zondag 14 april 2013

Van zwembroeken en pistolen

V. staat deze dagen wederom in het teken van verkiezingen. President C. is vorige maand overleden en nu moet er een nieuwe president gekozen worden. C. is nog alom aanwezig: in de wenende harten van zijn aanhangers en in de verkiezingscampagne van zijn door hemzelf voor zijn overleden reeds aangekondigde opvolger M. M. voert volop campagne, niet met zijn eigen naam, niet met zijn eigen plannen, niet met zijn eigen foto: hij voert campagne als ware het de overleden president C. die aan het bewind zal staan als M. de verkiezingen wint. De rouwende fans van C. geloven dit graag en staan massaal achter M. De oppositie probeert het volk er van te overtuigen dat M. geen C. is en dat een overledene geen land kan besturen. Velen zien in de oppositiekandidaat de weg naar een betere toekomst voor hun land. Ze wijzen op de onveiligheid in het land, de lege schappen. Beide kandidaten brachten de afgelopen dagen enorme mensenmassa`s op de been en de verwachtingen zijn aan beide zijden hooggespannen. De gemoederen raken verhit, iedereen hoopt het zijne. De wereld draait in V. op dit moment geheel om de verkiezingen.
 
De wereld van zoon draaide vandaag om zijn zwembroek. De bedoeling was snel een nieuwe zwembroek voor hem te kopen maar het liep anders. De dame van de winkel liet hem een zwarte zwembroek zien met groene letters van merk S. Prachtig vond hij die. Maar helaas, niet meer in zijn maat op voorraad. Ze liet vervolgens een blauwe zwembroek zien van merk A. Nee, die vond hij niet mooi. Een blauwe van merk S. vond hij daarentegen prachtig. Maar ook die was niet meer in zijn maat op voorraad. Wel een zwarte, van merk A. Maar nee, die vond hij niet mooi. De blauwe zwembroek van merk A. zag er precies hetzelfde uit als de blauwe zwembroek van merk S. Hetzelfde model en de merknaam stond er op dezelfde plaats op gedrukt. Zoon kan al goed lezen maar is niet zodanig merkbewust dat hij vanwege de naam merk A. niet en merk S. wel acceptabel vond. En toch vond hij merk A. niet en merk S. wel acceptabel. Ik begreep het niet. Ik werd wat ongeduldig. Even snel een zwembroek kopen was verworden tot een reeds drie kwartier durende beproeving. Na heel hard zoeken kwam de winkeldame aan met een zwarte zwembroek van merk S. in zoon`s maat. Ja, die moest het worden. Ik zag slechts dezelfde zwembroek als de zwarte van merk A. die resoluut opzij was geschoven. Maar zoon straalde. Want, zo legde hij uit na een uur zweten in een te klein pashok, onder merknaam S. staat een boomerang, en dat, mama, is cool. 

Mijn wereld stond vandaag heel eventjes stil. Met mijn kinderen op weg naar huis in de auto, kwamen twee grote pick-ups bijna tot botsing. Ze stopten net op tijd. Een van de chauffeur vond dat de schuld bij de ander lag. Vlak voor mijn neus – ik reed direct achter deze pick-up - stak de chauffeur zijn arm uit het raampje. Met pistool. Hij richtte op de andere pick-up die inmiddels wel was doorgereden en net buiten bereik was geraakt. De arm met pistool draaide nog schuin langs mijn raam mee met de weggereden pick-up en verdween toen weer in de auto. De pick-up scheurde er vandoor en het leek alsof er niks gebeurd was. De kinderen hadden niks gezien, het leek wel alsof niemand anders iets gezien had. Maar waarschijnlijk hadden de andere automobilisten het al zo vaak gezien dat hun wereld er niet meer heel eventjes door stilstond. Ik vraag me af of de nieuwe president dit diepgewortelde probleem daadwerkelijk zal (kunnen) aanpakken. 

