zondag 12 februari 2017

Winterrok


Dochter wilde graag een winterrokje. Ik had het perfecte stofje al jarenlang liggen, zwart met rood-roze sterretjes. Om me er niet te gemakkelijk vanaf te maken, koos ik voor een plooirokje zonder elastiek, maar met rits, knoop en riemlusjes, met dank aan 'Allemaal Rokjes'.







zaterdag 4 februari 2017

Smaken verschillen

Aan de andere kant van de stad staat een heel groot winkelpand. In dit pand huist een enorme meubelzaak. Ze verkopen alles om je huis in te richten. Badkamers, lampen, vloerkleden, tafels, stoelen, bedden, kasten. Om alles te zien heb je een dag nodig. Wij zijn er wel eens geweest, op zoek naar een keukentafel. Het voelt alsof je rondloopt in een pretpark. Regelmatig staan we stil voor een gouden toiletpot in Cleopatra stijl of een grijze leren bank met armleuningen zo breed als een éénpersoonsbed, afgewerkt met glimmende goudkleurige en diamantachtige elementen. Alles is groot, zwaar, donker en glimmend. Vol verbazing lachen we om de wanstaltige lelijkheid van vrijwel alles wat er in deze enorm grote winkel te koop is.

Deze stijl, die zo ver afstaat van onze eigen smaak, vindt niettemin gretig aftrek bij de overgrote meerderheid van de lokale bevolking. Niet alleen de oudere, maar ook de jongere generaties kiezen vrijwel unaniem voor dergelijke meubels en bijpassende gordijnen en behang. Het is wat ze gewend zijn en wat in hun omgeving de norm is. Zouden zij een rondje hippe West-Europese interieurs doen, dan zouden zij zich waarschijnlijk een kriek lachen om al die huizen die op vergelijkbare wijze zijn ingericht en aangekleed met hout, retro en cactussen. Of ze nou aangeboren of aangeleerd zijn, smaken verschillen.

Een paar maanden geleden, kort voor december, werd mij gevraagd of ik zin had om een dag per week te gaan helpen in een weeshuis. In het huis, op een uurtje rijden van de stad, wonen ongeveer 60 kinderen van alle leeftijden. Er wonen ook een aantal jong-volwassenen met een lichamelijke en/of geestelijke beperking. Een aantal van hen werkt onder de bezielende leiding van Tania in het naaiatelier. Hier maken ze, ieder naar eigen kunnen, kussenslopen, gordijnen en kapotte knieën voor hun huis. Ook naaien ze vanalles om te kunnen verkopen op markten en bazars om zo bij te kunnen dragen aan de financiering van het weeshuis.

De afgelopen paar jaar hielp een Italiaanse hen bij het bedenken van de collectie en de verkoop. Ideeën, patronen, stofkeuze. Ik werd haar opvolger. Sindsdien rij ik elke vrijdag voor dag en dauw naar het weeshuis. De eerste vrijdagen waren een uitdaging. Niet verdwalen. Rijden in sneeuwbuien en over spekgladde wegen. Proberen te communiceren met mijn vaak ontoereikende Russisch. Hun verwachtingen waren hooggespannen. In december zouden er een aantal winterbazars en kerstmarkten plaatsvinden en ik zou daar voor spetterende verkoopcijfers gaan zorgen. Direct op mijn eerste vrijdag werd de waar voor me uitgestald. De kledingcollectie die de Italiaanse met ze had gemaakt, was opgestuurd naar Italie waar zij de bloesjes, jurkjes en pyjamaatjes zou verkopen ten bate van het weeshuis. Maar er was nog vanalles wat ik kon verkopen. Ik zag boompjes gemaakt van nepbankbiljetten. Rondborstige poppetjes met strohaar. Diademen met enorme glimmende bloemen. Hartvormige bakjes van plastic en nephout, versierd met lintjes en plastic kralen. Glinsterend synthetische kussenhoezen. Glimmend van trots en verwachtingsvol keken ze me aan.

