zondag 24 september 2017

Ham

We zien elkaar als ik in Nederland ben. Doorgaans hooguit twee keer per jaar. Mijn allerliefste vriendin sinds we acht jaar jong waren. Deze zomer gingen we een dag naar het bos. Stokken slepen, hutten bouwen, pootje baden in het meer. De kinderen samen spelend alsof ze bij elkaar om de hoek wonen en elkaar wekelijks zien. Wij pratend, verdergaand waar we gebleven waren alsof we, net als vroeger, veelvuldig bij elkaar op de bank zitten, thee drinkend en chocolade etend. Vroeger vroegen de mensen vaak of we zussen zijn, al lijken we uiterlijk niet echt op elkaar. Innerlijk wel. Geen twee druppels water, maar overeenkomsten genoeg.

Het bos dus. Na een aangename middag keerden we terug naar haar huis voor een eenvoudig avondmaal voor we de trein terug zouden nemen. Terwijl wij in het bos waren, pratend en genietend, had haar man boodschappen gedaan. De tafel gedekt. Een salade gemaakt. Op het moment dat wij binnen kwamen, was hij tosti's aan het maken. Een flinke stapel, vier hongerige kinderen. Ik dacht: Wow, wat een man. Zij zei: Wat heb je nou voor ham gekocht, die smaakt naar niks! En daar was de spiegel. Levensgroot. Haarscherp. Ik hoorde mezelf. Niet, zoals zij, een losse opmerking die direct overwaaide, maar mezelf, dag in dag uit. Ik heb ook een wow-wat-een-man. Maar ik bekritiseer de ham die hij koopt elke dag. Wat mij niet bevalt, moet hij bezuren. De oorzaak ligt zelden bij hem, het probleem in kwestie is doorgaans een futiliteit. Maar mijn vinger wijst. Jij. Ik weet uiteraard heel goed dat die vinger naar mijzelf zou moeten wijzen. Ik zit niet goed in mijn vel? Dan zal ik daar ik daar iets aan moeten doen. De bal ligt bij mij.

Het ham-incident is bij mijn vriendin thuis allang vergeten. Hier niet. Het was een scherpe, glasheldere spiegel voor mij en meerdere keren per week snoer ik mezelf de mond, als een soort mantra herhalend, “Ham. Ham. Ham.” De bal ligt bij mij en ik zal hem aan het rollen krijgen. Het is geweldig om een wow-wat-een-man te hebben, maar het zou nog leuker zijn als die wow-man ook een wow-wat-een-vrouw zou hebben.

Laatst kwam een vriendin eten. Terwijl wij gezellig aan het bijpraten waren, nam man de taak op zich om de broccoli te koken. Die kwam uiteindelijk zachter op tafel dan mij lief is. Voordat ik mijzelf aan de ham kon herinneren, zei ik het. “De broccoli is te gaar gekookt. Alweer.” Vriendin reageerde sussend dat de kinderen er niet wakker van zouden liggen. Tijdens het eten bedankte ze man voor de heerlijke maaltijd die hij had gekookt terwijl wij aan het bijpraten waren.

Dat halflege glas van mij moet halfvol. De ham en de broccoli liggen op mijn bord. Ik zal kauwen en slikken tot alles op is. Vastbesloten.
September 2017

woensdag 13 september 2017

Nore dress


Ik ben fan van wafelstof. Ik had donkergrijs en lichtroze in de kast liggen, samen, alsof ze bij elkaar hoorden. Toen ik het patroon van de Nore dress onder ogen kreeg, was de optelsom snel gemaakt. Kopen, plakken, knippen. Ik knipte het patroon door daar waar ik de kleuren wilde laten samenkomen, recht toe recht aan. 






In de zomer kocht ik nog wat wafelstof in verschillende kleuren bij mijn favoriete stoffenkoopman op de markt. Ik zie hem twee keer per jaar als ik in Nederland ben, en altijd weet hij wie ik ben en in welk land we wonen. Altijd enthousiast. Hoe zou ik geen stof bij hem kunnen kopen? 

maandag 4 september 2017

Blote billen

Zevenentwintig uur. Het is half drie 's middags en de komende zevenentwintig uur zijn voor mij. Ik loop door de tuin naar de poort en draai die met een ferme zwaai op slot. Als ik me omdraai, glinstert het zwembad me tegemoet. Uit de keuken pak ik de dikste perzik die er ligt en verorber die in de schaduw op het terras. Zo zoet en sappig als de perzikken 's zomers op het eiland zijn, heb ik ze nooit elders geproefd. Ik eet er nog één. Het is drie uur en ik kijk om me heen. Platteland zover als mijn oog reikt. De kip van onze verre buur kakelt over ons terrein. Heel in de verte mekkert een schaap. Verder is het stil. En leeg. Het is allemaal helemaal voor mij, de komende zesentwintigeneenhalf uur.

