donderdag 11 december 2014

De jute zak


Uit ´La Biblia de la Costura´ haalde ik het idee van deze jute tas. Toen ik per toeval tegen deze prachtig blauwe jute aanliep, werd het idee een daadwerkelijke tas. Een tas die ik ontzettend veel gebruik: groter dan een handtas, maar klein genoeg om nog enigszins "elegant" mee rond te lopen. En die kleur, love it! (Ook al is ie natuurlijk onmogelijk op foto vast te leggen.)


Het bruin is een restje babyrib dat ik ooit gebruikte voor een winterjas voor zoonDe voering is de rest van een lap stevige stof die ik onlangs gebruikte voor een vinktas



vrijdag 5 december 2014

Leven in het donker

De eerste dag viel de stroom ´s avonds laat uit. De tweede dag hadden we in de avond een paar uur stroom. Maar op dag drie viel de stroom bij het ochtendgloren uit en kwam niet meer terug. Toen het om zes uur ´s avonds, zoals elke avond om zes uur, binnen een paar minuten donker werd, was het dan ook overal ineens heel donker. De kaarsen werden aangestoken, maar het waren er niet veel meer. De afgelopen dagen hadden we er al heel wat opgebrand. De zaklampen werden tevoorschijn gehaald. En zo aten we bij kaars- en zaklamplicht, terwijl we op verzoek van zoon bespraken hoe we het komende uur zouden doorbrengen in het donker.

We waren met z´n drietjes, dochter, zoon en ik. Dochter had niet zoveel problemen met het gebrek aan licht, maar zoon had er moeite mee en werd steeds onrustiger. We besloten de – koude – douche over te slaan. Voorlezen kon bij kaarslicht. Maar het vooruitzicht dat hij binnen afzienbare tijd in zijn eentje in het donker in zijn kamer in bed zou liggen, greep hem steeds meer naar de keel. De prop in zijn keel werden tranen in zijn ogen. Het was vrijdagavond, de avond waarop een intensieve week doorgaans zijn tol eist en zorgt voor vermoeide en daarmee gevoelige kinderen. De tranen in zijn ogen begonnen dan ook rijkelijk te vloeien. We besloten dat zoon en dochter samen in ons grote bed mochten slapen. Dat hielp. Heel eventjes. Toen kwamen toch weer de tranen. Want ook in het grote bed was het pikkedonker. Een kaarsje naast het bed wilde zoon niet, want stel dat het kaarsje zou omvallen. Een zaklamp in bed bracht ook geen rust, want stel dat de batterij op zou raken. Op vrijdagavond staan er altijd een paar beren extra op de weg.

Om de onrust bij zoon weg te nemen, besloot ik hem de rust van de nacht te laten voelen. Ik nam ze mee naar buiten. We gingen op het trapje voor de deur zitten. Ik liet ze luisteren naar de krekels. Ik liet ze kijken naar de sterren. Ik liet ze de zwoele avondwarmte voelen. Het haast onmerkbare briesje. De lichtjes van de vliegtuigen. De fladderende vleermuizen. Het schijnsel van de maan. Ik liet ze diep in- en uitademen en kijken naar de nacht.

En toen zag ik het. In het schijnsel van de maan zag ik de verwondering in hun ogen. Er was geen blik van herkenning. Er daalde geen rust over ze neer.

Onze kinderen kennen geen leven in het donker. We hebben geen seizoenen en dus geen winterdagen waarop het aan het eind van de middag al donker is. Geen dagen waarop ze in het donker buitenspelen bij het licht van de lantaarnpalen, geen dagen waarop ze langs verlichte etalages lopen, geen dagen waarop donker deel uitmaakt van hun dagelijks leven. Onze kinderen ervaren donker slechts van een afstand. Als het donker is, zijn zij binnen. Mochten we bij uitzondering om 6 uur nog niet thuis zijn, dan zijn we op weg ernaar toe. Altijd gehaast. Snel de auto in, gordels om en gaan. Ze voelen aan dat donker betekent “gevaarlijk”. Een paar sporadische winterweken in Europa noch zoon´s jonge jaren in een land met winters, hebben herinneringen nagelaten. Onze kinderen kennen geen leven in het donker.

