donderdag 7 mei 2015

Het zal je maar gebeuren

Het gebeurde me. Alsof ik in een slechte dramafilm was beland, zomaar ineens, vanuit het niets. Als een misdadiger met vanalles op het geweten werd ik op het vliegveld bij de paspoortcontrole tegengehouden. U mag het land niet uit. Onverbiddelijk.

Maar laat ik bij het begin beginnen. Toen wij onze twee weken vakantie begonnen en in E. aankwamen, vroeg de jongeman bij de paspoortcontrole of ik in 2010 wellicht een probleem had gehad met mijn paspoort. Dat had ik niet. Ik was in 2008 uit E. vertrokken en was er sindsdien niet meer geweest. Mijn paspoort was twee jaar eerder gestolen in E., waarvan ik aangifte had gedaan. Kon dat er iets mee te maken hebben? De jongeman wist het niet. Zei hij. Op mijn aandringende vraag of er een probleem was, zei hij geruststellend dat dat niet het geval was en wenste ons een prettige vakantie. De vakantie verliep vervolgens inderdaad uiterst prettig, maar toen we aan het einde van de twee weken weer naar huis wilden gaan, bleek het probleem er wel degelijk te zijn. 

Ik schets de situatie. Onze vlucht ging om één uur ´s nachts. Tegen tien uur kwamen we bij de paspoortcontrole, na het inchecken, afgeven van de baggage en de veiligheidscontrole. Zoon slaapdronken met rode oogjes, dochter slapend op mijn arm. Paspoort van man bekeken en gestempeld. Paspoort van zoon, paspoort van dochter, goedbevonden en gestempeld. En toen was ik aan de beurt. De jongedame achter de balie kreeg een diepe frons in haar voorhoofd, keek ernstig naar het scherm, glimlachte toen naar me en vroeg of ik een momentje had. Ze moest even de baas raadplegen. Na een minuut of vijf keerde ze terug. Ik hoefde het niet te vragen. “Er is een probleem”, zei ze. Dochter nog altijd diep in slaap, zwaar wegend op mijn arm. De rood doorlopen oogjes van zoon sperden zich open, hij klampte zich aan mij vast en vroeg met onvaste stem wat er aan de hand was. En dat was nog maar het begin. 

In de loop van de 45 minuten die volgden, werden we naar een apart kamertje gebracht. Daar bleek dat ik een uitreisverbod had omdat het sociale verzekeringsinstituut een rechtszaak tegen mij had aangespannen omdat ik ze geld verschuldigd zou zijn. Het was zaterdagnacht, niks en niemand was bereikbaar, er was geen nadere uitleg voorhanden, alleen een onverbiddelijk uitreisverbod. Dochter nog altijd slapend, zoon inmiddels geheel over zijn toeren, hysterisch huilend op de grond, mijn ziel in duizend stukjes. Man moest weer werken, de kinderen naar school. We hadden geen idee wat er aan de hand was, over hoeveel geld het ging en hoeveel tijd dit zou kosten. Er zat maar één ding op. Man en kinderen het vliegtuig in, en ik niet. 

Dochter was inmiddels wakker geworden. Op dat moment, om elf uur ´s avonds in het hokje van de migratiepolitie op het vliegveld van Q., op dat moment dat ik afscheid moest nemen van man en kinderen zonder te weten waarom en voor hoe lang, leerde ik de alomvattende betekenis van het woord ´hartverscheurend´ kennen.

De baggage kon niet meer teruggehaald worden. Uit de handbaggage haalde ik een flinterdun plastic zakje van de supermarkt en stopte er mijn paspoort, portomonnee, vest, boek en appel in. Op mijn vraag waarom, waarom in hemelsnaam, de jongeman bij de paspoortcontrole twee weken eerder zei dat er geen probleem was, terwijl hij op zijn scherm kon zien dat ik wel degelijk een probleem zou hebben bij het uitreizen, zei de jongedame met tranen in haar ogen dat deze jongeman (ze kon zien in het systeem wie ons toen te woord stond) een nieuwe onervaren werknemer was. Waarvoor excuses. En zo stond ik om één uur ´s nachts met m´n plastic zakje en roodbehuilde ogen bij vriendin I. op de stoep, van wie we eerder die dag afscheid hadden genomen. Die nacht deed ik geen oog dicht. De zondag leek eindeloos te duren. Allerlei scenarios tolden door mijn hoofd, maar uiteindelijk kon ik niet anders dan gissen. Mijn geweten was schoon, maar mijn dossier niet. Een uitreisverbod moet een oorzaak hebben. Mijn vermeende schuld kon niet anders dan torenhoog zijn. Wat was er misgegaan, jaren geleden? Mijn relatie met het sociale verzekeringsinstituut bestond uit de maandelijkse premies die ik afdroeg voor Doña Digna die mijn huis op orde hield. Die premies droeg ik ook daadwerkelijk af, en toen ik vertrok, stopte ik het contract en hield me aan alle opzeggingsvoorwaarden. Ook zondagnacht kon ik de slaap niet vatten. 