Ik ga een boek lezen. Ik ga eindelijk een boek lezen. In de hektiek van het dagelijks leven kom ik daar zelden aan toe. In de hektiek van de zomermaanden evenmin. Maar nu ga ik een boek lezen. Ik smeer me van top tot teen in met zonnebrandcrème. De rug blijft gedeeltelijk onbesmeerd. Ik doe alsof ik er geen erg in heb en trek mijn bikini aan. Twee dagen eerder bleek mijn bikini 's ochtends ineens volstrekt elastiekloos te zijn geworden en kocht ik bij de buurtsuper zonder te passen een nieuwe. De borsten zijn driekwart bedekt, de billen nog niet voor de helft. Als ik loop heb ik het gevoel dat het bilvlees bij elke stap uitbundig onder het lapje bikini vandaan zwabbert. Vandaag geeft het niks, ik ben alleen. Ik duik met een zwierige boog het zwembad in. Als ik weer bovenkom gaan de handen uit gewoonte direct naar de borsten om te controleren of het bovenstukje nog enigszins op zijn plek zit. Ik kijk om me heen en trek dan resoluut het bovenstukje los. Vroeger liepen we altijd topless op het strand, iedereen liep vroeger topless op het strand. Ergens gedurende de afgelopen twintig jaar is de norm een stuk preutser geworden. Maar in mijn eigen tuin gelden mijn eigen normen. Ik smeer uit voorzorg nog een extra laag factor 50 op de witte huid en vlij me neer op de ligstoel. Boek in de hand, fles water naast me en niemand om me heen.

Na een half uur lezen begin ik te dommelen. Ik besluit mijzelf een kort siesta te gunnen en draai me op mijn buik. Een dik uur later word ik wakker en probeer te doen alsof ik geen erg heb in het brandende gevoel op mijn rug, precies daar waar ik mezelf niet in heb kunnen smeren. Ik neem nog een verkoelende duik. Het is bijna vijf uur. Ik neem een flink stuk meloen. De meloen is 's zomers op het eiland al net zo zalig als de perzikken. Ik neem ook nog een perzik. Ik ga mijn kostbare uren niet besteden aan het koken van een éénpersoonsmaaltijd. De hangmat hangt inmiddels in de schaduw en mijn boek en ik nemen bezit van de kleurige lap die tussen de palmbomen hangt. Een uur of vier later begint het te schemeren. Mijn boek en ik verkassen naar het terras en voegen een glas wijn aan ons gezelschap toe. Ik drink zelden maar vandaag drink ik. Eén glaasje wijn. Ik neem nog een laatste duik, kleed me aan en eet nog een perzik. De vleermuizen zijn wakker en een grote uil strijkt op nog geen twee meter bij mij vandaan neer. Met grote ogen kijkt hij me aan en vliegt dan majestueus de duisternis weer in. Ik heb zo'n drievijfde van mijn boek gelezen.

Voldaan kruip ik mijn bed in. Het hele bed helemaal voor mijzelf. De dikke stenen muren van ons huisje heeft de slaapkamer koel gehouden. De houten luiken zorgen ervoor dat de slaapkamer pikdonker is. De afwezigheid van man en kinderen garanderen stilte. Ik word dan ook pas tegen tien uur de volgende ochtend wakker. Ik eet een stuk meloen en loop naar buiten. Het is al heet. De zon schijnt volop en het zwembad roept mijn naam. Ik smeer me weer in en doe mijn best zoveel mogelijk rug van een laag bescherming te voorzien. Ik pak mijn bikinibroekje van de lijn. Ik kijk naar het onooglijke lapje stof en de touwtjes die geacht worden de voor- en achterkant bij elkaar te houden. Ik draai mijn hoofd en probeer mijn billen in het vizier te krijgen. Ze zijn vooral erg wit. Ze steken groot af tegen mijn bruine rug en mijn bruine benen. Ik heb nog acht uur. Ik kijk om me heen. Platteland zover als mijn oog reikt. Geen mens te zien. Ik kijk nogmaals naar het bikinibroekje. Nogmaals naar mijn witte billen. Met een grijns zwaai ik het bikinibroekje weer over het wasrek. Met de billen bloot duik ik het zwembad in. Ik trek een paar baantjes en leg mijn blote billen vervolgens te bruinen op de ligstoel.

