zondag 20 maart 2016

Randy broek


Toen ik bij haar las dat het kruis de neiging heeft om naar normale kruishoogte op te kruipen en dan een wat onnatuurlijke bobbel te veroorzaken, lag de stof hier al geknipt klaar te wachten op verdere verwerking. Dus nu ook hier een achtjarige met bobbel. Die zelf overigens geheel tevreden is met de broek. 

Randy broek uit La Maison Victor zomer 2014, uit restjes stof die al tijdenlang lagen te liggen.







maandag 7 maart 2016

Een ongewone liefde


De sneeuwpanter leeft bij ons in de bergen. Er zijn er niet veel, maar ze zijn er. 

Vanuit de skilift, met sneeuwpanterprint bekleed, denkt dochter dikwijls zijn pootafdrukken in de sneeuw te zien. Op weg naar de bergen staan meerdere standbeelden van de sneeuwpanter. Zo werd de sneeuwpanter dochter`s grote liefde. 

Vervolgens wilde ze een sneeuwpanterjurk. Ik vond een (akelig synthetisch) stofje dat precies was wat ze wilde. Ik haalde nogmaals Dana`s First Day Dress patroon naar boven en paste de rok iets aan: dochter wilde de rok wijder en langer aan de zijkanten. Zwarte paspel tussen bovenlijfje en de rok en een vals knopenpad zonder knopen (oftewel: een strook zwart met een randje kant).


En de fotos? Die moesten uiteraard gemaakt worden bij, op en naast de sneeuwpanter.

(Het zijn de laatste resten sneeuw. Het was op deze fotodag zonnig en 18 graden. Het kind had het dus niet koud, geloof me.)



De jurk moet vooralsnog elke dag aan. 
Verkleed als Fancy Nancy voor de boekendag op school, op de schaats...




























zaterdag 20 februari 2016

Ze trapte op een rat

`Het schoolplein` reageerde met een zekere mate van afgrijzen en een hoge mate van afkeuring op ons plan on een paar weken met de kinderen door India te reizen. We werden overspoeld met verhalen vol vuilnis, diarree en virussen. Het leek haast of we op het punt stonden onze kinderen bloot te stellen aan onacceptabele risico`s, want iedereen kende wel iemand die ik weet niet wat had opgelopen in India. Wijzelf dachten dat het wel mee zou vallen: opletten wat je eet en drinkt en niet alles op de bonnefooi willen doen, en dan komt het allemaal goed. Nu we op slechts drie uur vliegen van dit altijd-al-willen-bezoeken land wonen, lieten we de verhalen onze pret niet drukken. We gingen dus naar India en het bleek inderdaad allemaal reuze mee te vallen. We hebben veel moois gezien, heerlijk gegeten, en niemand is ziek geworden. 

We genoten van het Indiase winterweer, leerden een heleboel over de Indiase cultuur en geschiedenis, zagen vele bezienswaardigheden, ergerden ons blauw aan de nimmer aflatende stroom ontzettend opdringerige verkopers, genoten van de Indiase keuken en vonden het frustrerend dat het ons zo moeilijk bleek om van de geijkte toeristische paden af te wijken. Onze vijf- en zevenjarige kinderen beleefden de reis op eigen wijze. We zagen ze aandachtig luisteren naar alle uitleg bij de vele forten, musea, paleizen en tempels. We zagen ze eindeloos poseren bij de Taj Mahal, zwaaien vanaf de rug van de olifant en met eindeloos geduld rillend onder een dekentje de safari uitzitten. De kinderen zelf traden India met open vizier tegemoet. Door mee te liften op hun belevingswereld, zagen we de gebaande paden hier en daar toch vanuit een nieuwe invalshoek.

Vraag de kinderen naar hun eerste indrukken en ze slaan spontaan beide handen voor de oren en klagen dat India zo vreselijk lawaaierig is. Hoe leuk die rikshaws en tuk tuks er ook uit mogen zien, ze vonden de herrie oorverdovend en waren oprecht opgelucht als we eens een dorpje aandeden. Wat ze dan uiteraard wel weer leuk vonden, waren de koeien en de apen die overal en nergens tussendoor krioelden. Met name de apen die je in grote aantallen overal op en in de huizen zag zitten, springen en vlooien, spraken tot de verbeelding en leverden interessante uiteenzettingen op over hoe te leven met apen die vlooien.