Ik wist twee dingen zeker. Eén. Deze spulletjes zouden niet al te best verkopen aan de internationale gemeenschap. Twee. Ik zou dit diplomatiek moeten aanpakken. Met de wetenschap dat er nog slechts drie weken te gaan waren tot de bazars van start zouden gaan, had ik op voorhand een aantal ideeën voorbereid en voorbeelden meegenomen van wat mijns inziens goed verkoopbaar zou zijn en bovendien in korte tijd gemaakt zou kunnen worden. Ik zette mijn tas op tafel en haalde er een stoffen slinger uit. Tania keek naar de slinger. Tania keek naar haar team. Tania's team keek naar de slinger. Vervolgens barstte men eensgezind in lachen uit. “Wat moet je daar nou mee! Dat koopt toch niemand!” Diplomatie was hier helemaal niet nodig. De rest van die eerste vrijdagochtend barstten we regelmatig met z'n allen in lachen uit. Was het niet om mijn overige ideeën, dan was het wel om de indrukwekkende spraakverwarring die regelmatig ontstond door de combinatie van mijn gebrekkige begrip van en spraakvaardigheid in het Russisch en het spraakgebrek van sommige van mijn nieuwe collegas. Niettemin wist ik ze over te halen om in de weken die ons nog restten tot de kerstmarkten, een aantal stoffen slingers en vilten kerstboompjes te maken.

Drie weken later reed ik op een zondagochtend naar de eerste bazar. Tijdens mijn tweede en derde bezoek aan het weeshuis, was ik er achter gekomen dat ze ook fantastisch leuke poezenkussens hadden gemaakt en schattige poesjes die je aan hun staart kan ophangen. In mijn kofferbak stond dus een grote doos vol poezen, rondborstige poppetjes met strohaar, diademen met enorme glimmende bloemen, hartvormige bakjes van plastic en nephout, glinsterend synthetische kussenhoezen, stoffen slingers en vilten kerstboompjes. Ik begon hem te knijpen. Wat nou als ik inderdaad geen slinger zou verkopen? Hoewel ze vrij veel stoffen in hun atelier hebben liggen, zijn de kleuren en kwaliteit over het algemeen niet al te best. Het was nog een hele uitdaging geweest om verschillende stoffen bij elkaar te zoeken voor mooie slingers. De kerstboompjes bestaan uit steeds kleiner wordende vilten rondjes in allerlei kleuren, met een groene basis en een gele ster op top. Hartstikke leuk, maar de internationale gemeenschap is klein en het merendeel van de lokale bevolking moslim. Mocht mijn inschatting fout zijn geweest, dan zou ik - zo bedacht ik terwijl ik de waar uitstalde - zelf aan het eind van de dag een heleboel stoffen slingers en vilten kerstboompjes kopen en met opgeheven hoofd en lege doos vrijdag bij m'n naaiclub aankomen.

Zorgen om niets. De kerstboompjes, slingers en poezen gingen als zoete broodjes over de toonbank. De diademen met enorme glimmende bloemen ook. De opbrengst van de dag was voldoende om ieder kind te voorzien van een broodnodige nieuwe pyjama. Toen ik op vrijdag het naaiatelier weer binnenstapte, voelde ik hoe ik op dat moment echt werd opgenomen in de groep. Ik kreeg dikke knuffels en vol enthousiasme werden er nieuwe kerstboompjes en stoffen slingers gemaakt.

Sindsdien werken we samen als een goed geoliede machine. Mijn ideeën worden nog altijd vaak met bulderend gelach ontvangen. Ik kijk nog altijd vaak met laten we zeggen 'verbazing' naar hun eigen collectie. Smaken verschillen. Zij verkopen hun waar op de lokale bazars waar mensen hun smaak delen. Ik verkoop aan de internationale gemeenschap die stoffen slingers wel ziet zitten. Met elkaar maken we nieuwe plannen. Er wordt hard gewerkt en veel gelachen. We hebben elkaar in het hart gesloten.

Januari 2017

donderdag 19 januari 2017

Schaapsmand


Afgelopen zomer waren we een paar dagen in Kyrgyzstan waar we leerden vilt te maken van schapenwol. We maakten ieder een lap en die ging mee naar huis.


Die lappen lagen maar te liggen. Zonde. Het vilt is te stevig voor onder de naaimachine, maar met de hand maakte ik er een mand van die nu dienst doet als prullenmand in de naaikamer. Niet subtiel afgewerkt, maar een beetje ruig, net zoals het materiaal, ruig, puur natuur vilt.




vrijdag 30 december 2016

Rode neuzen en een nieuwe trui


Het was dochter's beurt voor een warme woontrui. Een hardnekkige en heftige griep houdt me al een paar weken van de straat en meer dan deze trui werd er niet gefabriceerd. 