Als ik een half uurtje later de laatste perzik uit de keuken wil halen, sla ik een handdoek om. Ik sta even stil en leg de handdoek dan terug op het ligbed. Is het preutsheid? Schaamte? Gewoonte? Hoe dan ook, ik besluit dat vandaag mijn blote billen dag is. Ik nestel me in de schaduw en lees. Af en toe smeer ik mijn witste delen weer in, lig een half uurtje in de zon, neem een duik. Om drie uur heb ik mijn boek uit. Vijfhonderdachtendertig pagina's in het Spaans. Vijf maanden lang lag het boek 's avonds naast mijn bed en sleepte ik het overdag met me mee, hopend op een verloren uurtje. Innig tevreden berg ik het boek op en controleer in de spiegel of mijn billen al een beetje aan het bijkleuren zijn. Ik weet zeker dat ze minder wit zijn dan vanochtend. Deze constatering moedigt me aan om nog een half uurtje zon te pakken. Bovendien dobber ik daarna ook nog twintig minuten op mijn buik op het luchtbed in het zwembad rond.

Als ik merk dat het stukje rug waar ik ook vandaag niet bij kon, erg rood aan het worden is, hou ik het voor gezien. Nog twee uur. In mijn blootje loop ik een ronde door de tuin. Ik kijk of er al rijpe citroenen aan de bomen hangen. Ik bewonder de groeiende sinasappels die we helaas niet zelf zullen opeten. Tegen de tijd dat ze rijp zijn, zijn wij al lang en breed weer thuis. Naakt ronddrentelend op mijn slippertjes voel ik me, hoe alleen ook, ongemakkelijk. Sinds mijn kindertijd heb ik buiten de beschutting van mijn eigen huis niet meer naakt rondgelopen. Ik ga naar binnen en pak een zomerjurkje uit de kast. Voor ik het over mijn hoofd laat glijden, kijk ik nog één keer om naar mijn blote billen. Tevreden constateer ik dat ze een kleurtje hebben gekregen. Het is net alsof ze iets minder groot lijken.

Over een uurtje zijn man en kinderen er weer. Vergezeld van opa, oma en tante. Ik stuur man een berichtje met de vraag of hij onderweg alsjeblieft perzikken wil kopen. En een meloen. Zo lekker als op het eiland vind je ze nergens.
September 2017

zaterdag 19 augustus 2017

Stofjes uit het hart


Die fantastische mevrouw Khadetjes stuurde een hele doos restlapjes op voor de naaigroep van het weeshuis waar ik elke vrijdag mijn handen uit de mouwen steek. Ze waren zo blij met al die mooie kleuren, al die mooie katoentjes.... Er is al heel veel mee genaaid. Zelfs de kleinste lapjes worden gebruikt! Het patroontje kan vaak nog zo eenvoudig zijn, als het stofje mooi is, is het eindprodukt een lust voor het oog!


Het is nog even vakantie. Straks wordt er weer geschreven en genaaid!

woensdag 2 augustus 2017

maandag 17 juli 2017

Als de leraar treitert

“Ik heb best zin om straks na de vakantie weer naar school te gaan”, zegt zoon met een glimlach. Ik kijk hem aan. Als borrelende belletjes voel ik de opluchting zich door mijn lijf verspreiden. Achter mijn zonnebril wellen de tranen op in mijn ogen. Ik slik, geef zoon een aai over zijn bol en zeg met vaste stem dat het absoluut een fantastisch jaar zal worden. Lachend fietst hij ervandoor. 

Ik hoop dat het waar is. Dat kinderen veerkrachtig zijn. Zich snel herpakken. Vooralsnog lijkt het er op dat zoon in ieder geval sneller dan ik in staat is om dat wat was achter zich te laten. Wat gebeurd is, is gebeurd en nu gaan we verder.