India bleek ook een goede bestemming om regelmatig een wedje te leggen. Moeten bij de volgende bezienswaardigheid de schoenen aan of uit? "Ik denk aan! Nee, uit! Ik denk uit! Nee, toch aan!" Dochter was niet bijzonder gecharmeerd van de indiase keuken en leefde vooral op naan, roti en toetjes. Zoon daarentegen stond overal voor open en proefde alles. Elk pruttelpotje werd bestudeerd en vervolgens werd het wedje gelegd: is dit pikant of niet. Liepen bij zoon na een flinke hap de tranen over de wangen, dan was het pikant. De grootste culinaire uitdaging was echter de gulab jamun, gefrituurde balletjes van met name suiker, melk(poeder) en bloem. Er mocht, waar mogelijk, alleen worden gegeten in restaurants met gulab jamun op het menu en elke bal werd aan een serieuze smaaktest onderworpen. De kinderen kweten zich ernstig van hun taak en de onbetwiste winnaar werd aan het einde van de reis bekendgemaakt. 

Een van de hoogtepunten was voor de kinderen de aankomst in elk nieuw hotel. Ligt er briefpapier en/of een notitieblok? Ligt er een pen bij of een potlood? De buit werd vervolgens verdeeld en tot het laatste blaadje gebruikt: boodschappen in geheimschrift, ontwerpen voor huizen-met-apen-met-vlooien en ingewikkelde codes om lid te kunnen worden van de gulab jamun club. Een van de dieptepunten was de handtastelijkheid van menig Indiër. Er waren weinig toeristen en al helemaal weinig kinderen. Te pas en te onpas werden de onzen op de foto gevraagd. "Mag ik met uw dochter op de foto?" "Dat moet u aan mijn dochter vragen." Die vervolgens gelaten een glimlach tevoorschijn perste en zich gedwee liet fotgraferen. Ze snapten niet waarom iedereen zo graag met ze op de foto wilde en werden er na verloop van tijd behoorlijk kriegel van. Ronduit hysterisch werd dochter van alle vrouwen en meisjes die aan haar haren zaten. Een duidelijk dieptepunt.

Wij ouders hebben onze kinderen ook wat kopzorgen bezorgd. Opgevoed met de regel `beloften kom je na`, braken ze hun hoofdjes over de logistieke (on)mogelijkheid om de door ons op de markt veelvuldig gemaakte belofte "we denken er nog even over en komen straks weer terug" na te kunnen komen. Regelmatig wierpen ze ons dan ook geschokt voor de voeten dat we die rok/die tas/dat kleed niet bij deze meneer konden kopen omdat we toch aan de andere meneer hadden beloofd terug te komen. En "beloften kom je na, mam". Het afdingen kon met name zoon dat wel weer waarderen. Hij schepte er groot genoegen in om zich te mengen in onze onderhandelingen en met stalen blik te vragen waarom we niet gewoon het dubbele van de vraagprijs betaalden. Als ik het zo mooi vond, kon ik dat er toch ook wel voor betalen? Om vervolgens in zijn vuistje lachend weg te lopen. 

We waren het wel vaker oneens, wij ouders en ons kroost. Dreef het ons tot wanhoop als iedere keer dat `s nachts de stroom uitviel, de generator in het hotel aansprong en daarmee alle lichten in de kamer, de kinderen vonden het hilarisch. Zonk bij ons de moed in de schoenen als de kamer slechts drie éénpersoonsbedden had zodat één kind het (éénpersoons)bed moest delen met papa of mama, het betreffende kind vond het een reuze knus vooruitzicht. Een slechte nachtrust heeft minder impact als je vijf of zeven bent. 

De safari in het natuurpark hadden we speciaal voor de kinderen aan het programma toegevoegd. Er leven wilde tijgers en wie weet zagen we er één. Bovendien leven er onder meer apen, krokodillen, allerlei soorten vogels, herten, luipaarden, vossen, stekelvarkens en slangen. We zouden ons geluk beproeven gedurende een drie uur durende safari in de vroege ochtend en nogmaals aan het einde van de middag. `s Ochtends zagen we geen tijger. Wel herten, vogels en een krokodil. Onze verwende kinderen die in hun korte leventje al honderden krokodillen in het wild aanschouwden, hadden het vooral koud en wilden eigenlijk gewoon terug naar het hotel om tikkertje te spelen. Gelukkig sprong er `s middags een prachtige tijger bijna op onze auto en laaide het enthousiasme van de kinderen ook weer op. 

