Zoals al aangekondigd, was ik nog niet door m'n wafelstof heen. Dit keer twee tinten groen, samengebracht in een jurk waar dochter zot van is. Het bovenstukje baseerde ik op een patroon uit Stof Voor Durf Het Zelvers, de plooirok maakte ik aan de hand van wiskundige youtube tutorials. Het bovenstukje is gevoerd met een bloemetjes katoentje.
maandag 27 november 2017
donderdag 9 november 2017
Niks doen
Vorige week waren we in
één van onze buurlanden, net
als ons woonland een '-stan' en net als ons woonland op papier een
democratie, terwijl in werkelijkheid 'autoritair leiderschap' de
lading een stuk beter dekt. We reisden een week door dit buurland.
Een land met een rijke historie en cultuur en een aantal beroemde
steden die in vroeger tijden een centrale rol speelden op de oude
zijderoute. Er was veel te zien en de week was kort, dus we hadden
een goed gevuld reisplan. Niks doen werd desalniettemin mijn thema
van de week.
In
de verschillende steden bezochten we schitterende madrassahs,
moskeeën en mausolea, allemaal voorzien van een blauwe koepel en
indrukwekkende mozaieken in prachtige patronen. Aan het einde van dag
twee vroegen de kinderen zich af hoeveel blauwe koepels ze nog zouden
moeten bekijken. Het waren er dan ook heel veel. Ik verbaas mij elke
reis weer over de hoeveelheid cultuur en geschiedenis die de kinderen
tot zich nemen, geduldig luisterend, rondkijkend en vragen stellend.
Ze zijn er van jongs af aan aan gewend dat wij onze vakanties
doorgaans niet doorbrengen op de camping of aan het zwembad, maar
soms overstijgt hun uithoudingsvermogen het mijne.
Het
is een kwestie van balans. Een dagdeel cultuur en geschiedenis en een
dagdeel kindvriendelijker activiteiten zoals een park, een
interactief museum, een zwembad of heel veel ijs. Het is ook een
kwestie van slimme truukjes. Geef je kind een eigen fototoestel. Niet
zo'n kindertoestelletje waar net twintig fotos van belabberde
kwaliteit op bewaard kunnen worden, maar een eenvoudig digitaal
cameraatje met extra geheugen voor heel veel fotos en filmpjes. Onze
kinderen scheppen groot genoegen in het maken van filmpjes (met zoon
achter en dochter voor de camera) waarin ze hun denkbeeldige
achterban – bestaande uit duizenden trouwe subscribers van hun
youtube kanaal – met verve op de hoogte brengen van, wel, van
alles. Van de historische achtergrond van het bouwwerk dat ze
bezichtigen, via het ontbijt in het hotel en de beschikbare televisie
kanalen, tot het aantal minuten dat hun vader op het toilet
doorbrengt.
Ze
maken ook een dagboek van elke reis. Toegangskaartjes, treintickets,
boardingpasses, kaartjes van de hotels, alles wordt er in geplakt en
aangevuld met tekeningen. Ze schrijven over dat wat hun aandacht
trekt, hoogtepunten, dieptepunten, de ene dag meer dan de andere dag.
Thuis lezen ze vaak en graag hun dagboeken, geschreven op multomap
blaadjes zodat er altijd nog wat kan worden bijgevoegd, er alleen een
pakje papier in de rugzak mee op reis hoeft en alle dagboeken bij
elkaar in een multomap bewaard worden, als een persoonlijk reisboek.
Het maken van een dagboek houdt hun herinneringen levendig en
vergroot het reisplezier.
Ik
dwaal af. Niks doen dus. Op dag drie namen we de hoge snelheidstrein
voor een reis van twee uur. De trein was snel, comfortabel en schoon.
Ik ging zitten, keek een minuut of tien naar de voorbijrazende
katoenvelden en werd vervolgens enigszins onrustig. Ik besefte
namelijk dat ik zin had om niks te doen. Gewoon zitten en he-le-maal
niks doen. Uiteraard had ik met niks doen geen rekening gehouden.
Voor de drie treinreizen die we tijdens onze trip zouden maken, had
ik mijn Russische huiswerk, een boek en mijn schrijfschrift
meegenomen. Ik zou die treintijd namelijk uiterst nuttig besteden en
op de hielen gezeten door mijn vermaledijde te-doen-lijst die dag en
nacht in mijn nek hijgt en die naarmate ik meer afstreep alleen maar
langer in plaats van korter lijkt te worden, was niks doen op
vakantie duidelijk geen optie. Maar daar zat ik, met ineens een niet
te negeren zin in niks doen. Niet lezen, niet schrijven, niet leren,
zelfs niet naar buiten kijken. De ijzeren discipline die zich ooit,
lang geleden, in mij nestelde, beschouwt niks doen doorgaans als
ongewenste tijdverspilling en houdt me met vaste hand en strenge blik
op de koers die de te-doen-lijst mij onverbiddelijk als door een
megafoon onophoudelijk toeschreeuwt.
