zondag 18 september 2016

Van blosjes en vlinders

Dochter is een beetje verliefd. Niet dat ze me dit heeft verteld, maar het is overduidelijk. Ik heb haar er niet naar gevraagd en ik plaag haar er ook niet mee; dat zou ongetwijfeld deze onschuldige vlinders een knauw geven. Ze zou ontkennen en zich bewust worden van haar aanbiddelijke blosjes. De glimp verliefdheid zou naar alle waarschijnlijkheid achter een wolk verdwijnen en de aandoenlijke vriendschap zou ophouden te bestaan.

Het jongetje in kwestie is hartstikke leuk. Hij is een jaar ouder dan dochter, heeft uitstekende manieren en leuke ouders. Een Engels jongetje met prachtige ogen. Ze delen hetzelfde speelkwartier al sinds vorig jaar, maar kregen elkaar pas echt in het oog toen ze in hetzelfde dansclubje terecht kwamen en door de lerares als danspaar aan elkaar gekoppeld werden. Tijdens de show, waar ze vol overgave op 'Timber' dansten, spatten de vonken er van af. Niet veel later deelde dochter mij mee dat ze iemand uit een klas hoger voor haar verjaardagsfeestje wilde uitnodigen, maar niet ging zeggen wie. Toen ik haar op neutrale toon vertelde dat het moeilijk zou zijn om de uitnodigingen klaar te maken als ik geen naam zou hebben, keek ze me nadenkend aan. Op even neutrale toon zei ik dat we vriendje M. zonder problemen aan de lijst genodigden konden toevoegen. Stralend knikte ze en rende weg.

Als dochter en ik na school wachten totdat ook zoon een half uur later uit is, speelt zich op het schoolplein een regelmatig terugkerend uiterst vermakelijk schouwspel af. Dochter giechelt net iets te hard om haar aanwezigheid kenbaar te maken. M. krijgt haar in het oog en trekt een sprintje richting dochter. Die gaat er kirrend en provocerend vandoor, hopend op de achtervolging die nooit uitblijft. M. krijgt dochter te pakken en geeft haar de kieteldood, die ze met rode koontjes gelukzalig protesterend ondergaat.

Alles is anders tegenwoordig. Toen ik naar de middelbare school ging, speelde ik nog met poppen en ik was zeker niet de enige. Tegenwoordig trippelen brugklassers opgemaakt en op hakjes door de schoolgangen. Ik kan me ook niet voorstellen dat ik op mijn vijfde al, bewust of onbewust, vlinders voelde. Dat kwam pas op de middelbare school. Toen dat spel eenmaal was begonnen, kwamen en gingen er vriendjes, ook al waren er maar zelden vlinders. S. en A. Het werd nooit echt wat, maar van die twee had ik het zwaar te pakken. Vriendjes kwamen en gingen, maar blosjes kreeg ik alleen van S. en A. Vóór dat enerverende tijdperk kan ik mij niet herinneren ooit een bovengemiddelde interesse te hebben gehad voor een jongen. Of toch. Het zoontje van vrienden van mijn ouders. Ik kan me herinneren dat ik hem, vóór de middelbare schoolperiode maar ver na mijn vijfde, wel interessant vond. Als kleine kindjes speelden we samen, maar ik geloof niet dat we ooit een echt gesprek hebben gevoerd toen we eenmaal op een leeftijd waren beland waarop dat in theorie mogelijk zou zijn geweest. Maar de manier waarop hij 'zonnebril' zei, vond ik uitermate aantrekkelijk. Dat Noord-Hollandse accent had wel effect. Blosjes kreeg ik er niet van, maar een kieteldood zou ik in die tijd vast met een zekere mate van gelukzaligheid hebben ondergaan. Inmiddels heb ik hem, evenals S. en A., al zeker twintig jaar niet meer in levende lijve gezien. De vlinders zijn al lang geleden gevlogen. Er kwamen nieuwe vlinders en we zijn allemaal partners en ouders geworden. Maar de herinnering aan die eerste vlinders blijft en is zoet.