Hoewel ik graag teruggrijp op eerder naar volle tevredenheid gemaakte patronen, wil ik soms wel eens iets heel anders proberen. Ik heb wat oude bladen liggen en in de Knippie 39 - herfst 2000 vond ik deze trui. De ronde zakken en rits die vanuit het voorpand rond de capuchon loopt, geven de trui een leuke twist. Ik maakte maat 128. De mode was in 2000 duidelijk wijd, want hoewel ik het patroon versmalde, valt de trui meer dan een maatje groot. Maar dat mag voor een woontrui en bovendien kan hij zo nog een jaartje extra mee. 

 
Kijk toch dat koude rode winter neusje, love it!


De stof kocht ik op de markt in Nederland.


zondag 11 december 2016

En toen was het te laat

In een huwelijk als het onze met een Nederlandse en een Spanjaard, zou je wellicht verwachten dat het temperament aan de Spaanse kant zit. Niets is in ons geval echter minder waar. Man is het toonbeeld van evenwichtigheid, beheersd en stabiel. Ik daarentegen kan nogal eens fel uit de hoek komen. Uiteraard probeer ik mijzelf onder controle te houden, maar de eerlijkheid gebiedt mij toe te geven dat ik wel eens faal. Faliekant. Dan is de koek opeens op en barst de bom. De kalmte waarmee man dergelijke explosies over zich heen laat komen, is bewonderenswaardig, maar werkt op het moment zelf als olie op het vuur. Als de rust dan weer is wedergekeerd, doe ik doorgaans stug alsof ik het al die tijd bij het rechte eind had en glimlacht man minzaam.

Heel soms verlies ik ook tegenover mijn kinderen mijn geduld. Waar ik tegenover man nog wel eens wil stellen dat ik nou eenmaal ben zoals ik ben en dat een beetje temperament de boel voor saaiheid behoedt, probeer ik tegenover mijn kinderen met man en macht de stabiele, evenwichtige, altijd redelijke en geduldige moeder te zijn die ik zo graag zou willen zijn. Maar niets menselijks is mij vreemd, en soms faal ik. Faliekant. Dan wordt er een deur te hard dichtgegooid, wordt er iets op de grond gegooid of verhef ik mijn stem tot boven de toegestane waarde.

Een week of vijf geleden was zo'n moment. Ik ging door het lint. Eén van de kinderen, of allebei - beschamend genoeg weet ik niet meer wat de aanleiding was maar kennelijk was het op dat moment ernstig genoeg – had mij tot het uiterste getergd. Ik kreeg de 'en nu is het genoeg' waas voor mijn ogen. Vervolgens kreeg ik het voor elkaar om één van de absolute 'nooit tegen je kinderen te gebruiken woorden' uit mijn mond te laten glippen. Als ik echt heel erg boos ben en wil dat mijn kinderen echt heel goed begrijpen dat ik echt heel erg boos ben, dan ben ik boos in het Engels. In mijn aldus Engelse tirade voegde zich op onbegrijpelijke wijze ineens heel slinks de zin “What the F... were you thinking?!”

Het was direct doodstil. Zoon begon te snikken. Dochter begon te grijnzen. “Mum, you used the F-word!” Ik kwam onmiddellijk bij zinnen en bood mijn kinderen mijn verontschuldigingen aan. Dat had ik nooit en te nimmer mogen zeggen, het glipte er helemaal per ongeluk uit... Het had duidelijk indruk gemaakt en ik nam mijzelf ontzettend plechtig voor om ten overstaan van mijn kinderen nooit en te nimmer meer het F-woord te gebruiken.

Maar het was te laat. Het kwaad was geschied. Kleine oortjes horen alles en kleine hoofdjes onthouden alles. Zeker als het indruk heeft gemaakt. Had ik er een flinke Nederlandse krachtterm tegenaan gegooid, dan hadden ze dat niet doorgehad, maar helaas, zoals gezegd, het kwaad was geschied. En eergisteren kreeg ik dat nog eens fijntjes ingewreven. In dochter's klas was een gesprek ontstaan waarin de leraar op een gegeven moment aan de kinderen had gevraagd wat hun moeder doet als ze boos is. Dochter, eerlijk en onschuldig, antwoordde dat als haar moeder echt heel boos is, ze het F-woord gebruikt. De leraar had deze informatie tot zich genomen en later grijnzend met zijn collegas gedeeld. Die kwamen vervolgens grijnzend naar mij toe om mij badend in het leedvermaak op de hoogte te stellen van mijn opvoedkundig falen.

