maandag 16 april 2018

De hutkoffer XI


Jaren geleden schreef ik: "Ik heb een grote oude houten hutkoffer. Propvol oude lappen en oude kleding, gescheurd, met onuitwasbare vlekken of om een andere reden niet langer draagbaar. Maar sinds ik naai, bewaar ik nog meer dan voorheen. Je weet immers nooit waar het nog goed voor kan zijn. Ik drijf mijzelf tot wanhoop. Inmiddels zit de hutkoffer dus propvol en slaat de vocht in de inhoud. Tijd voor actie. Er moet gerecycled worden."
 
Tien keer heb ik een item uit de hutkoffer vermaakt tot iets nieuws. Toen kwam de klad er in en ebde de noodzaak weg. Maar nu is het weer tijd voor actie. De hutkoffer moet leeg.  


Dit zomerjurkje kocht ik om het stofje, maar ik droeg het vrijwel nooit. Te kort, de taille net te hoog. Het belandde in de hutkoffer. Toen dochter's oog er op viel, ging ze glimmen. Dat jurkje wilde zij wel hebben.


De verandering lijkt minimaal, maar er kwam heel wat meten, tornen, knippen en stikken bij kijken. Het resultaat was het waard. Kind blij met de jurk, ik blij dat het stofje het daglicht toch nog mag zien. 





 

woensdag 21 maart 2018

Koud

Tot -20°C verandert er niet zoveel en gaat het leven gewoon door. De verwarming wat hoger, muts op, handschoenen aan en een extra laagje crème op het gezicht. Veel kouder dan dat hadden we het hier tot voor kort niet gehad en als het ‘s nachts -20°C was, ging overdag de temperatuur altijd nog een aangenaam aantal graden omhoog. Maar de ‘Russische Beer’ die Nederland onlangs een koude rilling bezorgde, kwam vóór hij naar Europa trok, ook bij ons langs. Het werd kouder dan het hier sinds 1951 was geweest en koud bleek ook daadwerkelijk koud te zijn. Het kwik daalde rap naar de -30°C en kwam daar overdag niet meer dan een paar graden bovenuit. In eerste instantie volgden we met name de temperatuursdaling in het noorden van het land waar het nog 15 tot 20 graden kouder werd dan bij ons. Hartverscheurende foto’s van honden en katten die door de sneeuw wandelend, werden overvallen door de kou en ter plekke doodvroren, werden rondgestuurd als een verzameling levensechte standbeelden waarvan je elk moment verwachtte dat ze hun weg zouden vervolgen. Al snel bleek echter dat we onze aandacht beter konden richten op onze eigen kou, want -30°C bleek toch enige aanpassingen te vergen.

De verwarming kon het niet aan. De temperatuur binnenshuis daalde naar acht graden en bleef daar twee volle weken op hangen. Hoewel mijn gedachten regelmatig uitgingen naar de mensen in de niet geïsoleerde huisjes zonder verwarming, moet ik bekennen toch voornamelijk bezig te zijn geweest met het bedenken van strategieën om die acht graden nog enigszins dragelijk te maken. Zo hielden we binnenshuis muts op en sjaal om, trokken we extra truien aan en stopten onze kruiken niet alleen ‘s nachts in bed maar ook overdag onder de trui. Liters hete thee en soep gingen er door. Ik zette de kinderen regelmatig met hun bordje avondeten in een warm bad. Een enkele keer belandde dat bordje eten ín het bad en zaten ze daar samen in een reuzesoepkom tussen de ronddrijvende spaghetti. Maar koud hadden ze het niet. Vroeg naar bed gaan bleek ook goed te werken. Dikke pyjama, dubbel dekbed, kruik en slapen.