En zo zaten we op het trapje voor de deur en keken naar de sterren. Na een poosje maakte de verwondering toch plaats voor bewondering. Ze voelden de rust van de nacht. Weer binnen in het donkere huis sloeg toch de schrik weer om het kinderhart. Uiteindelijk bleek de enige remedie mijn aanwezigheid in het grote bed te zijn. En zo ging ik dan eindelijk ook eens echt vroeg naar bed.
December 2014

woensdag 26 november 2014

De hutkoffer V


Een oude tuniek van mij in de kleur van de zee, die zo mooi past bij dochter´s kaneelkleurige huidje, werd een jurkje. Vanwege de vrij uitbundige kralenversiering koos ik voor een eenvoudig A-lijn jurkje. 

Ik gebruikte de maximale lengte en het werd nog-net-acceptabel-mini. Een van de mouwen gebruikte ik om de halslijn te verhogen. Wegens gebrek aan geschikte ritsen, sluit de jurk in de hals met een knoop en lus. De jurk is gevoerd met een dun wit katoentje.

En zo werd dit...

dit...!

Dochter´s poseerposes zijn onnavolgbaar...







vrijdag 21 november 2014

Een nieuwe oude machine


Bij gebrek aan nieuwe machines, kocht ik een hele oude. En daar had ik mazzel mee! Een oude Pfaff 260, voor het zwaardere werk dat mijn machientje, inmiddels gerepareerd - en daar had ik mazzel mee -, niet aankan. Om mijn nieuwe oude machine aan het werk te zetten, maakte ik nog eens een Vinktas. De blauwe Vinktas die ik alweer lang geleden maakte, gebruiken we ontzettend veel, dus daar kon nog best een exemplaar bij. 



De stevige bomen-en-hertjes stof kocht ik bij het plaatselijke meubelstoffenwinkeltje. De roestbruine stof lag al een jaar of 10 in mijn kast, te wachten op een bestemming. Deze stof is waterafstotend dus zo is het een ideale zwembad- en strandtas geworden. 



Maar ook tijdens een uitje naar de kinderboerderij doet de tas uiteraard goed dienst.





maandag 17 november 2014

Dierenvriend

In geval van kakkerlakken wordt onverbiddelijk de spuitbus tevoorschijn gehaald. Muggen worden genadeloos doodgeslagen. Als we ze te pakken krijgen. Muizen en eekhoorns mogen in onze nabijheid vertoeven, zolang ze onze regels respecteren en op gepaste afstand van ons huis blijven. Papegaaien geven kleur aan de dag, maar kunnen oorverdovend hard krijsen. Soms krijsen we terug om ze af te schrikken. Doorgaans tevergeefs. Onze hond wordt met alle liefde en toewijding verzorgd, maar ik zou ons huishouden niettemin typeren als dier-neutraal. Want een dierenvriend, dat ben je niet zomaar. Daar moet je meer voor doen dan je hond goed verzorgen. Mijn zus, die haar hond met liefde en toewijding heel goed verzorgt, doet meer. Mijn zus is een dierenvriend.

De kruipers. Zus gaat doorgaans op de fiets naar haar werk. Een tochtje van 20 minuten, als je in rustig tempo zou doorfietsen. Zus doet er over het algemeen evenwel zo´n 50 minuten over. Ten eerste omdat de hond mee rent. En de hond wil graag her en der even ruiken, even snuffelen, even plassen. En dat mag allemaal van mijn zus. Ze staat rustig een half uur eerder op om haar hond de koers van de fietstocht te laten bepalen. De tweede oorzaak van de vertraging zijn de kruipers. En dan met name de naaktslakken. Die dikke slijmerige kruipers die worden vertrapt door grote mensen schoenen, waar door kinderhandjes met stokjes in wordt gepord en die geplet worden door fietsbanden. Maar niet door de fietsbanden van mijn zus. Als zij namelijk een naaktslak ziet die met gevaar voor eigen leven de stoep of het fietspad aan het oversteken is, zet zij haar fiets tegen een boom en helpt het beestje naar de overkant. Vervolgens mag de hond nog even snuffelen en vervolgt ze haar weg.