Het bekijken van de fotos die beide kinderen maakten op hun eigen fototoestelletjes, is een reis op zich. Dochter fotografeerde met name alles wat blinkt. De zon, spiegels, gekleurd glas, zilver en goud. En alles in veelvoud. Zoon fotografeerde met name ons. Opgeteld bij de talrijke fotos die de gidsen voortdurend van ons gezin maakten ("please, the four of you here together, here, and here, one more please, smile, all four!"), heb ik na deze reis meer fotos van ons gezin en mijzelf dan ooit tevoren. 

Maar het meest indrukwekkende van India was voor onze kinderen de rat. Op een drukke chaotische straathoek stapte dochter op een avond bovenop een grote dikke grijze rat. Midden op zijn rug. Onbeweeglijk keek ze zowel gefascineerd als vol afschuw naar de wriemelende grote dikke grijze rat onder haar sandaaltje. Nadat ik dochter met een grote zwaai hoog optilde om bijtende rattentandjes te ontwijken, strompelde de rat kreupel weg en rolde van een trapje af de goot in, nagekeken door vier wijdopengesperde kinderogen. 

Ze zijn er nog altijd niet over uit of het een hoogte- of een dieptepunt was. Maar de rat was met stip hun meest indrukwekkende ervaring in India.
Februari 2016

donderdag 4 februari 2016

Cherie jas


De Cherie jas uit LMV van sept-okt vorig jaar (iets verkort aan de zoom en met iets verlengde mouwen, ik hou van net iets te lange mouwen). Ik weet het niet. Ben blij met het wolletje (dat ik hier in de plaatselijke stoffenwinkel kocht), maar nog niet overtuigd van het model. Het voelt toch enigszins als een badjas. Is het het ontbreken van kraag in de nek? Het feit dat ik niet gewend ben aan een jas met aangesnoerd middel? 

De tijd zal het leren. Een sjieke badjas of een makkelijke tussenseizoenenjas voor straks, als al dat wit weer groen wordt.




donderdag 28 januari 2016

Door het lint

Vermoeidheid is één van mijn, hoe zal ik het noemen, vijanden, struikelblokken, knelpunten. Ik heb nogal snel last van een in de weg zittende mate van vermoeidheid. Bovendien ben ik gezegend met een zekere mate van dwangmatigheid. Te veel willen doen in te weinig tijd, denken dat alles wat ik wil, ook moet; een succesrecept voor te korte nachten. Naarmate de lijstjes langer worden, worden de nachten korter. Naarmate de vermoeidheid toeneemt, neemt de produktiviteit af. Tel uit je winst. 

Die vermoeidheid heeft neveneffecten die knibbelen aan mijn karakter en soms zelfs flinke gaten knaagt in mijn doorgaans vriendelijke persoonlijkheid. Hoe vermoeider, hoe ongeduldiger en kribbiger. Mijn zuurgraad en bitterheid kunnen uiterst onaangename hoogten bereiken. Uiteraard is het met name mijn wederhelft die het moet ontgelden. Kan ik naar buiten toe nog net een redelijk waarheidsgetrouwe glimlach laten zien en een vriendelijk woord uit mijn van zuurheid naar beneden getrokken mond persen, thuis groeien er hoorntjes uit mijn schedel en spuwt de duivel vuur. Als ik dan uiteindelijk van ellende niet meer weet waar ik het zoeken moet, gaan tot grote opluchting van echtgenoot – die kalm, stabiel en geduldig in het leven staat – de lijstjes aan de kant en sleep ik mezelf een paar avonden vroeg naar bed, om vervolgens te herrijzen als een vriendelijk en energiek mens dat vol goede moed aan nieuwe lijstjes begint. 

