zaterdag 18 april 2015

Op oefening

We zijn op oefening geweest. “Het is nu of nooit”, zei de dame van het reisbureau. Maandenlang waren we al op zoek naar een vliegticket naar willekeurig welk land in Zuid-Amerika. Nu we waarschijnlijk over een aantal maanden naar een ander deel van de wereld zullen verhuizen, wilden we graag de twee weken paasvakantie benutten om een ons nog onbekend land in de regio te bezoeken. Dat is vanuit V. makkelijker gezegd dan gedaan. Maar toen belde de dame van het reisbureau een week voor de vakantie zou beginnen en zei “Het is nu of nooit”. De prijs was hoog, de bestemming ons niet onbekend. De bestemming was E., het land waar we vijf jaar hebben gewoond. Aangezien het nu of nooit was, besloten we dat het nu moest zijn. De knoop doorgehakt, werden we met het uur enthousiaster. Twee weken reizen door het ons zo geliefde E., het land waar man en ik elkaar leerden kennen, waar we trouwden en waar onze zoon werd geboren. Zoon had al vaak gezegd dat hij ´zijn land´ graag wil leren kennen. Dit was de kans. We maakten een lijst van alle plekken die we onze kinderen graag wilden laten zien en die we zelf graag weer wilden zien. Veel te veel voor twee weken uiteraard, maar uiteindelijk maakten we een plan, een nostalgische tour vol herinneringen.

En zo gingen we gevieren op oefening. We gingen namelijk met de rugzak. Hoewel inmiddels lang geleden, gaan man en ik graag met de rugzak op de bonnefooi op vakantie om een land te ontdekken. Met jonge kinderen zonder enige rugzakervaring leek het ons evenwel een goed idee om eerst op oefening te gaan. Oefening in de ruime zin van het woord: behalve de aanwezigheid van twee grote rugzakken, kwam weinig aan onze reis in de buurt van het concept “backpacken”. En toch was het een goede oefening. We hebben veel geleerd.

Zoals gezegd, was onze baggage verdeeld over twee grote rugzakken. Hoewel voor de hand liggend, was ik toch ergens in de loop der jaren vergeten hoe onhandig die grote rugzakken zijn. Je hebt nooit iets bij de hand, hebt altijd net nodig wat onderop ligt (hoe slim en vooruitziend je de boel ook hebt ingepakt) en bent dus eindeloos aan het leeghalen en her-inpakken. 

Van een ons onbekend land ontdekken was geen sprake. Sterker nog, het land voelt als een thuis. Het was een feest van herkenning en herinnering. En toch ontdekten we vanalles. Niet alleen bezochten we een aantal plaatsen die we nog niet kenden, ook zagen we dat wat we al kenden, met een nieuwe blik. De blik en beleving van de kinderen. Zij zagen dingen die wij nooit eerder zagen en maakten dat de vakantie voor ons evengoed een ontdekkingsreis was als voor hen. 

Teruggaan naar een land waar je jarenlang woonde en werkte, betekent ook een weerzien met vrienden en oud-collega´s. Als één van die fantastische mensen je vervolgens hun auto aanbiedt voor een dag of tien, dan accepteer je dat dankbaar. Een echte backpacker verplaatst zich niet per auto. Een backpacker op oefening wel. We doorkruisten een deel van het land ook per bus. Dat ging prima. Maar het voordeel van de auto is dat op het moment dat ineens een kinderblaasje op knappen staat, er direct gestopt kan worden voor een plaspauze. Hadden we ons uitsluitend per openbaar vervoer verplaatst, dan hadden we op de lange trajecten ongetwijfed een spoor van bussen met natte stoelen achtergelaten.

Het concept “op de bonnefooi” hebben we ook grof geweld aangedaan. Het leek ons geen aangenaam plan om elke avond na aankomst op de plaats van bestemming met twee vermoeide kinderen op zoek te moeten gaan naar een slaapplaats, zeker in een algemene vakantieweek. Ik regelde dus voor vertrek onze slaapplaatsen. Zo sliepen we een paar nachten bij verschillende vrienden, verbleven we in een simpele hosteria, in een klein hotel, in een een strandcabaña zonder muren maar met muggennet aan de warme kust, in een knusse kamer met openhaard en elektrische dekens op de koude hoogvlakte, en in een knalroze zigeunerwagen in de vallei van de kolibris. We kenden het land, de afstanden, de routes en zodoende liep het allemaal gesmeerd en hebben we uiteindelijk meer kunnen doen en zien dan wanneer we op de bonnefooi waren gegaan. 