Overmorgen zwemles. Ik weet zeker dat zoon de sterren van de hemel zal zwemmen in zijn nieuwe zwembroek.
April 2013

vrijdag 12 april 2013

Bloomer

Sinds lang stond de bloomer op mijn lijst en de stof lag ook al een tijd geknipt klaar voor verwerking. Ik zag er wat tegenop, waarschijnlijk door het naai-frans; het patroon komt uit dit (in het Frans vertaalde) Japanse boekje. Maar eenmaal begonnen viel het alleszins mee. Dus voila, de bloomer. Nog een beetje groot maar dochter en ik zijn er niettemin geheel tevreden mee. De stof komt van de Nederlandse markt.
 



 
 

Ocharm, het is duidelijk zoon die dringend behoefte heeft aan nieuwe kleding, T-shirt tot op zijn navel, broek op hoogwater... Ik dacht dat het nog wel ging maar kijk hem hierboven nou toch staan!

vrijdag 5 april 2013

De poppenwieg

Man en ik maakten nog eens samen een verjaardagscadeau, voor dochter`s derde verjaardag dit keer. Opa en oma uit Spanje gaven de babypop; wij maakten de poppenwieg. Het wiegje waar mijn zussen en ik en onze kinderen in hebben gelegen, stond model. We moesten het doen met het hout dat over was van de poppenkast dus de verhoudingen zijn iets anders en bruin verven wordt nooit echt mooi, dus kozen we voor dochter`s lievelingskleur, roze (uiteraard). Wij hadden liever een groene of rode wieg gezien maar bedachten net op tijd dat het niet onze maar haar poppenwieg zou worden. Man nam het houtwerk voor zijn rekening, ik de lakentjes en we verfden samen. Het bloemenstofje kreeg ik van mijn tante, het lint is van Stof Enzo.
 





En dit is de echte wieg, hier met nichtje.
 

maandag 1 april 2013

Het hondenleven van een hond

Als een geplukte kip lig ik met mijn achterpoten gespreid op mijn buik op de koude tegelvloer. Op die manier is de hitte nog enigszins dragelijk. Het is alweer ruim zes weken geleden dat ik bij de kapper was, en dat betekent dat mijn lange zwarte krullen een eind gegroeid zijn. Ik loop er bij als een landloper en krijg op straat voortdurend naar mijn kop geslingerd dat ik zo dik ben. Mijn baasje zegt dan altijd braaf dat ik niet de slankste ben, maar dat ik vooral dik lijk door mijn vacht. Het feit dat mijn moeder een cocker was en mijn vader een teckel, draagt ook niet echt bij aan een gestroomlijnd lijf: met de korte poten van mijn vader voel ik me vaak ook net een wandelende worst. Alleen in de week direct volgend op een kappersbezoek denken de mensen ineens dat ik een puppie ben, ooo, wat schattig. Pardon, maar ik ben al acht. Dat verdient enig respect.

Mijn baasjes leiden een zogenoemd “internationaal leven”. In de praktijk betekent dit dat ik om de zoveel tijd in het vrachtruim van een vliegtuig wordt gestopt, urenlang in een hokje, zonder eten, zonder drinken, zonder wandelingetje. Een rotherrie, dus de reis wegslapen zit er ook niet in.  Vervolgens word ik uitgeladen op een mij onbekende plek waar ik dan wordt geacht mijn draai te vinden. Ik ben geboren in Zuid-Amerika en mijn eerste levensjaren bracht ik daar door in een klein stadje, alleen met mijn bazin. Als zij aan het werken was kwam doña Digna, ik was nooit alleen en had een huis met een tuin. Als m`n bazin naar de hoofdstad ging, mocht ik mee in de bus; als ze voor werk op reis moest, ging ik naar het hondenhotel. Man, wat was ik dol op de eigenaar. Een knappe man met een groot hart. Ik kon echt smachtend over de grond gaan liggen rollen als ik alleen al zijn stem hoorde. Wat een man.