Vlak voor de kerst was een drukke periode. Ik was moe. Hoewel ik de eerste maanden in een nieuw land fantastisch vind, kost die periode energie. Huis zoeken en inrichten, school zoeken en de kinderen op de rails helpen, nieuwe taal leren, nieuwe stad leren kennen, het hele hoe, wie, wat en waar. Hoewel ik het heerlijk vind om weer in een seizoenenklimaat te leven, is de winter weer even wennen, met name de vroege, koude, donkere ochtenden. Bovendien had ik een flinke griep te pakken. Ik wilde moest nog vanalles doen voor de schoolvakantie zou beginnen en ging stug door. Ik ging van moe naar doodmoe, van kribbig naar onuitstaanbaar. Op woensdag zou de vakantie beginnen en op dinsdagavond voegde ik aan mijn lijst toe de ongelooflijk belangrijke en vooral niet uit te stellen taak om een filmpje van mijn telefoon op de computer over te zetten. Naar mijn reeds door uitputting vertroebelde mening een uiterst urgente activiteit op die bewuste dinsdagavond. Het duurde eindeloos. Echtgenoot was inmiddels op de bank in slaap gevallen. Na een uur wanhopig wachten, was de klus bijna geklaard. Op dat moment schoot me te binnen dat ik de was nog wilde moest ophangen. Ik sleepte mijn zure zelf naar de wasmachine en hing de was op. 

Toen ik klaar was, lag echtgenoot niet langer op de bank te slapen. In een oogwenk zag ik dat hij van de bank was opgestaan, de computer had uitgedaan, evenals alle lichten, in bed was gaan liggen en wederom in slaap was gevallen. Eén blik op ons bed bevestigde mijn theorie. Daar lag hij, tevreden slapend. Maar niet voor lang. Mijn bloed begon te koken. Ik scherpte mijn horens en stormde de slaapkamer in. Raspend beet ik hem toe dat hij een ongelooflijke egoïst was. Hij was moe? Hij was klaar? Hij wilde naar bed? En dus besloot hij eenzijdig de computer uit te doen en overal de lichten uit te doen? Egoïst! Ik spuugde het woord bijna over de lakens. Een dik uur wachten had hij geheel nutteloos gemaakt, voor niks lag ik weer te laat in bed, door zijn schuld was ik uitgeput. Dacht hij soms dat ik in rook was opgegaan? Dat hij klaar was om te gaan slapen, wilde niet zeggen dat ik ook klaar was om te gaan slapen. Iemand moest namelijk de was ophangen. En hij zou het niet zijn. Maar weet je wat?! Ik hou ook alleen rekening met mijzelf. En ik ben nog niet klaar! Met een duivelse grijns en triomfantelijke blik zwaaide ik mijn gebalde vuist richting lichtknopje en deed het grote licht in de slaapkamer aan. Echtgenoot gromde wat en draaide zich om. Ik spuwde vuur en rukte de dekens weg. Wanhopig keek echtgenoot mij met lodderige ogen aan en zei dat het hem speet. Hij had niet in de gaten dat er iets gaande was op de computer. Hij wist niet dat ik de was aan het ophangen was. Hij dacht dat ik op weg naar bed was. Hij zei nogmaals sorry en vroeg of het licht alsjeblieft weer uit mocht. Maar zover was ik nog niet. Met veel lawaai poetste ik mijn tanden, regelmatig roepend dat ik nog niet klaar was en dat het licht dus nog niet uitging. Volledig doorgedraaid kreeg ik het voor elkaar om ook mijn pyjama met veel misbaar aan te trekken. Uiteindelijk deed de nog steeds gebalde vuist met harde slag het licht uit en stapte ik in bed. Dat echtgenoot reeds halverwege de tandenpoetstirade in een diepe slaap was gevallen, besefte ik toen pas. Ik lag nog een goed half uur witheet na te sudderen en viel uiteindelijk in een rusteloze slaap. 

Woensdagavond ging ik heel vroeg naar bed. Donderdagavond ook. Op vrijdag konden we er samen heel hard om lachen. Op zaterdag maakte ik een nieuw lijstje. Goede voornemens. Met stip op één: het duiveltje in het doosje laten.
Januari 2016

donderdag 7 januari 2016

Op kousenvoeten

De winter staat voor de deur. De zon schijnt doorgaans volop en vorige week was het nog een graad of zes. De afgelopen dagen is er een aardig pak sneeuw gevallen en begint de stad langzaamaan wit te zien. In de bergen ligt al volop sneeuw en het skiseizoen is onlangs gestart. De kinderen genieten met volle teugen van het voor hen geheel nieuwe fenomeen sneeuw en de daarbij behorende sneeuwballen, sneeuwpoppen, en sleeën. Ook schaatsen en skieën vinden ze geweldig. Met de skipiste op nog geen half uurtje van huis, staat ons een aangename en actieve winter te wachten. 

