, het aantal tienerzwangerschappen schijnt te zijn geëxplodeerd door gebrek aan anti-conceptiemiddelen. 

Over de oorzaak van de huidige situatie doen verschillende theorieen de ronde. Vraag het aan een voorstander van de huidige regering en het antwoord zal wezenlijk anders zijn dan dat van een tegenstander van de huidige regering. “Mensen eten veel, wel drie keer per dag of meer”. “Gebrek aan nationale produktie.” “Grootschalige smokkel van gesubsidieerde produkten naar het buitenland.” “Overheidscontrole op de prijzen van produkten, strikte controle van buitenlandse valuta, onteigening van bedrijven door de overheid.” “Volstrekt wanbeleid van de regering”. Ik heb mij laten vertellen dat V. sinds enige tijd op de lijst staat met landen die voedsel rantsoeneren, zoals Cuba en Noord-Korea. 

“Tekorten in V.” heeft inmiddels een eigen wikipedia pagina gekregen. In het Spaans en in het Engels. Het voelt alsof het daarmee ook echt geen situatie van kortstondige, voorbijgaande aard meer is. Hoewel de wanhoop onder de bevolking toeneemt, is ook de berusting en voortdurende aanpassing een feit. Ook ik betrap me er op dat ik me eigenlijk sneller dan me lief is, aanpas aan de steeds verdergaande beperkingen.

De regering staat op het punt om een syteem in te voeren waarbij bij het afrekenen van de boodschappen de vingerafdruk wordt genomen. De smokkel van gesubsidieerde basisprodukten naar omliggende landen waar ze voor een hogere prijs verkocht kunnen worden, zou daarmee moeten worden tegengegaan. De gevolgen voor de overgrote niet smokkelende meerderheid van de bevolking doen daarbij niet ter zake. Protesten ten spijt, is het systeem inmiddels in tenminste één staat reeds ingevoerd.

Waar je ook bent, met wie je ook praat, bij de bakker, bij de dokter, op een verjaardagsfeestje, op het schoolplein, iedereen is bezig met de vraag; hoe kom ik deze week aan datgene wat ik echt nodig heb. Heb je geld, dan lukt het uiteindelijk meestal wel. De zwarte markt, de straatverkopers en het buitenland. De rijken kopen online bij een supermarkt in het buitenland en laten dat naar V. verschepen of vliegen. Een werkreis naar het buitenland betekent een lot uit de loterij. Lege koffers mee en volle koffers terug. Heb je een vlucht kunnen bemachtigen en kan je op vakantie naar het buitenland, dan gaan er ellenlange boodschappenlijsten mee waar vrienden en familie hun meest dringende behoeften op hebben genoteerd. Continue wordt er geruild, iedereen helpt iedereen uit de brand. Maar het blijven lokale blusacties. 

De president heeft onlangs de militairen in de hoogste rangen een fikse loonsverhoging gegeven. Om ze rustig te houden, zo luidt het. Het geheel door de pro-regerings partijen gecontroleerde volksvergadering heeft de president de macht gegeven om in zijn eentje wetten te bedenken en goed te keuren, zonder dat eventueel andersdenkenden roet in zijn eten zouden kunnen gooien. 

De brandhaard breidt zich uit. Het is nog slechts wachten op het moment dat het bluswater zodanig zal zijn gerantsoeneerd, dat de hele boel in de fik gaat. 
Maart 2015

donderdag 19 maart 2015

Handelswaar


Als ik viereneenhalf jaar geleden geweten had dat stoffen restjes-slingers hier zo in de smaak zouden vallen, had ik inmiddels een gouden handeltje gehad. Nu heb ik vier slingers en twee mini´s voor eigen gebruik. Ook leuk.









woensdag 11 maart 2015

Roze roosjes


Nu ze het nog prachtig vindt, nog eens een zwierjurkje in roze roosjes. 
Geheel gevoerd met zachtgeel katoentje. Stof ooit gekocht op een rommelmarkt, ik maakte er al eerder een babysetje van.









