donderdag 16 maart 2017

Visumvreugde

Als West-Europeanen hebben we het visum-technisch niet slecht. We kunnen een aardig deel van de wereld bereizen zonder daarvoor een visum nodig te hebben. Als ik om me heen kijk, een groot voorrecht. Maar sinds we in centraal-Azië wonen, hebben ook wij te maken met de noodzaak tot het bemachtigen van visa, willen we ook in dit deel van de wereld nieuwe, interessante landen ontdekken. En dat is nou precies ons plan voor de aankomende voorjaarsvakantie. Velen brengen vanuit hier hun vakantie door aan de Thaise stranden, maar wij wilden wat meer actie. Bovendien ligt Thailand dan wel op hetzelfde continent, maar toch bepaald niet naast de deur. Wat wel naast de deur ligt, is ons buurland China. Een wereld op zich, die de kinderen al tijden tot de verbeelding spreekt en ook ons intrigeert. Een rechtstreekse betaalbare vlucht van vier uur en vanalles te zien en te doen. De beslissing was snel gemaakt: China zou het worden. Onmiddellijk kregen we van alle kanten adviezen, aanbevelingen en vooral ontmoedigingen. De luchtvervuiling, het weer, de mensen, de hoeveelheid mensen, maar vooral: het visum. Het verkrijgen van een visum voor China had menigeen kopzorgen bezorgd en velen doen afzien van een reisje naar China. Maar wij lieten ons nergens door afschrikken. Wij zouden het visum aanvragen, het visum krijgen en naar China gaan.

Mijn eerste bevindingen waren hoopvol. Het consulaat bleek op nog geen tien minuten lopen van ons huis te zijn gevestigd. Op internet had ik gelezen dat met grote regelmaat voor langere periodes geen visa worden verstrekt aan buitenlanders. Zij die de nationaliteit van ons woonland hebben, kunnen in die periodes wel een visum bemachtigen, maar een ieder ander valt buiten de boot. Mijn eerste telefoontje met het consulaat bevestigde tot mijn genoegen dat ze Engels sprekende medewerkers hebben en momenteel visa verstrekken aan buitenlanders. De vereisten bleken alleszins redelijk. Ik zag het zonnig in. Twee weken na mijn eerste contact, belde ik nogmaals om wat nadere opheldering te vragen over met name het aanvraagformulier dat slechts in het Russisch en het Chinees verkrijgbaar was. Dit keer werden mij aanzienlijk verdergaande vereisten medegedeeld. Een papierwinkel waar je U tegen zegt, waarvan een deel schier onmogelijk leek. Inmiddels hadden we onze vluchten reeds geboekt en de hotels gereserveerd, want zonder geboekte vlucht en gereserveerde hotels wordt je visumaanvraag subiet afgewezen. We begonnen hem dus enigszins te knijpen. Gelukkig werd ik in mijn derde telefoongesprek met het consulaat weer gerustgesteld: de vereisten die mij in eerste instantie waren medegedeeld waren de juiste.

We gingen over tot de volgende stap. Het maken van de pasfoto's. We waren al gewaarschuwd dat het met de foto's heel erg nauw kwam. Ik kan me herinneren dat dat ook het geval was toen we voor onze Nederlandse paspoorten foto's moesten laten maken, dus voorbereid gingen we op pad. Het winkeltje waar we doorgaans onze foto's laten maken, kende de Chinese vereisten wel en verzekerde ons dat het goed zou komen. Dochter op de foto, haren in een vlecht, oren vrij, witte achtergrond, niet lachen. “Ik zal weer als een crimineel-in-de-gevangenis kijken, mama, ok?” Klik, dochter's boeventronie vastgelegd. Zoon op de foto. Zijn oren zijn altijd vrij en het zou slechts moeite kosten om hem wel glimlachend op de foto te krijgen, dus dat was snel gepiept. Toen ik op de foto. Haren achter de oren, niet lachen, klik. De dame van het winkeltje werkte de foto's van de kinderen iets bij, totdat alles precies op de juiste plek zat en er geen haartje meer piekte. Vervolgens ging ze met mijn foto aan de slag. De kinderen stonden er geinteresseerd naar te kijken. “O kijk mama, ze haalt al je haren weg! En je wallen! En je kleren!” Ik was kennelijk allesbehalve China-proof. In nog geen vijf minuten tijd was ik geheel getransformeerd. Van mijn toch al niet overdadige haardos was vrijwel niets meer over. Mijn wallen waren weggepoetst. De trui die ik aanhad was vervangen door een bruin mannenoverhemd. Ik zag er streng uit, als een soldaat strak in het gelid. Tevreden drukte de mevrouw van het winkeltje onze foto's af. Zo was het goed. Met afgrijzen naar mijn nieuwe ik starend, nam ik de foto's in ontvangst. Op hoop van zegen.