Bij aankomst in ons nieuwe land was het nog hoog zomer. De kleding die jarenlang dienst deed in Zuid-Amerika, droegen we dus gewoon door. Het leven speelde zich met name buiten af en meer dan een jurkje en sandaaltjes of een korte broek en gympen hadden we niet nodig. Maar inmiddels staat dus de winter voor de deur en is het tijd om ons voor te bereiden op de kou.

In veel appartementen, waaronder het onze, kan je niet zelf de verwarming regelen. Op 15 oktober gaat centraal de verwarming aan, en op 15 april gaat de verwarming weer uit. Mocht je voor 15 oktober een koude week hebben, dan heb je pech. Mocht de winter doorzetten tot half mei, dan heb je ook pech. In veel appartementen, waaronder het onze, is geen thermostaat te bekennen en een aan/uit knop evenmin. De verwarming loeit op volle kracht. Ik weet niet of op enig moment `s nachts de temperatuur daalt, maar als wij naar bed gaan zijn de radiatoren nog bloedheet en als we `s ochtends vroeg opstaan zijn ze dat opnieuw. Of nog steeds. De ramen staan dan ook dag en nacht open en veel winterkleren hebben we niet nodig. Met een goede winterjas, een dikke sjaal, muts, goede handschoenen en winterlaarzen die ons buiten beschermen tegen de min 20 die ons te wachten staat, zitten we goed. 

Hoewel we binnenshuis dus geen dikke truien nodig hebben, zijn de zomerjurkjes en sandaaltjes inmiddels uiteraard opgeborgen. Sindsdien worstel ik dagelijks met vraag “wat trek ik aan vandaag”. Van de afgelopen 12 jaar woonden we er tien in Zuid-Amerika. Zomerjurkjes en sandalen. We woonden twee jaar op de Caucasus met een vergelijkbaar klimaat als hier, maar in onze winter op de Caucasus was ik zwanger. Die winterkleding komt me nu dus niet meer van pas. Ik kijk om me heen en probeer te ontdekken wat de wintermode is. Wat draagt men? Wat vind ik leuk? Wat zit lekker? Wat staat me leuk? Ik ben enigszins de weg kwijt. Dragen we strak? Wijd? Pastel? Bloemen? Zwart? De moeders op school kleden zich met name in de hele dure bekende merken. Leraar-ouder gesprekken? Die middag lijkt er een ware fashion-show gaande en bepalen golvend gekapte moeders in de meest uitbundige designer outfits het straatbeeld. Voor mij een inspiratieloze parade die een smaak tentoonspreidt die mijlenver van de mijne verwijderd is. 

Gelukkig ben ik een laarzenmens. Laarzen maken elke outfit kloppend. Net als een goed paar schoenen overigens, maar zoals gezegd, ik ben een laarzenmens. Ook al zijn er vraagtekens te zetten bij mijn winterkleding, met de juiste laarzen eronder voel ik me goed en stap ik met opgeheven hoofd rond. Saai en simpel zie ik met het juiste paar laarzen eronder als tijdloos acceptabel.

Naarmate het kouder werd, groeide onze kring bekenden en vrienden in wording en al snel werden we uitgenodigd om bij dezen en genen thuis te komen eten, drinken of anderszins te vertoeven. De eerste keer dat ik werd uitgenodigd, was ter ere van het afsluiten van onze stoomcursus Russisch. De lerares zou bij haar thuis een traditioneel avondmaal bereiden voor de cursisten. Ik had een flesje wijn gekocht en maakte me klaar voor vertrek. Ik waste mijn haar, kneed er wat krul in, deed wat mascara op. Na een minuut of tien dralen voor de kast, koos ik zoals vrijwel elke dag voor mijn strakke spijkerbroek en losse zwarte trui. Saai en simpel, maar ik had mijn troef achter de hand: fantastische half hoge leren laarsjes. Niet alleen zijn het gewoon mooie laarsjes, ze hebben ook wat hak en dat trekt het silouet van de dijen accentuerende strakke broek met aardappelzakachtige trui op tot een tijdloos acceptabel geheel.

