maandag 2 mei 2016

Het zijn de benen

Vijf en acht. Nee, zes en acht, sinds drie weken. Ze worden groot. Het schiet me elke dag wel een keer door het hoofd. Ze worden groot. Ik kom een fotootje tegen van zoon, twee jaar oud en een grijnzende krullenbol. Zes jaar geleden alweer. Maar dan geef ik hem `s avonds een zoen op zijn slapende hoofd en ik zie in dat slapende jongetje dat er met zijn rode konen nog altijd zo lief en jong uitziet, dat tweejarige jongetje weer terug. Dochter merkt met serieuze blik op dat alles relatief is. Dat klinkt verbijsterend volwassen. Maar vijf minuten later maakt ze een ouderwetse poep-en-pies-grap en lacht er zelf het hardst om. Als ze in het weekend `s ochtends wakker worden, lezen ze allebei, zonder ons te wekken, hun boeken zonder plaatjes. Grote-kinderen-boeken met spannende verhalen. Maar `s avonds kruipen ze dicht tegen me aan en luisteren geboeid terwijl ik Wiplala voorlees. Ze stappen zelf op en af de sleeplift op de skipiste. Dat vind ik ontzettend “groot”. Maar dan drinken ze moe en voldaan een grote beker chocolademelk en lopen even later ongegeneerd met een hele grote chocoladesnor weer naar buiten richting lift. Zoon is ineens een kartfanaat. Hoe sneller hoe beter. Maar `s avonds wil hij niet naar bed zonder zijn pluchen poesje. Dochter snijdt keurig zelf haar boterham in stukjes, maar als ze een ijsje eet, komt de helft steevast op haar jurk, in haar haren of op de grond terecht.

Ik vind het fantastisch dat ze groter worden, wijzer, zelfstandiger. Maar tegelijkertijd zou ik willen dat ze voor altijd klein zouden blijven. Vijf en acht. Zes en acht. Telkens als ik denk, wat worden ze toch groot, zoek ik een reden om te kunnen denken, wat zijn ze nog klein.

Gisteren zag ik ze samen lopen in de branding, in hun zwembroek. Het is paasvakantie. Na praktisch hun hele leventje in de zon te hebben gewoond, kregen ze ineens een echte winter voor de kiezen. Ze hebben zich er vol overgave ingestort en volop genoten van deze nieuwe ervaring en al het moois dat de winter met zich meebrengt. Maar ze missen ook het strand. We konden ons daar wel iets bij voorstellen en dus beloofden we ze een weekje strand. Maar het strand is niet meer om de hoek. Sterker nog, een strand waar het ook in maart lekker warm is, is vliegtuigwerk. Onderzoek wees uit dat het dichtstbijzijnde strand op zo`n vier uur vliegen ligt. Man had geen paasvakantie en zo eindigden de kinderen en ik op het strand in een land waarvan ik altijd had gedacht dat ik er geen voet zou zetten. Het leek me namelijk een niet al te interessante bestemming. Ik stelde mij veel zand voor, veel wolkenkrabbers, hele grote luxe winkelcentra en een oneindig arsenaal aan themaparken en kinderparadijzen. Mijn voorstelling bleek verbazingwekkend dichtbij de werkelijkheid te liggen. Maar de eerlijkheid gebiedt mij toe te geven dat we ons best ook niet hebben gedaan. Als we onze tijd en energie anders hadden besteed, dan hadden we ongetwijfeld een rijke historie en boeiende cultuur ontdekt. Maar ons doel was strand, en dus werd het strand.

En daar liepen ze dus, samen in de branding. Heerlijke wezens. Terwijl ze daar liepen en ik naar ze keek, besefte ik wederom dat ze al zo groot zijn. Onbewust zocht ik direct naar een reden om te denken, wat zijn ze nog klein. Maar dit keer kon ik niets bedenken. Het kwam door de benen. Ineens zag ik dat ze allebei grote kinderen benen hebben. Niet meer van die korte, mollige beentjes, maar lange staken. Bij zoon zag ik ineens kuiten. Behaarde benen. Dochter heeft nog altijd een bol buikje, maar haar benen zijn ineens zo lang. Er is geen weg meer terug. Ze worden groot.