Toen begonnen de veranderingen. Ik herinner me nog als de dag van gisteren dat er ineens een jongeman ons huis binnenkwam. Ik voelde aan m`n water dat hij mijn leven op z`n kop zou zetten en inderdaad. Het leven van mijn bazin draaide ineens niet meer om mij, maar om hem. Maar goed, je past je aan, hij paste zich ook aan, en uiteindelijk wenden we aan een leven met z`n drieën. Binnen een paar jaar werd dat een leven met z`n vieren. Maar die kleine wurm kon ik er wel bij hebben, ik vond het wel gezellig zo`n baby. Kortom, mijn eerste jaren waren bijzonder aangenaam. 

En toen moest ik dat vliegtuig in. 34 uur lang, twee keer overstappen. Bestemming: de Caucasus. Ik had er een hard hoofd in maar ik moet zeggen, het viel niet tegen. Ik had hier niet alleen een huis met een tuin, maar eigenlijk had ik ook de hele straat. En daar woonden Mancha en Pegote, twee straathonden die door mijn baasjes werden voorzien van de nodige inentingen en af en toe wat bijvoeding. We hadden het goed met z`n drietjes. We konden spelen, rennen, vechten en gingen `s avonds altijd als vrienden uit elkaar. Wel werd ik ineens blootgesteld aan kou. Jee, dat was iets nieuws, min 20 graden, metershoge sneeuw, fantastisch! De keerzijde was dat Mancha, die altijd al wat ziekelijk was, na onze eerste winter niet meer terug kwam. Dat was een bittere pil. Pegote kwam gelukkig wel terug en samen beleefden we nog een prachtige zomer. 

Inmiddels zag ik de volgende verandering al weer aankomen: m`n bazin werd almaar ronder en koffers werden gepakt. Doodnerveus word ik daarvan, als de koffers tevoorschijn worden gehaald en iedereen geagiteerd rondloopt. Bestemming dit keer: Nederland. Er werd weer een wurm geboren en ik hing er eigenlijk maar een beetje bij, maar ik had een hele grote tuin tot mijn beschikking en dagelijkse wandelingen. Het was dus wel te behappen, ware het niet dat die tuin vol rotduiven zat. Een pesthekel heb ik aan die beesten. Dus toen er weer één uitdagend voor me ging zitten koeren, stoof ik de trap af om die duif voor eens en voor altijd het zwijgen op te leggen. En toen verdraaide ik mijn knie helemaal de vernieling in. Operatie, zes weken met zo`n belachelijke kraag om en liggen in m`n hokje. Man, man, wat een ellende. En ondertussen werden de koffers weer gepakt. Ik zal nooit vergeten dat m`n bazin op een dag, de nieuwe wurm was net 7 weken oud, mijn kop vastpakte, er een kus op gaf, er een traan op liet vallen en vervolgens met man, wurmen en koffers in de auto stapte en mij achterliet. Daar lag ik dan, net weer enigszins op de been, achtergelaten bij opa en oma. Maar goed, ook hier paste ik me aan, zij pasten zich aan en we hadden het niet slecht. We raakten zelfs bijzonder aan elkaar gehecht.

Maar uiteraard, ook opa en oma begonnen na verloop van tijd hun koffers te pakken. En daar ging ik weer het vliegtuig in. Terug naar Zuid-Amerika. Een emotioneel moment, het weerzien met mijn familie. Ik voelde geen wrok, slechts blijdschap. Al vond ik het een tegenvaller dat opa en oma na korte tijd weer die verdraaide koffers te voorschijn haalden en vertrokken. Ik begon mij aan te passen aan weer een nieuwe etappe in mijn leven. En dit keer viel het tegen. Hier in V. wordt je als hond niet op waarde geschat. Er wordt absoluut geen rekening gehouden met onze behoeften. Wandelen in het park? Rennen in het bos? Vergeet het maar. Honden zijn overal verboden. We mogen nergens heen. Overdag wandelen op straat is een nachtmerrie, het verkeer, de chaos, de herrie, de hitte, nee, daar doe je mij geen plezier mee. Aan het eind van de middag mag ik uit. Aan de riem. Met bazin en wurmen. Hoewel het nooit een vlotte lange wandeling is, kijk ik er reikhalzend naar uit. Om een uur of 4 `s middags begin ik ze er voor de zekerheid alvast aan te herinneren, blaffen, riem in de handen duwen, de deur te lijf gaan. Ik weet dat de wurmen er niet dol op zijn om met mij uit te gaan, maar kom zeg, ik bijt niet, ik grom niet, dan kunnen ze toch op z`n minst wel een ommetje met mij lopen. Later op de avond gaat de baas nog met mij uit. Dan kan ik eindelijk zonder riem even lekker rennen. Maar de baas is helaas vaak op reis en de bazin kan `s avonds niet met mij op stap. 