We hebben veel geleerd. Onze kinderen zijn makkelijke reizigers. Zolang we altijd iets te eten en te drinken, wc papier en een vest bij ons hebben, kunnen ze de wereld aan. Zoalng ze genoeg nachtrust krijgen, genieten ze met volle teugen. We hebben ook geleerd dat we geen twintig meer zijn. Sliepen we ooit zonder problemen wekenlang op een krakkemikkig bedje met doorgezakt matras en her en der een verdwaalde kakkerlak, de veertig gepasseerd wil het lijf na een nacht of vijf heel erg graag een schoon en stevig bed, een eigen badkamer en een goede douche. Op slippertjes rondbanjeren met een grote zware rugzak op de rug gaat ook niet meer. Stevig schoeisel heeft het lijf nodig. 

En zo was deze oefening een uitstekende voorbereiding op het ´echte werk´. Dat we met onze kinderen nog veel meer van de wereld zullen gaan zien, staat als een paal boven water. Het rondtrekken vonden ze geweldig. Elke dag was het weer spannend wat ze zouden gaan zien, wat ze zouden beleven. Elke keer als we op een nieuwe bestemming aankwamen, juichten ze dat ze het er zo geweldig vonden, dat ze er voor altijd zouden willen blijven. Een betere uiting van genoegen konden we ons niet bedenken. Elk jaar worden wij een jaartje ouder, maar zij een jaartje sterker. Nog even, en ze hebben volledige controle over hun blaas en zijn hun rugjes sterk genoeg om hun eigen rugzak te dragen. 

We zijn op oefening geweest, maar gaan binnenkort voor het echte werk. We zijn er bijna klaar voor.
April 2015

woensdag 8 april 2015

Op vakantie



Pink Stitches Boxy Pouch, uit soepel tafelzeil met bloemen. 
Momenteel voor twee weken mee op vakantie in de rugzak als toilettas!



zaterdag 28 maart 2015

Blussen zonder water

De mensen zijn een nummer geworden. Het laatste cijfer van het nummer op je identiteitskaart bepaalt op welke dag jij boodschappen mag doen in de staats-supermarkten. De prijzen zijn er over het algemeen lager dan in de supermarkten die niet van de overheid zijn. En soms vind je er produkten die al heel lang heel erg schaars zijn. Olie, meel, suiker, boter, melk, toiletpapier, waspoeder, deodorant, shampoo, luiers. Zomaar een greep uit de lijst schaarse produkten. Je moet dan echter wel bereid zijn om op de dag dat jij boodschappen mag doen, heel lang in een hele lange rij te staan. Denk aan vier, vijf uur lang in de brandende zon in de rij om een gereguleerde, beperkte hoeveelheid basisprodukten te kunnen kopen. Flink inslaan om een maand vooruit te kunnen, is er niet bij. 

Je kan ook naar de supermarkten die niet van de staat zijn. Produkten zijn er duurder en de schaarse produkten zijn er vrijwel nooit te vinden. Mocht er toevallig een pallet luiers of melk zijn aangeleverd, dan zijn ook daar de rijen belachelijk lang. Optie drie is de markt. Hier vind je als je geluk hebt, al dan niet onder de toonbank, een pak toiletpapier of een liter melk voor het driedubbele van de normale prijs. Ook bij de straatverkopers vind je een ruimer aanbod dan in de supermarkt, eveneens voor een verveelvoudiging van de officieel toegestane prijs. Deze straatverkopers staan overal urenlang in de rij, kopen overal de maximaal toegestane hoeveelheid, en verkopen dat vervolgens duur door, al dan niet over de landsgrenzen heen. Het probleem houdt zichzelf mede in stand.

Twee jaar geleden was de schaarste nieuw. Ik maakte mij er toen druk om dat ik mijn weekmenu niet meer kon plannen, aangezien je nooit wist wat je zou kunnen kopen. Inmiddels kijken we met zekere nostalgie terug op de situatie zoals die twee jaar geleden was. Het is snel bergafwaarts gegaan. De inflatie is onwerkelijk hoog. Wekelijks gaan de prijzen omhoog, economisten schatten in dat de jaarlijkse inflatie van voedsel meer dan 100% zal zijn. Vaccinaties en medicijnen zijn grotendeels niet meer verkrijgbaar. Mensen met kanker kunnen niet behandeld worden, kinderen worden niet ingeënt, het aantal tienerzwangerschappen schijnt te zijn geëxplodeerd door gebrek aan anti-conceptiemiddelen. 

