Even pauze...
vrijdag 22 juli 2016
donderdag 14 juli 2016
De laatste A-lijn
Er kwam een tweede Ishi jurk. Dit keer in een donkerblauw-wit gestreept stofje met roosjes dat ik ooit in V. kocht. Het is dan ook geen 100% katoen maar niettemin voelt het fris en soepel aan. Ik gebruikte dezelfde stof voor de hele jurk maar in de zijpanelen kwamen de streepjes vertikaal.
Op de fotos dansen de streepjes, maar het zijn wel degelijk rechte lijnen.
Hoewel ik het patroon nog steeds heel leuk vind, zie ik ineens dat dochter uit de A-lijn is gegroeid. Ik zie het nog wel voor me in een soepel stofje als tuniek, maar zo als jurk... was dit voorlopig de laatste!
maandag 4 juli 2016
Bovenburen
Nooit
eerder woonden we in een appartement. Een appartement met onderburen
en met bovenburen. Het is een ruim, aangenaam appartement met grote
kamers, witte muren en houten vloeren. Een luxe in deze omgeving,
waar appartementen en huizen doorgaans voorzien zijn van donker,
zwaar gedecoreerd behang, lange, zware, gedrapeerde
gordijnen, lompe leren banken, glanzende goudversierde meubels
en als kers op de taart vaak een uitbundige Grieks of Toscaans
geïnspireerde muurschildering over een gehele wand in de woonkamer.
Smaken verschillen. Ons appartement heeft niet alleen witte muren en
houten vloeren, het ligt ook in een fijne buurt met heel veel groen,
grote parken, de nodige winkels binnen handbereik en de groene bazaar
op loopafstand. De groene bazaar is fantastisch. Deels in de open
lucht en deels overdekt, vind je in kleine stalletjes in een
volstrekt onoverzichtelijke wirwar van straatjes alles wat je nodig
hebt. Je moet vaak even zoeken en wat rondvragen, maar doorgaans vind
je wat je zoekt. Ik vind er groente, fruit, vlees, vis, noten, brood,
stoffen, batterijen, sokken, neptaartjes, gloeilampen, verf,
snijplanken, anti-krasviltjes, waterkoker,
boksbal, bekers, gordijnhaakjes, gieter, cadeautjes, nagellak,
schrijfgerei, bloemzaadjes, handdoeken en nagelborsteltjes. Om maar
eens wat te noemen. Ik struin er graag rond. Bovendien hebben we
terrasjes en restaurantjes in de buurt. Man loopt in 20 minuten naar
zijn werk en ik rij in een kwartiertje naar school. Kortom, we wonen
uiterst aangenaam.
Het enige punt van
ongenoegen dat in niet geringe mate afbreuk doet aan ons woongenot,
is de gehorigheid van het appartementengebouw in combinatie met onze
zeer luidruchtige bovenburen. Een gezin met vier kinderen in de
leeftijd van nul tot tien. De baby huilt. Veel. Vooral ´s nachts.
Vader heeft de neiging om, nadat moeder tevergeefs
heeft geprobeerd de baby schreeuwend stil te krijgen, een liedje te
zingen. Nachtenlang zingt hij met luide stem hetzelfde snelle liedje,
het ritme met zijn voet meetikkend op de vloer. Zijn vloer, ons
plafond. De peuter en de kleuter lijken te beschikken over een
onuitputtelijke hoeveelheid energie. Kinderen gaan hier laat naar
bed; 12 uur ´s nachts is een hele acceptabele kinderbedtijd hier. De
peuter en de kleuter boven ons zijn tot ze rond die tijd naar bed
gaan, bijzonder actief en rennen en springen dat het een lieve lust
is. Bij ons gaat om zes uur ´s ochtends de wekker. De kinderen gaan
er om 7 uur 's avonds in en wij volgen zo´n
drie uur later. Om ons vervolgens nog een uur of twee te liggen
verbijten.