Maar het werd uiteindelijk maandag. Bij het krieken van de dag gingen vriendin I. en ik op pad om het probleem bij de horens te vatten. Bij het sociale verzekeringsinstituut konden ze mijn dossier niet vinden. We werden naar de migratiepolitie gestuurd. Daar kwam mijn nummer boven water. Terug naar het verzekeringsinstituut. Dossier gevonden. De directeur keek me meewarig aan zei dat ik inderdaad een schuld had. Het speet hem voor mij, maar er zat niks anders op dan te betalen. Er stonden inmiddels plassen zweet in mijn handen, mijn keel was droog. Met enigszins bibberende stem vroeg ik de overigens uiterst vriendelijke directeur hoe hoog mijn vermeende schuld was. “Achtennegentig dollar, mevrouw…” Ik keek hem glazig aan. “Achtennegentig dollar, mevrouw”. I. en ik keken elkaar aan en konden niet anders dan in lachen uitbarsten. De opluchting won het van de verontwaardiging. Met de knip in de hand, klaar om te betalen en weer huiswaarts te keren, hoorde ik de directeur vervolgens zeggen dat ´mijn zaak´ tot een andere provincie behoorde en dat ik, “helaas mevrouw, het spijt ons”, terug naar mijn stadje zou moeten om daar 98 dollar te betalen en de papierwinkel af te handelen. 

Ik nam diezelfde middag de eerstvolgende bus naar mijn geliefde stadje. Drie uur later was ik bij het sociale verzekeringsinstituut. Wat bleek? Als je iemand uitschrijft, komt er altijd enige tijd later nog een naheffing. Aangezien ze pas twee jaar na de uitschrijving van doña Digna deze naheffing probeerden te innen, konden ze mij uiteraard niet meer vinden. Ik was inmiddels twee woonlanden verder. Op mijn vraag waarom ik destijds bij de uitschrijving niet op de hoogte was gebracht van deze naheffing, volgde slechts een verontschuldiging als antwoord. “Dat moet onze collega destijds zijn vergeten, het spijt ons.” De opluchting was nog steeds groter dan de verontwaardiging. Ik sliep die nacht bij vriendin A. Nu ik wist dat alles de volgende ochtend zou zijn opgelost, hadden we een heel gezellige avond. De kinderen waren inmiddels weer naar school en routine doet wonderen, evenals mijn belofte om cadeautjes voor ze mee te nemen. Wetende dat zij goed zouden slapen, sliep ook ik die nacht als een roos. 

De volgende ochtend werd mijn dossier bij de migratiepolitie opgeschoond. Als vrij vrouw reisde ik terug naar de hoofdstad waar ik diezelfde nacht op het vliegtuig naar huis stapte. 

Toen we die zaterdagnacht op het vliegveld afscheid namen, huilend, bezorgd, onwetend, zei mijn altijd optimistische man dat alles goed zou komen. Dat we er ooit om zouden kunnen lachen. Dat we er uiteindelijk een goed verhaal aan over zouden houden. 

Bij deze.
Mei 2015    

10 opmerkingen:

  1. Bij begin had ik kippenvel, en ik kan mij zo goed voorstellen hoe hartverscheurend het moet zijn geweest voor jullie... En tegen het einde opluchting dat dit goed is afgelopen. Wat jammer dat een fijne vakantie zo eindigt

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Oh my God ik zit hier al te janken bij het idee ooit zo moeten afscheid te nemen van mijn meisjes! Jij moedig vrouwmens!

    BeantwoordenVerwijderen
  3. maar je hebt met toch maar mooi de tranen in de ogen bezorgd ;-) Oef ! (ook al weten we dat eigenlijk altijd op voorhand bij zo'n verhalen, maar toch ...) (enne ... ze zouden het niet elke moeder/vrouw mogen aandoen !)

    BeantwoordenVerwijderen
  4. oh man ik zou flippen !!! Eind goed al goed !

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Dat was ook een goede titel geweest inderdaad, "flippen"! :-)

      Verwijderen
  5. Mijn god... je beschrijving alleen al doet me hier al met tranen in mijn ogen achter de computer zitten. Hoe hartverscheurend moet dat inderdaad geweest zijn. Wat een moed heb jij zeg...

    BeantwoordenVerwijderen
  6. Tjonge tjonge wat een toestand na zo'n gezellige vakantie voor iets wat in het verleden niet in orde was gemaakt...niet door jouw schuld....

    BeantwoordenVerwijderen
  7. wow, kippenvel! Gelukkig dat je nog vriendinnen had om naar terug te keren en die je op konden vangen... En gelukkig een happy end, pfoew!

    BeantwoordenVerwijderen
  8. O my, o my, wat een verhaal lieverd! Jij kunt gewoon uit eigen leven plukken voor ons boek (nog steeds op de bucket list :-))

    BeantwoordenVerwijderen
  9. Wat een verhaal ... en wat een slimme man heb jij :-) Tjonge jonge x

    BeantwoordenVerwijderen