Over de oorzaak van de huidige situatie doen verschillende theorieen de ronde. Vraag het aan een voorstander van de huidige regering en het antwoord zal wezenlijk anders zijn dan dat van een tegenstander van de huidige regering. “Mensen eten veel, wel drie keer per dag of meer”. “Gebrek aan nationale produktie.” “Grootschalige smokkel van gesubsidieerde produkten naar het buitenland.” “Overheidscontrole op de prijzen van produkten, strikte controle van buitenlandse valuta, onteigening van bedrijven door de overheid.” “Volstrekt wanbeleid van de regering”. Ik heb mij laten vertellen dat V. sinds enige tijd op de lijst staat met landen die voedsel rantsoeneren, zoals Cuba en Noord-Korea. 

“Tekorten in V.” heeft inmiddels een eigen wikipedia pagina gekregen. In het Spaans en in het Engels. Het voelt alsof het daarmee ook echt geen situatie van kortstondige, voorbijgaande aard meer is. Hoewel de wanhoop onder de bevolking toeneemt, is ook de berusting en voortdurende aanpassing een feit. Ook ik betrap me er op dat ik me eigenlijk sneller dan me lief is, aanpas aan de steeds verdergaande beperkingen.

De regering staat op het punt om een syteem in te voeren waarbij bij het afrekenen van de boodschappen de vingerafdruk wordt genomen. De smokkel van gesubsidieerde basisprodukten naar omliggende landen waar ze voor een hogere prijs verkocht kunnen worden, zou daarmee moeten worden tegengegaan. De gevolgen voor de overgrote niet smokkelende meerderheid van de bevolking doen daarbij niet ter zake. Protesten ten spijt, is het systeem inmiddels in tenminste één staat reeds ingevoerd.

Waar je ook bent, met wie je ook praat, bij de bakker, bij de dokter, op een verjaardagsfeestje, op het schoolplein, iedereen is bezig met de vraag; hoe kom ik deze week aan datgene wat ik echt nodig heb. Heb je geld, dan lukt het uiteindelijk meestal wel. De zwarte markt, de straatverkopers en het buitenland. De rijken kopen online bij een supermarkt in het buitenland en laten dat naar V. verschepen of vliegen. Een werkreis naar het buitenland betekent een lot uit de loterij. Lege koffers mee en volle koffers terug. Heb je een vlucht kunnen bemachtigen en kan je op vakantie naar het buitenland, dan gaan er ellenlange boodschappenlijsten mee waar vrienden en familie hun meest dringende behoeften op hebben genoteerd. Continue wordt er geruild, iedereen helpt iedereen uit de brand. Maar het blijven lokale blusacties. 

De president heeft onlangs de militairen in de hoogste rangen een fikse loonsverhoging gegeven. Om ze rustig te houden, zo luidt het. Het geheel door de pro-regerings partijen gecontroleerde volksvergadering heeft de president de macht gegeven om in zijn eentje wetten te bedenken en goed te keuren, zonder dat eventueel andersdenkenden roet in zijn eten zouden kunnen gooien. 

De brandhaard breidt zich uit. Het is nog slechts wachten op het moment dat het bluswater zodanig zal zijn gerantsoeneerd, dat de hele boel in de fik gaat. 
Maart 2015

donderdag 19 maart 2015

Handelswaar


Als ik viereneenhalf jaar geleden geweten had dat stoffen restjes-slingers hier zo in de smaak zouden vallen, had ik inmiddels een gouden handeltje gehad. Nu heb ik vier slingers en twee mini´s voor eigen gebruik. Ook leuk.









woensdag 11 maart 2015

Roze roosjes


Nu ze het nog prachtig vindt, nog eens een zwierjurkje in roze roosjes. 
Geheel gevoerd met zachtgeel katoentje. Stof ooit gekocht op een rommelmarkt, ik maakte er al eerder een babysetje van.









donderdag 5 maart 2015

Op wereldreis

Maak je dromen waar, zeggen ze. En dus maakten ze plannen. Een jaar op reis met een camper, door alle landen van Zuid-Amerika. Maar nog voordat de kaart was uitgevouwen, kwamen er kinderen. Een meisje, en drie jaar later nog een meisje. De droom bleef, maar werd een plan voor later, als ze gepensioneerd zouden zijn. Maar in hun omgeving werden mensen ziek, gingen mensen dood. Gepensioneerden om hen heen werden slecht ter been, hadden geen energie meer. Ze werden zich er van bewust dat het uitstellen van hun droom wellicht zou leiden tot afstel. 