Toen vorig jaar juni bekend werd wie de nieuwe leraar van zoon zou worden, rinkelden de alarmbellen. De leraar in kwestie had een reputatie die niet veel vertrouwen inboezemde. Een eigenzinnige stijl van lesgeven, waar een houten stok, luide stem, grove taal en doorgescheurde werkschriften deel van uitmaakten. Niettemin begon het jaar veelbelovend. Zoon vond zijn leraar cool’, met goede grappen en bergen beloftes. Al snel bleken de beloftes evenwel voornamelijk loos te zijn. Loze beloftes om de kinderen tevreden te houden en ter compensatie van alle grappen die niet zo ‘cool’ waren. De leraar bleek het namelijk buitengewoon geestig te vinden om zijn leerlingen te vernederen. Klopt je antwoord niet? Dan moet je gaan staan terwijl de leraar op zijn computer scheetgeluiden afspeelt. Een kind verplichten te springen op steeds sneller wordende muziek op straffe van nablijven, vond de leraar ook een bijzonder goede grap. De leerlingen aanspreken met donut. Zeggen hoe jammer het is dat leraren tegenwoordig hun leerlingen niet meer mogen slaan. Huiswerk stelselmatig niet nakijken. Huiswerk van leerlingen kwijtraken. De leraar en zijn houten stok, die hij veelvuldig hardhandig op tafels en kasten deed neerkomen, waanden zich de heersers in het rijk der machtigen.

Naarmate het jaar vorderde, werd het humeur van de leraar slechter. Het aantal dagen waarop hij goedgeluimd was, was veruit ondergeschikt aan het aantal dagen waarop hij met een gezicht als een oorwurm de dag door snauwde en geheel op basis van willekeur volstrekt ongeproportioneerde straffen uitdeelde. Meisjes hadden onder zijn grillen niet te lijden. Het was algemeen bekend dat meisjes doorgaans uitsluitend positief door de leraar werden bejegend en behandeld. Van de jongens in de klas kwam een aanzienlijk deel uit invloedrijke en/of steenrijke families. De invloedrijke families hadden vaak een flinke vinger in de schoolpap te brokkelen. De leraar moest hen niet tegen zich in het harnas jagen. De rijke families leverden meerdere keren per jaar (kerstmis, de dag van de leraar, einde van het schooljaar) opzienbarend dure cadeaus en waren dus de ook de moeite van het te vriend houden waard. Dat zoon en diens eveneens buitenlandse vriendje zijn voornaamste slachtoffers werden, was dan ook niet verwonderlijk. Een nachtmerrie was het wel.

Nadat ik twee keer een gesprek met de leraar had aangevraagd om op vriendelijke en volwassen wijze een aantal voorvallen te bespreken die zoon zeer hadden aangegrepen en zijn gevoel voor rechtvaardigheid ernstig geweld hadden aangedaan, ging het echt goed mis. De leraar had mij in deze gesprekken gezegd dat hij soms de grenzen van het betamelijke uit het oog verliest. Dat hij lui is en ongeorganiseerd. Dat hij nog een jaar les zou geven en er dan het bijltje bij neer zou gooien. Ik denk dat hij later spijt kreeg van zijn ongepaste openhartigheid en bang was dat ik hogerop mijn beklag zou gaan doen. Opeens begon hij idiote roddels over mij te verspreiden, ongetwijfeld in de hoop dat als ik zou gaan klagen, er gedacht zou worden, “Ah, dat is die ellendige vrouw waar we al voor gewaarschuwd waren.” Tegelijkertijd begon zijn hetze tegen zoon. Hij zat hem op de nek, pikte hem er constant uit. Overstelpte hem met dreigementen. “Waag het niet om je moeder weer te laten komen klagen!” Denigrerende opmerkingen tegen het kind, “Je moeder heeft het vast heel druk met op de bank liggen, drinken en televisie kijken.” Zoon werd steeds stiller, nog introverter dan hij al was. Hij wilde niet meer naar school. Maar ging toch.