Vandaag gingen we op excursie naar de woestijn. Eerst een rally door de zandduinen, op en over de heuvels, met gierende banden op twee wielen de bocht door. Terwijl ik mijn best deed om het niet van schrik in mijn broek te doen en niet de stoel voor mij onder te kotsen, gierden de kinderen van opwinding en plezier. Het ritje op de kameel vonden ze veel te kort. Zoon crosste op een 4-wheel buggy door het zand en dochter kocht een flesje gekleurd zand. Ze raakten er niet over uitgepraat. Het diner in de open lucht ging vergezeld van verschillende optredens. We zaten op de eerste rij. Een danser die almaar rondjes draaide in een pak met lichtjes. Een buikdanseres die zwaarden op haar buik liet dansen. En een echte vuurvreter. Allemaal stopten ze voor onze tafel, gegrepen door de glinstering in de ogen van de kinderen, hun open monden, hun samengeknepen handjes. Gebiologiseerd verdronken ze in de magische wereld die de dansers creëerden.

Dat we terecht waren gekomen in een toeristisch massa-uitje van dubieuze kwaliteit, ging geheel aan de kinderen voorbij. Ik haalde opgelucht adem. Ze lieten zich meevoeren door betovering en gingen er volledig in op, zich volkomen onbewust van hun omgeving. Dat kan alleen als je nog niet “groot” bent. En daar doen lange benen niks aan af.
Mei 2016

zondag 24 april 2016

Cocoon dress


De cocoon dress van Heidi & Finn. Het viel niet mee om het patroon na de aankoop ook daadwerkelijk te krijgen, maar ben helemaal fan. Makkelijk te maken, fijne zakken en de vorm valt goed. Zalige jurk voor groter wordende kleine meisjes.

De stof lag al lang in de kast, te wachten op het perfecte patroon: de cocoon jurk! Het heeft een ingeweven patroontje en de kleur is prachtig, een bijna lavendelblauw dat ik mooi vind passen bij dochter`s huidskleur.






Een nieuwe favoriet van zowel dochter als mijzelf!

  

zaterdag 16 april 2016

De rode plaat

Corruptie. In ons vorige woonland konden ze er wat van, maar ook hier experts te over. Het duidelijkst zichtbaar: corruptie in uniform. Vriend M. kan er smakelijk over vertellen. Als buitenlander is hij veelvuldig de klos. Onlangs nog. Hij wilde inchecken voor een vlucht naar Europa. Zakenreis. In zijn koffer zaten kleren en papieren. M. had een drukke week achter de rug en was na anderhalf jaar in K. he-le-maal klaar met de corruptie in uniform die hem al flink wat geld gekost had. De man in uniform op de luchthaven had ook een drukke week achter de rug. Wat meneer in zijn koffer had, vroeg hij bars aan M. Kleding, was M.`s antwoord. Open die koffer! Was de reactie. De barse geuniformeerde man graaide in M.`s koffer en haalde een handvol papieren tevoorschijn. Kleding? Vroeg hij ironisch. Dat zijn persoonlijke papieren, antwoordde M. en pakte de papieren terug. Wat voor papieren? Riep de man nu enigszins dreigend. Projectpapers, perste M. er met zijn aller-, allerlaatste restje geduld uit. Aha! Schreeuwde nu de man in uniform. Projectpapers! Projectpapers forbidden! Strictly forbidden! De lust naar onder de tafel toegeschoven bankbiljetten was duidelijk zichtbaar in zijn donkere ogen. Hij hield bijna zijn hand al op. Maar M. was moe en he-le-maal klaar met de corruptie. In plaats van met ingehouden woede zijn portomonnee tevoorschijn te halen, schreeuwde hij nu haast vuurspuwend terug dat hij NU de baas wilde spreken. Een collega van de man kwam op het tumult af. De baas werd gehaald. Er bleek met M. niet te sollen. De zaak werd gesust en M. kreeg van de toegesnelde collega excuses toegefluisterd met de verklaring dat de geuniformeerde man een hele drukke week had gehad. Bars gaf M. de man een knikje, van binnen stak hij zijn middelvinger op.

