zaterdag 25 juni 2016

Een zomerse rok


Het is alweer jaren geleden dat ik voor mezelf een A-lijn rok maakte uit Allemaal Rokjes. Ik draag de rok nog steeds regelmatig. Nu het hier volop zomer is (lees: bloedheet), haalde ik een van mijn favoriete stofjes uit de kast en naaide nog eens zo'n A-lijn rokje. 







dinsdag 14 juni 2016

Mijn Russische ik

Ik zou zomaar een Russische kunnen zijn. Vrijwel elke dag word ik op straat aangesproken door mensen die de weg willen weten naar hier of daar. Meneren, mevrouwen, studenten, jong en oud, ze zien in mij een licht afwijkend geklede Russische. De oorspronkelijke bevolking heeft een duidelijk Aziatisch uiterlijk. Een deel van de bevolking is evenwel van Russische komaf en in die groep lijk ik helemaal thuis te horen. Wat uiterlijk betreft, want zodra ik mijn mond opendoe, wordt er van verbazing een stapje achteruit gedaan. “Oh! Je bent een buitenlander!”

Ik doe echt mijn best. Ik ben vastbesloten om het Russisch onder de knie te krijgen en heb al heel wat, en daarmee bedoel ik echt heel wat, uren studie gestoken in deze taal die mij tergt tot het uiterste. De basis valt reuze mee. Het Russische alfabet is zo geleerd, evenals een basiswoordenschat en de beginnersgrammatica. De uitspraak is niet moeilijk. Maar als dat onder de knie is, begint het echte werk. Het Russisch heeft een eindeloze hoeveelheid varianten voor hetzelfde woord, steeds met een uiterst subtiel verschil in betekenis. De grammatica is niet eenvoudig. De grammatica is om tandenknarsend gefrustreerd van te raken. Dat gebeurt mij althans met grote regelmaat. Ik ben dol op nieuwe talen leren. Ik ben dol op grammatica, eindeloos oefeningen maken. Ik zie hoe rijk deze taal is, ik kan me voorstellen hoe prachtig Russische literatuur moet zijn in het Russisch. Maar daar heb ik allemaal helemaal niks aan zodra ik mijn mond opendoe. Het ontbreekt me op die momenten namelijk aan tijd. Tijd om na te denken. Gebruik ik hier perfectum of imperfectum? Welk voorzetsel gebruik ik hier en welke uitgang krijgt het bijvoeglijk naamwoord, welke uitgang krijgt het zelfstandig naamwoord? Vervoeg ik dit werkwoord naar groep I of groep II of is het één van de vele, vele, uitzonderingen?

Waar in veel opzichten het Nederlands, Engels, Duits, Spaans, Frans, Italiaans op elkaar lijken, tot elkaar te herleiden zijn, komt het Russisch van een andere planeet. De planeet waar de Romaanse en Germaanse talen eensgezind samenwonen tegenover de Slavische planeet, helemaal aan de andere kant van de melkweg. Slechts de moderne woorden zijn makkelijk te onthouden. Die zijn vanuit het Engels fonetisch omgezet in het Russisch, met gebruik van veel letters, waardoor ik vaak even aan het puzzelen ben om vervolgens met een grijns te beseffen dat hier 'parking' staat, of 'businessman'. Maar het Russisch bestaat bovenal uit hele lange woorden met heel veel medeklinkers die mij met geen mogelijkheid doen denken aan hetzelfde woord in het Nederlands, Engels, Frans, Duits, Spaans... Ik kan een uur lang woordjes stampen om een dag later van de pak 'em beet 50 woorden me er met de beste wil van de wereld niet meer dan 7 te herinneren. De grijze haren tieren ineens welig.