Kort nadat we onze intrek
hadden genomen in ons appartement, stonden we op het punt om boven
aan te bellen en vriendelijk doch dringend te verzoeken om de
kinderen na negen uur ´s avonds in het gareel te houden. We vreesden
evenwel dat de taalbarrière
een goed gesprek in de weg zou staan. Hier en daar vroegen we om
advies en tot onze grote schrik werd ons van alle kanten afgeraden om
het gesprek aan te gaan. Volgens de buitenlanders die wij
raadpleegden, zou het probleem alleen maar groter worden. De mensen
in K., zo hadden zij ervaren, voelen zich ontzettend in hun eer
aangetast als je ze aanspreekt op hun gedrag. De kans dat ze beledigd
nog veel meer lawaai zouden gaan maken, was levensgroot. Navraag bij
de lokale bevolking leerde dat dit inderdaad het geval zou kunnen
zijn. In onze cultuur zou menigeen inderdaad zo kunnen reageren, was
het antwoord. Maandenlang beten wij vervolgens op onze tanden. Beter
de huidige geluidsoverlast, dan nog ergere geluidsoverlast. Ik had
nog de hoop dat we de bovenburen zo nu en
dan in de lift of het trappenhuis zouden tegenkomen en zo een
vriendelijke burenrelatie zouden kunnen opbouwen, maar we zagen ze
nooit. We hoorden ze alleen.
Maar toen begonnen de
lekkages. Het water sijpelde onze badkamer in. Er kwamen wat mannen
kijken, er werden wat leidingen vervangen
en het probleem leek verholpen. Al snel begrepen we echter dat de
bovenburen de lekkages hadden aangegrepen om een grootscheepse
verbouwing te beginnen. Wekenlang werd er gedrild, geboord en
gehamerd. Toen de verbowuing zo goed als afgerond leek, liepen ineens
de stralen water de logeerkamer in. Dit keer kwamen er wat vrouwen
kijken. Zij probeerden mij uit te leggen dat er 'iets'
in het appartement van de bovenburen was, dat zij mij wilden laten
zien. Ik ging mee naar boven. Ik zag witte verf die, naar ik begreep,
later die week gebruikt zou worden om de schadeplekken bij ons weer
wit te verven. Of ik hun wit goed vond. Ik vond hun wit prima. Ik zag
ook de vrouw des huizes met de baby op de arm. Ik besloot dat dit
mijn kans was. Dit was het moment. Met alle waterellende die ze bij
ons hadden veroorzaakt, zouden ze niet anders dan welwillend
tegenover mijn uiterst vriendelijk en redelijk verzoek tot
vermindering van de geluidsoverlast kunnen staan. Bovendien zag de
vrouw des huizes er vriendelijk uit en glimlachte ze alleraardigst
naar me. Dit was mijn kans. In mijn beste Russisch legde ik haar het
probleem uit, vriendelijk vragend of het wellicht mogelijk zou zijn
de kinderen na negen uur ´s avonds niet meer te laten rennen en
springen. Geduldig hoorde de bovenbuurvrouw mij aan. Ze lachte nog
altijd vriendelijk en knikte begrijpend.
Toen ik klaar was met mijn betoog zei ze vriendelijk oké.
Ik bedankte haar en ging naar beneden, geheel in mijn nopjes met deze
in het Russisch behaalde overwinning die aanvoelde als een
heldendaad.
Later die dag had ik de
huisbazin aan de telefoon die wilde weten hoe het met de lekkages was
afgelopen. Vol trots vertelde ik haar dat ik eindelijk de moed had
gevonden om het probleem van de geluidsoverlast met de bovenburen te
bespreken. Dat mijn Russisch goed genoeg was gebleken en dat het
bovendien goed scheen te zijn ontvangen. Het was even stil aan de
ander kant van de lijn. Met wie ik had gesproken, vroeg de huisbazin
vriendelijk. Met de vrouw des huizes, antwoordde ik. Het was weer
even stil aan de andere kant van de lijn.
Toen zei ze, met een onderdrukte maar niettemin hoorbare grijns, dat
zij eerder die dag zelf even bij de bovenburen was en daardoor wist
dat de bovenbuurman en -vrouw een paar
dagen de stad uit waren. De zus van de buurvrouw
paste op de kinderen. Ik had dus met de zus gesproken. En, zo
vertelde de huisbazin mij, de zus sprak geen Russisch. Verdwaasd keek
ik naar mijn telefoon. Nu was ik even stil. Ik vroeg of ze dat zeker
wist. De vrouw leek namelijk geheel mee te gaan in ons gesprek,
knikte op de juiste momenten, keek schuldbewust waar gepast en leek
akkoord te gaan met mijn voorstel. En bovendien, zo zei ik inmiddels
met een zekere mate van wanhoop in mijn stem, liet ze op geen enkel
moment weten dat ze mij niet verstond. De huisbazin lachte nu hardop.