Autorijden bleek bij -30°C geen vanzelfsprekendheid meer. Het starten van de auto resulteerde veelvuldig in niet meer dan een droog kuchje van de motor die met geen mogelijkheid wilde aanslaan. Nog vroeger het warme bed uit om met veel geduld en aanmoediging de auto toch aan de praat te krijgen, werd deel van het ochtendritueel. De antivries bleek en bleef wekenlang stijf bevroren. De condens zorgde voor grote dikke witte wolken uit de uitlaten van de auto’s hetgeen het zicht op de snelweg aanzienlijk verminderde en een aangepaste rijstijl vereiste.

Het was verbazingwekkend hoeveel kouder het kan zijn dan het lijkt. De strakblauwe lucht, witte sneeuw en schitterende zon zagen er uitnodigend uit. Maar schijn bedriegt. We kenden wel de sensatie van koud, van naar buiten gaan zonder de juiste handschoenen en de pijn die je na een tijdje in je vingers krijgt, of de kou aan je oren als ze niet helemaal onder je muts passen. Maar over naar buiten gaan bij -30°C bleek beter te moeten worden nagedacht. Ik ondervond aan den lijve dat een grofgebreide muts geen enkel effect meer heeft. De kou dringt door in de porieën van de muts en zet zijn klauwen in je hoofd en oren. Naar buiten gaan in spijkerbroek zorgt na een paar minuten al voor zodanig brandende benen dat de tranen je in de ogen springen van de pijn. Ondanks het zout lijken die tranen vervolgens al te bevriezen voor ze je wangen hebben kunnen bereiken. Ook het onvermijdelijke vocht in je neus bevriest onmiddellijk zodra je de drempel over stapt. Je mond hou je maar beter dicht. Het is een kwestie van jezelf zoveel mogelijk bedekken met kleding die is opgewassen tegen echte kou. Je muts kies je niet meer om de kleur of het model, maar om de kwaliteit. Elegante handschoenen maken plaats voor hardcore wanten. De sneeuwlaarzen moeten warm zijn en de skibroek dik. De openbare scholen sloten hun deuren maar onze school bleef open. Als gemummificeerde Michelin mannetjes stroomden de kinderen ‘s ochtends de overdadig verwarmde school in. Buitenspelen wordt bij -15°C al afgelast dus pas aan het einde van de schooldag rolden de pakketjes kind weer naar buiten, klaar voor hun avondeten in bad.

Het waren twee lange koude weken. Binnenshuis vervloekte ik de kou, buitenshuis genoot ik er van, nadat ik eenmaal de juiste koudebestendige kledingcombinatie had gevonden. Het was een ervaring die we niet hadden willen missen en die meer indruk op ons maakte dan we hadden kunnen bedenken. Koud is koud, dachten we. Maar je hebt koud en heel koud. Het was heel koud. Nog kouder gaan we niet meemaken. Inmiddels is het kwik weer gestegen. De sneeuw is aan het smelten. De vogels beginnen te fluiten. Het regent, als een aanloop naar het moment waarop straks de wereld om ons heen uit zijn voegen zal barsten van de lust om weer te gaan bloeien. Want hoe koud het ook was, de lente komt.
Maart 2018
 


 

maandag 5 maart 2018

Nog een Nore





De grijs/roze Nore in wafels is een grote favoriet. Ik kocht op de markt in Nederland een metertje blauw met kersjes en herhaalde het succes patroon. De hals maakte ik iets wijder, dat staat zo lekker zomers. En het wordt straks vanzelf weer zomer!

 



donderdag 22 februari 2018

De logeerpartij

Onze zoon van net tien heeft sinds het begin van dit schooljaar een sociaal leven waar rekening mee moet worden gehouden. Het leven van een expatkind gaat niet altijd over rozen. De afwezigheid van opa's, oma's, ooms, tantes, neefjes en nichtjes en bovendien het elke keer weer afscheid moeten nemen van vriendjes en vriendinnetjes kunnen een flinke weerslag hebben op een kind. Het zorgt er ook voor dat, afhankelijk van de culturele context van het woonland, uit logeren gaan geen vanzelfsprekendheid is.