Ik versta al die mensen die mij de weg vragen inmiddels redelijk goed. Ik weet vaak ook prima waar ze heen moeten om hun bestemming te bereiken. Maar zodra ik mijn mond opendoe om te antwoorden, beginnen de radartjes in mijn hoofd al krakend en piepend te draaien, op zoek naar het correcte Russisch. Maar ik win het niet van de tijd. Na een paar seconden “da...” en “eh...”, komt het onvermijdelijke verbaasde stapje achteruit en het “Oh! Je bent een buitenlander!” En weg zijn ze. Want ze moeten naar hun bestemming en hebben geen tijd te verliezen. Een vriendelijke, meestal oudere, dame of heer zonder haast wil nog wel eens welwillend naar mijn gehakkel blijven luisteren, bereid me te helpen en aan te moedigen.

Mijn frustratie over de gevoelsmatig verloren studie-uren liep op een gegeven moment zo hoog op, dat ik mijn lat wat lager heb gelegd. Eén keer in de week les, zodat de hoeveelheid te verwerken en te onthouden leerstof hanteerbaar blijft en ik tijd overhou voor andere dingen. Ik heb een aantal welwillende en geduldige oefenpartners om me heen verzameld. De concierge, de dame die ons huis helpt schoonhouden, de fruitverkoper op de hoek, het meisje van het postkantoor, de veiligheidsbeamte op school en natuurlijk mijn Russische juf. Zij is tevreden met mijn vooruitgang en elke week weer in haar nopjes omdat ik alle oefeningen heb gemaakt. Met mijn doorzettingsvermogen kom ik er wel, zegt ze. Ik zelf zie met name nog een he-le lange weg voor me. Je bent 43, zegt m'n juf meelevend. Dan gaat het nou eenmaal allemaal wat trager. De grijze haren tieren ineens welig.

De lat ligt nu op een licht uitdagende maar niettemin comfortabele hoogte. Als ik het even niet meer zie zitten, blader ik door mijn 10 jaar oude schriften Spaans. Ooit heb ik op alles wat daar in staat, hard gestudeerd. Lang niet zo hard als ik nu moet studeren op het Russisch, maar toch. Nu is het Spaans me geheel eigen en alles voelt vanzelfsprekend. Over een paar jaar zal ik de weg wijzen en zal de persoon die mij aansprak een stapje achteruit doen van verbazing. “Oh! Wat spreek jij goed Russisch voor een buitenlander!”
Juni 2016


maandag 6 juni 2016

Op herhaling


De Candyjurk blijft geliefd. Nu versie 1 langzaamaan te klein wordt en versie 2 bijna opgedragen is, zag versie 3 het licht. Ik hou van verlaagde tailles en verlaagde bij deze derde versie de taille dus met een centimeter of 3. Ze fietste er zo mee weg.

 

Ik knipte weer een cm extra aan de hals en de mouwen en zoomde het alles netjes om. Blijft uiteindelijk toch langer mooi.


Nu, twee weken na de fatale knipbeurt, is hond weer zwart. Het kale grijze velletje heeft weer een dun laagje vacht en het patchwork effect is verdwenen. Ze kan met goed fatsoen weer op de foto, al blijft ze wat naakt vergeleken bij haar vorige fotosessie.


Het stofje kocht ik vast ooit op de markt. 





dinsdag 31 mei 2016

Kaal

Eén keer moest de eerste keer zijn. Het kan immers niet altijd rozengeur en maneschijn zijn...

Het gaat ons goed. We wonen in een schitterend land, in een aangename, groene en veilige stad. Hoewel met name zoon het de eerste maanden niet makkelijk heeft gevonden, zijn beide kinderen inmiddels geheel ingeburgerd op school. De mensen zijn vriendelijk en waarderen onze verwoede pogingen om de taal onder de knie te krijgen. Het is een land om van te genieten en de tijd vliegt dan ook voorbij. De zomer werd herfst, de winter kwam en ging en de lente gaat inmiddels over in een nieuwe zomer.

Na jarenlang een korte coupe te hebben gehad, hadden we hond's vacht voor de winter weer lang laten groeien. Haar moeder was een cockerspaniel, haar vader een teckel. Echt. Ze erfde de pootjes van haar vader en de vacht van haar moeder. Lange dikke zwarte krullen. Ze was de afgelopen maanden een wandelende bal vacht. Nu de temperaturen met rasse schreden richting de 30 graden gaan om daarna door te stoten naar de 40, was het weer tijd voor de zomercoupe.