Dochter heeft nog een jaar om met M. te dansen, te spelen en om zich door hem achterna te laten zitten. Dan is het tijd voor M. en zijn familie om naar een volgend land te verhuizen. Ik hoop dat dochter en hij elkaar over een jaar of 15 nog eens tegen het lijf lopen, het glas zullen heffen op de zoete herinnering aan de eerste vlinders en misschien nog eens een dansje zullen wagen.
September 2016


zondag 11 september 2016

Jungle-goed


Neef kwam zelf met de stof en wilde zo graag een tas en een korte broek. Met cheetahs. (Zou het genetisch zijn?) De messenger bag en racer shorts waren zo klaar. En neef tevreden!



dinsdag 30 augustus 2016

De bovenarmen

Er zijn denk ik maar weinig vrouwen die zich werkelijk absoluut niet druk maken om hun uiterlijk. Als het onze omvang niet is, dan is het wel ons haar, de rimpels of de cellulitis. Ik ben geen uitzondering op deze regel. Mijn dunne haar is al sinds heugenis mijn grote bron van frustratie. Mijn gewicht is daarentegen nooit echt een punt geweest. Nu ik sinds we in K. wonen een paar kilo ben aangekomen, zou ik die best wel weer kwijt willen. Wetende dat ik evenwel nog altijd van aanvaardbare omvang ben, heb ik er tot nog toe weinig moeite voor gedaan. Ik ben nog nooit in mijn leven op dieet geweest en weiger dat ook nu te doen. Natuurlijk zou ik best mijn dagelijkse inname van koekjes en chocolade kunnen minderen, maar een kopje thee is niet hetzelfde als het niet vergezeld gaat van een koekje of een stukje pure chocolade. Door mijn gebrek aan kookvaardigheden, zet ik nogal vaak een salade op tafel. Altijd groen en gezond. Om mijn schuldgevoel te verlichten, verras ik de mijnen nogal eens met een knapperige notencake, een onweerstaanbare chocoladetaart of een ovenverse abrikozencrumble - bakken kan ik wel. Ik zou natuurlijk ook gewoon kunnen leren koken. Maar vooralsnog ben ik gewoon een paar kilo ronder.

Wat wel enigszins een doorn in mijn oog begint te worden, is de verzakking. Heel langzaam begint hier en daar de boel wat te verzakken. Ondersteboven begint het buikvel een beetje te hangen. Ook de borsten lijken een neerwaartse route af te leggen. Het vlees net boven de knie lijkt geleidelijk van aspect te veranderen. De appelwangetjes lijken een toekomst als leeggelopen wangzakken in het verschiet te hebben. Mijn meest recente bron van ongenoegen zijn evenwel mijn bovenarmen. Nu het volop zomer is, worden we omringd door ontblote bovenarmen in alle soorten en maten. Ik onderwierp onlangs mijn eigen bovenarmen aan een kritische blik en moest constateren dat ik de slanke welgevormde armen van weleer niet meer terug kon vinden. Ik trok een mouwloos jurkje aan en draalde wat voor de spiegel, mezelf afvragend of ik me nog wel mouwloos in het openbaar zou kunnen vertonen.

Op dat moment kwam man thuis. En toen ging het mis. Ik vroeg hem of ik me naar zijn eerlijke mening nog mouwloos in het openbaar zou kunnen vertonen. Hij zei ja, maar de aarzeling was onmiskenbaar in de ietwat verlengde j. “Jjjja, natuurlijk.” Het kwaad was geschied. De aarzeling was gehoord. Man voelde de bui aankomen en dacht het tij te kunnen keren door op te merken dat ik nog altijd aantrekkelijke armen heb. Dat ik natuurlijk niet meer dezelfde armen heb als toen we elkaar tien jaar geleden leerden kennen. Dat ik voor mijn leeftijd nog altijd fraai gevormde bovenarmen heb. Zwijgend keek ik hem aan met dieper dan diep gefronsde wenkbrauwen. Ik weet dat ik niet meer het lijf heb van tien jaar geleden. Ik weet dat ik geen twintig meer ben. Maar dat hoeft niet hardop te worden uitgesproken, zeker niet als ik in een tijdelijke staat van zelftwijfel verkeer.