De zelfmoordspin. Zus nam een bad. Het bad was leeg toen ze de kraan aanzette en toen ze in bad ging liggen, zat er alleen water in. Maar opeens was daar een spinnetje. Hij kwam over de badrand aangelopen en sprong in het bad. Een spin kan niet zwemmen en zus schoot de spin direct te hulp. Het beest werd uit het water gevist en op een handdoekje op de badrand te drogen gezet. Terwijl even later het bad weer leegliep, sprong de spin tot grote ontsteltenis van mijn zus wederom het water in. En dreigde wederom te verdrinken. Opnieuw schoot mijn zus de spin te hulp. Ze droeg hem naar beneden en zette de spin op een papiertje in de vensterbank te drogen. Nu het bad niet meer in de buurt was, dacht zus dat de spin wel weer bij zou komen en zou herstellen van zijn natte avontuur. Niets was minder waar. Op de vensterbank stond een halfvol kopje koude koffie. En dat kopje koude koffie werd de spin uiteindelijk fataal. Hij sprong erin toen mijn zus niet in de buurt was en verdronk. Zus was er de rest van de avond goed beroerd van.

De muizen. Zus ontdekte dat er muizen huisden in haar kelder. Dat was niet de bedoeling. De muizen moesten de kelder uit. Zus kocht muisvriendelijke muizenvallen. De vallen werden in de kelder geplaatst en met een rein geweten ging ze slapen. Midden in de nacht werd ze wakker van een luide klik. De muizenval. Zus snelde naar beneden en vond inderdaad een muisje in de muisvriendelijke muizenval. Met bange kraaloogjes keek hij of zij haar aan. Zus trok haar schoenen aan en nam de val met muis onder de arm. Zo liep ze in het holst van de nacht naar de andere kant van de wijk – ver weg van haar eigen kelder - om daar op een rustig en groen plekje, het muisje los te laten. Tevreden liep zus vervolgens terug naar huis, zette de muisvriendelijke val terug in de kelder, trok haar schoenen weer uit en kroop haar bed in. Om twee uur later weer wakker te worden. Van een luide klik. De muizenval. Wederom snelde zus naar beneden. Weer een bang kraalogig muisje in de val. Zus trok haar schoenen aan en nam de val met muis onder de arm. Ze liep in het holst van de nacht naar de andere kant van de wijk om daar op een rustig en groen plekje, het muisje los te laten. Weer terug thuis, zette zus de muisvriendelijke val bovenop de keukenkast. Eerst slapen. De volgende dag zette zus de val weer in de kelder. Die nacht bleef het stil. De nacht erna hadden de muizen vrij spel. Zus was een weekendje weg en aangezien een muisvriendelijke muizenval met muis na een paar dagen in de kelder te hebben gestaan, niet zo vriendelijk meer is aangezien een bang muisje na een paar dagen zonder eten en drinken definitief de kraaloogjes sluit, ging de val weer op de keukenkast. De week erna klikte nog eenmaal de val, sindsdien is de kelder weer muisvrij.

Het poesje. Zus loopt ´s avonds voor het slapen gaan altijd nog een kort rondje met haar hond. De bedoeling is dat dat rondje kort is, zowel in afstand als in tijd. Net lang genoeg voor de avondplas. Die doelstelling wordt evenwel lang niet altijd gehaald. Want vaak komen ze onderweg Kroedeltje tegen. Een allerschattigst rood-wit poesje, dat dol is op zus en op zus´ hond, en vice versa. Kroedeltje vindt niets fijner dan uitgebreid op haar buikje te worden gekriebeld. Zodra ze zus en hond heeft gespot, komt ze dan ook hard aanrennen en loopt met ze mee, om vervolgens om de twee passen neer te ploffen, luis spinnend bedelend om even op haar buikje gekriebeld te worden. En zus kan daar geen weerstand aan bieden. Om de twee passen buigt ze zich dan ook over Kroedeltje heen en kriebelt op haar buikje. Dat ze daarmee zo een half uur nachtrust inlevert, is jammer, maar als Kroedeltje spint, krijgt Kroedel haar kriebels.     