In V. bracht ik hond elke twee maanden naar dezelfde dierenwinkel, waar een stuk of vier jongemannen een trimsalon runden. Ze leverden haar altijd netjes gekortwiekt weer af, al dan niet met roze strikjes op de oren. Hier moesten we op zoek gaan naar een nieuwe hondenkapper. Mijn Russische lerares was zo vriendelijk om voor mij op onderzoek uit te gaan. Russisch googlen gaat me nog niet zo best af. Ze vond een dierenkliniek met trimsalon, niet ver van ons huis. Ik belde zelf om een afspraak te maken. Dat gaat me al redelijk goed af. Hond en ik gingen op pad en na een minuut of tien stonden we voor de deur van de dierenkliniek met trimsalon. Ik zag slechts een dichte voordeur en een uithangbord, maar alles in mij zei me rechtsomkeert te maken. Het begon te regenen. Het was warm. Ik keek naar hond. Ik zag vacht. Ik moest het een kans geven, zei ik tegen mezelf, en ik duwde de voordeur open. Het zou onze eerste negatieve, ik zou haast zeggen traumatische, ervaring worden in K.

Eenmaal binnen was er geen weg meer terug. De dierenkliniek met trimsalon bleek een bedompt kamertje te zijn waar al in geen jaren echt was schoongemaakt. Op de vloer lag heel oud zeil met houtmotief. In alle gaten en kieren had zich een zwarte brij van stof en vuil genesteld. In het midden stond een kleine, hoge, metalen tafel met een afzichtelijk oranje plastic kleedje er op. Nog voor mijn hersens al deze informatie goed en wel hadden doorgekregen, tilde een enorme hand in één zwaai hond bovenop de metalen tafel. “Daar bent u dan”, begroette een harde lage stem ons. Aan de enorme hand zat een hele grote man vast. Zijn dikke buik omspannen met een leren schort. Een groot, rond, ietwat rood hoofd met een korte baard. Het stereotype slager. Hij was voorbereid. In zijn andere enorme hand bleek de tondeuse al aan te staan en met een enthousiaste zwaai raspte de man de eerste reep vacht van de hondenrug af. Bleek van afgrijzen zag ik dat de tondeuse op stand nul stond. Nog half verscholen onder de dikke omliggende vacht, schermerde een bloot, kaal, grijs, bibberend velletje. Naar adem snakkend piepte ik dat dat te kort was. Ze moest niet kaal, ze moest kort. Maar ik wist dat het te laat was. De slager probeerde mij nog te doen geloven dat dit de meest gezonde optie was, maar in werkelijkheid had hij geen idee waar hij mee bezig was. Dat vacht bescherming biedt, vond deze dierenarts duidelijk onzin.

Toen hond zwak protesteerde, haalde de slager vier smerige touwen tevoorschijn en begon die aan hond's pootjes vast te binden. Ik zag die enorme handen bezig met die kleine pootjes en met het beeld van een invierengedeeld hondje op mijn netvlies, perste ik er een zodanig ferme “njet” uit, dat ik de daarop volgende twee uur lang zelf de pootjes van hond heb vastgehouden, ondertussen kalmerende woordjes fluisterend tegen het trillende beest. Toen de slager ook haar koppie onder handen wilde nemen, zijn we vertrokken. Haar hele lijfje was kaal, met hier en daar een waas zwart haar. Een patchworkhond.

Nog slechts half zo groot als voorheen, lijkt ze op een uit de kluiten gewassen rat met een huidziekte, waar een doddig hondenkopje op gemonteerd is. Het groeit wel weer aan, zeggen hond en ik voortdurend tegen elkaar. Het groeit wel weer aan.

Mei 2016

woensdag 25 mei 2016

Ishi jurk


Vorig jaar brachten mijn schoonouders twee grote lappen katoen voor me mee uit India. Ik gebruikte ze voor een zomerse Ishi. Een leuk patroon van Straightgrain dat vraagt om meer versies!