Man heeft het gevoel dat hij het goede antwoord nooit kan geven, omdat het niet bestaat. Als hij A zegt, is het niet goed (heel lief van je dat je dat zegt, maar het is natuurlijk niet waar, dat zeg je maar om mij een goed gevoel te geven). Als hij B zegt, is het niet goed (O, je vindt mij dus helemaal niet meer mooi/aantrekkelijk/de moeite waard). Ik wilde toch een eerlijk antwoord? Ik wilde een eerlijk antwoord, maar geen gedetailleerd betoog over de teloorgang van mijn jeugdigheid. Over wat was, maar niet meer is. Een ferm “ja, je kan je nog mouwloos in het openbaar vertonen” zou hebben volstaan. Een “nee, dat kan echt niet meer” zou in theorie eveneens hebben volstaan, al zou dat ongetwijfeld een buitengewoon slecht humeur mijnerzijds hebben veroorzaakt. Het valt vast niet mee om echtgenoot te zijn. Maar het valt ook niet mee om de sluipend intredende verzakking met opgeheven hoofd en positief gemoed tegemoet te treden.

De afgelopen tijd ben ik meerdere keren zo'n tien jaar jonger geschat dan ik ben. Daar kan het deprimerende betoog van man niet tegenop. Al kan het zijn dat ik op de dagen waarop men mijn leeftijd zo gunstig inschatte, niet mouwloos gekleed was. Toch eens op letten...
Augustus 2016

donderdag 14 juli 2016

De laatste A-lijn


Er kwam een tweede Ishi jurk. Dit keer in een donkerblauw-wit gestreept stofje met roosjes dat ik ooit in V. kocht. Het is dan ook geen 100% katoen maar niettemin voelt het fris en soepel aan. Ik gebruikte dezelfde stof voor de hele jurk maar in de zijpanelen kwamen de streepjes vertikaal. 

Op de fotos dansen de streepjes, maar het zijn wel degelijk rechte lijnen. 


 

Hoewel ik het patroon nog steeds heel leuk vind, zie ik ineens dat dochter uit de A-lijn is gegroeid. Ik zie het nog wel voor me in een soepel stofje als tuniek, maar zo als jurk... was dit voorlopig de laatste! 


maandag 4 juli 2016

Bovenburen

Nooit eerder woonden we in een appartement. Een appartement met onderburen en met bovenburen. Het is een ruim, aangenaam appartement met grote kamers, witte muren en houten vloeren. Een luxe in deze omgeving, waar appartementen en huizen doorgaans voorzien zijn van donker, zwaar gedecoreerd behang, lange, zware, gedrapeerde gordijnen, lompe leren banken, glanzende goudversierde meubels en als kers op de taart vaak een uitbundige Grieks of Toscaans geïnspireerde muurschildering over een gehele wand in de woonkamer. Smaken verschillen. Ons appartement heeft niet alleen witte muren en houten vloeren, het ligt ook in een fijne buurt met heel veel groen, grote parken, de nodige winkels binnen handbereik en de groene bazaar op loopafstand. De groene bazaar is fantastisch. Deels in de open lucht en deels overdekt, vind je in kleine stalletjes in een volstrekt onoverzichtelijke wirwar van straatjes alles wat je nodig hebt. Je moet vaak even zoeken en wat rondvragen, maar doorgaans vind je wat je zoekt. Ik vind er groente, fruit, vlees, vis, noten, brood, stoffen, batterijen, sokken, neptaartjes, gloeilampen, verf, snijplanken, anti-krasviltjes, waterkoker, boksbal, bekers, gordijnhaakjes, gieter, cadeautjes, nagellak, schrijfgerei, bloemzaadjes, handdoeken en nagelborsteltjes. Om maar eens wat te noemen. Ik struin er graag rond. Bovendien hebben we terrasjes en restaurantjes in de buurt. Man loopt in 20 minuten naar zijn werk en ik rij in een kwartiertje naar school. Kortom, we wonen uiterst aangenaam.

Het enige punt van ongenoegen dat in niet geringe mate afbreuk doet aan ons woongenot, is de gehorigheid van het appartementengebouw in combinatie met onze zeer luidruchtige bovenburen. Een gezin met vier kinderen in de leeftijd van nul tot tien. De baby huilt. Veel. Vooral ´s nachts. Vader heeft de neiging om, nadat moeder tevergeefs heeft geprobeerd de baby schreeuwend stil te krijgen, een liedje te zingen. Nachtenlang zingt hij met luide stem hetzelfde snelle liedje, het ritme met zijn voet meetikkend op de vloer. Zijn vloer, ons plafond. De peuter en de kleuter lijken te beschikken over een onuitputtelijke hoeveelheid energie. Kinderen gaan hier laat naar bed; 12 uur ´s nachts is een hele acceptabele kinderbedtijd hier. De peuter en de kleuter boven ons zijn tot ze rond die tijd naar bed gaan, bijzonder actief en rennen en springen dat het een lieve lust is. Bij ons gaat om zes uur ´s ochtends de wekker. De kinderen gaan er om 7 uur 's avonds in en wij volgen zo´n drie uur later. Om ons vervolgens nog een uur of twee te liggen verbijten.