En aldus stond ik vol goede moed op de stoep bij de lerares. Zodra de deur openging, zag ik het direct. De moed zonk me ogenblikkelijk in de schoenen. De gang stond namelijk vol schoeisel. Ik werd geacht mijn fantastische half hoge leren laarsjes uit te trekken en op kousenvoeten het huis te betreden. Mijn opgeheven hoofd zakte iets omlaag en keek naar de saaie zwarte trui, de strakke spijkerbroek waarin mijn benen ineens ingesnoerde worstjes leken en naar mijn grote tenen die allebei vrolijk uit de oude vale sokken staken. 

Het bleek overal de gewoonte te zijn. Schoeisel gaat uit. Inmiddels ook in mijn eigen huis. Het is niet voor niets. Appartementen zijn gehorig en burenoverlast is op kousenvoeten aanzienlijk minder. Besneeuwde straten leiden tot vieze natte schoenen die je niet in je huis wilt hebben. In mijn eigen huis loop ik tevreden op pantoffels rond, maar ik kan er maar niet aan wennen dat ik op feestjes en etentjes wordt geacht rond te drentelen op sokken. Dat leuke jurkje voelt heel anders als er in panty gestoken voeten onder uit komen. Die strakke spijkerbroek is niet hetzelfde zonder laarsjes. Het is net alsof ik maar half ben aangekleed. Je hebt je haar gedaan, je opgemaakt, leuke armband om, rokje aan, spannend truitje… en sokken. 

Was ik met laarzen aan al enigszins de weg kwijt in de wereld van de wintermode, op kousenvoeten heb ik werkelijk geen idee meer. 
Januari 2016

zondag 3 januari 2016

Een kantje en een randje


Dit stofje kocht ik in mijn jonge tienerjaren. Ik maakte er destijds samen met mijn moeder een korte broek van. Het overschot bewaarde ik, inmiddels dus al zo`n 30 jaar. Tijd om er een volledig gevoerd A-lijntje van te maken met een strookje kant middenvoor en aan de zoom. 



Mouwtjes onder een vestje vindt dochter vre-se-lijk, dus ondanks de voor de deur staande winter, een mouwloos exemplaar.


woensdag 16 december 2015

De kerstboom battle

Of het niet leuk zou zijn als iedere klas een kerstboom zou versieren. Het voorstel was inderdaad best leuk. De meeste kinderen knutselen graag wat kerstversiering in elkaar die ze vervolgens zelf in de boom in hun klas mogen hangen. School ging akkoord met het voorstel en wees de oudervereniging aan als organisator. Dat bleek grote gevolgen te hebben. De oudervereniging besloot er namelijk een wedstrijd van te maken, en de hel brak los. De meest fanatieke ouder, lid van de oudervereniging, startte een whatsapp groep. Wij hebben twee kinderen op school, en dus werden we ongevraagd toegevoegd aan twee whatsapp groepen. Binnen een dag zat ik voor dochter`s klas op 465 en voor zoon`s klas op 679 berichten. Allemaal in het Russisch uiteraard en ik deed geen poging om de inhoud te begrijpen. Engels wordt geacht de voertaal te zijn op school, maar dat bleek van generlei betekenis in deze kerstbomenstrijd. Afgaande op de emoticons die veelvuldig aan de berichten werden toegevoegd, werd er een gepassioneerde discussie gevoerd. 

De eerste Engelstalige uitleg die ik na enkele dagen ontving, betrof de plannen voor dochter`s klas. Er werden diverse opties besproken, waaronder het importeren van een naar zeggen prachtige kerstboom uit de Verenigde Staten. Kosten: 150 dollar voor de kerstboom plus 150 dollar verzendkosten. Voor de versiering waren gedetailleerde instructies in de maak. Op mijn vraag of het niet het idee was dat de kinderen de versiering zelf zouden maken, werd mij uitgelegd dat versiering gemaakt door vijfjarigen per definitie niet mooi is, dat de klas wil winnen en dat het dus professioneel aangepakt zou moeten worden. Dezelfde mening was men toegedaan in zoon`s klas. Ons werd medegedeeld dat we op zondag verwacht werden voor een masterclass, waar de kinderen (lees: ouders) onder professionele leiding de decoratie voor de kerstboom zouden maken. Kosten: 15 dollar voor de masterclass en 50 dollar voor het materiaal. De kerstboom zelf zou een uitbundig met tule behangen constructie worden met subtiele kralenkettingen, sterren en blaadjes. 