Maar ineens zitten we er dus middenin. Binnen zoon's vriendengroepje zijn logeerpartijtjes aan de orde van de dag. In wisselende samenstelling brengen ze middagen door met videospelletjes, zuignapbrakende geweren, trampoline springen, monopoly en bij voorkeur pizza eten. Vervolgens duiken ze in hun slaapzakken om de volgende ochtend hetzelfde programma nogmaals af te werken. Ik ken de ouders van de vriendjes inmiddels goed en heb dan ook geen probleem met zo nu en dan een logeerpartij.

Na een aantal keer logeren bij de vriendjes kwam het onvermijdelijke moment dat wij 'aan de beurt' waren. Zoon stelde voor om zijn vriendjes allemaal tegelijk uit te nodigen. Mijn eerste reactie was een hartgrondig nee, maar later bedacht ik me dat ik de keuze had tussen een reeks weekenden volgeboekt met telkens een ander logeervriendje, of één weekend volgeboekt met een hele troep logeervriendjes. Hoe meer ik mijn gedachten hier over liet gaan, hoe meer voordelen ik zag in het groepsplan. Zes zelfstandige tienjarige jongetjes die elkaar vermaken, zich zelf aan- en uitkleden, hun eigen tas uit- en inpakken en voldoende goede manieren hebben om mij niet tot wanhoop te drijven. Zoon's hoopvolle blikken deden de rest. De logeerpartij was een feit.

De jongens vermaakten elkaar inderdaad geheel volgens plan. De zuignapbrakende geweren werden uit de rugzakjes gehaald, de videospelletjes kwamen aan bod, er werd monopoly gespeeld en ze sprongen op de trampoline. Ze maakten hun eigen pizza en aten die daadwerkelijk op. Aan tafel bekroop me niettemin het gevoel dat ik de logeerpartij wellicht enigszins had onderschat. Onze vijf gasten waren stuk voor stuk beschaafde, wel-opgevoede jongetjes. Heb je ze één voor één over de vloer, dan gedragen ze zich hier ook naar. Maar in een groep verandert de dynamiek. De tafel was niet groot genoeg voor naast de zes jongens ook dochter en onszelf. De jongens zaten dus met elkaar aan tafel en de supervisie zat op afstand. Deze afstand bleek een stimulerende factor voor onderdrukte neigingen tot kattekwaad. Heel hard en met volle mond boven elkaar uit schreeuwen. Alles met de handen doen. Veel eten op de grond laten vallen. Om de tafel rennen. Zich begraven in de crèmekleurige bank ondanks de met tomatensaus besmeurde handen. Niet meer luisteren naar de supervisie. Wij zijn gezegend met twee rustige kinderen en dit tafereel, in combinatie met mijn drang naar rust en orde, deed me naar adem happen. Zoon, die natuurlijk heel goed weet hoe zijn moeder in elkaar zit, zat braaf heel rustig aan tafel te eten terwijl hij mij zoete glimlachjes toewierp. “Jij bent de coolste mama”, zeiden die glimlachjes. Ik beet op mijn tong en gaf hem een knipoog. “Dat ben ik zeker!”

Tegen de tijd dat de afgesproken bedtijd naderde, nam de opwinding en daarmee de wanorde toe. Iedereen wilde met zijn luchtbedje naast iedereen liggen, pyjamas vlogen door de lucht, evenals de tandpasta. Meewarig vroeg ik mijzelf af wat ik dan had verwacht. Zes tienjarige jongetjes, dat vraagt om een laat-maar-waaien mentaliteit en om een flexibiliteit die ik mijzelf graag zou toedichten maar die duidelijk een roemloos achterhoede gevecht levert in mijn arsenaal aan karaktereigenschappen. Toch kwam ook aan deze dag een eind en slechts twintig minuten na de streeftijd lagen er zes jongetjes rustig in hun slaapzak, vier van hen met de knuffel stevig in de armen geklemd.