Het eten is nog zo iets. Krijg je eindelijk een merk brokken voorgeschoteld dat lekker is, word je de volgende keer weer afgescheept met een smerige zak droge kogels. Het aanbod in de winkels is niet constant en m`n baasjes kunnen slechts kopen wat voorhanden is. Ellende. Zeker als je bedenkt dat eten één van de weinig dingen is waar ik echt naar uitkijk. Twee keer per dag krijg ik een schamel handje. Maar ik heb zo mijn methodes. Drie keer per dag pak ik mijn etensbak tussen mijn tanden en laat die met veel kabaal voor de voeten van bazin weer vallen. Zij staat op, ik pak mijn bak weer op en loop achter haar aan. Laat de bak weer voor haar voeten vallen. En dat houden we zo een tijdje vol. Tot ze me in niet mis te verstane bewoordingen doet ophouden, of, heel af en toe, tot ze me toch nog een schamel handje extra geeft. En daar doen we het voor. Want het is niet mijn schuld dat ik aan de stevige kant ben. Het was niet mijn beslissing om op jonge leeftijd gesteriliseerd te worden, en daar word je dik van. Het was ook niet mijn beslissing om in een land te gaan wonen waar ik nooit eens lekker lang vrijuit kan hollen. Niet alleen ben ik dus onvrijwillig mollig, ik word bovendien onvrijwillig op dieet gezet. Bazin roept af en toe dat de hele familie nodig op dieet moet. Maar ik blijf overal koekkruimels vinden dus van dat dieet van de familie komt niks terecht. Ik krijg daarentegen, als gewetens-susser van de familie, slechts die twee schamele handjes light-voer per dag.

Een hondenleven heb ik hier in V. Ik voel me lusteloos, depressief. Bazin had een paar maanden geleden het onzinnige idee om mij eens lekker te laten rennen op de loopband. Ja, ik ben toch niet mesjogge. Elke dag spelen we ook met mijn piepbal. Maar na vijf keer achter die bal aanrennen, heb ik dat ook wel weer gezien. De eekhoorns die de hele dag over de patio hoppen, brengen wel wat afleiding, maar ik krijg die rotbeesten nooit te pakken dus verder dan naar ze blaffen kom ik niet. Af en toe krijg ik wel een rat te pakken die op de fruitbomen van de buren afkomen, maar daar lijkt bazin dan weer niet onverdeeld vrolijk van te worden. Op dit moment hebben we twee oppas-hamsters in huis. Dat biedt nieuwe kansen. Helaas lijkt bazin wel te begrijpen dat een hamster voor een hond als ik een heerlijk hapje is, dus ze staan op de kast. Ik zit voor de kast te hijgen, urenlang. Want je weet maar nooit of één van die beesten zo stom is om uit zijn kooi te klimmen en zich richting mijn bek te begeven. `s Avonds gaan ze om de beurt in een oranje bal en crossen zo de kamer door. De bal ziet er niet heel stevig uit maar is natuurlijk weer dubbel dichtgetaped door bazin. Ze gunnen me ook niks hier. Zoals ik al zei, een hondenleven.
Maart 2013

maandag 25 maart 2013

Luchtige bloempjes

Nu ik het boek na vele omwegen dan eindelijk in huis heb, benut ik het natuurlijk ten volle. Dus bij deze nogmaals een "durf-het-zelver". Top met ronde kraag. Het zomerse stofje kreeg ik van mijn zus.