Dat is heel gewoon in onze cultuur, zei ze. Als je geen Russisch
spreekt, laat je dat niet merken, dat zou onbeleefd zijn tegenover je
gesprekspartner. En dus lachen en knikken we vriendelijk, alsof we
alles begrijpen.
Die
avond werd er als vanouds gerend en gesprongen. Overmorgen gaan we
een paar vrijstaande huisjes bekijken. Het idee dat we wellicht een
nieuw onderkomen kunnen vinden zonder bovenburen, maakt het donkere,
zwaar gedecoreerde behang en de Griekse tempelschildering bijna iets
om naar uit te kijken.
Juli
2016
zaterdag 25 juni 2016
Een zomerse rok
Het is alweer jaren geleden dat ik voor mezelf een A-lijn rok maakte uit Allemaal Rokjes. Ik draag de rok nog steeds regelmatig. Nu het hier volop zomer is (lees: bloedheet), haalde ik een van mijn favoriete stofjes uit de kast en naaide nog eens zo'n A-lijn rokje.
dinsdag 14 juni 2016
Mijn Russische ik
Ik zou zomaar een Russische kunnen zijn. Vrijwel elke dag word ik op
straat aangesproken door mensen die de weg willen weten naar hier of
daar. Meneren, mevrouwen, studenten, jong en oud, ze zien in mij een
licht afwijkend geklede Russische. De oorspronkelijke bevolking heeft
een duidelijk Aziatisch uiterlijk. Een deel van de bevolking is
evenwel van Russische komaf en in die groep lijk ik helemaal thuis te
horen. Wat uiterlijk betreft, want zodra ik mijn mond opendoe, wordt
er van verbazing een stapje achteruit gedaan. “Oh! Je bent een
buitenlander!”
Ik doe echt mijn best. Ik ben vastbesloten om het Russisch onder de
knie te krijgen en heb al heel wat, en daarmee bedoel ik echt heel
wat, uren studie gestoken in deze taal die mij tergt tot het
uiterste. De basis valt reuze mee. Het Russische alfabet is zo
geleerd, evenals een basiswoordenschat en de beginnersgrammatica. De
uitspraak is niet moeilijk. Maar als dat onder de knie is, begint het
echte werk. Het Russisch heeft een eindeloze hoeveelheid varianten
voor hetzelfde woord, steeds met een uiterst subtiel verschil in
betekenis. De grammatica is niet eenvoudig. De grammatica is om
tandenknarsend gefrustreerd van te raken. Dat gebeurt mij althans met
grote regelmaat. Ik ben dol op nieuwe talen leren. Ik ben dol op
grammatica, eindeloos oefeningen maken. Ik zie hoe rijk deze taal is,
ik kan me voorstellen hoe prachtig Russische literatuur moet zijn in
het Russisch. Maar daar heb ik allemaal helemaal niks aan zodra ik
mijn mond opendoe. Het ontbreekt me op die momenten namelijk aan
tijd. Tijd om na te denken. Gebruik ik hier perfectum of imperfectum?
Welk voorzetsel gebruik ik hier en welke uitgang krijgt het
bijvoeglijk naamwoord, welke uitgang krijgt het zelfstandig
naamwoord? Vervoeg ik dit werkwoord naar groep I of groep II of is
het één van de vele,
vele, uitzonderingen?
Waar in veel opzichten het Nederlands, Engels, Duits, Spaans, Frans,
Italiaans op elkaar lijken, tot elkaar te herleiden zijn, komt het
Russisch van een andere planeet. De planeet waar de Romaanse en
Germaanse talen eensgezind samenwonen tegenover de Slavische planeet,
helemaal aan de andere kant van de melkweg. Slechts de moderne
woorden zijn makkelijk te onthouden. Die zijn vanuit het Engels
fonetisch omgezet in het Russisch, met gebruik van veel letters,
waardoor ik vaak even aan het puzzelen ben om vervolgens met een
grijns te beseffen dat hier 'parking' staat, of 'businessman'. Maar
het Russisch bestaat bovenal uit hele lange woorden met heel veel
medeklinkers die mij met geen mogelijkheid doen denken aan hetzelfde
woord in het Nederlands, Engels, Frans, Duits, Spaans... Ik kan een
uur lang woordjes stampen om een dag later van de pak 'em beet 50
woorden me er met de beste wil van de wereld niet meer dan 7 te
herinneren. De grijze haren tieren ineens welig.