De zelfkant van de stof gebruikte ik als mouwzoom en voor de bovenkant van de zak. 

In deze Ishi ging slechts een stukje van de grote lappen, dus dezelfde stof zal te zijner tijd ongetwijfeld nogmaals voorbijkomen.




 

woensdag 18 mei 2016

Op m'n eentje

Waar het idee precies vandaan kwam, weet ik niet meer. Maar ineens was het er. Een weekendje kamperen voor vaders en zonen. Een stuk of zes families sloten zich bij het idee aan en zodra zoon er lucht van kreeg, werden ook hij en zijn vader deel van de groep. Nadat vol enthousiasme was besloten dat ze inderdaad aankomend weekend met de groep zullen gaan kamperen, ging mijn eerstvolgende gedachte naar de tijd die ik in datzelfde weekend rustig met mijn dochter zou gaan doorbrengen. Tijd voor haar, tijd voor mij, tijd voor samen. Zij en ik. 

Ik ben graag alleen. Alleen in de zin van ik, of ik en mijn kind(eren), of ik en mijn man. Lang geleden, toen ik nog in Nederland woonde, had ik een gewoon Nederlands leven. Werk, sport en sociaal leven. Dat sociale leven bestond met name uit uitjes en etentjes. Lang op voorhand geplande uitjes en etentjes. Iedereen was altijd druk. Als ik zin had om iets te gaan drinken met iemand, dan kreeg ik te horen dat die iemand dinsdag over twee weken tijd had. Of ik dinsdag over twee weken nog altijd of wederom zin zou hebben om iets te gaan drinken, deed niet ter zake. Als ik die iemand wilde zien, moest de afspraak in de agenda worden genoteerd en nagekomen. Werd ik vervolgens gevraagd of ik zin had om iets te gaan drinken, dan was mijn agenda dus ook op voorhand al volgepland en zo verwerd ik ook tot iemand die het altijd druk had. 

Toen ik Nederland verliet, werd alles anders. Ik kwam terecht in de binnenlanden van Zuid-Amerika. Ik had collega´s, maar aangezien ik de baas was, werden die collega´s op dat moment nooit echte vrienden. Ik had buren en bekenden, lieve mensen waar ik geregeld thee mee dronk, maar diepe vriendschappen kwamen niet tot stand. In het dorp waar ik woonde, was ik vooral een buitenlandse bezienswaardigheid. Ik werkte lange dagen en bracht mijn schaarse vrije tijd geheel tevreden met name alleen door. In de jaren die volgden, ontmoette ik mijn huidige man met wie ik een weekendrelatie kreeg die uitmondde in een huwelijk en een kind. Toen we naar de Caucasus verhuisden, werkte ik weer lange dagen en eenmaal thuis, wilde ik vooral met mijn kindje bezig zijn. Het feit dat we de taal niet spraken, bracht ons ook enigszins in een sociaal isolement waar ik, dankzij mijn lange werkdagen, evenwel in het geheel niet onder leed. De jaren die we daarna wederom in Zuid-Amerika doorbrachten, waren in zekere zin ook eenzame jaren. Inmiddels hadden we twee kinderen en was mijn man aan de beurt om te werken. Ik genoot van het moederschap, ik sprak de taal en kreeg fantastische vrienden. Niettemin bracht ik een groot deel van mijn dagen alleen thuis door. De onveiligheid op straat zorgde voor een leven dat zich voornamelijk binnen de muren van ons huis afspeelde. 