 
Dit keer met doorlopende print, grotendeels dan toch. 


Moe-geposeerd...

woensdag 20 maart 2013

Geclutch

Met wat restjes maakte ik een bow clutch en een Elisanna clutch. De restjes waren over van de 2 messengerbags die ik maakte voor moeder en tante; zij mogen onderling uitvechten wie welke clutch krijgt.


vrijdag 15 maart 2013

Treintante

Vanochtend vond ik een oude verjaardagskalender. Ik denk dat ik de kalender een jaar of tien geleden vulde met de namen van mij toen dierbare personen. Vol verbazing las ik het jaar door, en ik realiseerde me dat een groot deel van de namen niet meer voorkomt op onze huidige verjaardagskalender. De tijd is meedogenloos. Mensen waarbij ik dacht dat de band voor altijd stand zou houden, zijn uit mijn leven verdwenen. Andere mensen zijn er voor in de plaats gekomen. Mensen waarbij ik nu denk dat de band voor altijd stand zal houden.

Sommige namen op de oude kalender doen mij onmiddellijk glimlachen. Mooie herinneringen, dierbare spelers in mijn verleden. Een enkele naam roept een onverwacht heftig gevoel van boosheid op, of teleurstelling. Vriendschappen vervagen terwijl de tijd voortgaat en ons leven nieuwe wendingen neemt. Werk bracht mij van Nederland naar Zuid-Amerika, vervolgens naar de Caucasus en inmiddels weer naar Zuid-Amerika. Overal maakte ik vrienden en van overal staan er een paar namen op de huidige kalender. Maar verwonderd besef ik ineens dat het contact met sommigen van hen in een wel zeer rustig vaarwater terecht is gekomen. 

Sommige namen stonden op mijn allereerste kalender en staan er nog altijd op. De onverwoestbare diepgewortelde vriendschappen die zich door tijd noch afstand klein laten krijgen. 29 januari. 1 juli. 17 augustus. Ik blader door en kom bij oktober. 30 oktober. Treintante.

Zes jaar was ik, en op weg met mijn ouders en zussen naar familie. Met de trein. Naast ons zat een dame en met het onbekommerde enthousiasme van een klein kind sprak ik de dame aan. Zij kletste gezellig terug. Bij onze bestemming aangekomen vroeg ik haar adres. “Dan ga ik u brieven schrijven.” De dame gaf mij haar adres en ik schreef haar brieven. Over blokfluitles, over school. Over vriendinnetjes en vakanties. Later over vriendjes, puberperikelen. Daarna over studiekeuze, op kamers wonen, relaties. Over solliciteren, werk en toekomst.

Ik kende haar naam, maar noemde haar mijn treintante. Ik had haar tenslotte in de trein leren kennen. Zij noemde mij haar treinkind. Zo`n 12 jaar lang schreven we brieven. Toen ging ik studeren, en kwam veel dichter bij haar wonen. De brieven bleven maar nu ging ik ook regelmatig bij haar langs. Bezoekjes waarvoor we al snel onze eigen tradities creëerden. Altijd dezelfde enthousiaste begroeting al door de intercom. Altijd tomaten- of groentesoep, met zelfgedraaide balletjes. Altijd aardbeien met slagroom of gebakjes toe. Altijd een kopje thee uit de kop en schotel met het paarse bloemetje. Mijn treintante was mijn vriendin, mijn vertrouwenspersoon, mijn oma. Altijd positief, altijd meelevend, een fantastisch gevoel voor humor en een bulderende lach.