Kort nadat we onze intrek hadden genomen in ons appartement, stonden we op het punt om boven aan te bellen en vriendelijk doch dringend te verzoeken om de kinderen na negen uur ´s avonds in het gareel te houden. We vreesden evenwel dat de taalbarrière een goed gesprek in de weg zou staan. Hier en daar vroegen we om advies en tot onze grote schrik werd ons van alle kanten afgeraden om het gesprek aan te gaan. Volgens de buitenlanders die wij raadpleegden, zou het probleem alleen maar groter worden. De mensen in K., zo hadden zij ervaren, voelen zich ontzettend in hun eer aangetast als je ze aanspreekt op hun gedrag. De kans dat ze beledigd nog veel meer lawaai zouden gaan maken, was levensgroot. Navraag bij de lokale bevolking leerde dat dit inderdaad het geval zou kunnen zijn. In onze cultuur zou menigeen inderdaad zo kunnen reageren, was het antwoord. Maandenlang beten wij vervolgens op onze tanden. Beter de huidige geluidsoverlast, dan nog ergere geluidsoverlast. Ik had nog de hoop dat we de bovenburen zo nu en dan in de lift of het trappenhuis zouden tegenkomen en zo een vriendelijke burenrelatie zouden kunnen opbouwen, maar we zagen ze nooit. We hoorden ze alleen.

Maar toen begonnen de lekkages. Het water sijpelde onze badkamer in. Er kwamen wat mannen kijken, er werden wat leidingen vervangen en het probleem leek verholpen. Al snel begrepen we echter dat de bovenburen de lekkages hadden aangegrepen om een grootscheepse verbouwing te beginnen. Wekenlang werd er gedrild, geboord en gehamerd. Toen de verbowuing zo goed als afgerond leek, liepen ineens de stralen water de logeerkamer in. Dit keer kwamen er wat vrouwen kijken. Zij probeerden mij uit te leggen dat er 'iets' in het appartement van de bovenburen was, dat zij mij wilden laten zien. Ik ging mee naar boven. Ik zag witte verf die, naar ik begreep, later die week gebruikt zou worden om de schadeplekken bij ons weer wit te verven. Of ik hun wit goed vond. Ik vond hun wit prima. Ik zag ook de vrouw des huizes met de baby op de arm. Ik besloot dat dit mijn kans was. Dit was het moment. Met alle waterellende die ze bij ons hadden veroorzaakt, zouden ze niet anders dan welwillend tegenover mijn uiterst vriendelijk en redelijk verzoek tot vermindering van de geluidsoverlast kunnen staan. Bovendien zag de vrouw des huizes er vriendelijk uit en glimlachte ze alleraardigst naar me. Dit was mijn kans. In mijn beste Russisch legde ik haar het probleem uit, vriendelijk vragend of het wellicht mogelijk zou zijn de kinderen na negen uur ´s avonds niet meer te laten rennen en springen. Geduldig hoorde de bovenbuurvrouw mij aan. Ze lachte nog altijd vriendelijk en knikte begrijpend. Toen ik klaar was met mijn betoog zei ze vriendelijk oké. Ik bedankte haar en ging naar beneden, geheel in mijn nopjes met deze in het Russisch behaalde overwinning die aanvoelde als een heldendaad.