Ik kon niet anders dan beamen dat ik inderdaad één keer in opperste staat van boosheid het vermaledijde woord uit mijn mond had laten glippen. Ik benadrukte dat dit slechts één keer was gebeurd maar voelde dat niemand dat geloofde. Dat dochter vervolgens meedeelde dat ik niettemin de allerliefste mama ben, deed de leraren glimlachen, maar of dat geruststellend of meewarig bedoeld was, weet ik niet.

Later vroeg ik dochter wat de andere kinderen hadden geantwoord. Niks bijzonders, volgens haar. Ik troost mij met de gedachte dat die andere kinderen vast allemaal worden opgevoed door nannies, ofwel zo gewend zijn aan krachttermen dat ze het niet meer horen. Want het zal toch niet zo zijn dat van de 20 moeders, ik de enige ben die een keer over de schreef is gegaan? Toch?December 2016

woensdag 30 november 2016

Leonora wordt Leonardo


Liepen we vorige winter nooit in truien omdat de centraal aangestuurde verwarming in het appartement altijd vol stond te loeien, nu we in een huis wonen dat rijkelijk is voorzien van ramen, is de nood aan dikke truien hoog. Lekkere warme wegkruip truien. Zoals deze, voor zoon.



Ik nam het patroon van de Leonora sweater met raglanmouwen van La Maison Victor sept-okt 2015 als uitgangspunt. Ik liet de boorden achterwege, evenals de splitjes. Voor- en achterpand werden even lang en ik tekende er een hele flinke col aan. Kortom, van Leonora bleef weinig over. Het werd een winterse jongensversie, Leonardo.

De stof kocht ik op de markt.




zondag 20 november 2016

De prestatiedrang

Presteren staat bij de school van onze kinderen hoog in het vaandel. Heel hoog. Alles draait om resultaten. Het doel van de school is om zoveel mogelijk leerlingen aan het eind van de rit af te leveren aan 's werelds topuniversiteiten en die rit begint zodra ze met vijf jaar aan het eerste leerjaar beginnen. Aan het begin van elk schooljaar worden alle kinderen vanaf zeven jaar op alle fronten getest. De resultaten van zoon waren sprankelend. We kunnen hem vervroegd klaarstomen voor het middelbaar onderwijs, zei zijn leraar, maar het gevaar is dat kinderen dan na een paar jaar uitgeblust raken en er gewoon geen zin meer in hebben, dus ik raad het niet aan. Dat vonden wij een wijs advies. Het kind is acht. Wat mijn advies is, ging de leraar verder, is dat hij af en toe wat gas terug neemt, relaxen, even minder hard werken, lekker spelen. Ook dat leek ons een goed idee, het kind is acht. Helaas gooit het huiswerk-beleid van dezelfde leraar flink wat roet in het relax-advies. Leraar doet namelijk aan extra huiswerk. Bovenop de door school bepaalde reeds stevige portie huiswerk, geeft hij namelijk elke week extra huiswerk. Het extra huiswerk is niet verplicht, maar er kunnen wel grof punten mee worden gescoord. Die punten leiden tot gele kaarten en die gele kaarten leiden tot prijzen. En dus willen kinderen extra huiswerk. Want opteer je niet voor extra huiswerk, dan loop je punten mis en eindig je onder aan de ladder. Zo werkt het kennelijk. De stapel huiswerk is dan ook elke week aanzienlijk, evenals het aantal uren dat er aan besteed wordt. Wij kunnen praten als Brugman, maar dat huiswerk wordt gemaakt. Zuchtend en steunend, dat wel, want uiteraard zou zoon veel liever relaxen en spelen. Het kind is acht. Maar ja, die punten, die ladder...