Op dag twee werden onze gasten allemaal geheel volgens plan vóór twaalf uur opgehaald. De komende weken ga ik heel bewust genieten van logéloze weekenden, om daarna met nieuwe moed weer een actieve bijdrage te leveren aan het bloeiende sociale leven van onze zoon.
Februari 2017

zondag 4 februari 2018

Eloise jurk


Ik zag hier en daar de Eloise jurk van MinnieMie voorbij komen en besloot het er op te wagen. Ik was er namelijk niet helemaal zeker van of dochter het model zou zien zitten. 

Ik had nog een mooie lap zwart liggen en een zwart witte paspel. Daarmee scoorde ik want dochter is fan van zwart tegenwoordig. En nadat ik het geheel iets had ingenomen en het patroon had verlengd, was ook het model helemaal naar haar zin. 

Dus, een ver-over-de-knie zwarte Eloise met een zwart wit randje tussen boven- en onderstuk, aan de hals en aan de mouwen.





woensdag 24 januari 2018

Lang zal ze leven

Ze was de eerste die in mijn vrijgezellenleven kwam. Vóór de man, vóór de kinderen. Net een paar weken oud, een klein bolletje met donkere kraaloogjes en vol zwarte krulletjes. Het was nooit mijn droom om een hond te hebben. Ik was net verhuisd naar Ecuador waar ik net was begonnen aan een nieuwe baan waarvoor ik meer op reis dan thuis zou zijn. Maar dat kleine zwarte bolletje was onweerstaanbaar. Geen houden aan. Ze was een cadeautje en ik nam het cadeautje met beide handen aan. Sindsdien zijn we samen. Eerst met mij en later met ons reisde ze de wereld over en inmiddels woont ze in haar vijfde land.

Ze komt uit een nest van vijf. Haar vier broertjes en zusjes zijn niet ouder geworden dan vier. Voor wij Ecuador verlieten, hadden ze allevier het leven reeds gelaten. Geadopteerd als huisdier leefden ze het leven van een straathond. Een kort leven. Zo niet Sambo. Sambo. Ooit als kind was het één van mijn lievelingsboekjes. Toen al besloot ik dat als ik ooit een huisdier zou hebben, hij of zij Sambo zou heten. Van de ophef rondom dit kinderboekje was ik me niet bewust. Sambo dus. Iedere keer als wij van land veranderen, verandert ze mee. Vaccinaties, papierwerk, onderzoeken, de vaak lange reis in het bagageruim van een vliegtuig. Om het ons wat gemakkelijker te maken, heeft ze bij bijna elke verhuizing een paar maanden in Nederland bij mijn ouders gebivakeerd die haar liefdevol onder hun hoede namen terwijl wij woonruimte zochten. Als wij dan eenmaal geïnstalleerd waren, kwamen mijn ouders en later, na het overlijden van mijn vader, mijn dappere moeder ons nieuwe stekje bezoeken en Sambo weer thuisbrengen.

Een enerverend bestaan voor een hondje. Toch heeft haar gezondheid hier niet onder te lijden gehad. Behalve voor de jaarlijkse vaccinaties en de verhuisgerelateerde check-ups, heeft ze de dierenarts slechts zelden hoeven bezoeken. De eerste keer was zeven jaar geleden, daags na de geboorte van dochter. Het was zo'n tussen-twee-landen-in verhuisperiode waarin niet alleen Sambo maar ook wij bivakkeerden bij mijn ouders om net voor de verhuizing naar Venezuela van dochter te bevallen. Sambo lag bij mijn ouders op de waranda en ging als een dolle achter een duif aan, even vergetende dat er tussen haar en de duif een trapje zat. Pootje gebroken.

De tweede keer was wederom in Nederland, nu ná onze vijf jaar in Venezuela. Ze bezorgde mijn moeder een boel zorgen toen ze opeens niet meer liep, at of dronk en aan het einde van haar leventje scheen zijn te komen. Totdat een ernstige ooginfectie werd geconstateerd en ze na de juiste behandeling weer fris en fruitig op haar pootjes stond en zich weer bij ons kon voegen. Sambo's derde dierenarts bezoek vond plaats in ons huidige woonland, anderhalf jaar geleden. Terwijl wij genoten van onze zomervakantie in Nederland en Spanje, werd Sambo in de opvang gebeten door een teek. Elvira, haar verzorgster, zette alles op alles om Sambo, inmiddels meer dood dan levend, te redden en dat lukte tegen alle verwachtingen in wonderwel. Wederom knapte ze helemaal op en werd weer helemaal haar oude zelf.