Maak je dromen waar, zeggen ze. En dus vouwden ze de kaart uit en kochten een camper. De meisjes, inmiddels zes en negen jaar, namen afscheid op hun Franse school, om een jaar lang in de camper door hun ouders te worden onderwezen. De nodige inentingen werden gehaald en er werd in stijl afscheid genomen van vrienden en familie, met veel Franse kazen en wijn. Men vond ze moedig, ze glunderden. Men was jaloers, ze straalden. Men wenste ze veel plezier, ze twijfelden geen moment.

Na vier maanden reizen, arriveerden ze in V. Zij vond het er vreselijk. Lege supermarkten, verbitterde mensen, onveilig land. Ze hadden de routine ontwikkeld om tegen vier uur ´s middags op zoek te gaan naar een slaapplaats, dat meestal een parkeerplaats tegenover een politiebureau was. In V. geen goed idee. Zij wilde dan ook het liefst zo snel mogelijk V. weer verlaten. Maar hij niet. Het plan behelsde tien dagen V. met zes te bezoeken bezienswaardigheden. En van het plan werd niet afgeweken. Want het plan was de droom. Zij had tranen in haar ogen. Na vier maanden op elkaars lip in een camper zonder air-conditioning, was haar incasseringsvermogen danig aangetast. Het onderwijzen van de meisjes bleek als een molensteen om de droom te hangen. Om in de pas te blijven met het reguliere Franse onderwijs, moesten er een aanzienlijk aantal uren per dag studerend worden doorgebracht. Over het algemeen in een kleine camper zonder air-conditioning. Tijd die niet kon worden besteed aan verder reizen en bezienswaardigheden bezoeken.

Op kerstavond belde ze via skype met haar zus. Haar zus zat op de bank. De kerstboom met flonkerende lichtjes stond ernaast. Voor zich op tafel had zus een groot glas wijn staan en een bordje Franse kazen. Ze keek naar haar zus, diens mooie jurk, zachte bank, schitterende kerstboom, en vooral naar het glas wijn en het bordje kaas. Ze barstte in tranen uit. Viel uit tegen haar zus. Hoe kan je dit doen, snikte ze, de wijn, de kaas, de zachte bank, ik kan het niet aanzien, ik wil het niet zien, ik moet nog acht maanden…

Ze veegde haar tranen weg en haalde haar roodverbrande neus op. Ze draaide haar hoofd weg en zei zachtjes dat het in het volgende land vast beter zou worden. Dat ze weer zou ontspannen en genieten van de reis. Dat ze minder ruzie zouden maken. Dat de meisjes meer tijd zouden hebben om zich op een lange vakantie te wanen. Ze troostte zich hardop met de gedachte dat ze op de volgende kerstavond weer thuis zou zijn. En op haar zachte bank naast haar flonkerende kerstboom een glas wijn zou drinken en Franse kaas zou eten.

Ze zuchtte diep. Terwijl de tranen opnieuw opwelden in haar nog opgezette ogen, fluisterde ze snikkend dat soms het dromen van je droom zoveel fijner is dan het waarmaken van je droom.
Maart 2015

vrijdag 27 februari 2015

woensdag 18 februari 2015

Moedertaal II

Mijn moedertaal is Nederlands. Man´s moedertaal is Spaans. De moedertaal van onze kinderen? Opgroeiend in een Spaanstalig land in een Spaans sprekend gezin, is Spaans volgens henzelf hun moedertaal. Ze spreken het vloeiend, begrijpen alles en lezen en schrijven het uitstekend. Toch is technisch gezien hun Engels van een hoger niveau. Op school krijgen ze een paar uur per week les in Spaans als vreemde taal. Verder worden alle lessen in het Engels gegeven en is het Engels dus zeven uur per dag hun voertaal. Maar vraag ze wat hun “eigen taal” is, en ze zeggen zonder aarzelen Spaans. Mochten we over een half jaar in een land terecht komen waar Spaans niet de voertaal is, dan is er dus werk aan de winkel. Dan is het aan ons ouders om te zorgen dat ze hun moedertaal ook grammaticaal en wat woordenschat betreft blijven verbeteren en uitbreiden. Ik voorzie een schone taak voor vader. Ze hebben het Spaans duidelijk in hun genen zitten en hoewel mijn Spaans uitstekend is, zijn ze nu al prima in staat om mij waar nodig grammaticaal te verbeteren. Hetgeen ze hilarisch vinden, uiteraard.