Na al die jaren ben ik gewend aan het alleen zijn. Ik ben graag alleen. Ik ben ook graag onder de mensen, maar de vanzelfsprekendheid waarmee ik me vroeger in de massa begaf, is er af. Grote groepen mensen schrikken me wat af en een dagenlange aaneenschakeling van sociale bijeenkomsten, afspraken en gezelligheden ervaar ik al gauw als verstikkend. Ik moet altijd even terug naar de basis, mijn eilandje van alleen-zijn. Nu we wonen in een stad waar vanalles te doen is en waar de weinige buitenlanders graag veel samen ondernemen, voel ik vaak een overdosis aan sociale verwachtingen. Er is het groepje Spaans-sprekenden dat elke dinsdag samen luncht. Er is de groep moeders die vaak het broodnodige bezoek aan de grote supermarkt omtovert in een dagvullend uitje. Er is de groep moeders die elke week in een ander restaurant luncht en zo de internationale keuken in de stad verkent. Er is de groep die elke maandagochtend gaat wandelen in de bergen. Er is de groep moeders die elke dinsdagavond naar de sauna gaat. Er is het groepje dat elke maand een spelavond organiseert. Er is het groepje moeders dat om de woensdag een speelmiddag voor de kinderen organiseert. Er is de groep die voor het eerst in het buitenland woont en zo snel mogelijk zoveel mogelijk bezienswaardigheden wil zien. Ik voel me vereerd dat ieder groepje mij liefdevol uitnodigt, maar ik zou er letterlijk mijn hele week mee kunnen vullen. Ik bewonder het nimmer aflatende enthousiasme van de mede-moeders, hun energie en groepszin. Maar ik kan ze niet bijhouden. Ik krijg het er spaans benauwd van. En dus zeg ik regelmatig nee. Dat gaat me steeds beter af. Ik ben leuker gezelschap als ik slechts af en toe mee ga met de groep. 

Het vooruitzicht om aanstaand weekend rustig met dochter door te brengen, sprak mij aan. De moeder van een mede-kampeerder had geopperd dat de moeders en eventuele dochters wellicht op zondagochtend een bergwandeling zouden kunnen maken. Dat leek me een prima idee. Maar toen verscheen er een bericht op mijn telefoon. Ik was ineens lid van de whatsapp groep ´girls weekend´. Onmiddelijk stroomden de berichten van de ´girls´ binnen. Het eerste bericht luidde, “Ik weet niet wat het plan voor het weekend is, maar ik heb er nu al zin in!” De toon was gezet. Het regende ideeën. De mannen zullen zaterdag om half negen ´s ochtends vertrekken en zondag om een uur of vier weer thuis zijn. De vrouwen planden in nog geen kwartier tijd een zodanige hoeveelheid gezamenlijke activiteiten dat de moeders en eventuele dochters van zaterdagochtend half negen tot zondagmiddag vier uur onder de pannen zullen zijn. Zaterdagochtend en voormiddag: knutselen bij moeder A. Zaterdagmiddag: wijn en pizza bij moeder B, gevolgd door een collectieve logeerpartij in het reuzehuis van diezelfde moeder B. Zondagochtend en -middag: bergwandeling met picknick.

Ik voelde me een vreemde eend in de bijt. Waar alle moeders wildenthousiast waren, zonk mij de moed in de schoenen. Ik voelde mijn eilandje van alleen-zijn overspoeld worden door torenhoge golven van gezamenlijke gezelligheid. Een paar dagen geleden namen we afscheid van mijn geweldige schoonouders die twee fantastische weken bij ons doorbrachten. Volgend weekend gaan we met een bevriende familie een trip maken naar een beroemd en naar verluid prachtig ravijn. Dit weekend wil ik rustig met mijn dochter doorbrengen. Tijd voor haar, tijd voor mij, tijd voor samen. Zij en ik. Toen ik man de berichtenstroom en het uiteindelijke plan liet lezen, barstte hij in lachen uit. “Echt iets voor jou”, grijnsde hij. 

Nee zeggen gaat me steeds beter af. Zondagochtend zullen dochter en ik enthousiast deelnemen aan de bergwandeling met picknick. Maar de rest van het weekend is het zij en ik. Ik ben nu eenmaal verworden tot wie ik ben, en ik ben leuker gezelschap als ik slechts af en toe mee ga met de groep. 
Mei 2016

dinsdag 10 mei 2016

Barnaby Bear


Schoolbeer Barnaby kwam thuis met een lelijk en bovendien kapot zwart plastic koffertje. Die moest nodig vervangen worden, vond dochter, door een stoere rugzak. 