Later die dag had ik de huisbazin aan de telefoon die wilde weten hoe het met de lekkages was afgelopen. Vol trots vertelde ik haar dat ik eindelijk de moed had gevonden om het probleem van de geluidsoverlast met de bovenburen te bespreken. Dat mijn Russisch goed genoeg was gebleken en dat het bovendien goed scheen te zijn ontvangen. Het was even stil aan de ander kant van de lijn. Met wie ik had gesproken, vroeg de huisbazin vriendelijk. Met de vrouw des huizes, antwoordde ik. Het was weer even stil aan de andere kant van de lijn. Toen zei ze, met een onderdrukte maar niettemin hoorbare grijns, dat zij eerder die dag zelf even bij de bovenburen was en daardoor wist dat de bovenbuurman en -vrouw een paar dagen de stad uit waren. De zus van de buurvrouw paste op de kinderen. Ik had dus met de zus gesproken. En, zo vertelde de huisbazin mij, de zus sprak geen Russisch. Verdwaasd keek ik naar mijn telefoon. Nu was ik even stil. Ik vroeg of ze dat zeker wist. De vrouw leek namelijk geheel mee te gaan in ons gesprek, knikte op de juiste momenten, keek schuldbewust waar gepast en leek akkoord te gaan met mijn voorstel. En bovendien, zo zei ik inmiddels met een zekere mate van wanhoop in mijn stem, liet ze op geen enkel moment weten dat ze mij niet verstond. De huisbazin lachte nu hardop. Dat is heel gewoon in onze cultuur, zei ze. Als je geen Russisch spreekt, laat je dat niet merken, dat zou onbeleefd zijn tegenover je gesprekspartner. En dus lachen en knikken we vriendelijk, alsof we alles begrijpen.

Die avond werd er als vanouds gerend en gesprongen. Overmorgen gaan we een paar vrijstaande huisjes bekijken. Het idee dat we wellicht een nieuw onderkomen kunnen vinden zonder bovenburen, maakt het donkere, zwaar gedecoreerde behang en de Griekse tempelschildering bijna iets om naar uit te kijken.

Juli 2016

zaterdag 25 juni 2016

Een zomerse rok


Het is alweer jaren geleden dat ik voor mezelf een A-lijn rok maakte uit Allemaal Rokjes. Ik draag de rok nog steeds regelmatig. Nu het hier volop zomer is (lees: bloedheet), haalde ik een van mijn favoriete stofjes uit de kast en naaide nog eens zo'n A-lijn rokje. 







dinsdag 14 juni 2016

Mijn Russische ik

Ik zou zomaar een Russische kunnen zijn. Vrijwel elke dag word ik op straat aangesproken door mensen die de weg willen weten naar hier of daar. Meneren, mevrouwen, studenten, jong en oud, ze zien in mij een licht afwijkend geklede Russische. De oorspronkelijke bevolking heeft een duidelijk Aziatisch uiterlijk. Een deel van de bevolking is evenwel van Russische komaf en in die groep lijk ik helemaal thuis te horen. Wat uiterlijk betreft, want zodra ik mijn mond opendoe, wordt er van verbazing een stapje achteruit gedaan. “Oh! Je bent een buitenlander!”

Ik doe echt mijn best. Ik ben vastbesloten om het Russisch onder de knie te krijgen en heb al heel wat, en daarmee bedoel ik echt heel wat, uren studie gestoken in deze taal die mij tergt tot het uiterste. De basis valt reuze mee. Het Russische alfabet is zo geleerd, evenals een basiswoordenschat en de beginnersgrammatica. De uitspraak is niet moeilijk. Maar als dat onder de knie is, begint het echte werk. Het Russisch heeft een eindeloze hoeveelheid varianten voor hetzelfde woord, steeds met een uiterst subtiel verschil in betekenis. De grammatica is niet eenvoudig. De grammatica is om tandenknarsend gefrustreerd van te raken. Dat gebeurt mij althans met grote regelmaat. Ik ben dol op nieuwe talen leren. Ik ben dol op grammatica, eindeloos oefeningen maken. Ik zie hoe rijk deze taal is, ik kan me voorstellen hoe prachtig Russische literatuur moet zijn in het Russisch. Maar daar heb ik allemaal helemaal niks aan zodra ik mijn mond opendoe. Het ontbreekt me op die momenten namelijk aan tijd. Tijd om na te denken. Gebruik ik hier perfectum of imperfectum? Welk voorzetsel gebruik ik hier en welke uitgang krijgt het bijvoeglijk naamwoord, welke uitgang krijgt het zelfstandig naamwoord? Vervoeg ik dit werkwoord naar groep I of groep II of is het één van de vele, vele, uitzonderingen?