De meeste keren dat M. zijn portomonnee heeft moeten trekken, was op de weg. Door de hele stad worden de hele dag op elke straathoek automobilisten aangehouden. Zwaailichten gaan aan, de sirenes loeien en je bent de klos. Alles wordt uit de kast gehaald om ergens een reden te vinden om je op de bon te slingeren. Rijbewijs, autopapieren, reservewiel, rode driehoek, eerste hulpkit, lichtgevend hesje. Mocht je dat allemaal picobello in orde hebben, zoals M., dan had je ineens je richtingaanwijzer niet gebruikt toen je van baan wisselde. Of, en die werkt altijd, je moet mee om te blazen. De boete dan wel het blazen zijn uiteraard te voorkomen door een aardig pakketje bankbiljetten tussen je autopapieren te schuiven en die nogmaals aan de ambtenaar in uniform te doen toekomen.

De burgers van K. hebben een wit nummerbord. Zij worden vaak aan de kant gezet. De buitenlanders in K. hebben een geel nummerbord. Zij worden nog vaker aan de kant gezet. Met zoveel geuniformeerd geweld op de weg, zou ik elke dag met een zekere mate van spanning in de auto stappen, continue alert op zwaailichten en sirenes. Maar, wij hebben geen wit en ook geen geel nummerbord. Wij hebben een rood nummerbord. Een rode plaat met een D. Diplomatieke status. En dat, zo heb ik inmiddels begrepen, is een garantie voor zielenrust. En vrienden. Iedereen wil met me mee rijden. Want de rode plaat met D wordt met rust gelaten. Ik hoef niet bang te zijn om aan de kant gezet te worden voor een staaltje corruptie. Ik zou door rood kunnen rijden, de snelheidslimiet kunnen overtreden en fout kunnen parkeren. Niemand die me lastig zou vallen.

De moeders op school bereidden mij in de maanden die we op de autopapieren moesten wachten, voor op de hel van corruptie en chaotisch verkeer. De moeders hadden duidelijk geen rij-ervaring in Zuid-Amerika, want het is hier in K. een oase van orde. Een rijbaan is een rijbaan, de wegsignalering is subliem en er krioelen niet voortdurend gewapende wegduivels op motoren overal tussendoor. Toen ik uiteindelijk voor het eerst met de auto op school verscheen, werd er even geslikt. We kochten namelijk, bij gebrek aan beter aanbod, een oude jeep, een lelijk vierkant ding met bovenop bovendien vier hele grote lampen. Maar zodra het rode nummerbord met D was gespot, brak er gejuich uit. Of ik wel wist wat een mazzel ik had. En of we de volgende dag niet naar hier, daar en verder konden gaan. Gezellig, met z`n allen in de jeep, met gierende banden tot recht voor de ingang.

De teleurstelling van de moedermenigte was groot, toen bleek dat er met mij en mijn jeep weinig lol te beleven valt. Ik stop voor rood, ik parkeer alleen daar waar het mag en ik rem af tot 40 kilometer per uur als dat staat aangegeven. Ik hou me over het algemeen aan de regeltjes. Altijd zo geweest. Als de moeders het he-le-maal gehad hebben met de corruptie, liften ze nog wel eens mee. Want twintig kilometer per uur te hard rijdend in je vuistje lachend een politieauto inhalen is er dan wel niet bij, maar in de foute bak met de rode plaat verlies je tijd noch geld.

April 2016    

zondag 10 april 2016

De lente in de lucht



Met de lente in de lucht maakte ik een simpel rimpelrokje en een simpel shirtje. Het shirtje is van een heel dun maar heel zacht flubbertricootje. Ik zag deze prachtige fotos, maar vond hier helaas nergens elastiek biais. Ik werkte de naden dus maar nonchalant af met een rolzoompje en naaide drie bloemenknoopjes op de schouder. 