Een simpel klusje dat snel geklaard was. Gemaakt van restjes ribstof naar het patroon van de turnzak in Stof-voor-durf-het-zelvers.






maandag 2 mei 2016

Het zijn de benen

Vijf en acht. Nee, zes en acht, sinds drie weken. Ze worden groot. Het schiet me elke dag wel een keer door het hoofd. Ze worden groot. Ik kom een fotootje tegen van zoon, twee jaar oud en een grijnzende krullenbol. Zes jaar geleden alweer. Maar dan geef ik hem `s avonds een zoen op zijn slapende hoofd en ik zie in dat slapende jongetje dat er met zijn rode konen nog altijd zo lief en jong uitziet, dat tweejarige jongetje weer terug. Dochter merkt met serieuze blik op dat alles relatief is. Dat klinkt verbijsterend volwassen. Maar vijf minuten later maakt ze een ouderwetse poep-en-pies-grap en lacht er zelf het hardst om. Als ze in het weekend `s ochtends wakker worden, lezen ze allebei, zonder ons te wekken, hun boeken zonder plaatjes. Grote-kinderen-boeken met spannende verhalen. Maar `s avonds kruipen ze dicht tegen me aan en luisteren geboeid terwijl ik Wiplala voorlees. Ze stappen zelf op en af de sleeplift op de skipiste. Dat vind ik ontzettend “groot”. Maar dan drinken ze moe en voldaan een grote beker chocolademelk en lopen even later ongegeneerd met een hele grote chocoladesnor weer naar buiten richting lift. Zoon is ineens een kartfanaat. Hoe sneller hoe beter. Maar `s avonds wil hij niet naar bed zonder zijn pluchen poesje. Dochter snijdt keurig zelf haar boterham in stukjes, maar als ze een ijsje eet, komt de helft steevast op haar jurk, in haar haren of op de grond terecht.

Ik vind het fantastisch dat ze groter worden, wijzer, zelfstandiger. Maar tegelijkertijd zou ik willen dat ze voor altijd klein zouden blijven. Vijf en acht. Zes en acht. Telkens als ik denk, wat worden ze toch groot, zoek ik een reden om te kunnen denken, wat zijn ze nog klein.

Gisteren zag ik ze samen lopen in de branding, in hun zwembroek. Het is paasvakantie. Na praktisch hun hele leventje in de zon te hebben gewoond, kregen ze ineens een echte winter voor de kiezen. Ze hebben zich er vol overgave ingestort en volop genoten van deze nieuwe ervaring en al het moois dat de winter met zich meebrengt. Maar ze missen ook het strand. We konden ons daar wel iets bij voorstellen en dus beloofden we ze een weekje strand. Maar het strand is niet meer om de hoek. Sterker nog, een strand waar het ook in maart lekker warm is, is vliegtuigwerk. Onderzoek wees uit dat het dichtstbijzijnde strand op zo`n vier uur vliegen ligt. Man had geen paasvakantie en zo eindigden de kinderen en ik op het strand in een land waarvan ik altijd had gedacht dat ik er geen voet zou zetten. Het leek me namelijk een niet al te interessante bestemming. Ik stelde mij veel zand voor, veel wolkenkrabbers, hele grote luxe winkelcentra en een oneindig arsenaal aan themaparken en kinderparadijzen. Mijn voorstelling bleek verbazingwekkend dichtbij de werkelijkheid te liggen. Maar de eerlijkheid gebiedt mij toe te geven dat we ons best ook niet hebben gedaan. Als we onze tijd en energie anders hadden besteed, dan hadden we ongetwijfeld een rijke historie en boeiende cultuur ontdekt. Maar ons doel was strand, en dus werd het strand.