Aan het begin van dit schooljaar werd medegedeeld dat de school de academische resultaten nog altijd van groot belang acht, maar vanaf nu ook meer nadruk zou gaan leggen op het belang van sport, spel, muziek en creativiteit. Er is een voetbalteam, maar alleen voor de allerbeste voetballertjes. Er is een basketbalteam. Maar alleen voor de allerbeste basketballertjes. Er worden peperdure trips naar Europa georganiseerd, voor de allerbeste muziekmakertjes. Creatief mogen ze zijn in artclass. Een uurtje per week. Waarschijnlijk acht de school de twee dagelijkse speelkwartiertjes voldoende spel voor kinderen, want de lange schooldagen en hopen huiswerk laten niet veel ruimte over voor buitenschoolse speelmomenten. Kortom, presteren staat bij de school van onze kinderen hoog in het vaandel. Toen ik onlangs – wederom – een gesprek aanvroeg om mijn ongenoegen te uiten, werd mij vriendelijk uitgelegd dat ik behoor tot de groep van Europese ouders, die voorstander zijn van minder huiswerk en meer speeltijd. De lokale ouders daarentegen, de overgrote meerderheid, vinden het school-beleid evenwel nog altijd te slap en eisen doorlopend meer huiswerk en meer werkdruk voor hun kinderen. Prestatiedrang ten top.

Man en ik hebben met de situatie meer moeite dan onze kinderen zelf. Zij zijn blij met hun vriendjes en vriendinnetjes, met hun leraren en met dat beetje sport, spel, muziek en creativiteit dat wordt aangeboden. Ze varen wel bij het curriculum van de school en de wijze waarop dit hen wordt onderwezen. Wij winden ons regelmatig op over het een en ander, waar onze kinderen zelf evenwel geen oog minder om dicht doen. Maar wij zijn er niet over uit. Moeten we die ongebreidelde prestatiedrang ontmoedigen? Aanmoedigen? Laten we de kinderen vrij in hun keuze in hoeverre zij mee willen gaan in de ratrace? Sturen wij ze bij zodat ze ook nog eens onbezorgd buiten kunnen spelen? We waren er nog altijd niet over uit toen school een spellingwedstrijd organiseerde. De kinderen kregen een boekje mee naar huis met zo'n 800 woorden om te oefenen. Zoon is een verdienstelijk speller en won zonder al te veel moeite de voorronde. Daarna begon het echte werk. De voorronde was schriftelijk, gewoon, aan zijn tafeltje in de klas. Easypeasy, zoals hij zelf zei. Maar met het winnen van de voorronde, kwalificeerde hij zich automatisch voor de finale. En die zou plaatsvinden in de grote zaal, ten overstaan van zo'n 400 leerlingen, mondeling, voor de microfoon. Zoon en microfoon plus toeschouwers: geen goede combinatie. Ik zag zijn gevecht. Hij wilde meedoen. De eer, de punten. Hij wilde niet meedoen. De microfoon, de toeschouwers. Meedoen betekende ook oefenen. Oefenen, oefenen, oefenen. Tot het zijn en mijn oren uit kwam. Oefenen deden we samen, ik zei het woord, hij spelde het. Vaak had hij er helemaal geen zin in en wilde hij liever spelen. Maar als ik dan het oefenboek dichtklapte, wilde hij toch door. Een lijdensweg. Het was ook mijn gevecht. Leer ik hem dat wie A zegt, ook B moet zeggen? Als je mee wilt doen, moet je oefenen? Of moedig ik hem aan buiten te gaan spelen en die wedstrijd te laten schieten dan wel onvoorbereid aan te gaan?

De dag van de finale naderde en zoon zag er meer en meer tegenop. Uiteindelijk besloot hij mee te doen, maar ik mocht niet komen kijken. Mijn aanwezigheid zou zijn zenuwen de pan uit doen rijzen. Door alle voorbereidingsperikelen waren mijn zenuwen ook enigszins geprikkeld en ik besloot stiekem toch te gaan, maar uit zicht te blijven. Ik zag dat witte, strakgespannen smoeltje, ik zag mijn manneke, zo niet op zijn gemak op het podium staan. De tranen prikten achter mijn ogen. Maar de wedstrijd begon. Hij stond er en won. De overweldigende opluchting die zich van hem meester maakte toen hij besefte dat het voorbij was, was heerlijk om te zien. Ik kwam tevoorschijn en klapte trots voor mijn dappere kind. Stralend nam hij zijn oorkonde in ontvangst. Het zat er op, het was voorbij. Althans, dat dacht hij en dat dacht ik. Totdat aan het einde van de ceremonie het Hoofd van het Engelse departement het woord nam. Met een lach van oor tot oor kondigde ze aan een verrassing te hebben voor de winnaars. Voor het eerst werd een spellingwedstrijd georganiseerd waaraan alle internationale scholen zouden deelnemen. Die wedstrijd zou drie weken later plaatsvinden en, verrassing, de winnaars naast haar zouden onze school vertegenwoordigen! Ik keek naar mijn zoon. Hij stond niet langer te stralen. Ik zag ongeloof en verbijstering op zijn gezicht. Zijn schouders zakten. Ogen vol wanhoop zochten de mijnen. We konden wel janken. Het was niet voorbij.