Ik versta al die mensen die mij de weg vragen inmiddels redelijk
goed. Ik weet vaak ook prima waar ze heen moeten om hun bestemming te
bereiken. Maar zodra ik mijn mond opendoe om te antwoorden, beginnen
de radartjes in mijn hoofd al krakend en piepend te draaien, op zoek
naar het correcte Russisch. Maar ik win het niet van de tijd. Na een
paar seconden “da...” en “eh...”, komt het onvermijdelijke
verbaasde stapje achteruit en het “Oh! Je bent een buitenlander!”
En weg zijn ze. Want ze moeten naar hun bestemming en hebben geen
tijd te verliezen. Een vriendelijke, meestal oudere, dame of heer
zonder haast wil nog wel eens welwillend naar mijn gehakkel blijven
luisteren, bereid me te helpen en aan te moedigen.
Mijn frustratie over de gevoelsmatig verloren studie-uren liep op een
gegeven moment zo hoog op, dat ik mijn lat wat lager heb gelegd. Eén
keer in de week les, zodat de hoeveelheid te verwerken en te
onthouden leerstof hanteerbaar blijft en ik tijd overhou voor andere
dingen. Ik heb een aantal welwillende en geduldige oefenpartners om
me heen verzameld. De concierge, de dame die ons huis helpt
schoonhouden, de fruitverkoper op de hoek, het meisje van het
postkantoor, de veiligheidsbeamte op school en natuurlijk mijn
Russische juf. Zij is tevreden met mijn vooruitgang en elke week weer
in haar nopjes omdat ik alle oefeningen heb gemaakt. Met mijn
doorzettingsvermogen kom ik er wel, zegt ze. Ik zelf zie met name nog
een he-le lange weg voor me. Je bent 43, zegt m'n juf meelevend.
Dan gaat het nou eenmaal allemaal wat trager. De grijze haren tieren
ineens welig.
De lat ligt nu op een licht uitdagende maar niettemin comfortabele
hoogte. Als ik het even niet meer zie zitten, blader ik door mijn 10
jaar oude schriften Spaans. Ooit heb ik op alles wat daar in staat,
hard gestudeerd. Lang niet zo hard als ik nu moet studeren op het
Russisch, maar toch. Nu is het Spaans me geheel eigen en alles voelt
vanzelfsprekend. Over een paar jaar zal ik de weg wijzen en zal de
persoon die mij aansprak een stapje achteruit doen van verbazing.
“Oh! Wat spreek jij goed Russisch voor een buitenlander!”
Juni 2016
maandag 6 juni 2016
Op herhaling
De Candyjurk blijft geliefd. Nu versie 1 langzaamaan te klein wordt en versie 2 bijna opgedragen is, zag versie 3 het licht. Ik hou van verlaagde tailles en verlaagde bij deze derde versie de taille dus met een centimeter of 3. Ze fietste er zo mee weg.
Het stofje kocht ik vast ooit op de markt.
Ik knipte weer een cm extra aan de hals en de mouwen en zoomde het alles netjes om. Blijft uiteindelijk toch langer mooi.
Nu, twee weken na de fatale knipbeurt, is hond weer zwart. Het kale grijze velletje heeft weer een dun laagje vacht en het patchwork effect is verdwenen. Ze kan met goed fatsoen weer op de foto, al blijft ze wat naakt vergeleken bij haar vorige fotosessie.
Het stofje kocht ik vast ooit op de markt.
dinsdag 31 mei 2016
Kaal
Eén
keer moest de eerste keer zijn. Het kan immers niet altijd
rozengeur en maneschijn zijn...
Het
gaat ons goed. We wonen in een schitterend land, in een aangename,
groene en veilige stad. Hoewel met name zoon het de eerste maanden
niet makkelijk heeft gevonden, zijn beide kinderen inmiddels geheel
ingeburgerd op school. De mensen zijn vriendelijk en waarderen onze
verwoede pogingen om de taal onder de knie te krijgen. Het is een
land om van te genieten en de tijd vliegt dan ook voorbij. De zomer
werd herfst, de winter kwam en ging en de lente gaat inmiddels over
in een nieuwe zomer.