Hardnekkig
proberend een nieuwe koers uit te stippelen, besloot ik mijn hakken
in het zand te zetten en niks te doen. Eėn
uur en vijftig minuten lang. Mijn voldoening was groot toen ik dit
niet alleen voor elkaar kreeg, maar er bovendien oprecht van genoot.
Zonder schuldgevoel stak ik een denkbeeldige tong uit naar mijn
dwangmatige ik en vierde mijn succes met een triomfantelijk gevoel
van innig welbehagen.
Voortaan
bovenaan de te-doen-lijst: een kwartiertje niks doen.
November
2017
maandag 30 oktober 2017
pyjama
Zoon had een nieuwe pyjama nodig en afgelopen zomer spotte hij op de Nederlandse markt een skaters stofje. Het patroon tekende ik zelf, aan de hand van een reeds in gebruik zijnde pyjama broek en het raglanpatroon dat ik onlangs voor dochter tekende.
Zoon, kan je misschien een keer op de foto zonder te d.... Nee dus, dat kon niet.
maandag 16 oktober 2017
Beter
“Ik denk dat ik gewoon
beter ben, maar ik zal niet tegen papa zeggen dat ik van je heb
gewonnen”, zei hij met een grijns. Het was nooit de bedoeling
geweest om tegenover mijn zoon op de tennisbaan te eindigen en nog
minder om vervolgens glansrijk ten onder te gaan en met grote cijfers
te verliezen van mijn negenjarig kind. “Maar je tennist wel vrij
slecht, mam”, voegde hij er nog aan toe, met een sussend klopje op
mijn bezwete rug.
Onze kinderen zijn vrij
om, binnen de grenzen van het mogelijke, hun eigen hobbies te kiezen.
Zoon koos vorig jaar voor tennis, gewoon zomaar, uit het niets. Man
noch ik zijn tennissers. Lang geleden, toen ik in Ecuador woonde,
vrijgezel was en eindeloos lange dagen werkte, besloten een collega
en ik iets aan sport te gaan doen. Het werd tennis, op het pleintje.
Met onze werktijden was de enige optie half zes 's ochtends. Dat
lukte ons welgeteld drie keer, toen gaven we er, overmand door
slaapgebrek, de brui aan.
Een vriendin vertelde me
onlangs dat iemand ooit ergens na een grootscheeps onderzoek tot de
conclusie was gekomen dat muzikale kinderen vaak tennis als sport
kiezen. Waar of niet, zoon is een muzikaal kind met aanleg en passie
voor tennis. Dochter zag tennis ook wel zitten en uit praktisch
oogpunt ben ik groot voorstander van synchroon lopende hobbies. Maar
waar dochter voornamelijk met haar racket over de baan danst op de
muziek die uit de kantine schalt en nog altijd zeker zoveel ballen
mist als raak slaat, is zoon aan het tennissen. Snoeiharde strakke
ballen, met preciezie geplaatst.
Er is meer dat zoon kan
en ik niet. Gitaar spelen. Drummen. Maar omdat ik hem nog altijd kan
helpen en bijsturen, voelt dat anders dan te worden ingemaakt op de
tennisbaan. Of een sprintje niet meer vanzelfsprekend te winnen. Of
tijdens een potje voetbal moeiteloos voorbij gepingeld te worden. De
tijden van het kind laten winnen zijn voorbij. Met weemoed denk ik
terug aan de jaren waarin we genoten van de opgetogen smoeltjes als
ze hadden 'gewonnen'. Nu het voor het karakter best goed zou zijn als
ze eens zouden verliezen, krijgen we het niet meer voor elkaar, hoe
hard we ons best ook doen.
Taal, ook zo'n ding
tegenwoordig. Met een Nederlandse moeder, een Spaanse vader en
Engelstalig onderwijs, zijn onze kinderen drietalig. Bovendien leren
ze nu Russisch ėn de
lokale taal. Stug doorploeterend ga ik in het Russisch nog altijd aan
de leiding, maar van de lokale taal heb ik geen kaas gegeten. In de
wetenschap dat hier meer mensen Russisch dan de lokale taal spreken
en me bewust van de moeilijkheidsgraad van het Russisch, hou ik het
daarbij. Maar op school leren de kinderen dus beide talen. Gevolg:
mijn kinderen spreken een taal die ik niet beheers. Dat is een zeer
eigenaardige gewaarwording. Waren het eerst losse woordjes, inmiddels
zijn het conversaties. En ik sta er bij en kijk er naar.