Het blauw van het shirtje komt terug in het rokje en zo werd het een fleurig geheel. Beide stofjes lagen al heel lang (lees: jaren) in de kast. Ik ben maar eens aan het opmaken wat er ligt. En dat is nog een heleboel.

Dochter vindt rok en shirt prachtig en poseerde zoals ze dat het liefste doet. Vol passie en overtuiging.









zondag 3 april 2016

Van warme chocolademelk en aardbeien

Mijn man is een Spanjaard. Een eilander. Hij is niet gewend aan kou. Toen we op de Caucasus woonden, trok hij bij -2 al thermo-ondergoed aan, terwijl we nog zo`n 15 a 20 graden zouden gaan zakken. Hij heeft ook geen hoofd voor winter. Met een trui aan ziet hij er altijd wat raar uit, vind ik. Het klopt niet, het staat niet. Toch solliciteerde hij vrijwillig ook op de post in K., zij het hopend dat hij de post in Senegal toegewezen zou krijgen. Niet dus. Het werd K. Het vooruitzicht van de winter deed hem huiveren, maar ik maakte een vreugdedansje en klapte opgetogen in mijn handen. Na zoveel jaren constant zon, smachtte ik naar winter. Echte winter. Metershoge sneeuw, overal ijs en koud, vooral heel koud. Eindelijk weer laarzen aan, ongegeneerd warme chocolademelk drinken en met een kruik in bed. 

De winter zou in november beginnen en ergens in april eindigen. Na een korte lente zou dan eind mei de zomer beginnen. De winter begon inderdaad in november. Ik geloof dat het eerste pak sneeuw in oktober al viel. Vol overgave stortten we ons op de wintersporten. Schaatsen, sleeën en vooral skieën. We trekken de deur achter ons dicht en 20 minuten later stappen we de skigondel in. Een ongekende luxe waar we al maandenlang gretig gebruik van maken. De kinderen skieën alsof ze nooit anders hebben gedaan en ook mijn man komt soepel de berg af. Hij is sowieso soepel de winter doorgekomen. Het was namelijk niet koud. Men zegt dat het een bijzonder zachte winter is geweest. Het heeft gesneeuwd, het heeft gevroren, maar echt koud is het nooit geworden. Ik heb geloof ik twee keer, zonder man en kinderen, geskied met -17 en een stevige wind op de piste. Dat was koud. Een aantal keer was het `s avonds op hond-uitlaat-tijd -22. Ook dat was koud. Maar daar is het eigenlijk wel bij gebleven. Het waait hier vrijwel nooit en bovendien hebben we een droog landklimaat. Ik durf te stellen dat acht van de tien dagen, de hele winter lang, de zon heeft geschenen. En -15, zonder wind, met een stralend zonnetje en een dikke laag verse knisperende sneeuw, dat is niet koud. Dat is uiterst aangenaam. 

In februari begon de temperatuur alweer te stijgen. Begin maart steeg het kwik tot 18 graden. Het kan weer omslaan, werd er gezegd. Het kan ineens weer koud worden. Verwachtingsvol keek ik regelmatig naar de weersvoorspelling, maar het koude front kwam niet. Bar koud werd het deze winter dus niet. Maar genieten was het wel. `s Nachts vroor het tot een paar dagen geleden in de bergen nog altijd licht, waardoor we tot de dag van vandaag nog kunnen skieën. In de stad is het lente zoals lente hoort te zijn. Overal duiken groene sprieten op, de groene knoppen barsten uit hun voegen. De vogeltjes fluiten dat het een lieve lust is. Het ruikt naar fris, naar nieuw, naar hoop. De zon wordt snel sterker, maar het is nog aangenaam om zittend op een bankje de stralen je gezicht te laten beroeren, terwijl je geniet van het eerste ijsje. En het tweede ijsje. Dat de zin in warme chocolademelk zou verdwijnen, leek ondenkbaar, maar ineens is het zover. We hebben zin in aardbeien, abrikozen en kersen, in picknicken, rolschaatsen en touwtje springen. 