Na
jarenlang een korte coupe te hebben gehad, hadden we hond's
vacht voor de winter weer lang laten groeien. Haar moeder was een
cockerspaniel, haar vader een teckel. Echt. Ze erfde de pootjes van
haar vader en de vacht van haar moeder. Lange dikke zwarte krullen.
Ze was de afgelopen maanden een wandelende bal vacht. Nu de
temperaturen met rasse schreden richting de 30 graden gaan om daarna
door te stoten naar de 40, was het weer tijd voor de zomercoupe.
In
V. bracht ik hond elke twee maanden naar dezelfde dierenwinkel, waar
een stuk of vier jongemannen een trimsalon runden. Ze leverden haar
altijd netjes gekortwiekt weer af, al dan niet met roze strikjes op
de oren. Hier moesten we op zoek gaan naar een nieuwe hondenkapper.
Mijn Russische lerares was zo vriendelijk om voor mij op onderzoek uit
te gaan. Russisch googlen gaat me nog niet zo best af. Ze vond een
dierenkliniek met trimsalon, niet ver van ons huis. Ik belde zelf om
een afspraak te maken. Dat gaat me al redelijk goed af. Hond en ik
gingen op pad en na een minuut of tien stonden we voor de deur van de
dierenkliniek met trimsalon. Ik zag slechts een dichte voordeur en
een uithangbord, maar alles in mij zei me rechtsomkeert te maken. Het
begon te regenen. Het was warm. Ik keek naar hond. Ik zag vacht. Ik
moest het een kans geven, zei ik tegen mezelf, en ik duwde de
voordeur open. Het zou onze eerste negatieve, ik zou haast zeggen
traumatische, ervaring worden in K.
Eenmaal
binnen was er geen weg meer terug. De dierenkliniek met trimsalon
bleek een bedompt kamertje te zijn waar al in geen jaren echt was
schoongemaakt. Op de vloer lag heel oud zeil met houtmotief. In alle
gaten en kieren had zich een zwarte brij van stof en vuil genesteld.
In het midden stond een kleine, hoge, metalen tafel met een
afzichtelijk oranje plastic kleedje er op. Nog voor mijn hersens al
deze informatie goed en wel hadden doorgekregen, tilde een enorme
hand in één
zwaai hond bovenop de metalen tafel. “Daar bent u dan”, begroette
een harde lage stem ons. Aan de enorme hand zat een hele grote man
vast. Zijn dikke buik omspannen met een leren schort. Een groot,
rond, ietwat rood hoofd met een korte baard. Het stereotype slager.
Hij was voorbereid. In zijn andere enorme hand bleek de tondeuse al
aan te staan en met een enthousiaste zwaai raspte de man de eerste
reep vacht van de hondenrug af. Bleek van afgrijzen zag ik dat de
tondeuse op stand nul stond. Nog half verscholen onder de dikke
omliggende vacht, schermerde een bloot, kaal, grijs, bibberend
velletje. Naar adem snakkend piepte ik dat dat te kort was. Ze moest
niet kaal, ze moest kort. Maar ik wist dat het te laat was. De slager
probeerde mij nog te doen geloven dat dit de meest gezonde optie was,
maar in werkelijkheid had hij geen idee waar hij mee bezig was. Dat
vacht bescherming biedt, vond deze dierenarts duidelijk onzin.
Toen
hond zwak protesteerde, haalde de slager vier smerige touwen
tevoorschijn en begon die aan hond's pootjes vast te binden. Ik zag
die enorme handen bezig met die kleine pootjes en met het beeld van
een invierengedeeld hondje op mijn netvlies, perste ik er een zodanig
ferme “njet” uit, dat ik de daarop volgende twee uur lang zelf de
pootjes van hond heb vastgehouden, ondertussen kalmerende woordjes
fluisterend tegen het trillende beest. Toen de slager ook haar koppie
onder handen wilde nemen, zijn we vertrokken. Haar hele lijfje was
kaal, met hier en daar een waas zwart haar. Een patchworkhond.
Nog
slechts half zo groot als voorheen, lijkt ze op een uit de kluiten
gewassen rat met een huidziekte, waar een doddig hondenkopje op
gemonteerd is. Het groeit wel weer aan, zeggen hond en ik voortdurend
tegen elkaar. Het groeit wel weer aan.