Het zal een nieuwe fase
zijn. De fase die volgt op de 'ik heb kleine kinderen' fase. En die
voorafgaat aan de fase van het loslaten en de fase van de puberteit
die ongetwijfeld met rasse schreden nadert. Als ik daar aan denk,
breekt het zweet me uit. Dan toch liever dat sussende klopje op mijn natte rug. “Je bakt er niks van, mama. Ik ben gewoon beter.”
October 2017
woensdag 4 oktober 2017
Raglan trui
Zoals gezegd, kocht ik wafelstof in meerdere kleuren. Na de Nore jurk maakte ik nu een trui. Het patroon nam ik over van een trui die al in dochter's kast ligt, ook geheel gemaakt uit niet-rekkende stof en daardoor met een iets wijdere hals. We zijn nog altijd fan van wafelstof en nog niet door alle kleurtjes heen!
zondag 24 september 2017
Ham
We zien elkaar als ik in
Nederland ben. Doorgaans hooguit twee keer per jaar. Mijn
allerliefste vriendin sinds we acht jaar jong waren. Deze zomer
gingen we een dag naar het bos. Stokken slepen, hutten bouwen, pootje
baden in het meer. De kinderen samen spelend alsof ze bij elkaar om
de hoek wonen en elkaar wekelijks zien. Wij pratend, verdergaand waar
we gebleven waren alsof we, net als vroeger, veelvuldig bij elkaar op
de bank zitten, thee drinkend en chocolade etend. Vroeger vroegen de
mensen vaak of we zussen zijn, al lijken we uiterlijk niet echt op
elkaar. Innerlijk wel. Geen twee druppels water, maar overeenkomsten
genoeg.
Het bos dus. Na een
aangename middag keerden we terug naar haar huis voor een eenvoudig
avondmaal voor we de trein terug zouden nemen. Terwijl wij in het bos
waren, pratend en genietend, had haar man boodschappen gedaan. De
tafel gedekt. Een salade gemaakt. Op het moment dat wij binnen
kwamen, was hij tosti's aan het maken. Een flinke stapel, vier
hongerige kinderen. Ik dacht: Wow, wat een man. Zij zei: Wat heb je
nou voor ham gekocht, die smaakt naar niks! En daar was de spiegel.
Levensgroot. Haarscherp. Ik hoorde mezelf. Niet, zoals zij, een losse
opmerking die direct overwaaide, maar mezelf, dag in dag uit. Ik heb
ook een wow-wat-een-man. Maar ik bekritiseer de ham die hij koopt
elke dag. Wat mij niet bevalt, moet hij bezuren. De oorzaak ligt
zelden bij hem, het probleem in kwestie is doorgaans een futiliteit.
Maar mijn vinger wijst. Jij. Ik weet uiteraard heel goed dat die
vinger naar mijzelf zou moeten wijzen. Ik zit niet goed in mijn vel?
Dan zal ik daar ik daar iets aan moeten doen. De bal ligt bij mij.
Het ham-incident is bij
mijn vriendin thuis allang vergeten. Hier niet. Het was een scherpe,
glasheldere spiegel voor mij en meerdere keren per week snoer ik
mezelf de mond, als een soort mantra herhalend, “Ham. Ham. Ham.”
De bal ligt bij mij en ik zal hem aan het rollen krijgen. Het is
geweldig om een wow-wat-een-man te hebben, maar het zou nog leuker
zijn als die wow-man ook een wow-wat-een-vrouw zou hebben.
Laatst kwam een vriendin
eten. Terwijl wij gezellig aan het bijpraten waren, nam man de taak
op zich om de broccoli te koken. Die kwam uiteindelijk zachter op
tafel dan mij lief is. Voordat ik mijzelf aan de ham kon herinneren,
zei ik het. “De broccoli is te gaar gekookt. Alweer.” Vriendin
reageerde sussend dat de kinderen er niet wakker van zouden liggen.
Tijdens het eten bedankte ze man voor de heerlijke maaltijd die hij
had gekookt terwijl wij aan het bijpraten waren.
Dat halflege glas van mij
moet halfvol. De ham en de broccoli liggen op mijn bord. Ik zal
kauwen en slikken tot alles op is. Vastbesloten.