We deden ons beklag niet hogerop. Ik vermeed elk contact met de leraar. Na lang wikken en wegen hadden we hiertoe besloten omdat we de man te zeer wantrouwden. Het merendeel van de collega’s van de leraar kon hem weliswaar niet luchten of zien, maar het was ons inmiddels bekend geworden dat hem van hogerhand de hand boven het hoofd werd gehouden op grond van persoonlijke relaties. Een officiële klacht zou tot niks leiden, maar zou het leven van zoon zo mogelijk nog ondraaglijker maken. Gelukkig had zoon naast de leraar in kwestie nog zes andere leraren en leraressen voor vakken als Russisch, muziek en art. Stuk voor stuk dol op zoon, gaven zij hem de steun en motivatie die hem op de been hielden.

Avond aan avond praatten we met zoon over het waarom. Over het wat nu. Zoon had inmiddels hopen vriendjes en wilde niet van school veranderen. Wetende wie zijn leraar het volgend jaar zou kunnen zijn, wilde hij zelfs graag op school blijven. We moesten dus door. Nog vier maanden. Nog drie maanden. Nog twee maanden. We belandden op het punt waarop we onze zoon een denkbeeldig harnas gaven. Elke ochtend deed hij het om, zich beschermend tegen het gepest en de intimidatie van zijn leraar. We gaven hem ook een denkbeeldig sleuteltje, waarmee hij de leraar kon buitensluiten op het moment dat hij een andere wereld binnenstapte, zoals zijn zo geliefde muziekwereld. Het hielp. Hij genoot met volle teugen van zijn drums en zijn gitaar en bleef zelfs academisch uitmuntend presteren. Maar de situatie was absurd en volstrekt onacceptabel. 

Wij voelden ons als ouders ernstig tekort schieten. Je kind elke dag naar school brengen en hem achterlaten op een plek waar hij zich niet veilig voelt, is onbeschrijflijk pijnlijk. Elke middag je kind ophalen met een knoop in je maag, hopend dat er niet weer van alles is voorgevallen, is slopend. Zijn bedrukte smoeltje, zijn gelaten schouderophalen, het gaat door merg en been. En toch zagen we geen uitweg. We wonnen advies in, bestudeerden minutieus alle mogelijkheden om binnen de schoolstructuur de kwestie aan de orde te stellen zonder het welzijn van zoon nog verder onder druk te zetten. Wat doe je? Wat is juist? Welke risico’s neem je? Hoe ver ga je? Hadden we niet toch...? De situatie drukte een grote stempel op ons jaar. En toch schreef ik er niet over. Het gevoel van onvermogen om ons eigen kind adequaat te kunnen beschermen, was te pijnlijk.

Met nog een paar weken te gaan, werd bekend welke leraar zoon volgend schooljaar zal krijgen. Een fantastische man, een kundig leraar en vooral een mens met normen en waarden die geeft om zijn leerlingen en hun onderwijs. We vroegen een gesprek aan met de onderdirecteur van de school en het hoofd van de onderbouw. Ik had van alles wat er gedurende het jaar was voorgevallen, gedetailleerde aantekeningen gemaakt. We maakten melding van elk detail. Ze waren geschokt maar tegelijkertijd niet verbaasd. Zoon was niet zijn enige slachtoffer geweest en de leraar had zich ook op andere vlakken in de vingers gesneden. Zijn reputatie en geloofwaardigheid waren reeds in ernstige mate aangetast. Uit dit gesprek werd duidelijk dat niet alleen voor ons de hand die van hogerop boven het hoofd van de leraar werd gehouden een grote belemmering was. Maar handen komen en gaan.

Volgend schooljaar zal er veel veranderen. Nieuwe bazen. Nieuw beleid. Zoon krabbelt op. Gebutst maar sterk. “Ik heb best zin om straks na de vakantie weer naar school te gaan”, zegt hij met een glimlach. Ik kijk hem aan. Als borrelende belletjes voel ik de opluchting zich door mijn lijf verspreiden. Achter mijn zonnebril wellen de tranen op in mijn ogen. Ik slik, geef zoon een aai over zijn bol en zeg met vaste stem dat het absoluut een fantastisch jaar zal worden. Lachend fietst hij ervandoor.  
Juli 2017     

zaterdag 8 juli 2017

Een clutch cadeau


Zomervakantie, dat betekent dat de produktie daalt. Snel en simpel lukt nog, maar het echte werk komt pas weer in september. Zomervakantie betekent ook dat veel lieve mensen vertrekken naar een nieuwe bestemming en dat betekent afscheid nemen en cadeautjes geven, zoals deze clutch. 
 