De huisspin. Zus zag haar hond de oren spitsen. Er liep iets door de kamer. Zwart en snel. Een spin. Een grote, dikke, zwarte spin. Snel werd hond bij de halsband gegrepen. De hond zag de spin ongetwijfeld als een leuk speelobject, maar de spin zou het spel niet overleven. En dat moest niet gebeuren. De hond werd de kamer uit gedirigeerd en mijn zus haastte zich naar de keuken om een glas te pakken en een reclamefoldertje. Glas over spin, reclamefoldertje eronder, naar de tuin, waar de spin werd vrijgelaten. Voor ze hem losliet, bekeek mijn zus de spin uitvoerig en weer binnen ging ze uit nieuwsgierigheid op internet kijken wat voor spin ze te gast had gehad. Tot haar grote ontsteltenis bleek de grote, dikke, zwarte spin een huisspin te zijn. Weliswaar een grote en dikke, maar niettemin een huisspin. Dat ze zojuist een huisspin haar huis uit had gezet, was voor mijn zus een ondraaglijke gedachte. Ze pakte het glas en het reclamefoldertje, en haastte zich de tuin in. Twintig minuten lang zocht ze naar de huisspin die ze zo meedogenloos haar huis uit had gezet, bereid om hem of haar weer liefdevol binnen te laten. Ze kon de spin niet meer vinden. Een week later ontdekte haar hond opnieuw een grote, dikke, zwarte huisspin in de woonkamer. Het was niet dezelfde spin, deze had een iets smaller lijf en was een tintje lichter, aldus mijn zus. Maar huisspin twee mocht blijven waar hij was en woont sindsdien in een hoekje waar de hond niet bij kan.

Mijn zus. Dierenvriend, prachtmens.  

November 2014





zondag 9 november 2014

De huisvrouw


Ik hou van recht en simpel. En over het algemeen niet van plooien. Maar ik wil ook wel eens wat nieuws proberen. En dus maakte ik een Sonja dress. Een goed oefenstuk: hoe pas ik een patroon met nepen aan aan de eigen lichaamsbouw om te zorgen dat het daadwerkelijk past. Ik maakte het rokdeel langer dan in het patroon voorzien en moest aan het bovenstuk her en der wat centimeters innemen. 

Het resultaat is een jurk die mij volgens man het aanzien geeft van een jaren 50 huisvrouw. En hoewel ik dat best kan waarderen, vraag ik me af of ik de jurk ooit "echt" zal dragen. Maar wie weet, wellicht ben ik ooit in de stemming.

De stof kocht ik in de plaatselijke stoffenwinkel.






vrijdag 31 oktober 2014

De hutkoffer IV


Een oude roze bloemetjes rok en een oud paars shirt werden een tweede-poging-Candyjurk. Dit keer knipte ik extra naadwaarde aan de halsnaad en deze versie zit duidelijk beter. Hij is net zo populair als versie 1. Ik hergebruikte één van de oorspronkelijke zakken van het shirt.







zaterdag 25 oktober 2014

Muggen

Ik zit op een houten bankje, sla muggen dood en kijk naar de zwemles van mijn kinderen. Ze zwemmen in een zwembad met lange banen en kunnen niet met hun voetjes bij de grond. Ze zwemmen in baan één. In banen twee en drie zwemmen de grotere kleine kinderen en in banen vier, vijf en zes de bijna volwassen kinderen. Eén van die bijna volwassen kinderen is een jongeman van ergens tussen de 16 en 18 jaar oud. Jong. Een adonis. Knappe kop, guitige lach, en een lichaam waar ik m´n ogen maar met moeite van af kan houden. Perfecte verhoudingen, gespierd op een subtiele manier, brede schouders en schitterende benen. Ik probeer niet naar hem te kijken. Een éénenveertigjarige vrouw die gluurt naar een minderjarige jongen voelt als onacceptabel gedrag. Ik zie jeugd en schoonheid. Een jongeman aan het begin van zijn toekomst, een heel leven om te leven voor zich. Hij ziet een vrouw die behoort tot de generatie van zijn moeder. Als hij me al ziet. Ik lach vriendelijk en hij lacht beleefd terug.