En daar liepen ze dus, samen in de branding. Heerlijke wezens. Terwijl ze daar liepen en ik naar ze keek, besefte ik wederom dat ze al zo groot zijn. Onbewust zocht ik direct naar een reden om te denken, wat zijn ze nog klein. Maar dit keer kon ik niets bedenken. Het kwam door de benen. Ineens zag ik dat ze allebei grote kinderen benen hebben. Niet meer van die korte, mollige beentjes, maar lange staken. Bij zoon zag ik ineens kuiten. Behaarde benen. Dochter heeft nog altijd een bol buikje, maar haar benen zijn ineens zo lang. Er is geen weg meer terug. Ze worden groot.

Vandaag gingen we op excursie naar de woestijn. Eerst een rally door de zandduinen, op en over de heuvels, met gierende banden op twee wielen de bocht door. Terwijl ik mijn best deed om het niet van schrik in mijn broek te doen en niet de stoel voor mij onder te kotsen, gierden de kinderen van opwinding en plezier. Het ritje op de kameel vonden ze veel te kort. Zoon crosste op een 4-wheel buggy door het zand en dochter kocht een flesje gekleurd zand. Ze raakten er niet over uitgepraat. Het diner in de open lucht ging vergezeld van verschillende optredens. We zaten op de eerste rij. Een danser die almaar rondjes draaide in een pak met lichtjes. Een buikdanseres die zwaarden op haar buik liet dansen. En een echte vuurvreter. Allemaal stopten ze voor onze tafel, gegrepen door de glinstering in de ogen van de kinderen, hun open monden, hun samengeknepen handjes. Gebiologiseerd verdronken ze in de magische wereld die de dansers creëerden.

Dat we terecht waren gekomen in een toeristisch massa-uitje van dubieuze kwaliteit, ging geheel aan de kinderen voorbij. Ik haalde opgelucht adem. Ze lieten zich meevoeren door betovering en gingen er volledig in op, zich volkomen onbewust van hun omgeving. Dat kan alleen als je nog niet “groot” bent. En daar doen lange benen niks aan af.
Mei 2016

zondag 24 april 2016

Cocoon dress


De cocoon dress van Heidi & Finn. Het viel niet mee om het patroon na de aankoop ook daadwerkelijk te krijgen, maar ben helemaal fan. Makkelijk te maken, fijne zakken en de vorm valt goed. Zalige jurk voor groter wordende kleine meisjes.

De stof lag al lang in de kast, te wachten op het perfecte patroon: de cocoon jurk! Het heeft een ingeweven patroontje en de kleur is prachtig, een bijna lavendelblauw dat ik mooi vind passen bij dochter`s huidskleur.






Een nieuwe favoriet van zowel dochter als mijzelf!

  

zaterdag 16 april 2016

De rode plaat

Corruptie. In ons vorige woonland konden ze er wat van, maar ook hier experts te over. Het duidelijkst zichtbaar: corruptie in uniform. Vriend M. kan er smakelijk over vertellen. Als buitenlander is hij veelvuldig de klos. Onlangs nog. Hij wilde inchecken voor een vlucht naar Europa. Zakenreis. In zijn koffer zaten kleren en papieren. M. had een drukke week achter de rug en was na anderhalf jaar in K. he-le-maal klaar met de corruptie in uniform die hem al flink wat geld gekost had. De man in uniform op de luchthaven had ook een drukke week achter de rug. Wat meneer in zijn koffer had, vroeg hij bars aan M. Kleding, was M.`s antwoord. Open die koffer! Was de reactie. De barse geuniformeerde man graaide in M.`s koffer en haalde een handvol papieren tevoorschijn. Kleding? Vroeg hij ironisch. Dat zijn persoonlijke papieren, antwoordde M. en pakte de papieren terug. Wat voor papieren? Riep de man nu enigszins dreigend. Projectpapers, perste M. er met zijn aller-, allerlaatste restje geduld uit. Aha! Schreeuwde nu de man in uniform. Projectpapers! Projectpapers forbidden! Strictly forbidden! De lust naar onder de tafel toegeschoven bankbiljetten was duidelijk zichtbaar in zijn donkere ogen. Hij hield bijna zijn hand al op. Maar M. was moe en he-le-maal klaar met de corruptie. In plaats van met ingehouden woede zijn portomonnee tevoorschijn te halen, schreeuwde hij nu haast vuurspuwend terug dat hij NU de baas wilde spreken. Een collega van de man kwam op het tumult af. De baas werd gehaald. Er bleek met M. niet te sollen. De zaak werd gesust en M. kreeg van de toegesnelde collega excuses toegefluisterd met de verklaring dat de geuniformeerde man een hele drukke week had gehad. Bars gaf M. de man een knikje, van binnen stak hij zijn middelvinger op.