Patroon is een mengeling van eerder gemaakte tasjes en het stofje kocht ik ooit op de markt.


Ook dit ritszakje is een cadeautje, gemaakt naar de befaamde tutorial van Miss Stik.

zondag 25 juni 2017

Kleur



Nu buiten alles bloeit en in kleur staat, had ik ook binnen behoefte aan kleur. Vijf favoriete stofjes die soms al lang tot heel lang in de kast lagen, kregen een paspel en werden kussen. Kussens gaan doorgaans langer mee dan een jurkje dat na een paar maanden alweer te klein is :-)

Goede gelijkmatige vulling is nog een punt van aandacht. Ik heb nog niet ontdekt waar ik dat betaalbaar op de kop kan tikken, vandaar de ongelijkmatige dikte van de kussens.











zondag 11 juni 2017

De kokosnoot

Van het één kwam het ander. Na wat zoeken en klikken zat opeens dokter J. in mijn inbox. Dokter J. is hypnotherapeut en volgens hemzelf de aangewezen persoon om dolende zielen zoals ikzelf wijsheid en innerlijke rijkdom te helpen vinden. Het enige wat ik daarvoor zou moeten doen, is zoveel mogelijk van zijn hypnotiserende sessies kopen en beluisteren en al het goede zal tot mij komen. Om mij hiervan te overtuigen deed hij mij geheel gratis de sessie 'unlimited motivation' toekomen.

Een kat in het nauw maakt onverwachte sprongen en ik besloot dokter J. een kans te geven. Bovendien was ik nieuwsgierig. Het begeleidend schrijven gaf aan dat de sessie beluisterd moest worden voor het slapen gaan, wanneer de luisteraar zich in een veilige omgeving bevindt en door niets of niemand gestoord kan worden. Bovendien zou de sessie gedurende 21 opeenvolgende dagen beluisterd moeten worden voor optimaal resultaat. Ik hield mijzelf voor dat 21 dagen zo voorbij zijn en dat het resultaat groots zou zijn. Rome is tenslotte ook niet op één dag gebouwd.

Op zondagavond leegde ik mijn blaas, nestelde mij op tijd in bed, pakte er een extra kussen bij, dimde het nachtlampje en drukte op start. De zwoele, zalvende stem van dokter J. verwelkomde mij en benadrukte nogmaals dat ik veilig en ongestoord in bed moest liggen. Ik hoorde dokter J. ook mededelen dat de sessie een uur zou gaan duren. Werd ik geacht een uur lang wakker te blijven, moe, veilig en ongestoord in mijn bed? Op dat moment schoot me te binnen dat dokter J. eerder al had vermeld dat het niet erg is als men tijdens een hypnose sessie in slaap valt, omdat we al slapend onbewust toch horen wat er gezegd wordt. Ik was er klaar voor.

Na een korte stilte hoorde ik het geluid van golven in de branding en een ontspannend muziekje begon te spelen. Ogen dicht. Gedachten loslaten. Drie keer langzaam en diep in- en uitademen. Ontspan. Ontspan. Ik bedacht me dat ik de gymspullen voor dochter nog niet had klaargelegd. Ik grijnsde verontschuldigend naar dokter J. Het is even inkomen. Man stootte mij aan en zei streng dat ik het wel serieus moest nemen. Ik deed mijn ogen weer dicht en luisterde verder. De stem van dokter J. nodigde mij uit op reis te gaan met al mijn zintuigen.

Ik ben op het strand. Ik ben op mijn eigen privé-eiland. Een klein eiland. Links en rechts: strand. Achter mij: de jungle. Een ontspannende, vredige jungle. Ik betrap mijzelf erop dat ik direct opstandig denk dat een jungle nou niet bepaald een plek is die ik zou omschrijven als ontspannend en vredig. Maar het gaat er niet om wat ik denk. Ik word geacht helemaal niet te denken op dit moment. Ik moet luisteren en ontspannen. Ik verman mijzelf, ga verliggen en luister verder. We gaan van de verschillende kleuren blauw en groen van het water naar de vorm van de wolken. Het geluid van de golven in de branding en het ontspannende muziekje begeleiden nog altijd de zalvende stem van dokter J. Ik kijk naar de wolken. Ik voel me veilig. Ik luister naar het kalmerende geluid van de golven die breken op de rotsen. Ik loop een klein stukje het water in. De temperatuur is aangenaam en het water om mijn voeten ontspant me. Ik ga het water uit en loop langzaam over het strand naar een paar palmbomen verderop, terwijl ik geniet van deze prachtige dag.