Mei
2016
woensdag 25 mei 2016
Ishi jurk
Vorig jaar brachten mijn schoonouders twee grote lappen katoen voor me mee uit India. Ik gebruikte ze voor een zomerse Ishi. Een leuk patroon van Straightgrain dat vraagt om meer versies!
De zelfkant van de stof gebruikte ik als mouwzoom en voor de bovenkant van de zak.
In deze Ishi ging slechts een stukje van de grote lappen, dus dezelfde stof zal te zijner tijd ongetwijfeld nogmaals voorbijkomen.
woensdag 18 mei 2016
Op m'n eentje
Waar het idee precies vandaan kwam, weet ik niet meer. Maar ineens was het er. Een weekendje kamperen voor vaders en zonen. Een stuk of zes families sloten zich bij het idee aan en zodra zoon er lucht van kreeg, werden ook hij en zijn vader deel van de groep. Nadat vol enthousiasme was besloten dat ze inderdaad aankomend weekend met de groep zullen gaan kamperen, ging mijn eerstvolgende gedachte naar de tijd die ik in datzelfde weekend rustig met mijn dochter zou gaan doorbrengen. Tijd voor haar, tijd voor mij, tijd voor samen. Zij en ik.
Ik ben graag alleen. Alleen in de zin van ik, of ik en mijn kind(eren), of ik en mijn man. Lang geleden, toen ik nog in Nederland woonde, had ik een gewoon Nederlands leven. Werk, sport en sociaal leven. Dat sociale leven bestond met name uit uitjes en etentjes. Lang op voorhand geplande uitjes en etentjes. Iedereen was altijd druk. Als ik zin had om iets te gaan drinken met iemand, dan kreeg ik te horen dat die iemand dinsdag over twee weken tijd had. Of ik dinsdag over twee weken nog altijd of wederom zin zou hebben om iets te gaan drinken, deed niet ter zake. Als ik die iemand wilde zien, moest de afspraak in de agenda worden genoteerd en nagekomen. Werd ik vervolgens gevraagd of ik zin had om iets te gaan drinken, dan was mijn agenda dus ook op voorhand al volgepland en zo verwerd ik ook tot iemand die het altijd druk had.
Toen ik Nederland verliet, werd alles anders. Ik kwam terecht in de binnenlanden van Zuid-Amerika. Ik had collega´s, maar aangezien ik de baas was, werden die collega´s op dat moment nooit echte vrienden. Ik had buren en bekenden, lieve mensen waar ik geregeld thee mee dronk, maar diepe vriendschappen kwamen niet tot stand. In het dorp waar ik woonde, was ik vooral een buitenlandse bezienswaardigheid. Ik werkte lange dagen en bracht mijn schaarse vrije tijd geheel tevreden met name alleen door. In de jaren die volgden, ontmoette ik mijn huidige man met wie ik een weekendrelatie kreeg die uitmondde in een huwelijk en een kind. Toen we naar de Caucasus verhuisden, werkte ik weer lange dagen en eenmaal thuis, wilde ik vooral met mijn kindje bezig zijn. Het feit dat we de taal niet spraken, bracht ons ook enigszins in een sociaal isolement waar ik, dankzij mijn lange werkdagen, evenwel in het geheel niet onder leed. De jaren die we daarna wederom in Zuid-Amerika doorbrachten, waren in zekere zin ook eenzame jaren. Inmiddels hadden we twee kinderen en was mijn man aan de beurt om te werken. Ik genoot van het moederschap, ik sprak de taal en kreeg fantastische vrienden. Niettemin bracht ik een groot deel van mijn dagen alleen thuis door. De onveiligheid op straat zorgde voor een leven dat zich voornamelijk binnen de muren van ons huis afspeelde.