September 2017
woensdag 13 september 2017
Nore dress
Ik ben fan van wafelstof. Ik had donkergrijs en lichtroze in de kast liggen, samen, alsof ze bij elkaar hoorden. Toen ik het patroon van de Nore dress onder ogen kreeg, was de optelsom snel gemaakt. Kopen, plakken, knippen. Ik knipte het patroon door daar waar ik de kleuren wilde laten samenkomen, recht toe recht aan.
In de zomer kocht ik nog wat wafelstof in verschillende kleuren bij mijn favoriete stoffenkoopman op de markt. Ik zie hem twee keer per jaar als ik in Nederland ben, en altijd weet hij wie ik ben en in welk land we wonen. Altijd enthousiast. Hoe zou ik geen stof bij hem kunnen kopen?
maandag 4 september 2017
Blote billen
Zevenentwintig uur. Het
is half drie 's middags en de komende zevenentwintig uur zijn voor
mij. Ik loop door de tuin naar de poort en draai die met een ferme
zwaai op slot. Als ik me omdraai, glinstert het zwembad me tegemoet.
Uit de keuken pak ik de dikste perzik die er ligt en verorber die in
de schaduw op het terras. Zo zoet en sappig als de perzikken 's
zomers op het eiland zijn, heb ik ze nooit elders geproefd. Ik eet er
nog één.
Het is drie uur en ik kijk om me heen. Platteland zover als mijn oog
reikt. De kip van onze verre buur kakelt over ons terrein. Heel in de
verte mekkert een schaap. Verder is het stil. En leeg. Het is
allemaal helemaal voor mij, de komende zesentwintigeneenhalf uur.
Ik
ga een boek lezen. Ik ga eindelijk een boek lezen. In de hektiek van
het dagelijks leven kom ik daar zelden aan toe. In de hektiek van de
zomermaanden evenmin. Maar nu ga ik een boek lezen. Ik smeer me van
top tot teen in met zonnebrandcrème.
De rug blijft gedeeltelijk onbesmeerd. Ik doe alsof ik er geen erg in
heb en trek mijn bikini aan. Twee dagen eerder bleek mijn bikini 's
ochtends ineens volstrekt elastiekloos te zijn geworden en kocht ik
bij de buurtsuper zonder te passen een nieuwe. De borsten zijn
driekwart bedekt, de billen nog niet voor de helft. Als ik loop heb
ik het gevoel dat het bilvlees bij elke stap uitbundig onder het
lapje bikini vandaan zwabbert. Vandaag geeft het niks, ik ben alleen.
Ik duik met een zwierige boog het zwembad in. Als ik weer bovenkom
gaan de handen uit gewoonte direct naar de borsten om te controleren
of het bovenstukje nog enigszins op zijn plek zit. Ik kijk om me heen
en trek dan resoluut het bovenstukje los. Vroeger liepen we altijd
topless op het strand, iedereen liep vroeger topless op het strand.
Ergens gedurende de afgelopen twintig jaar is de norm een stuk
preutser geworden. Maar in mijn eigen tuin gelden mijn eigen normen.
Ik smeer uit voorzorg nog een extra laag factor 50 op de witte huid
en vlij me neer op de ligstoel. Boek in de hand, fles water naast me
en niemand om me heen.
Na
een half uur lezen begin ik te dommelen. Ik besluit mijzelf een kort
siesta te gunnen en draai me op mijn buik. Een dik uur later word ik
wakker en probeer te doen alsof ik geen erg heb in het brandende
gevoel op mijn rug, precies daar waar ik mezelf niet in heb kunnen
smeren. Ik neem nog een verkoelende duik. Het is bijna vijf uur. Ik
neem een flink stuk meloen. De meloen is 's zomers op het eiland al
net zo zalig als de perzikken. Ik neem ook nog een perzik. Ik ga mijn
kostbare uren niet besteden aan het koken van een
éénpersoonsmaaltijd.
De hangmat hangt inmiddels in de schaduw en mijn boek en ik nemen
bezit van de kleurige lap die tussen de palmbomen hangt. Een uur of
vier later begint het te schemeren. Mijn boek en ik verkassen naar
het terras en voegen een glas wijn aan ons gezelschap toe. Ik drink
zelden maar vandaag drink ik. Eén
glaasje wijn. Ik neem nog een laatste duik, kleed me aan en eet nog
een perzik. De vleermuizen zijn wakker en een grote uil strijkt op
nog geen twee meter bij mij vandaan neer. Met grote ogen kijkt hij me
aan en vliegt dan majestueus de duisternis weer in. Ik heb zo'n
drievijfde van mijn boek gelezen.