We lieten zoon de keus maar probeerden hem subtiel te inspireren tot buiten spelen. Tevergeefs. Hij had slapeloze nachten, maar deed mee. Hij werd knap tweede maar was diep teleurgesteld. Dat duurde een kwartier. Toen leek hij de teleurstelling te zijn vergeten, evenals de slapeloze nachten, het oefenen, de zenuwen en de microfoon. Nog maar net de schoolpoorten uit, verkondigde hij diezelfde middag volgend jaar naar alle waarschijnlijkheid toch weer mee te willen doen. Aanmoedigen? Ontmoedigen? Niet mee bemoeien?

Soms zou ik zoon stiekem wel eens een dagje thuis willen houden. Lekker buiten spelen. Maar helaas geeft de school aan het eind van ieder trimester oorkondes uit voor 100% aanwezigheid. Heb je geen dag gemist? Dan val je in de prijzen. Extra punten, een filmmiddag, een uniform-vrije dag. Ben je oprecht ziek geweest? Heel vervelend, maar dan loop je je prijs dus mis. Hoe absurd is dat. Maar dat dagje spelen zit er dus niet in. Want we kunnen praten als Brugman, zoon gaat naar school. Die punten, die ladder...
November 2016


zondag 13 november 2016

BFL knuffeldoekjes en vreetz'oppers


Twee vreetz'oppers onderweg naar Belgie. Met 6500 km te gaan, twee zeer bereisde vriendjes!
 

Vergezeld van twee knuffeldoekjes. Allevier gemaakt van favoriete restjes.

 


zondag 6 november 2016

Griezelen


Blij dat we ein-de-lijk de roze prinsessenfase zo goed als definitief achter ons kunnen laten, ging ik op de valreep in op dochter's verzoek om vooral SCARY naar halloweendag op school te kunnen gaan. 

Een zwarte pruik vond ik op de bazar en het rokje en shirtje flanste ik snel uit de losse pols in elkaar. De doodshoofden knipten we uit wit vilt en ik naaide ze er vervolgens met de hand op. Nog wat schmink en voila, scary dochter.











woensdag 2 november 2016

Keukengenot

Mijn nieuwste aanwinst werd door mijn Nederlandse familie op skeptisch nuchtere Hollandse wijze becommentarieerd. “Wat dat ding kan, kan je toch ook gewoon zelf met een pan en een fornuis?” “Ik zou zoveel geld niet uitgeven voor een veredelde keukenmachine.” Wel... nee, ik kan niet zelf met pan en fornuis wat dat ding kan. En ik had geluk, het was een cadeau. Ik vermoed dat mijn schoonouders zich al jaren zorgen maakten om het culinaire welzijn van hun zoon en kleinkinderen. Mijn gebrek aan kookkunsten is nooit een geheim geweest, maar voor mijn zeer getalenteerde kookminnende schoonouders wel een onbegrijpelijk iets. Afgelopen voorjaar waren ze een dag of tien bij ons en toevallig viel mijn verjaardag precies in die tien dagen. Ze zagen hun kans schoon en schonken mij – en mijn gezin – een befaamde keukenmachine, of beter gezegd, keukenrobot. Terwijl mijn familie in Nederland zich op de dijen kletste, maakte ik een vreugdedans. Ik had het ding eerder in werking gezien en wist, dit gaat mijn leven veranderen. De Hollandse hoon ten spijt, kon ik niet wachten tot ik mijn nieuwe vriend in de zomer overhandigd zou krijgen. Die overhandiging ging gepaard met een paar uur durende cursus aan huis, waarin we in sneltreinvaart een keur aan gerechten klaarmaakten. Schoonouders waren enthousiast aanwezig, waarschijnlijk diep van binnen hopend dat hun liefdevolle investering aan zou slaan en niet straks ongebruikt op ons aanrecht zou staan blinken.