Treintante had suikerziekte. Het werd steeds moeilijker te controleren. Ze ging achteruit. Toen ik een paar maanden op de Balkan vrijwilligerswerk deed, werd ze in het ziekenhuis opgenomen. Vanuit het bergdorpje stuurde ik haar een fax naar het ziekenhuis. Prachtig vond ze dat, de fax ging de hele afdeling rond. Ze herstelde. Jaren later, toen ik inmiddels Nederland had verlaten en in Zuid-Amerika woonde, kwam ze weer in het ziekenhuis terecht. Ze besloot haar voet te laten amputeren. Ze wilde vechten. Kort na haar operatie kwam ik naar Nederland. Ik vroeg mijn ouders of we op weg van het vliegveld naar huis langs het ziekenhuis zouden kunnen gaan zodat ik mijn treintante een dikke kus zou kunnen geven. Het bleef even stil. Ik keek mijn moeder aan en wist wat ze zou gaan zeggen. Treintante was overleden. Ik was te laat. De begrafenis had een dag voor mijn aankomst plaatsgevonden. Ongeloof, verdriet, gemis. Mijn vriendin, mijn vertrouwenspersoon, mijn oma, en ik was te laat.

Ze heeft mijn lief niet gekend. Ze was niet bij mijn huwelijk. Ze heeft onze kindjes nooit in haar armen gehouden. Maar ik vertel haar nog altijd alles. Als ik op de bus zit te wachten, in de file sta, bij de dokter in de wachtkamer zit, als ik de hond uitlaat, aan het koken ben, de was ophang, onder de douche sta, vertel ik haar alles.

Ik noemde haar mijn treintante, zij noemde mij haar treinkind. Ik mis haar nog elke dag.
Maart 2013

maandag 11 maart 2013

Flower Fairies

Ze doen me terstond aan mijn moeder denken, een liefhebber. En aan onze fietsvakanties vroeger in Engeland. Ik kan nog hunkeren naar dat onbekommerde gevoel van wind in de haren, fietstassen achterop, mand met knuffelbeer voorop, en zo met z`n vijven kilometers trappen door het prachtige landschap van East Anglia. Heerlijke herinneringen. Met plezier maakte ik dan ook de jurk met ronde kraag en stolpplooien uit wederom "stof voor durf-het-zelvers" met deze Flower Fairy stof die ik kocht bij Bambiblauw.
 





 Ik kocht helaas niet genoeg om de print door te kunnen laten lopen. Dat is het nadeel van moeten inslaan als je in Europa bent en pas later thuis bedenken wat je ermee wilt doen.

woensdag 6 maart 2013

De kerkuil

Zoon had weer een school-theater-voorstelling. Dit keer werd verzocht hem te voorzien van uilenpak. Van een kerkuilenpak, welteverstaan. Het masker maakte ik enigszins waarheidsgetrouw: bij de veren mengde ik de kleuren door elkaar. Aangezien deze schooltheater-pakken welgeteld een half uur worden gedragen, steek ik er niet teveel tijd en moeite in: zolang zoon niet het gevoel heeft dat hij het belabberdste pak heeft, ben ik tevreden.
De moeder van een klasgenootje hielp ik met het maken van het masker voor haar dochter: ze wilde een iets "vrouwelijker" model, want haar dochter was niet voor niets "Mrs. barn owl".




 


Mijn inspiratie haalde ik duidelijk hier vandaan.

zondag 3 maart 2013

De creatieve kok

Vorige week hielp ik de moeder van een klasgenootje van zoon bij het maken van een uilenmasker voor het schooltheaterstuk. Als dank bracht ze een kilo suiker en een kilo meel mee. Ze was me echt heel dankbaar en ik was echt dolblij met haar geschenk. Want meel en suiker liggen al maandenlang niet meer in de schappen. Wekenlang was er onlangs geen kip meer te krijgen, en sinds vorige maand is er nergens meer boter te koop. Geen boter, geen margarine en vrijwel geen olie. Toiletpapier is wederom een schaars product. Steeds meer medicijnen zijn steeds moeilijker te krijgen.