Als thuis de kinderen slapen, de keuken is opgeruimd en de schooluniformen klaarliggen, kijk ik in de spiegel. Ik kijk eens goed. De rimpels rond mijn ogen storen me niet. De donkere kringen onder mijn ogen storen me wel. Ze maken dat ik er moe en oud uitzie. De lijnen langs mijn mond worden langzaam maar zeker dieper. Het is een onvermijdelijk en onomkeerbaar proces. Ik kan nog zo mijn best doen om er fris en jong uit te blijven zien, de waarheid is dat ik elk jaar een jaar ouder word. Mijn gezicht verandert. Het zijn niet alleen de rimpels, de lijnen, de groeven. Ik kan het niet duiden. Het is de huid, de oogopslag, de uitstraling. Ik kijk in de spiegel en zoek naar wat er aan jeugdigheid nog over is.

Mijn zoon vond onlangs een oude foto van mij. Ik was twintig toen de foto genomen werd. Ik zie er uit als een filmster op de cover van een modetijdschrift. Zoon heeft de foto op de muur geplakt en ik loop ontelbare keren per dag langs mijn jonge ik. Ik herinner me nog dat de foto werd gemaakt. Ik voelde me destijds lang niet altijd mooi en stralend, en vraag me af hoe dat in hemelsnaam mogelijk is. Nu, 21 jaar later, kijk ik in de spiegel. Ik ben niet oud. Ik zie er niet oud uit. Alleen op de dagen dat ik me moe en oud voel, zie ik er moe en oud uit. Met rimpels, lijnen en groeven. Ik kijk in de spiegel. Ik kijk naar mijn dochter. Zij is de jeugdige en stralende versie van mijzelf. Straks, als ik oud ben en er oud uitzie, zal zij nog altijd jong en jeugdig zijn. Straks, als ik oud ben en er oud uitzie, zal ik naar een foto van mijn éénenveertigjarige zelf kijken en verzuchten dat ik toen nog jong en jeugdig was. Ik zal me herinneren dat ik me destijds lang niet altijd zo voelde en me afvragen hoe dat in hemelsnaam mogelijk is.  

De zwemles is bijna voorbij. Ik heb er vijf muggenbulten bij. Ze jeuken. De jongeman komt het water uit. Het lijkt een filmisch slow-motion moment. Hij straalt en lacht schalks naar het meisje dat in de baan naast hem zwom. Ik vind het niet erg om ouder te worden. Maar jammer is het wel.
Oktober 2014


maandag 20 oktober 2014

Geval van onoplettendheid


Tussen heel veel bedrijven door maakte ik de Candy jurk van la Maison Victor. Dat dat geen goed idee was, bleek toen ik het in elkaar gestikte jurkje eens goed bekeek. Als ik mijn aandacht erbij had gehouden, had ik zonder problemen de print kunnen laten doorlopen en had het er stukken beter uitgezien. 


 Bovendien zat ik te klungelen met de volgens patroon onafgewerkte randen. Niet mooi, rolzoom, niet mooi, zoompje, niet mooi.




















Dochter maakt het niets uit, ze is blij met haar paardjesjurk en wil hem al drie dagen achtereen aan. (Wat maakt een doorlopend printje dan eigenlijk nog uit, hou ik mezelf voor.)
De stof kocht ik lang geleden bij Joyfits.







dinsdag 14 oktober 2014

Glitters

Kinderen zijn geweldig. Ik geniet oneindig van mijn kinderen. Er zijn evenwel momenten waarop ik tot tien moet tellen om niet als een gefrustreerde kenau te krijsen en te snauwen dat ik ze ga verkopen. Dat er aan deze volstrekt verwerpelijke neigingen nog nader te definiëren persoonlijke issues ten grondslag liggen die niks met mijn kinderen te maken hebben, moge duidelijk zijn. Dat ze omhoog borrelen uit de duistere krochten van mijn kennelijk deels verdorven ziel op momenten dat mijn kinderen in volledige onschuld iets doen wat mij niet aanstaat, is op zijn zachtst gezegd buitengewoon vervelend. Gelukkig weet ik me doorgaans te beheersen en de schade te beperken tot een diepe zucht en een strenge blik.

