dinsdag 9 september 2014

Last minute Jackie


Het lijkt een gewoonte te worden. Elk jaar, twee dagen voor we naar Europa afreizen, MOET ik toch nog even een jas voor dochter maken. Ergens vind ik het onzin, een hap werk voor een paar weken gebruik, maar jasjes naaien is zo leuk! Dat het de Jackie moest worden wist ik al lang, de stof had ik ook al liggen, tijdens ons vorige Nederland bezoek gekocht op de markt. En dus toch maar, twee dagen voor vertrek, al koffers pakkend aan de Jackie. Gelukkig is het geen moeilijk jasje en is de uitleg fantastisch zodat ik het op tijd en met plezier gedaan kreeg.




 De eerste drie weken was het zo warm dat de Jackie op een kapstokje hing te pronken. De laatste week was gelukkig herfstachtig, zodat de jas toch nog zeven dagen gedragen is. Hoop dat ze er volgend jaar nog in kan, heb ik niet. Maar dan maken we gewoon weer een nieuw jasje.


donderdag 4 september 2014

Een goed gesprek

Zij heet Ana. Hoe hij heet, weet ik niet. Ze noemt hem niet één keer bij zijn naam. Ze zitten tegenover elkaar, in de trein die wacht op het station van Antwerpen tot het tijd is om te vertrekken naar Gent. Ik schat ze eind dertig. De trein is nog vrij leeg en Ana en metgezel lijken er van uit te gaan dat niemand in de Belgische treincoupé Spaans verstaat. Ik zit vlak achter het stel en lees mijn boek alsof ik geen Spaans versta.

- Ana, jij doet je ding, alleen je eigen ding. Je leeft je leven alleen, ik ben slechts een onbeduidende bijkomstigheid. Je luistert niet naar me, je vraagt me niks, je overlegt niks, je gaat gewoon, in je eentje, je eigen weg.
* Waar heb je het in hemelsnaam over? Wat een onzin.
- Je leeft in een andere wereld, Ana. De route, de juiste weg, je neemt niks van me aan. Bovendien manipuleer je de hele boel bij elkaar.
* Manipuleren? Ik?! Hou toch op, sukkel.
- Ik wil geen discussie, niet weer eindeloos discussiëren. Als je wilt, maak ik een lijst. Zal ik een lijst maken? Elke dag? Een lange, lange lijst, met voorbeelden. “Dit staat niet goed, dat moet iets meer naar links, dit is niet goed, dat doe je niet goed…” Maar verder merk je me niet op.
* Ik manipuleer helemaal niks. Je weet niet eens wat het woord betekent volgens mij.
- Je leeft in je eigen wereld. Het is nooit goed. Tot je je vergist en blijkt dat ik gelijk heb. En dat krijg je dan je strot niet uit, “je had gelijk, sorry”. Dat krijg je niet uit die strot van je geperst, Ana. Maar weet je, het leven is geen wedstrijd. We zijn op reis, we zouden moeten genieten. Verdorie! Verdorie!! Nooit overleg je met me, je doet altijd maar je eigen ding, je eigen zin…
* Wat wil je dan, hufter, dat ik overal toestemming voor vraag?!
- We wisten niet welke kant we op moesten, dus vroegen we de weg aan een voorbijganger. “Hier rechtdoor, dan de tweede links, oversteken en na 100 meter ben je er.” En wat doe jij? Jij denkt het natuurlijk weer beter te weten. Maar uiteraard bleek dat niet het geval te zijn. En dus liepen we eindeloos te dwalen, en dat, Ana, in die verdomde kou.
* Hou toch je kop, klootzak.
- Het is altijd hetzelfde met jou. Ik heb zin om uit te stappen. Ik ben toch al alleen.  
* Toe dan! Stap uit dan! Ga!
- Ja, verschil zou het voor jou niet maken…

Aangezien de inmiddels vrijwel volle trein zich in beweging heeft gezet richting Gent, blijven ze allebei zitten. Met een woedende blik staart Ana naar het voorbijrazende Belgische landschap. Hij kijkt met zijn handen in zijn schoot droefgeestig naar buiten, maar ik heb niet het idee dat hij veel van het landschap ziet. Aangezien ze tegenover elkaar zitten, is naar buiten kijken de manier om elkaar niet aan te hoeven kijken. Na een minuut of tien, richt hij zijn blik op haar. Ik zie hem bijna letterlijk moed verzamelen. Blijkbaar vindt hij niet genoeg, want hij richt zijn blik weer opzij. Zijn schouders zakken nog wat verder in, hij lijkt een geslagen man. Zijn handen houden elkaar vast, troostend. Dan kijkt hij weer naar Ana.