Met het Chinese nieuwjaar op komst, belde ik nogmaals naar het consulaat om te vragen wanneer ze dicht zouden zijn. De mevrouw deelde mij de data mede en vroeg of we alle papieren hadden verzameld, waaronder de uitnodiging van Chinese zijde, bankafschriften, verklaring van goed gedrag en gegevens van familieleden die in het woonland achterbleven. Ik begon te zweten. Nee, dat hadden we allemaal niet, want dat was toch niet nodig. We hadden het aanvraagformulier, foto's, kopieën van paspoorten, vliegtickets, hotelreserveringen, geboortecertificaten, trouwcertificaat en kopieën van onze diplomatieke passen. Bij het horen van het woord diplomatiek veranderde de toon en deelde mevrouw ons mede dat het dan waarschijnlijk wel in orde zou zijn. Maar 'waarschijnlijk' garandeerde mij geen goede nachtrust. Ik vroeg mijn man de volgende dag om ook het consulaat te bellen om te vragen wat de visumvereisten zijn. Ik raadde hem aan er niet bij te vermelden dat zijn vrouw al eerder had gebeld: we wilden een onafhankelijk antwoord. Het eerste wat de mevrouw van het consulaat hem vroeg was of zijn vrouw uit Nederland wellicht al eerder had gebeld. Op heterdaad betrapt. Vriendelijk bevestigde de mevrouw dat dankzij onze diplomatieke status in ons woonland de basisvereisten op ons van toepassing waren. Ik hoefde nog slechts op maandagochtend in de rij te gaan staan om de aanvraag af te geven en op de daarop volgende maandag in de rij te gaan staan om de visa op te halen. Soms is het diplomatieke hokje handig. Het zou gaan lukken.

De laatste hobbel lag voor me, klaar om genomen de worden. De rij. Ik had van verschillende kanten gehoord dat het consulaat open is voor publiek van negen tot twaalf. Wie om twaalf uur niet binnen is, kan onverrichterzake weer naar huis. Je moet dus zorgen dat je vroeg in de rij staat. Negen uur is te laat: uiterlijk om acht uur aanschuiven, verzekert je van een plaats aan de juiste kant van de deur. We hadden weinig speling omdat zowel mijn man als ik nog op reis moesten en ons paspoort dus nodig zouden hebben. Die maandag zou het moeten lukken. De weersvoorspelling gaf aan dat het min 19 graden zou zijn om acht uur 's ochtends. Ik zou waarschijnlijk een uur of drie in de rij moeten staan. Voor geen kleintje te vangen, vulde ik mijn rugzak met een thermoskan hete thee, handen en voetenwarmers voor in de wanten en laarzen en een boek. Ik trok twee thermoshirts met lange mouwen aan, twee thermobroeken en daaroverheen mijn skibroek en -jas. Sjaal, muts, wanten, sneeuwlaarzen. Klaar om te gaan. Er stond al een aardige rij toen ik aankwam, maar ik schatte in dat het me zou lukken om voor twaalf uur binnen te zijn. Tot mijn verbijstering was ik de enige plofkip in de rij. De enige buitenlander ook. Iedereen om mij heen had een spijkerbroek aan, of een nette pantalon. Schoenen, een gewone winterjas, een enkeling had een muts op. Ze wreven hun handen warm, hupten wat op en neer, maakten een praatje met hun buurman of -vrouw en wachtten geduldig. Ik las stoicijns mijn boek maar bibberde van binnen van de kou. De thee durfde ik uiteindelijk niet te drinken, want stel dat ik naar de WC zou moeten.

Na slechts twee uur wachten mocht ik naar binnen. Ietwat nerveus gaf ik alle documenten aan de dienstdoende dame. Die glimlachte mij minzaam toe en wist uiteraard precies wie ik was. Na een minuut of tien kwam het verlossende woord: alles was in orde, ik kon de volgende maandag de paspoorten met visa komen ophalen. Eenmaal buiten en het hoekje om verscheen er een belachelijke grijns op mijn gezicht. Gelukt! Het feit dat ik nog naar de andere kant van de stad moest om de visa bij de Chinese bank te gaan betalen – iets dat mij normaal gesproken niet heel blij zou maken – kon me niets schelen. Ik sprong in een taxi, betaalde de visa en sprong in een taxi terug naar huis. Het voelde als een overwinning, als een ongelooflijke prestatie. We zijn verwend. Terugkijkend kostte het een paar telefoontjes, een slapeloze nacht, een paar sessies met een Russisch sprekende vriendin om het aanvraagformulier juist ingevuld te krijgen, een interessante fotosessie, wat kopieerwerk, een koude ochtend en een taxiritje naar de bank. De paspoorten met visa liggen klaar. Morgen vertrekken we. Op naar China.
Maart 2017

1 opmerking:

  1. Wat een heldentocht :D Maar geniet van jullie reisje naar China!

    BeantwoordenVerwijderen