De meeste keren dat M. zijn portomonnee heeft moeten trekken, was op de weg. Door de hele stad worden de hele dag op elke straathoek automobilisten aangehouden. Zwaailichten gaan aan, de sirenes loeien en je bent de klos. Alles wordt uit de kast gehaald om ergens een reden te vinden om je op de bon te slingeren. Rijbewijs, autopapieren, reservewiel, rode driehoek, eerste hulpkit, lichtgevend hesje. Mocht je dat allemaal picobello in orde hebben, zoals M., dan had je ineens je richtingaanwijzer niet gebruikt toen je van baan wisselde. Of, en die werkt altijd, je moet mee om te blazen. De boete dan wel het blazen zijn uiteraard te voorkomen door een aardig pakketje bankbiljetten tussen je autopapieren te schuiven en die nogmaals aan de ambtenaar in uniform te doen toekomen.

De burgers van K. hebben een wit nummerbord. Zij worden vaak aan de kant gezet. De buitenlanders in K. hebben een geel nummerbord. Zij worden nog vaker aan de kant gezet. Met zoveel geuniformeerd geweld op de weg, zou ik elke dag met een zekere mate van spanning in de auto stappen, continue alert op zwaailichten en sirenes. Maar, wij hebben geen wit en ook geen geel nummerbord. Wij hebben een rood nummerbord. Een rode plaat met een D. Diplomatieke status. En dat, zo heb ik inmiddels begrepen, is een garantie voor zielenrust. En vrienden. Iedereen wil met me mee rijden. Want de rode plaat met D wordt met rust gelaten. Ik hoef niet bang te zijn om aan de kant gezet te worden voor een staaltje corruptie. Ik zou door rood kunnen rijden, de snelheidslimiet kunnen overtreden en fout kunnen parkeren. Niemand die me lastig zou vallen.

De moeders op school bereidden mij in de maanden die we op de autopapieren moesten wachten, voor op de hel van corruptie en chaotisch verkeer. De moeders hadden duidelijk geen rij-ervaring in Zuid-Amerika, want het is hier in K. een oase van orde. Een rijbaan is een rijbaan, de wegsignalering is subliem en er krioelen niet voortdurend gewapende wegduivels op motoren overal tussendoor. Toen ik uiteindelijk voor het eerst met de auto op school verscheen, werd er even geslikt. We kochten namelijk, bij gebrek aan beter aanbod, een oude jeep, een lelijk vierkant ding met bovenop bovendien vier hele grote lampen. Maar zodra het rode nummerbord met D was gespot, brak er gejuich uit. Of ik wel wist wat een mazzel ik had. En of we de volgende dag niet naar hier, daar en verder konden gaan. Gezellig, met z`n allen in de jeep, met gierende banden tot recht voor de ingang.

De teleurstelling van de moedermenigte was groot, toen bleek dat er met mij en mijn jeep weinig lol te beleven valt. Ik stop voor rood, ik parkeer alleen daar waar het mag en ik rem af tot 40 kilometer per uur als dat staat aangegeven. Ik hou me over het algemeen aan de regeltjes. Altijd zo geweest. Als de moeders het he-le-maal gehad hebben met de corruptie, liften ze nog wel eens mee. Want twintig kilometer per uur te hard rijdend in je vuistje lachend een politieauto inhalen is er dan wel niet bij, maar in de foute bak met de rode plaat verlies je tijd noch geld.

April 2016