- Ana, opeens ben je weg en vind ik je terug met een kop koffie. Je koopt koffie als jij daar zin in hebt. Je koopt een broodje als jij daar zin in hebt. Maar weet je, Ana, misschien heb ik ook wel zin in koffie. En een broodje. Misschien hadden we samen een kop koffie en een broodje kunnen kopen.
* Wat een onzin. Je verpest alles, je verpest de hele reis. Idioot.
- Ana, ik heb misschien ook wel eens dorst, of honger. Ik besta, Ana, ik besta.
* O, hou toch op, hou toch op!! Ik ben het zat. Of praat maar door, het kan me niet meer schelen. Ik ben het zat.
- Ik ook, Ana.

Een half uur zwijgen later heeft de trein station Gent bereikt. Ana pakt haar rugzak. Hij pakt zijn rugzak. Ze lopen het gangpad in op weg naar de deur. Zij linksaf, hij rechtsaf. Ze hebben hun eindbestemming bereikt.
September 2014

vrijdag 29 augustus 2014

Bloemetjesjurk


Als het stofje leuk genoeg is, is een simpel A-lijntje met blinde rits voldoende. Stof vond ik hier in de winkel en het patroon tekende ik over van een ander jurkje van dochter.





vrijdag 15 augustus 2014

Autootjes


Binnenkort zal er in Spanje een neefje geboren worden. "Op de groei" maakte ik een speelmat/dekentje. Het idee met de "garages" heb ik uiteraard niet zelf verzonnen, maar ik weet niet meer waar ik ooit het idee heb opgedaan.
De stof is van de markt in Nederland, de fotos zijn genomen van een ongestreken mat. 




woensdag 30 juli 2014

Tassen


Strandtassen voor de juffen. Model schaamteloos afgekeken bij haar. Stoffen van de plaatselijke stoffenwinkel.





dinsdag 22 juli 2014

De hutkoffer III


Twee broeken van man en een van mij, alledrie gescheurd, werden twee broeken voor zoon, een lange en een korte, allebei (vrij) naar het patroon van de Homemade mini couture rollercoaster.











zaterdag 12 juli 2014

Als het maar roze is


Het kid pant patroon van Dana made it had ik reeds lang geleden opgeborgen. Ik maakte verschillende exemplaren (hier, hier, hier, hier en hier), maar zoon was er uit gegroeid. Tot ik mij bedacht dat het uiteraard ook voor snelle dochterbroekjes geschikt zou zijn. En zolang het roze is, wil dochter best een broek aan. De stof had ik nog over van de bloomer.


vrijdag 4 juli 2014

Het schooluniform

Het schooluniform is een fantastische uitvinding. Ik ben groot voorstander. Alles in dezelfde was, en vooral, geen gezeur ´s ochtends bij het aankleden. De kinderen weten niet anders en zonder morren gaat bij zoon al drie jaar lang elke schooldag het uniform aan. Ook bij dochter ging het daadwerkelijk zo gesmeerd als het klinkt gedurende een maand of acht. En toen begon het gedonder alsnog. Dat het uniform aan moet, is het probleem niet. Blauw rokje, rode polo, witte sokken, zwarte schoenen. Het probleem zit hem in de details. 

Detail één. De onderbroek. Dochter draagt heel beschaafde katoenen onderbroekjes in de juiste maat en bovendien in haar favoriete kleurtjes. Valt daar nog iets op aan te merken? Meer dan ik voor mogelijk had gehouden. Het stukje stof tussen de beentjes schijnt namelijk te rimpelen zodra dochter zich begint te bewegen. Met alleen haar onderbroek aan staat ze doodstil wijdbeens, kijkt me aan, zet een stap en zegt stikverontwaardigd dat NU (en “NU” gaat precies samen met de stap) het onderbroekje begint te kreuken. Dat ik niet inzie dat dit uiteraard on-ver-draag-lijk is, maakt haar razend. Razend om zeven uur ´s ochtends met nog het een en ander voor de boeg en een kwartier voor we de deur uit moeten.