Waar in veel opzichten het Nederlands, Engels, Duits, Spaans, Frans, Italiaans op elkaar lijken, tot elkaar te herleiden zijn, komt het Russisch van een andere planeet. De planeet waar de Romaanse en Germaanse talen eensgezind samenwonen tegenover de Slavische planeet, helemaal aan de andere kant van de melkweg. Slechts de moderne woorden zijn makkelijk te onthouden. Die zijn vanuit het Engels fonetisch omgezet in het Russisch, met gebruik van veel letters, waardoor ik vaak even aan het puzzelen ben om vervolgens met een grijns te beseffen dat hier 'parking' staat, of 'businessman'. Maar het Russisch bestaat bovenal uit hele lange woorden met heel veel medeklinkers die mij met geen mogelijkheid doen denken aan hetzelfde woord in het Nederlands, Engels, Frans, Duits, Spaans... Ik kan een uur lang woordjes stampen om een dag later van de pak 'em beet 50 woorden me er met de beste wil van de wereld niet meer dan 7 te herinneren. De grijze haren tieren ineens welig.

Ik versta al die mensen die mij de weg vragen inmiddels redelijk goed. Ik weet vaak ook prima waar ze heen moeten om hun bestemming te bereiken. Maar zodra ik mijn mond opendoe om te antwoorden, beginnen de radartjes in mijn hoofd al krakend en piepend te draaien, op zoek naar het correcte Russisch. Maar ik win het niet van de tijd. Na een paar seconden “da...” en “eh...”, komt het onvermijdelijke verbaasde stapje achteruit en het “Oh! Je bent een buitenlander!” En weg zijn ze. Want ze moeten naar hun bestemming en hebben geen tijd te verliezen. Een vriendelijke, meestal oudere, dame of heer zonder haast wil nog wel eens welwillend naar mijn gehakkel blijven luisteren, bereid me te helpen en aan te moedigen.

Mijn frustratie over de gevoelsmatig verloren studie-uren liep op een gegeven moment zo hoog op, dat ik mijn lat wat lager heb gelegd. Eén keer in de week les, zodat de hoeveelheid te verwerken en te onthouden leerstof hanteerbaar blijft en ik tijd overhou voor andere dingen. Ik heb een aantal welwillende en geduldige oefenpartners om me heen verzameld. De concierge, de dame die ons huis helpt schoonhouden, de fruitverkoper op de hoek, het meisje van het postkantoor, de veiligheidsbeamte op school en natuurlijk mijn Russische juf. Zij is tevreden met mijn vooruitgang en elke week weer in haar nopjes omdat ik alle oefeningen heb gemaakt. Met mijn doorzettingsvermogen kom ik er wel, zegt ze. Ik zelf zie met name nog een he-le lange weg voor me. Je bent 43, zegt m'n juf meelevend. Dan gaat het nou eenmaal allemaal wat trager. De grijze haren tieren ineens welig.

De lat ligt nu op een licht uitdagende maar niettemin comfortabele hoogte. Als ik het even niet meer zie zitten, blader ik door mijn 10 jaar oude schriften Spaans. Ooit heb ik op alles wat daar in staat, hard gestudeerd. Lang niet zo hard als ik nu moet studeren op het Russisch, maar toch. Nu is het Spaans me geheel eigen en alles voelt vanzelfsprekend. Over een paar jaar zal ik de weg wijzen en zal de persoon die mij aansprak een stapje achteruit doen van verbazing. “Oh! Wat spreek jij goed Russisch voor een buitenlander!”
Juni 2016


maandag 6 juni 2016

Op herhaling


De Candyjurk blijft geliefd. Nu versie 1 langzaamaan te klein wordt en versie 2 bijna opgedragen is, zag versie 3 het licht. Ik hou van verlaagde tailles en verlaagde bij deze derde versie de taille dus met een centimeter of 3. Ze fietste er zo mee weg.

 

Ik knipte weer een cm extra aan de hals en de mouwen en zoomde het alles netjes om. Blijft uiteindelijk toch langer mooi.


Nu, twee weken na de fatale knipbeurt, is hond weer zwart. Het kale grijze velletje heeft weer een dun laagje vacht en het patchwork effect is verdwenen. Ze kan met goed fatsoen weer op de foto, al blijft ze wat naakt vergeleken bij haar vorige fotosessie.


Het stofje kocht ik vast ooit op de markt. 





dinsdag 31 mei 2016

Kaal

Eén keer moest de eerste keer zijn. Het kan immers niet altijd rozengeur en maneschijn zijn...

Het gaat ons goed. We wonen in een schitterend land, in een aangename, groene en veilige stad. Hoewel met name zoon het de eerste maanden niet makkelijk heeft gevonden, zijn beide kinderen inmiddels geheel ingeburgerd op school. De mensen zijn vriendelijk en waarderen onze verwoede pogingen om de taal onder de knie te krijgen. Het is een land om van te genieten en de tijd vliegt dan ook voorbij. De zomer werd herfst, de winter kwam en ging en de lente gaat inmiddels over in een nieuwe zomer.