De lente is kort. De bloedhete zomer maakt zich al klaar. Deze week skieën we voor de laatste keer naar beneden, waar we ons tegoed zullen doen aan aardbeien met ijs en slagroom. De seizoenen lopen naadloos in elkaar over en tegelijkertijd is het ineens zover. Je weet wat er gaat komen, maar als het dan ineens zover is, als dan ineens de lente alles en iedereen wakker schudt, als dan ineens de schaduw fijner is dan de zon, als dan ineens de bomen kaal blijken te zijn, als dan ineens je hele wereld maagdelijk wit is, dan ben je toch verbaasd. Het is alweer zover. Een nieuw seizoen. Wat heb ik het gemist.
April 2016

dinsdag 29 maart 2016

Maandagochtend

De doodgewone maandagochtenden werden voor mij hier de afgelopen maanden bijzonder. De week kunnen beginnen met een paar uur wandelen en klimmen of skieen in de bergen, op nog geen half uurtje van huis, dat is een voorrecht. 













zondag 20 maart 2016

Randy broek


Toen ik bij haar las dat het kruis de neiging heeft om naar normale kruishoogte op te kruipen en dan een wat onnatuurlijke bobbel te veroorzaken, lag de stof hier al geknipt klaar te wachten op verdere verwerking. Dus nu ook hier een achtjarige met bobbel. Die zelf overigens geheel tevreden is met de broek. 

Randy broek uit La Maison Victor zomer 2014, uit restjes stof die al tijdenlang lagen te liggen.







maandag 7 maart 2016

Een ongewone liefde


De sneeuwpanter leeft bij ons in de bergen. Er zijn er niet veel, maar ze zijn er. 

Vanuit de skilift, met sneeuwpanterprint bekleed, denkt dochter dikwijls zijn pootafdrukken in de sneeuw te zien. Op weg naar de bergen staan meerdere standbeelden van de sneeuwpanter. Zo werd de sneeuwpanter dochter`s grote liefde. 

Vervolgens wilde ze een sneeuwpanterjurk. Ik vond een (akelig synthetisch) stofje dat precies was wat ze wilde. Ik haalde nogmaals Dana`s First Day Dress patroon naar boven en paste de rok iets aan: dochter wilde de rok wijder en langer aan de zijkanten. Zwarte paspel tussen bovenlijfje en de rok en een vals knopenpad zonder knopen (oftewel: een strook zwart met een randje kant).


En de fotos? Die moesten uiteraard gemaakt worden bij, op en naast de sneeuwpanter.

(Het zijn de laatste resten sneeuw. Het was op deze fotodag zonnig en 18 graden. Het kind had het dus niet koud, geloof me.)



De jurk moet vooralsnog elke dag aan. 
Verkleed als Fancy Nancy voor de boekendag op school, op de schaats...




























zaterdag 20 februari 2016

Ze trapte op een rat

`Het schoolplein` reageerde met een zekere mate van afgrijzen en een hoge mate van afkeuring op ons plan on een paar weken met de kinderen door India te reizen. We werden overspoeld met verhalen vol vuilnis, diarree en virussen. Het leek haast of we op het punt stonden onze kinderen bloot te stellen aan onacceptabele risico`s, want iedereen kende wel iemand die ik weet niet wat had opgelopen in India. Wijzelf dachten dat het wel mee zou vallen: opletten wat je eet en drinkt en niet alles op de bonnefooi willen doen, en dan komt het allemaal goed. Nu we op slechts drie uur vliegen van dit altijd-al-willen-bezoeken land wonen, lieten we de verhalen onze pret niet drukken. We gingen dus naar India en het bleek inderdaad allemaal reuze mee te vallen. We hebben veel moois gezien, heerlijk gegeten, en niemand is ziek geworden. 