Detail twee. De sokken. In het bijzonder de verdikking dwars over de voet net onder de tenen. Deze naad veroorzaakt elke ochtend een groot drama. Mevrouw heeft daar namelijk ont-zet-tend veel last van. Elke ochtend weer leg ik haar uit dat ik overal heb gezocht maar geen enkele winkel heb kunnen vinden waar ze witte naadloze kindersokken verkopen en dat ze dus echt de zo barbaarse sokken met naad aan zal moeten. Huilend en hinkelend strompelt ze de auto in. Tegenwoordig trekt ze in de auto haar schoenen weer uit, pakt de verdikking vast en trekt er heel hard aan, schuift vervolgens haar schoen weer aan – zo´n schoen met ronde neus en bandje over de wreef – en loopt vervolgens met triomfantelijke blik de school in. Uit haar schoentjes puilen bovenop twee grote bulten sok met naad, alsof ze twee extra kleine teentjes heeft die niet in de schoen passen en er dus buiten bungelen. Ik wees wijs en doe alsof ik het niet zie. De juf, al net zo wijs, doet precies hetzelfde. De kledingvoorschriften zeggen niks over uitpuilende bulten en alles beter dan voortdurend drama. 

Detail drie. Het haar. De regel is dat het haar niet helemaal los mag hangen. Dat laat dus nog ongenadig veel opties open. En het lijkt erop dat dochter met grote vastberadenheid zoveel mogelijk opties wil benutten. De dagen dat ze een vlecht wil, of een staart, of twee, zijn de makkelijke dagen. Maar er zijn ook dagen dat ze verzoekt om veertien staartjes. Een vlechtje in hartjesvorm (de kapper deed dat ooit), een vlecht precies zoals Frozen´s Elsa, of een creatie met haar tien bloemenclips bovenop haar hoofd. Verandering van plan behoort niet tot de mogelijkheden. Twee moeders van klasgenootjes vertelden mij onlangs dat dochter de haardracht klassikaal bepaalt. Hun dochters delen namelijk met zekere regelmaat thuis mee dat ze de volgende dag een diadeem in moeten, of een Elsa-vlecht, omdat hun vriendinnetje – onze dochter – dat heeft gezegd. (“Jullie dochter is wel een beetje een leiderstype, niet?!” Ontkennen zou me volstrekt ongeloofwaardig maken.) En zo strijden we regelmatig een kleine strijd. “Mama, dat zijn geen veertien staartjes! (Ik denk: dat klopt schat, maar met veertien staartjes zou je er enigszins belachelijk uitzien). “Elsa´s vlecht is veel langer, mam, weet je dat dan niet” (Ik denk: ik weet het lieverd, maar ik kan je haar niet langer toveren). “Mam, dat lijkt niet eens op een hartje” (ik denk: zeur niet, dat ziet er heel behoorlijk uit voor een leek met haast). En zo kan dochter voor de derde keer binnen een kwartier op de vroege ochtend on-ge-loof-lijk boos worden. 

Ik prijs me nog steeds gelukkig dat de kinderen in uniform naar school moeten. Het gedonder had anders aanzienlijk omvangrijker kunnen zijn. Maar soms droom ik van verplichte blote voetjes en bloempotkapsels, totdat de kleuterpubertijd voorbij is. Of, indien die naadloos zou overgaan in de puber-pubertijd hetgeen ik in sommige gevallen niet geheel onaannemelijk acht, totdat het middelbare schooldiploma op zak is. Ik ben voorstander.
Juli 2014

De kussenhoezen...

...gaan naar Miss Creatuurtje!


vrijdag 27 juni 2014

Ik kan het uitleggen...


Een jurkje uit Stof voor durf het zelvers, met kraag en plooirok. De stof: gruwelijk afschuwelijk, roze met voedsel. Maar: ontzettend Ms. Frizzle! 

JtAjpub

Wie bekend is met "the magic schoolbus", kent de lerares die de klas meeneemt in de gele schoolbus naar allerlei spannende en leerzame avonturen. Ms. Frizzle draagt altijd uitbundige jurken met een print die geheel past bij het onderwerp van de dag. Gaat het over de ruimte, dan heeft ze een jurk aan met sterren en rakketen, gaat het over dinosaurussen, dan heeft ze een dinojurk aan, gaat het over het menselijk lichaam, dan draagt ze een jurk vol lichaamsdelen. 


Dus toen dochter in haar klas´ eerste theateroptreden de ster-rol kreeg als Ms. Frizzle in en het zou gaan over "voedsel", kwam deze stof als geroepen. Ik zei al, ik kan het uitleggen. 


Ze was een geweldige Ms. Frizzle, een geboren actrice :-)