Na al die jaren ben ik gewend aan het alleen zijn. Ik ben graag alleen. Ik ben ook graag onder de mensen, maar de vanzelfsprekendheid waarmee ik me vroeger in de massa begaf, is er af. Grote groepen mensen schrikken me wat af en een dagenlange aaneenschakeling van sociale bijeenkomsten, afspraken en gezelligheden ervaar ik al gauw als verstikkend. Ik moet altijd even terug naar de basis, mijn eilandje van alleen-zijn. Nu we wonen in een stad waar vanalles te doen is en waar de weinige buitenlanders graag veel samen ondernemen, voel ik vaak een overdosis aan sociale verwachtingen. Er is het groepje Spaans-sprekenden dat elke dinsdag samen luncht. Er is de groep moeders die vaak het broodnodige bezoek aan de grote supermarkt omtovert in een dagvullend uitje. Er is de groep moeders die elke week in een ander restaurant luncht en zo de internationale keuken in de stad verkent. Er is de groep die elke maandagochtend gaat wandelen in de bergen. Er is de groep moeders die elke dinsdagavond naar de sauna gaat. Er is het groepje dat elke maand een spelavond organiseert. Er is het groepje moeders dat om de woensdag een speelmiddag voor de kinderen organiseert. Er is de groep die voor het eerst in het buitenland woont en zo snel mogelijk zoveel mogelijk bezienswaardigheden wil zien. Ik voel me vereerd dat ieder groepje mij liefdevol uitnodigt, maar ik zou er letterlijk mijn hele week mee kunnen vullen. Ik bewonder het nimmer aflatende enthousiasme van de mede-moeders, hun energie en groepszin. Maar ik kan ze niet bijhouden. Ik krijg het er spaans benauwd van. En dus zeg ik regelmatig nee. Dat gaat me steeds beter af. Ik ben leuker gezelschap als ik slechts af en toe mee ga met de groep.
Het vooruitzicht om aanstaand weekend rustig met dochter door te brengen, sprak mij aan. De moeder van een mede-kampeerder had geopperd dat de moeders en eventuele dochters wellicht op zondagochtend een bergwandeling zouden kunnen maken. Dat leek me een prima idee. Maar toen verscheen er een bericht op mijn telefoon. Ik was ineens lid van de whatsapp groep ´girls weekend´. Onmiddelijk stroomden de berichten van de ´girls´ binnen. Het eerste bericht luidde, “Ik weet niet wat het plan voor het weekend is, maar ik heb er nu al zin in!” De toon was gezet. Het regende ideeën. De mannen zullen zaterdag om half negen ´s ochtends vertrekken en zondag om een uur of vier weer thuis zijn. De vrouwen planden in nog geen kwartier tijd een zodanige hoeveelheid gezamenlijke activiteiten dat de moeders en eventuele dochters van zaterdagochtend half negen tot zondagmiddag vier uur onder de pannen zullen zijn. Zaterdagochtend en voormiddag: knutselen bij moeder A. Zaterdagmiddag: wijn en pizza bij moeder B, gevolgd door een collectieve logeerpartij in het reuzehuis van diezelfde moeder B. Zondagochtend en -middag: bergwandeling met picknick.
Ik voelde me een vreemde eend in de bijt. Waar alle moeders wildenthousiast waren, zonk mij de moed in de schoenen. Ik voelde mijn eilandje van alleen-zijn overspoeld worden door torenhoge golven van gezamenlijke gezelligheid. Een paar dagen geleden namen we afscheid van mijn geweldige schoonouders die twee fantastische weken bij ons doorbrachten. Volgend weekend gaan we met een bevriende familie een trip maken naar een beroemd en naar verluid prachtig ravijn. Dit weekend wil ik rustig met mijn dochter doorbrengen. Tijd voor haar, tijd voor mij, tijd voor samen. Zij en ik. Toen ik man de berichtenstroom en het uiteindelijke plan liet lezen, barstte hij in lachen uit. “Echt iets voor jou”, grijnsde hij.
Nee zeggen gaat me steeds beter af. Zondagochtend zullen dochter en ik enthousiast deelnemen aan de bergwandeling met picknick. Maar de rest van het weekend is het zij en ik. Ik ben nu eenmaal verworden tot wie ik ben, en ik ben leuker gezelschap als ik slechts af en toe mee ga met de groep.
Mei 2016
dinsdag 10 mei 2016
Barnaby Bear
Schoolbeer Barnaby kwam thuis met een lelijk en bovendien kapot zwart plastic koffertje. Die moest nodig vervangen worden, vond dochter, door een stoere rugzak.
Een simpel klusje dat snel geklaard was. Gemaakt van restjes ribstof naar het patroon van de turnzak in Stof-voor-durf-het-zelvers.
Abonneren op:
Posts (Atom)