We genoten van het Indiase winterweer, leerden een heleboel over de Indiase cultuur en geschiedenis, zagen vele bezienswaardigheden, ergerden ons blauw aan de nimmer aflatende stroom ontzettend opdringerige verkopers, genoten van de Indiase keuken en vonden het frustrerend dat het ons zo moeilijk bleek om van de geijkte toeristische paden af te wijken. Onze vijf- en zevenjarige kinderen beleefden de reis op eigen wijze. We zagen ze aandachtig luisteren naar alle uitleg bij de vele forten, musea, paleizen en tempels. We zagen ze eindeloos poseren bij de Taj Mahal, zwaaien vanaf de rug van de olifant en met eindeloos geduld rillend onder een dekentje de safari uitzitten. De kinderen zelf traden India met open vizier tegemoet. Door mee te liften op hun belevingswereld, zagen we de gebaande paden hier en daar toch vanuit een nieuwe invalshoek.

Vraag de kinderen naar hun eerste indrukken en ze slaan spontaan beide handen voor de oren en klagen dat India zo vreselijk lawaaierig is. Hoe leuk die rikshaws en tuk tuks er ook uit mogen zien, ze vonden de herrie oorverdovend en waren oprecht opgelucht als we eens een dorpje aandeden. Wat ze dan uiteraard wel weer leuk vonden, waren de koeien en de apen die overal en nergens tussendoor krioelden. Met name de apen die je in grote aantallen overal op en in de huizen zag zitten, springen en vlooien, spraken tot de verbeelding en leverden interessante uiteenzettingen op over hoe te leven met apen die vlooien.

India bleek ook een goede bestemming om regelmatig een wedje te leggen. Moeten bij de volgende bezienswaardigheid de schoenen aan of uit? "Ik denk aan! Nee, uit! Ik denk uit! Nee, toch aan!" Dochter was niet bijzonder gecharmeerd van de indiase keuken en leefde vooral op naan, roti en toetjes. Zoon daarentegen stond overal voor open en proefde alles. Elk pruttelpotje werd bestudeerd en vervolgens werd het wedje gelegd: is dit pikant of niet. Liepen bij zoon na een flinke hap de tranen over de wangen, dan was het pikant. De grootste culinaire uitdaging was echter de gulab jamun, gefrituurde balletjes van met name suiker, melk(poeder) en bloem. Er mocht, waar mogelijk, alleen worden gegeten in restaurants met gulab jamun op het menu en elke bal werd aan een serieuze smaaktest onderworpen. De kinderen kweten zich ernstig van hun taak en de onbetwiste winnaar werd aan het einde van de reis bekendgemaakt. 

Een van de hoogtepunten was voor de kinderen de aankomst in elk nieuw hotel. Ligt er briefpapier en/of een notitieblok? Ligt er een pen bij of een potlood? De buit werd vervolgens verdeeld en tot het laatste blaadje gebruikt: boodschappen in geheimschrift, ontwerpen voor huizen-met-apen-met-vlooien en ingewikkelde codes om lid te kunnen worden van de gulab jamun club. Een van de dieptepunten was de handtastelijkheid van menig Indiër. Er waren weinig toeristen en al helemaal weinig kinderen. Te pas en te onpas werden de onzen op de foto gevraagd. "Mag ik met uw dochter op de foto?" "Dat moet u aan mijn dochter vragen." Die vervolgens gelaten een glimlach tevoorschijn perste en zich gedwee liet fotgraferen. Ze snapten niet waarom iedereen zo graag met ze op de foto wilde en werden er na verloop van tijd behoorlijk kriegel van. Ronduit hysterisch werd dochter van alle vrouwen en meisjes die aan haar haren zaten. Een duidelijk dieptepunt.