Na jarenlang een korte coupe te hebben gehad, hadden we hond's vacht voor de winter weer lang laten groeien. Haar moeder was een cockerspaniel, haar vader een teckel. Echt. Ze erfde de pootjes van haar vader en de vacht van haar moeder. Lange dikke zwarte krullen. Ze was de afgelopen maanden een wandelende bal vacht. Nu de temperaturen met rasse schreden richting de 30 graden gaan om daarna door te stoten naar de 40, was het weer tijd voor de zomercoupe.

In V. bracht ik hond elke twee maanden naar dezelfde dierenwinkel, waar een stuk of vier jongemannen een trimsalon runden. Ze leverden haar altijd netjes gekortwiekt weer af, al dan niet met roze strikjes op de oren. Hier moesten we op zoek gaan naar een nieuwe hondenkapper. Mijn Russische lerares was zo vriendelijk om voor mij op onderzoek uit te gaan. Russisch googlen gaat me nog niet zo best af. Ze vond een dierenkliniek met trimsalon, niet ver van ons huis. Ik belde zelf om een afspraak te maken. Dat gaat me al redelijk goed af. Hond en ik gingen op pad en na een minuut of tien stonden we voor de deur van de dierenkliniek met trimsalon. Ik zag slechts een dichte voordeur en een uithangbord, maar alles in mij zei me rechtsomkeert te maken. Het begon te regenen. Het was warm. Ik keek naar hond. Ik zag vacht. Ik moest het een kans geven, zei ik tegen mezelf, en ik duwde de voordeur open. Het zou onze eerste negatieve, ik zou haast zeggen traumatische, ervaring worden in K.

Eenmaal binnen was er geen weg meer terug. De dierenkliniek met trimsalon bleek een bedompt kamertje te zijn waar al in geen jaren echt was schoongemaakt. Op de vloer lag heel oud zeil met houtmotief. In alle gaten en kieren had zich een zwarte brij van stof en vuil genesteld. In het midden stond een kleine, hoge, metalen tafel met een afzichtelijk oranje plastic kleedje er op. Nog voor mijn hersens al deze informatie goed en wel hadden doorgekregen, tilde een enorme hand in één zwaai hond bovenop de metalen tafel. “Daar bent u dan”, begroette een harde lage stem ons. Aan de enorme hand zat een hele grote man vast. Zijn dikke buik omspannen met een leren schort. Een groot, rond, ietwat rood hoofd met een korte baard. Het stereotype slager. Hij was voorbereid. In zijn andere enorme hand bleek de tondeuse al aan te staan en met een enthousiaste zwaai raspte de man de eerste reep vacht van de hondenrug af. Bleek van afgrijzen zag ik dat de tondeuse op stand nul stond. Nog half verscholen onder de dikke omliggende vacht, schermerde een bloot, kaal, grijs, bibberend velletje. Naar adem snakkend piepte ik dat dat te kort was. Ze moest niet kaal, ze moest kort. Maar ik wist dat het te laat was. De slager probeerde mij nog te doen geloven dat dit de meest gezonde optie was, maar in werkelijkheid had hij geen idee waar hij mee bezig was. Dat vacht bescherming biedt, vond deze dierenarts duidelijk onzin.

Toen hond zwak protesteerde, haalde de slager vier smerige touwen tevoorschijn en begon die aan hond's pootjes vast te binden. Ik zag die enorme handen bezig met die kleine pootjes en met het beeld van een invierengedeeld hondje op mijn netvlies, perste ik er een zodanig ferme “njet” uit, dat ik de daarop volgende twee uur lang zelf de pootjes van hond heb vastgehouden, ondertussen kalmerende woordjes fluisterend tegen het trillende beest. Toen de slager ook haar koppie onder handen wilde nemen, zijn we vertrokken. Haar hele lijfje was kaal, met hier en daar een waas zwart haar. Een patchworkhond.

Nog slechts half zo groot als voorheen, lijkt ze op een uit de kluiten gewassen rat met een huidziekte, waar een doddig hondenkopje op gemonteerd is. Het groeit wel weer aan, zeggen hond en ik voortdurend tegen elkaar. Het groeit wel weer aan.

Mei 2016