donderdag 5 maart 2015

Op wereldreis

Maak je dromen waar, zeggen ze. En dus maakten ze plannen. Een jaar op reis met een camper, door alle landen van Zuid-Amerika. Maar nog voordat de kaart was uitgevouwen, kwamen er kinderen. Een meisje, en drie jaar later nog een meisje. De droom bleef, maar werd een plan voor later, als ze gepensioneerd zouden zijn. Maar in hun omgeving werden mensen ziek, gingen mensen dood. Gepensioneerden om hen heen werden slecht ter been, hadden geen energie meer. Ze werden zich er van bewust dat het uitstellen van hun droom wellicht zou leiden tot afstel. 

Maak je dromen waar, zeggen ze. En dus vouwden ze de kaart uit en kochten een camper. De meisjes, inmiddels zes en negen jaar, namen afscheid op hun Franse school, om een jaar lang in de camper door hun ouders te worden onderwezen. De nodige inentingen werden gehaald en er werd in stijl afscheid genomen van vrienden en familie, met veel Franse kazen en wijn. Men vond ze moedig, ze glunderden. Men was jaloers, ze straalden. Men wenste ze veel plezier, ze twijfelden geen moment.

Na vier maanden reizen, arriveerden ze in V. Zij vond het er vreselijk. Lege supermarkten, verbitterde mensen, onveilig land. Ze hadden de routine ontwikkeld om tegen vier uur ´s middags op zoek te gaan naar een slaapplaats, dat meestal een parkeerplaats tegenover een politiebureau was. In V. geen goed idee. Zij wilde dan ook het liefst zo snel mogelijk V. weer verlaten. Maar hij niet. Het plan behelsde tien dagen V. met zes te bezoeken bezienswaardigheden. En van het plan werd niet afgeweken. Want het plan was de droom. Zij had tranen in haar ogen. Na vier maanden op elkaars lip in een camper zonder air-conditioning, was haar incasseringsvermogen danig aangetast. Het onderwijzen van de meisjes bleek als een molensteen om de droom te hangen. Om in de pas te blijven met het reguliere Franse onderwijs, moesten er een aanzienlijk aantal uren per dag studerend worden doorgebracht. Over het algemeen in een kleine camper zonder air-conditioning. Tijd die niet kon worden besteed aan verder reizen en bezienswaardigheden bezoeken.

Op kerstavond belde ze via skype met haar zus. Haar zus zat op de bank. De kerstboom met flonkerende lichtjes stond ernaast. Voor zich op tafel had zus een groot glas wijn staan en een bordje Franse kazen. Ze keek naar haar zus, diens mooie jurk, zachte bank, schitterende kerstboom, en vooral naar het glas wijn en het bordje kaas. Ze barstte in tranen uit. Viel uit tegen haar zus. Hoe kan je dit doen, snikte ze, de wijn, de kaas, de zachte bank, ik kan het niet aanzien, ik wil het niet zien, ik moet nog acht maanden…

Ze veegde haar tranen weg en haalde haar roodverbrande neus op. Ze draaide haar hoofd weg en zei zachtjes dat het in het volgende land vast beter zou worden. Dat ze weer zou ontspannen en genieten van de reis. Dat ze minder ruzie zouden maken. Dat de meisjes meer tijd zouden hebben om zich op een lange vakantie te wanen. Ze troostte zich hardop met de gedachte dat ze op de volgende kerstavond weer thuis zou zijn. En op haar zachte bank naast haar flonkerende kerstboom een glas wijn zou drinken en Franse kaas zou eten.

Ze zuchtte diep. Terwijl de tranen opnieuw opwelden in haar nog opgezette ogen, fluisterde ze snikkend dat soms het dromen van je droom zoveel fijner is dan het waarmaken van je droom.
Maart 2015