Wij ouders hebben onze kinderen ook wat kopzorgen bezorgd. Opgevoed met de regel `beloften kom je na`, braken ze hun hoofdjes over de logistieke (on)mogelijkheid om de door ons op de markt veelvuldig gemaakte belofte "we denken er nog even over en komen straks weer terug" na te kunnen komen. Regelmatig wierpen ze ons dan ook geschokt voor de voeten dat we die rok/die tas/dat kleed niet bij deze meneer konden kopen omdat we toch aan de andere meneer hadden beloofd terug te komen. En "beloften kom je na, mam". Het afdingen kon met name zoon dat wel weer waarderen. Hij schepte er groot genoegen in om zich te mengen in onze onderhandelingen en met stalen blik te vragen waarom we niet gewoon het dubbele van de vraagprijs betaalden. Als ik het zo mooi vond, kon ik dat er toch ook wel voor betalen? Om vervolgens in zijn vuistje lachend weg te lopen. 

We waren het wel vaker oneens, wij ouders en ons kroost. Dreef het ons tot wanhoop als iedere keer dat `s nachts de stroom uitviel, de generator in het hotel aansprong en daarmee alle lichten in de kamer, de kinderen vonden het hilarisch. Zonk bij ons de moed in de schoenen als de kamer slechts drie éénpersoonsbedden had zodat één kind het (éénpersoons)bed moest delen met papa of mama, het betreffende kind vond het een reuze knus vooruitzicht. Een slechte nachtrust heeft minder impact als je vijf of zeven bent. 

De safari in het natuurpark hadden we speciaal voor de kinderen aan het programma toegevoegd. Er leven wilde tijgers en wie weet zagen we er één. Bovendien leven er onder meer apen, krokodillen, allerlei soorten vogels, herten, luipaarden, vossen, stekelvarkens en slangen. We zouden ons geluk beproeven gedurende een drie uur durende safari in de vroege ochtend en nogmaals aan het einde van de middag. `s Ochtends zagen we geen tijger. Wel herten, vogels en een krokodil. Onze verwende kinderen die in hun korte leventje al honderden krokodillen in het wild aanschouwden, hadden het vooral koud en wilden eigenlijk gewoon terug naar het hotel om tikkertje te spelen. Gelukkig sprong er `s middags een prachtige tijger bijna op onze auto en laaide het enthousiasme van de kinderen ook weer op. 

Het bekijken van de fotos die beide kinderen maakten op hun eigen fototoestelletjes, is een reis op zich. Dochter fotografeerde met name alles wat blinkt. De zon, spiegels, gekleurd glas, zilver en goud. En alles in veelvoud. Zoon fotografeerde met name ons. Opgeteld bij de talrijke fotos die de gidsen voortdurend van ons gezin maakten ("please, the four of you here together, here, and here, one more please, smile, all four!"), heb ik na deze reis meer fotos van ons gezin en mijzelf dan ooit tevoren. 

Maar het meest indrukwekkende van India was voor onze kinderen de rat. Op een drukke chaotische straathoek stapte dochter op een avond bovenop een grote dikke grijze rat. Midden op zijn rug. Onbeweeglijk keek ze zowel gefascineerd als vol afschuw naar de wriemelende grote dikke grijze rat onder haar sandaaltje. Nadat ik dochter met een grote zwaai hoog optilde om bijtende rattentandjes te ontwijken, strompelde de rat kreupel weg en rolde van een trapje af de goot in, nagekeken door vier wijdopengesperde kinderogen. 

Ze zijn er nog altijd niet over uit of het een hoogte- of een dieptepunt was. Maar de rat was met stip hun meest indrukwekkende ervaring in India.
Februari 2016

donderdag 4 februari 2016

Cherie jas


De Cherie jas uit LMV van sept-okt vorig jaar (iets verkort aan de zoom en met iets verlengde mouwen, ik hou van net iets te lange mouwen). Ik weet het niet. Ben blij met het wolletje (dat ik hier in de plaatselijke stoffenwinkel kocht), maar nog niet overtuigd van het model. Het voelt toch enigszins als een badjas. Is het het ontbreken van kraag in de nek? Het feit dat ik niet gewend ben aan een jas met aangesnoerd middel? 

De tijd zal het leren. Een sjieke badjas of een makkelijke tussenseizoenenjas voor straks, als al dat wit weer groen wordt.