Dan zie ik een kokosnoot liggen. Ik raap de kokosnoot op. Ik tik de kokosnoot met gemak open op een rots. Dokter J. doet goed werk. Ik zie de kokosnoot voor me. Ik zie voor me hoe ik hem opentik. Maar dan zegt dokter J. me aan de kokosnoot te ruiken. Hij ruikt zoet en de geur kalmeert me. In mijn brein beginnen alarmbellen te rinkelen. Ik voel me ontwaken uit mijn bijna-in-slaap-stand. Ik wil niet ruiken aan de kokosnoot. Ik vind kokosnoot verschrikkelijk smerig. Niks kalmerend, niks ontspannend. Ik probeer voor me te zien hoe ik de kokosnoot met een elegante boog het blauwgroene water in gooi. Maar dokter J. praat onverbiddelijk door. Ik breng de kokosnoot naar mijn mond en drink de kokosmelk. Het smaakt verrukkelijk. Mijn mond vertrekt. Het smaakt smerig. Kokosmelk smaakt smerig. Ik ruk de oordopjes uit mijn oren en strompel naar de badkamer. Ik neem een flinke slok water en doe nog een plas. Terug in bed zie ik dat ik ben gekomen tot minuut 10. Nog 50 minuten te gaan. Geheel uit mijn ontspannen staat ontwaakt, besluit ik het bijltje er voor vandaag bij neer te gooien en het morgen nogmaals te proberen.

Voorbereid op de kokosnoot, installeer ik me de volgende avond opnieuw in mijn bed met extra kussen en gedimd nachtlampje. Ver vóór minuut 10 moet ik in slaap zijn gevallen want ik herinner me 's ochtends niets van een tweede confrontatie met de kokosnoot. Op de derde avond besluit ik de sessie te beginnen ná de kokosnoot. Ik spoel door naar minuut 11 en druk op start. Ik val middenin een hangmat. Een zacht wiegende hangmat. Ik merk dat zonder de zorgvuldig door dokter J. opgebouwde ontspanning het effect lang zo kalmerend niet is. Ik druk op stop, draai me om en val in slaap. Op de avonden drie, vier en vijf ben ik wederom diep in slaap voordat ik bij de palmbomen ben aanbeland. Mocht ik inderdaad al slapend alle informatie in mij opnemen, dan ben ik hoe dan ook al goed op weg naar de 'ultimate motivation'.

Op avond zes bereik ik de kokosnoot opnieuw bij volle bewustzijn. Ik voel dat ik in de eerste tien minuten niet wegzak in lome ontspanning, maar alert en met een zekere mate van voorpret lig te wachten op de kokosnoot. Ik heb me voorgenomen om me deze keer niet te laten kisten en probeer uit alle macht het beeld van de palmboom met kokosnoot te verdringen met de gedachte aan een grote boom vol sinasappels. Zoet en sappig. Het mag niet baten. Dokter J.'s kokosnoot dendert genadeloos door mijn sinasappelvisioen en ik ben opnieuw klaar wakker.

Gelaten wis ik dokter J.'s hypnose sessie van mijn telefoon en berg mijn oordopjes op. De hypnotiserende werking van dokter J.'s inspirerende woorden heb ik niet ervaren, de 'unlimited motivation' heb ik niet gevonden, maar ik heb het geprobeerd. Iedere stap is er één.
Juni 2017

woensdag 24 mei 2017

Bomber jacket


Kijk, hier wordt een mens blij van. Goed patroon, goede uitleg, goed stofje en een blij kind. De Ollie bomber jacket van Sew a Little Seam. Ik gebruikte een niet rekbare stof en dat ging prima. Na bestudering van de matentabel maakte ik maat 7 jaar en verlengde de mouwen en voor- en achterpand met 3 cm. 

De stof kocht ik hier in de plaatselijke stoffenwinkel, ecru met ingeweven gekleurde vierkantjes en een vleugje zilverdraad. De jas is gevoerd met geel katoen.