Engels is de schooltaal. Toch sluipt het Engels ook steeds meer het buitenschoolse leven binnen. De hoeveelheid huiswerk neemt toe, en dus neemt het Engels aan de keukentafel na school ook toe. De kinderen hebben niet Spaans sprekende vriendjes met wie ze buiten schooltijd in het Engels spelen. Waar zoon een aangeboren vanzelfsprekendheid voelt voor het Spaans, is dochter´s voorkeurstaal het Engels. De boel bestieren in keurig Brits Engels, waarbij indien nodig geacht, de bevelen moeiteloos worden herhaald in het Spaans.

Het Nederlands is de derde taal. Als ik alleen ben met de kinderen, spreek in Nederlands met ze. Tenzij ik echt boos ben, want dan begrijpen ze me niet, beweren ze. In die situaties maak ik mijzelf duidelijk in het Spaans. Principes zijn er om van af te wijken. Ze praten lang niet altijd terug in het Nederlands en dat eis ik ook niet van ze. Opmerkelijk genoeg beschouwen ze het Nederlands niet als de taal van hun moeder. Voor onze kinderen is Nederlands de taal van oma. Ook al is hun Nederlands verre van vlekkeloos, oma en kleinkinderen begrijpen elkaar volledig. Zoon´s zinsopbouw kopieert hij van het Spaans. Zijn woordenschat is niet altijd toereikend. Ook dochter zet de woorden in niet-Nederlandse volgorde en hoewel ze de ui eu oe ou au goed beheerst, spreekt ze Nederlands met een buitenlands accent, waarbij met name de e en de z het moeten ontgelden. Ze klinkt buitengewoon schattig in het Nederlands. Af en toe willen ze ook nog wel eens iets schrijven in het Nederlands. Nou begrijpen ze het Nederlands uitstekend, spreken ze het aardig en lezen ze het redelijk, maar Nederlands schrijven gebeurt volledig op z´n Engels. Hun Nederlandse schrijfsels moet je dan ook met je verstand op Engels hardop lezen. Op die manier, maar dan ook alleen op die manier, is het prima te begrijpen. Zo schreef dochter onlangs een uitnodiging. "Liefe oma, come jey snel by ons op bezook? Dat zow zo fine zine!"

We hebben er vorig jaar wel over nagedacht. Of we de kinderen serieus aan Nederlandse les zouden onderwerpen. Na lang wikken en wegen hebben we besloten dit niet te doen. De kans dat ze op een gegeven moment in het Nederlandse onderwijs moeten instromen is bijzonder klein. Mochten ze ooit, later, in Nederland willen studeren, dan is er een keur aan Engelstalige studies voorhanden. Zo jong als ze zijn, hebben ze al een aanzienlijke hoeveelheid dagelijks huiswerk. Bovendien is de kans groot dat ze in een volgend land op school als vreemde taal Frans, Russisch of Arabisch zullen moeten leren. Genoeg werk dus. Er moet ook tijd over blijven om te spelen, te sporten en, heel belangrijk, om je te vervelen. 

En zo hebben ze hun “eigen taal”, hun “schooltaal” en “oma´s taal”. Al naar gelang de situatie schakelen ze moeiteloos over van de ene op de andere taal. Het dagelijks gebruik van drie verschillende talen is geheel vanzelfsprekend voor ze, ze kennen niet anders. Ik bewonder de capaciteit en flexibiliteit van hun hersentjes, en geniet ervan als ze proberen om me in het Nederlands te paaien. Ook midden in de nacht. “Hoe kan mij helpen? Omdat er is een mosquito in mijn kamer en ik weet niet hoe hem te killen. Ik wil wel slapen, maar die rotmosquito heeft mij gebitten, dus alsjeblieft?”. Zo klaar als een klontje. Met een glimlach je bed uit en op muggenjacht.
Februari 2015

dinsdag 10 februari 2015

De hutkoffer VIII


Na de bonte Heidi and Finn cowl neck dress was de bloemetjesjurk aan de beurt. Mijn vriendin kreeg deze jurk ooit van haar ouders en de jurk verdiende een tweede leven. Omdat de dochter van vriendin blond en licht is, leek het me goed om de fletse bloemetjes te combineren met een wat sterkere kleur. Ik koos voor een dun donker spijkerstofje en bijpassende donkerblauwe biais.  