Na dagen van eindeloze whatsapp discussies en hoogoplopende woordenwisselingen in de schoolgangen, werd uiteindelijk in dochter`s klas afgezien van de geïmporteerde kerstboom. In plaats daarvan zou een plaatselijke kunstenaar een boom van houten planken maken. Daarin fotos van de kinderen in houten kerstlijstjes (kosten: 10 dollar per kind) en vilten ornamenten die op een zaterdag in een masterclass gemaakt moesten worden (kosten 15 dollar). Voor de gezamenlijke cadeaus voor de juffen werden we geacht nog eens 30 dollar bij te dragen. We werden dus geacht twee vrije dagen op te offeren en 120 dollar te betalen voor een kerstboom waar de kinderen zelf uiteindelijk geen hand in zouden hebben en waar ze twee dagen naar zouden kunnen kijken, want twee dagen na het uitstallen van de bomen zou de vakantie beginnen. 

Wij weigerden op principiële gronden mee te doen, net als de weinige andere buitenlandse ouders. Met een andere manier van denken en niet gebukt gaande onder de zware sociale druk van de Russische whatsapp terreur, vonden wij het een belachelijke vertoning. Het versieren van een kerstboom was verworden tot een waar slagveld. Een brief aan de schoolleiding deed de directeur antwoorden dat het initiatief inderdaad enigszins uit de hand gelopen was (lees: volledig buiten controle geraakt door een aan waanzin grenzende competitiedrang), dat een eventuele financiële bijdrage geheel vrijwillig moest zijn en dat de bomen versierd moesten worden met door kinderhandjes gemaakte decoratie. Enkele dagen later werd er een brief verstuurd naar alle ouders waarin deze punten werden herhaald en waarin werd gesteld dat in iedere klas een wedstrijdleider zou worden aangewezen aan wie alle ouders ideeën voor de klaskerstboom zouden kunnen doen toekomen, waarna democratisch zou worden beslist over de uiteindelijke versie van de kerstboom. Tegen de tijd dat deze brief de ouders bereikte, waren de houten planken evenwel al verworden tot kerstboom en hing de tule al te pronken. 

Onze kinderen knutselden zelf thuis aan de keukentafel een prachtige kerstdecoratie voor hun kerstboom. Dochter`s foto hing braaf in een kerstlijstje in de boom (water bij de wijn), maar haar vilten kerstboompje versierd met kraaltjes was het enige versiersel dat was ontsproten aan de creativiteit en verbeeldingskracht van een vijfjarige. Zoon werd gevraagd om iets te maken voor bovenop zijn klaskerstboom. Dit initiatief kwam van een invloedrijke maar ondergronds rebellerende moeder. Ze moedigde ons aan om vooral veel kleur te gebruiken en zoon lekker zijn gang te laten gaan. Wat zij, gebukt gaande onder de Russische kerstbomenterreur, niet zelf kon doen, zag ze niettemin net zo graag gebeuren als wij. En zo maakte zoon een felgele vilten ster met glimmende plakkers voor bovenop de tule kralenboom die eruit zag als een ontplofte bruidstaart. 

Vandaag vond het befaamde winterfestival plaats. De school stond vol uitbundig versierde kerstbomen. Vóór de bekendmaking van de winnende boom zijn we naar huis gegaan en heb ik snel de whatsapp groepen van mijn telefoon verwijderd. Op naar een vredige kerst. 
December 2015








donderdag 10 december 2015

De Romein


Een aantal weken geleden had zoon "Roman Day" op school. De container was er nog niet, maar ook zonder naaimachine en ander gereedschap kregen we toch een aardige outfit in elkaar geflanst.





woensdag 2 december 2015

De knoop

Het leek zo logisch. Ik zou in januari weer aan het werk gaan. Gesettled in ons nieuwe land, kinderen het grootste deel van de dag naar school: ik had er zin in en niets stond mijn terugkeer naar de werkvloer meer in de weg. Ik begon optimistisch mijn netwerk te benaderen, liet mijn werkgever weten dat ik er klaar voor was om weer aan de slag te gaan en was vanaf het begin open en eerlijk over mijn enige vereiste: werken voor of vanuit het kantoor in onze nieuwe stad. Ik ben niet bereid om mijn familie te verlaten en in een ander land te gaan werken. Dit klinkt wellicht als een zeer voor de hand liggend vereiste, maar dat is het helaas in mijn vakgebied niet. De familie heeft voor de werkgever geen enkele prioriteit. 