Voldaan
kruip ik mijn bed in. Het hele bed helemaal voor mijzelf. De dikke
stenen muren van ons huisje heeft de slaapkamer koel gehouden. De
houten luiken zorgen ervoor dat de slaapkamer pikdonker is. De
afwezigheid van man en kinderen garanderen stilte. Ik word dan ook
pas tegen tien uur de volgende ochtend wakker. Ik eet een stuk meloen
en loop naar buiten. Het is al heet. De zon schijnt volop en het
zwembad roept mijn naam. Ik smeer me weer in en doe mijn best zoveel
mogelijk rug van een laag bescherming te voorzien. Ik pak mijn
bikinibroekje van de lijn. Ik kijk naar het onooglijke lapje stof en
de touwtjes die geacht worden de voor- en achterkant bij elkaar te
houden. Ik draai mijn hoofd en probeer mijn billen in het vizier te
krijgen. Ze zijn vooral erg wit. Ze steken groot af tegen mijn bruine
rug en mijn bruine benen. Ik heb nog acht uur. Ik kijk om me heen.
Platteland zover als mijn oog reikt. Geen mens te zien. Ik kijk
nogmaals naar het bikinibroekje. Nogmaals naar mijn witte billen. Met
een grijns zwaai ik het bikinibroekje weer over het wasrek. Met de
billen bloot duik ik het zwembad in. Ik trek een paar baantjes en leg
mijn blote billen vervolgens te bruinen op de ligstoel.
Als
ik een half uurtje later de laatste perzik uit de keuken wil halen,
sla ik een handdoek om. Ik sta even stil en leg de handdoek dan terug
op het ligbed. Is het preutsheid? Schaamte? Gewoonte? Hoe dan ook, ik
besluit dat vandaag mijn blote billen dag is. Ik nestel me in de
schaduw en lees. Af en toe smeer ik mijn witste delen weer in, lig
een half uurtje in de zon, neem een duik. Om drie uur heb ik mijn
boek uit. Vijfhonderdachtendertig pagina's in het Spaans. Vijf
maanden lang lag het boek 's avonds naast mijn bed en sleepte ik het
overdag met me mee, hopend op een verloren uurtje. Innig tevreden
berg ik het boek op en controleer in de spiegel of mijn billen al een
beetje aan het bijkleuren zijn. Ik weet zeker dat ze minder wit zijn
dan vanochtend. Deze constatering moedigt me aan om nog een half
uurtje zon te pakken. Bovendien dobber ik daarna ook nog twintig
minuten op mijn buik op het luchtbed in het zwembad rond.
Als
ik merk dat het stukje rug waar ik ook vandaag niet bij kon, erg rood
aan het worden is, hou ik het voor gezien. Nog twee uur. In mijn
blootje loop ik een ronde door de tuin. Ik kijk of er al rijpe
citroenen aan de bomen hangen. Ik bewonder de groeiende sinasappels
die we helaas niet zelf zullen opeten. Tegen de tijd dat ze rijp
zijn, zijn wij al lang en breed weer thuis. Naakt ronddrentelend op
mijn slippertjes voel ik me, hoe alleen ook, ongemakkelijk. Sinds
mijn kindertijd heb ik buiten de beschutting van mijn eigen huis niet
meer naakt rondgelopen. Ik ga naar binnen en pak een zomerjurkje uit
de kast. Voor ik het over mijn hoofd laat glijden, kijk ik nog één
keer om naar mijn blote billen. Tevreden constateer ik dat ze een
kleurtje hebben gekregen. Het is net alsof ze iets minder groot
lijken.
Over
een uurtje zijn man en kinderen er weer. Vergezeld van opa, oma en
tante. Ik stuur man een berichtje met de vraag of hij onderweg
alsjeblieft perzikken wil kopen. En een meloen. Zo lekker als op het
eiland vind je ze nergens.
September
2017
zaterdag 19 augustus 2017
Stofjes uit het hart
Die fantastische mevrouw Khadetjes stuurde een hele doos restlapjes op voor de naaigroep van het weeshuis waar ik elke vrijdag mijn handen uit de mouwen steek. Ze waren zo blij met al die mooie kleuren, al die mooie katoentjes.... Er is al heel veel mee genaaid. Zelfs de kleinste lapjes worden gebruikt! Het patroontje kan vaak nog zo eenvoudig zijn, als het stofje mooi is, is het eindprodukt een lust voor het oog!
Het is nog even vakantie. Straks wordt er weer geschreven en genaaid!
woensdag 2 augustus 2017
Abonneren op:
Posts (Atom)


