Het patroon is de Van Katoen stoere kleuterjurk. Dochter poseerde weer geduldig maar werd toch wat narrig van al die jurkjes die niet voor haar zijn. 



Ook hier moest ik weer passen en meten door de vele rondlopende banen in de oorspronkelijke jurk, maar uiteindelijk paste het allemaal. De jurk is gevoerd met een wit katoentje.

De jurkjes zijn inmiddels in Nederland aangekomen en goed bevonden. 




donderdag 5 februari 2015

Moedertaal I

Soms heb je een handje hulp nodig. Dat gevoel had ik onlangs ook. Ieder jaar van de bijna vijf die we hier nu wonen, was een beetje zwaarder. Nadat ik vorig jaar een paar keer op klaarlichte dag een pistool op mijn hoofd had gekregen en ik als gevolg meer en meer binnenbleef, was ik op het punt beland waarop ik dat handje hulp nodig had. Want niet alleen bleef ik steeds meer binnen, ik werd er ook wat knorrig van, ongeduldig. Niet echt, laten we zeggen, gezellig. 

Tijdens het tweede gesprek met de psychologe kon ik op een gegeven moment niet op het juiste woord komen. Je kent dat wel, het ligt op het puntje van je tong, maar het wil er even niet uit. “Aha”, zei de psychologe. “Hier kunnen we weleens een probleempunt hebben.” Verbaasd keek ik haar aan. Even niet op het juiste woord kunnen komen, leek mij niet direct een probleempunt. Dat bleek het ook niet te zijn. “Het Spaans is natuurlijk niet jouw eigen taal, we voeren deze gesprekken in een taal die niet de jouwe is. Je leeft je leven in een taal die niet de jouwe is. Dát zou wel eens een probleempunt kunnen zijn.”

In eerste instantie voelde ik mij – eerlijk is eerlijk – enigszins beledigd. Ik durf mijn Spaans inmiddels vloeiend te noemen en dus geenszins een probleempunt. Uiteraard is mijn woordenschat niet op alle gebieden even ontwikkeld, maar mijn zielenroerselen kan ik toch aardig verwoorden. In tweede instantie moest ik evenwel toegeven dat ik tot een jaar of drie geleden zelf ook regelmatig verzuchtte dat leven in een taal die niet de jouwe is, niet altijd meevalt.

Het eerste half jaar nadat ik uit Nederland vertrok met slechts een paar woorden Spaans op zak, was ronduit uitputtend. Vanaf de eerste dag werd ik geacht in het Spaans te werken: lezen, schrijven, praten, en zonder alternatief. Voordeel was dat ik binnen een paar maanden mijn Spaans had opgekrikt tot een zeer acceptabel en werkbaar niveau. Toen ik vervolgens de Spaanse liefde van mijn leven ontmoette, werd het Spaans dag en nacht mijn voertaal en breidde mijn woordenschat zich razendsnel uit. Tegen de tijd dat we in het huwelijksbootje stapten, draaide ik voor een gedetailleerde Spaanse juridische analyse noch voor een stomende Spaanse liefdesbrief mijn hand nog om. 

Maar toch. Als ik heel erg schrok, stootte ik een reeks krachttermen uit in onvervalst Nederlands. Als ik heel erg boos was, uitte ik dat in duidelijke Nederlandse taal. Ongeacht of degene van wie ik schrok of op wie ik boos was, mij begreep. En als man tijdens een woordenwisseling vroeg wat ik nou eigenlijk wilde zeggen, bracht ik verongelijkt naar voren dat leven in een taal die niet de jouwe is, niet altijd meevalt. 

De afgelopen jaren ben ik dat gevoel kwijtgeraakt. Ik droom inmiddels in het Spaans, ik scheld in het Spaans, en kan heel goed Spaans boos zijn. Mijn moedertaal is het uiteraard niet en zal het ook nooit worden. De Nederlandse taal zit me nu eenmaal als gegoten. Soms kan ik niet op een Nederlands woord komen, omdat ik het lang niet heb gebruikt. Soms kan ik niet op een Spaans woord komen, omdat ik het niet ken. Maar soms is het niet de taal, het vergeten woord of de beperkte woordenschat die je zonder woorden doet zitten. Soms is het het leven dat je even van je woorden beneemt. Maar met dat handje hulp kom ik er wel weer op, in welke taal dan ook.
Februari 2015