Voor zover ze zich al zorgen maakten - hetgeen ik in hun plaats zeker zou hebben gedaan, want mijn afkeur voor koken zit zat oprecht diep – bleek dat geheel ongegrond. Ik kook. Dat wat ik met pan en fornuis niet voor elkaar kreeg, lukt me nu wel. Mijn machine neemt me namelijk voor ieder recept bij de hand en leidt me stap voor stap naar het beoogde eindresultaat. Ik doe de boodschappen, de machine doet de rest. Hij maakt zichzelf na gebruik zelfs weer schoon. Alles wat er in de kookpot gebeurt, gebeurt precies goed. De hoeveelheden, de snelheid, de temperatuur, de tijd... Hij snijdt, hakt, verpulvert, roert, kneedt, fruit, kookt, stooft, stoomt. Het is alleen geen oven, maar die kan ik zelf aan- en uitzetten. Alles smaakt anders. Alles smaakt precies goed. Het is alsof er een revolutie heeft plaatsgevonden. Man en kinderen kijken uit naar de gezamenlijke maaltijd en kunnen hun smaakpapillen niet geloven. Het eten is lekker. Elke keer weer. Terwijl de machine snijdt, hakt, verpulvert, roert, kneedt, fruit, kookt, stooft, stoomt, doe ik andere dingen. En als het snijden, hakken, verpulveren, roeren, kneden, fruiten, koken, stoven, stomen klaar is, dan krijg ik een seintje van de machine. Een ingredient erbij, een druk op de knop en vervolgens ga ik weer verder waar ik mee bezig was. Als ik dan mijn ding gedaan heb, is ook maar zo het eten klaar.

Man en kinderen moeten veel van mij houden, want terugkijkend is het haast beschamend wat ik hen al die jaren heb voorgeschoteld. Nu is de grote uitdaging om de machine in goede conditie te houden. Want hij doet weliswaar vrijwel alles, maar mij leren koken doet hij niet. Ik doe slaafs wat hij me opdraagt. Als een getrainde poedel voer ik de opdrachten uit, maar wat er in de kookpot gebuert, is voor mij onzichtbaar. O, behoede mij voor de dag dat de machine het begeeft! Hij is dan ook verboden terrein voor iedereen behalve mijzelf. Ik bedien hem, ik vertroetel hem. Voor de buitenwereld ben ik het baasje. Ik domineer de kunst van het koken met de machine. Alleen wij, de machine en ik, weten dat in werkelijkheid hij de baas is en ik de poedel. Het geeft niet. Mijn leven is veranderd en we hebben er allemaal profijt van. Mijn eerste etentje met genodigden is inmiddels achter de rug. Een succes. Ik kook. Ik geniet van de illusie die de machine me toestaat mijzelf te maken.

Het enige roet in mijn heerlijke eten is dochterlief. Die beweert te pas en te onpas dat ik niet kan koken. Dat al dat lekkere eten niet door mij maar door de machine wordt gemaakt. Zodra de machine ter sprake komt, komt ze er met haar grote kwek tussen om mij op luide toon te degraderen tot poedel, slaafs ondergeschikt aan de machine. Recht voor z'n raap. Net zoals ze me onlangs onderschepte tussen douche en handdoek. Ze vouwde haar handjes om mijn borsten en vroeg peinzend, terwijl ze haar handjes een centimeter of wat omhoog duwde, of ze niet eigenlijk dáár hoorden te hangen. Net zoals ze vorige week toen ik haar van school kwam halen nadat ik uren in de weer was geweest om – helaas zonder handschoenen – na een fikse regenbui de walnoten van eigen boom te ontdoen van hun omhulsel, met haar gebruikelijke luide stem uitriep dat mijn vingers en nagels er werkelijk walgelijk vies uitzagen. Ik kreeg ze met geen mogelijkheid meer schoon en voelde nog dagenlang de blikken van alle keurig gemanicuurde moeders op mijn handen branden.

Maar het geeft niet. We hoeven het niet mooier te maken dan het is. Ik vind het namelijk schitterend zoals het is. De machine heeft me verlost van het juk van de kookstress. Hoewel ik nog altijd niet kan koken, kook ik de sterren van de hemel. Als dat niet schitterend is.
November 2016


P.S. Dit is geen gesponsorde post. Als ik het evenwel zo nog eens nalees, had ik er verdorie best een nieuw kookboek voor de machine uit kunnen slepen! ;-)