Het geluk is soms met je en zowaar, er lijkt zich een mogelijkheid aan te dienen. Een fulltime plek op hetzelfde kantoor als waar man werkt. In theorie precies wat ik zocht. Maar nu, terwijl het interview later deze week gepland staat, dringt de praktijk tot me door. Het kantoor is een regionaal kantoor en ook de post die beschikbaar is, is regionaal. Dat betekent veel reizen. Net als man. Hij is gemiddeld bijna twee weken per maand in het buitenland. Het betekent van acht tot zes op kantoor, deadlines en uitlopende vergaderingen buiten beschouwing gelaten. En dat alles betekent ook dat ons hele familieleven op de schop zal moeten. Ik zal de kinderen niet meer naar school kunnen brengen, ze niet meer van school kunnen halen. Geen huiswerk meer met ze kunnen maken, en lang niet altijd met ze kunnen avondeten, ze kunnen voorlezen en instoppen. Er zal een chauffeur moeten komen, en een nanny. 

Ik loop rond met een hele grote knoop in mijn maag. Want ik wil geen chauffeur en ik wil geen nanny. Ik wil zelf mijn kinderen van school halen en ze `s avonds instoppen. Ik wil later liever worden herinnerd als de moeder die er altijd was voor haar kinderen dan als de vrouw die zo goed hard heeft gewerkt. Ik hou van mijn werk, maar ik hou nog meer van mijn kinderen. In mijn huidige werk behoort een parttime baan niet tot de mogelijkheden. Het is alles of niks. En het moment waarop ik zal moeten kiezen tussen alles of niks is hier. Deze week moet de kogel door de kerk. 

Ik vraag me af waarom ik er zoveel moeite mee heb om de beslissing te nemen. Waarom ik zoveel tranen heb gelaten de afgelopen dagen. Ik heb het geluk dat niet werken niet betekent dat ik mijn gezin in de financiële problemen breng. Man staat achter mijn beslissing, wat die ook is. Ik heb rechten gestudeerd en weet nog altijd niet waarom. Ik zou me graag omscholen en kiezen voor een nieuwe richting die wellicht niet veel baanzekerheid biedt, maar die wel daadwerkelijk mijn interesse heeft. Bovendien zijn er legio mogelijkheden om als vrijwilliger humanitair werk te kunnen doen. Waarom heb ik er dan toch zoveel moeite mee om de beslissing te nemen? 

Er is verdriet. Verdriet om de carriere die ik zo bewust heb gekozen. Verdriet om het verlies van de baan waar ik goed in was en waar ik zoveel plezier en voldoening uit haalde. 

Er is ook angst. Bang wat “men” er van zal vinden ben ik niet. Bang dat ik me zal vervelen ben ik al helemaal niet. Bang dat ik er spijt van zal krijgen, want eenmaal eruit kom ik er niet meer in, ben ik ook niet, al zullen er best momenten komen waarop ik denk “had ik maar nooit”. En toch ben ik ergens bang voor. Het is de angst om mijn zelfstandigheid op te geven. Wat als ik er over vijf of tien jaar alleen voor kom te staan? Wat als man overlijdt of er met een ander vandoor gaat? Hoe hou ik dan de boel draaiende als ik geen baan heb? Als ik er al zoveel jaren uit ben en tegen die tijd op een zodanige leeftijd ben dat ik volledig oninteressant ben geworden voor de arbeidsmarkt. Hoe ga ik dan de kar trekken? Man bezweert me dat hij geen enkele intentie heeft om er vandoor te gaan. En dat mocht het in de toekomst desalniettemin gebeuren, hij mij niet berooid zal achterlaten. Maar hij vroeg mij ook of ik bereid ben om de komende jaren te investeren in het creëren van een zekerheid die hopelijk en waarschijnlijk nooit nodig zal zijn. Dat die investering betekent dat ik de komende jaren niet de moeder zal kunnen zijn die ik graag wil zijn. 

De wereld ligt aan mijn voeten. Mijn gezin staat achter me. Ik kan en mag kiezen voor een toekomst vol nieuwe mogelijkheden. Ik ben een rijk en bevoorrecht mens. Toch loop ik rond met een hele grote knoop in mijn maag. Het is tijd om die knoop voor eens en voor altijd door te hakken. Vrijdag gehaktdag.
December 2015