Hoewel ze inmiddels wat grijs om de snuit is geworden, lijkt ze in niks op een oude hond. Dik twaalf jaar oud maar kwiek en levendig. We wandelen uren in de bergen, ploeterend door de sneeuw en ze rent ze de hele dag de trappen op en af. Tot het een paar weken geleden helemaal mis leek. Ze zakte ineen en stond niet meer op. Met zielige blik keek ze me aan. Toen ik haar zachtjes aaide, grauwde ze van de pijn. Vreemd ruikende vloeistof lekte uit haar lijfje. Alle alarmbellen rinkelden. Ze trilde vreselijk en ademde moeizaam. Vier dagen lag ze in het dierenziekenhuis. Bloedonderzoeken, röntgenfoto's, echo's, talloze injecties met pijnstillers tot haar nekje zo beurs was dat ze al begon te huilen als je er maar naar wees. Elke ochtend konden we bellen om te horen hoe het met haar ging. Daar werden we nooit veel wijzer van, dierenartsentaal in het Russisch is te hoog gegrepen voor ons. Gelukkig mochten we elke avond op ziekenbezoek komen. Na vier dagen liep ze weer wat en at eens een brokje en dus mocht ze mee naar huis met een lange lijst medicijnen. Op het recept stond ook de 'voorlopige diagnose'. Ik zette mij thuis aan de keukentafel aan het vertalen en las tot mijn verbazing dat de dierenarts niet alleen dacht aan een intoxicatie, maar tevens aan ontstoken nieren, een onsteking van de lever, ontstoken maag en darmen en een ontsteking aan de galblaas. Hoewel ons dit ietwat te pessimistisch leek, gaven we haar de medicijnen die waren voorgeschreven in de hoop dat ze dat wat het dan ook werkelijk was weer te boven zou komen.

Twee weken lang was ze een hoopje ellende. Er was geen duidelijke diagnose. Eigenlijk had de dierenarts gewoon geen flauw idee wat er mis was. Voor het eerst besefte ik dat Sambo een oud hondje is. Dat ze niet het eeuwige leven heeft. Een oud hondje met oude-honden-problemen. Hoe moet dat straks, als we weer moeten verhuizen? Kan ze dat nog aan? En hoe moet dat dan straks, als ze er niet meer is? Inmiddels is ze wederom opgekrabbeld en staat ze weer fris en fruitig op haar pootjes. We struinen weer urenlang door de sneeuw, ze rent de trappen op en af en lijkt weer helemaal de oude. Bijna helemaal. De controle over haar darmen lijkt ze enigszins kwijt te zijn. Ze heeft het veel sneller koud en kan ineens echt huilen als ze naar binnen wil. Maar ze is er weer.

Vorige week was ze jarig. 13 jaar. Dat ze nog maar lang en in goede gezondheid bij ons mag blijven.
Januari 2018

maandag 8 januari 2018

De wafels zijn op


Nu we volop in de sneeuw zitten en de temperatuur de min 20 heeft bereikt, kan een jurk met lange mouwen niet ontbreken. Ik gebruikte het patroon van de cocoondress van Heidi & Finn maar zwakte de ballonvorm na een eerste pas-sessie drastisch af. Het kind leek elk moment op te kunnen stijgen.

Ik maakte dit patroon eerder naar volle tevredenheid. de stof die ik toen gebruikte was soepeler en viel daardoor beter. Maar kleine meisjes worden groot en snel ook, dus die jurk is inmiddels wat aan de korte kant. 

En nu is de wafelstof op.