Eén van die momenten waarop ik tot tien moet tellen, is als er weer eens een volle beker wordt omgegooid. Waarom mij dit zo iriteert, is me een raadsel. Ernstig is het allerminst en over het algemeen gebeurt het zonder opzet. Maar ik krijg er een waas van voor mijn ogen. Alles onder, water, melk, sap, de tafel, alles wat op de tafel staat, de stoel, de vloer, de kleren. En moeders kan weer op de knieën om de boel schoon te krijgen. Nu de kinderen groter worden, neemt de omgevallen-beker-frequentie af, maar ik heb jarenlang vrijwel dagelijks tot tien geteld en met een dweil in mijn handen op mijn knieën onder de tafel gelegen. Ik vermoed dat de knieën en de dweil ten minste voor een deel debet zijn aan mijn afkeer van omgevallen bekers.  

Wat mij echter geheel tot waanzin zou drijven als zelfbeheersing niet zou bestaan, zijn glitters. Glitters in kinderhaar. Kinderfeestjes worden hier regelmatig voorzien van een minikapsalon voor minimeisjes, waar ze een roze badjasje aan krijgen, een volledige manicure ondergaan en een feestelijk kapsel krijgen aangemeten. De manicure resulteert in strak gelakte mininageltjes. De feestelijke kapsels bestaan uit kunstige vlechtjes met meegevlochten lintjes, en glitters. Om de vlechtjes mooi strak te krijgen, gaat er een flinke hand gel in de haren en in die gel plakken de glitters vast. Rotsvast. Het is alsof ze zich vastzuigen aan de hoofdhuid, alsof ze mondjes hebben met tandjes als vishaakjes, die zich zodanig vastzetten in de hoofdhuid, dat geen wasbeurt ze los krijgt. Het haar droog uitschudden, het haar vijf keer achtereen wassen, met de luizenkam er doorheen, het mag allemaal niet baten. De glitters laten niet los. Behalve, uiteraard, daar waar ik niet wil dat ze loslaten. Gevolg: een bed vol glitters, een kleed vol glitters, een hond vol glitters, een man vol glitters, een bord vol glitters. Tegen de tijd dat het volgende feestje zich aandient, komen de laatste glitters dochter´s oren nog uit. 

Onlangs organiseerde de moeder van een klasgenootje van dochter een thee-met-taart-middag voor prinsessen en hun poppen. Met dochter nog altijd volop in de roze prinsessenfase, waren we uiteraard van de partij. De meisjes speelden zoet samen en de moeders genoten van thee met taart. Helaas had om een voor mij volstrekt onbegrijpelijke reden het klasgenootje van dochter in haar badkamer een pot gel en een pot glitters binnen handbereik. Het was niet moeilijk te reconstrueren wat zich had afgespeeld in die badkamer, toen zes kleine meisjes glunderend langs hun moeders met thee en taart paradeerden. Klasgenootje had haar vriendinnetjes gewezen op de pot gel en de pot glitters. Dochter, geboren leider, nam het voortouw. Elk meisje een lik gel en een handje glitters. Na vijf handjes glitter was de pot half leeg. Dochter eigende zich de andere helft toe en leegde de pot op haar rijkelijk met gel besmeurde hoofd. Ik heb haar zelden zo zien stralen. Aan de gezichten om mij heen te zien, was ik niet de enige moeder die tot tien moest tellen. De totale verbijstering deed me, godzijdank, in lachen uitbarsten. Ik complimenteerde de meisjes met hun prinsessenkapsel. Ze kirden en lachten met getuite lipjes, die waren voorzien van een overdadige laag naar bosbessenkauwgom geurende paarse kinderlippenstift die tot halverwege de kin en wangen was uitgesmeerd.

Ik heb dochter niet streng hoeven toespreken. Ik heb niet gekrijst en niet gesnauwd. De vijf wasbeurten, de droge schud-sessies en de luizenkam deden het werk. Vandaag op het zoveelste kinderfeestje met minikapsalon, instrueerde dochter de kapster met grote stelligheid: wel vlechtjes, wel lintjes, maar geen glitters. Kind naar m'n hart.
Oktober 2014