In V. wordt verbazingwekkend weinig geproduceerd. Het merendeel van de produkten wordt geïmporteerd. Met een steeds zwakker wordende nationale munt en een steeds toenemende onrust en onvrede als gevolg van onder meer een al maandenlange afwezige president, over wiens gezondheidstoestand maar mondjesmaat informatie wordt gegeven die bovendien door lang niet iedereen wordt geloofd, staakt de import en raken de schappen leeg. Heel soms duikt er ergens in een buurtsupermarktje een aantal zakken suiker op. Via sociale media wordt dat nieuws vervolgens razendsnel verspreid en rijen hoopvolle kopers overspoelen de winkel. Wij vonden een paar weken geleden 2 kilo meel op de markt, na een tip dat een bepaalde koopman een paar zakken achter de toonbank had staan en die voor woekerprijzen verkocht. We hoefden nog net geen wachtwoord te fluisteren. Onlangs kwam mij de theorie ter ore dat op dit moment in feite land C. hier de touwtjes in handen heeft. En dat we dus daarom met z´n allen zoveel mogelijk toiletpapier, tandpasta en shampoo moeten inslaan want je weet maar nooit wanneer hier de situatie zal verworden zoals op C.

We houden zoals altijd het hoofd koel. Hebben een bescheiden voorraad van essentiële produkten. Maar het wordt steeds moeilijker om de verantwoording te dragen voor de dagelijkse warme maaltijd. Je weet nooit wat er wanneer in de supermarkt te krijgen is. Het aantal produkten slinkt en varieert bovendien hevig. En dat is een nachtmerrie voor mensen zoals ik die geen kookwonder zijn. Voorheen zette ik mij in het weekend aan de keukentafel met een aantal kookboeken en –tijdschriften en werkte op basis daarvan een weekmenu uit. Een aantal mij reeds vertrouwde recepten en een aantal nieuwe recepten. De boodschappenlijst werd opgesteld en zodoende lukte het mij (bijna) elke avond een acceptabele maaltijd op tafel te zetten.

Tegenwoordig is dit echter onmogelijk. Doordat de bank mij geen bankpas wil geven (ik heb hier immers geen eigen inkomen), ik met een grote hoeveelheid cash niet over straat kan en je voor het betalen met pin altijd je legitimatiebewijs moet overleggen, kan ik zelf de weekboodschappen niet doen. De naam op de bankpas van man komt niet overeen met de naam op mijn identiteitsbewijs en dus laat men mij nergens betalen, op een paar buurtwinkeltjes na waar ze me inmiddels kennen. Man doet dus de boodschappen. En komt thuis met datgene wat in de schappen lag. Schafte de pot volgens het weekmenu op maandag rijst met een saus van kip, courgette, taugé, kokosmelk en kerrie, dan stond ik mij dus op maandagmiddag met een pak rijst en een bakje taugé in mijn handen verbijsterd af te vragen hoe ik hier in hemelsnaam een maaltijd van kon maken.

Ik ben geen creatieve kok. Ik kan doen wat een recept mij opdraagt en als ik een recept maar vaak genoeg maak dan weet ik het op een gegeven moment uit mijn hoofd, maar eigen inbreng pakt over het algemeen niet goed uit. Rijst met taugé blijft bij mij rijst met taugé. Het weekmenu is niet meer. Man koopt wat er is, geeft mij een paar ideeën wat ik er mee zou kunnen maken (hij is wel een creatieve kok maar heeft zoveel werk dat ik het koken niet op hem kan afschuiven), en ik probeer. De scheve gezichten van de kinderen en het net iets te overdreven enthousiasme van man spreken voor zich. Steeds vaker schotel ik de familie een gebakken ei met tomatensalade voor. Of pasta met rode saus, gepureerd, zodat ze niet zien wat er in zit en met een flinke berg kaas erop, zodat ze het ook niet proeven.

Het is tijd voor actie. Het is tijd voor een cursus creatief koken. Een gat in de huidige markt. Toch jammer dat ik het zelf niet kan opvullen. Het zou een interessante nieuwe richting aan mijn mensenrechten-carrière hebben kunnen geven. Het recht op een adequate levensstandaard, inclusief voedsel, is tenslotte één van de rechten van de mens zoals opgenomen in de Universele verklaring van de rechten van de mens. “Mensenrechten-juriste organiseert cursus creatief koken: Koken met wat de schappen schaffen.” Ik zie het logo al bijna voor me.
Maart 2013